Broeders en zusters,

“Genade en vrede zij u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!” (Rom. 1:7).

Voordat wij terugkeren naar onze eigen Kerken willen wij, de bisschoppen van de hele wereld die op uitnodiging van de bisschop van Rome, Paus Benedictus XVI, bijeen zijn gekomen om ons te bezinnen op “de nieuwe evangelisatie voor het doorgeven van het christelijk geloof”, ons richten tot u allen, verspreid over de hele wereld, om de verkondiging en het onderwijzen van het Evangelie te ondersteunen en richting te geven in de verschillende contexten waarin de Kerk zichzelf tegenwoordig ter getuigenis vindt.

1. Laten wij, zoals de Samaritaanse vrouw bij de put, licht putten uit een tekst van het Evangelie: de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw (vg. Joh. 4:5-42). Er is geen man of vrouw die zich niet, in zijn of haar leven, op enig moment voelt als de vrouw uit Samaria bij de put, met een lege emmer, met de hoop om de vervulling van het diepste hartsverlangen te vinden, het enige dat het bestaan volledig betekenis kan geven. Tegenwoordig zijn er vele putten om de dorst van de mensheid te lessen, maar we moeten onderscheid maken om vervuild water te ontwijken. We moet goed zoeken om niet ten slachtoffer te vallen aan teleurstelling, dat verwoestend kan zijn.

Net zoals Jezus bij de put van Sichar voelt ook de Kerk zich verplicht om naast de mannen en vrouwen van vandaag te komen zitten. Ze wil de Heer aanwezig laten zijn in hun levens zodat zij Hem kunnen ontmoeten omdat Hij alleen het water is dat werkelijk en eeuwig leven geeft. Alleen Jezus kan de diepten van ons hart lezen en de waarheid over onszelf openbaren: “Hij wist me alles te vertellen wat ik gedaan heb,” geeft de vrouw toe aan haar dorpsgenoten. Dit woord van verkondiging gaat samen met de vraag die open staat voor het geloof: “Zou Hij soms de Messias zijn?” Het laat zien dat degene die nieuw leven ontvangt door de ontmoeting met Jezus niet anders kan dan waarheid en hoop verkondigen aan anderen. De zondaar die bekeert is wordt een boodschapper van de verlossing en leidt de hele stad tot Jezus. De mensen gaan van het verwelkomen van haar getuigenis over op het persoonlijk ervaren van de ontmoeting: “Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt; we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de redder van de wereld”.

2. Een nieuwe evangelisatie

De mannen en vrouwen van onze tijd naar Jezus leiden, naar de ontmoeting met Hem, is een noodzaak die alle delen  van de wereld aangaat, van de oude en van de recente evangelisatie. Overal ervaren we de noodzaak om een geloof te doen heropleven dat overschaduwd dreigt te worden in culturele contexten die voorkomen dat zij wortel schiet in personen en aanwezig is in de maatschappij, evenals de helderheid van haar inhoud en de bijbehorende vruchten.

Het is geen kwestie van opnieuw beginnen, maar de lange weg gaan van de verkondiging van het Evangelie met de apostolische moed van Paulus, die zo ver ging te zeggen: “Wee mij als ik het evangelie niet verkondigde!” (1 Kor. 9:16). In de geschiedenis, vanaf de eerste eeuwen van het christelijk tijdperk tot aan het heden, heeft het Evangelie gemeenschappen van gelovigen in alle delen van de wereld verheven. Klein of groot, dit zijn de vruchten van de toewijding van generaties van getuigen van Jezus – missionarissen en martelaars – die wij met dankbaarheid gedenken.

Veranderende maatschappijen en culturen roepen ons op tot iets nieuws: om ons gemeenschappelijk geloofsleven op een vernieuwde manier te beleven en het te verkondigen door middel van een evangelisatie die “nieuw is in haar ijver, in haar methoden, in haar uitdrukkingen” (Johannes Paulus II, toespraak voor de XIX Vergadering van CELAM, Port-au-Prince, 9 maart 1983, n. 3), zoals Johannes Paulus II zei. Benedictus XVI herinnerde eraan dat het een evangelisatie is die met name gericht is op “diegenen die, hoewel gedoopt, zijn afgedreven van de Kerk en hun leven leiden zonder verwijzing naar het christelijk leven… om deze mensen te helpen de Heer te ontmoeten, die als enige ons bestaan vult met diepe betekenis en vrede; en om de herontdekking van het geloof, die bron van genade die vreugde en hoop schenkt aan het persoonlijk, gezins- en sociale leven, te bevorderen” (Benedictus XVI, homilie bij de Eucharistieviering ter gelegenheid van de plechtige inwijding van de XIII Gewone Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode, Rome, 7 oktober 1012).

3. De persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus in de Kerk

Voor iets te zeggen over de vorm die deze nieuwe evangelisatie moet aannemen, willen we us met diepgaande overtuiging vertellen dat het geloof alles bepaalt in de relatie die we opbouwen met de persoon van Jezus, die het initiatief neemt om onste ontmoeten. Het werk van de nieuwe evangeliusatie bestaat uit het wederom voorstellen van de schoonheid en eeuwige nieuwheid van de ontmoeting met Christus aan de vaak afgeleide en verwarde harten en geesten van de mannen en vrouwen van onze tijd, bovenal aan onszelf. We nodigen u allen uit om het gelaat van de Heer Jezus Christus te overwegen, om het mysterie van Zijn bestaan binnen te gaan, dat voor ons aan het Kruis gegeven werd, herbevestigd in Zijn verrijzenis uit de doden als de gave van de Vader en aan ons gegeven door de Geest. In de persoon van Jezus wordt het mysterie van de liefde van God de Vader voor de gehele menselijke familie geopenbaard. Hij heeft niet gewild dat wij valselijk autonoom bleven. Hij heeft ons veeleer tot zichzelf verzoend in een hernieuwd liefdespact.

De Kerk wordt in de geschiedenis door Christus gegeven als de ruimte waar wij Hem kunnen ontmoeten, want Hij vertrouwde aan haar Zijn Woord toe, het Doopsel dat ons kinderen van God maakt, Zijn Lichaam en Zijn Bloed, de genade van vergiffenis van zonden, in het bijzonder in het sacrament van Verzoening, de ervaring van gemeenschap dat het mysterie van de Heilige Drieënheid weerspiegelt, de kracht van de Geest die liefde voor allen opwekt.

We moeten gastvrije gemeenschappen vormen waarin alle verstotenen een thuis vinden, concrete gemeenschapservaringen die de ontgoochelde blik van de moderne mensheid aantrekt met de vurige kracht van de liefde – “Zie hoe zij elkander liefhebben!” (Tertullianus, Apologie, 39, 7). De schoonheid van het geloof moet in het bijzonder zichtbaar zijn in de handelingen van de heilige Liturgie, bovenal in de zondagse Eucharistie. Juist in de liturgische vieringen openbaart de Kerk zichzelf als het werk van God en maakt de betekenis van het Evangelie zichtbaar in woord en gebaar.

Het is aan ons vandaag om de ervaringen van de Kerk op concrete wijze toegankelijk te maken, om het aantal putten waar dorstende mannen en vrouwen worden uitgenodigd Jezus te ontmoeten te vermenigvuldigen, om oasen in de woestijn van het leven te scheppen. Christelijke gemeenschappen en, daarbinnen, elke leerling van de Heer zijn hiervoor verantwoordelijk: een onvervangbare getuigenis is aan elk toevertrouwd, zodat het Evangelie het leven van allen binnen kan gaan. Dit vereist van ons een heiligheid van leven.

4. De gelegenheden om Jezus te ontmoeten en te luisteren naar de Schrift

Sommigen zullen vragen hoe dit allemaal moet gebeuren. We hoeven geen nieuwe strategieën te bedenken, alsof het Evangelie een product is dat op de religiemarkt geplaatst moet worden. We moeten de manieren herontdekken waarop Jezus mensen benaderde en hen riep, om deze in de praktijk te brengen in de omstandigheden van vandaag.

We herinneren ons bijvoorbeeld hoe Jezus Petrus, Andreas, Jacobus en Johannes aansprak in  decontext an hun werk, hoe Zacheüs in stat was om van simpele nieuwsgierigheid over te gaan op de warmte van het delen van een maaltijd met de Meester, hoe de Romeinse centurion Hem vroeg een persoon die hem na stond te genezen, hoe de blindgebren man Hem als bevrijder uit zijn eigen marginalisering aanriep, hoe Martha en Maria de gastvrijheid van hun huis en hart beloond zagen worden door Zijn aanwezigheid. Door de pagina’s van het Evangelie en de missionaire ervaringen van de apostolen in de vroege Kerk kunnen we de verschillende manieren en omstandigheden ontdekken waarop de levens van mensen opengesteld werden voor de aanwezigheid van Christus.

Het regelmatig lezen van de Heilige Schrift – verlicht door de Traditie van de Kerk die hen aan ons overlevert en die hun ware tolk is – is niet alleen noodzakelijk om de inhoud van het Evangelie, de persoon van Jezus in de context van de heilsgeschiedenis, te kennen. Het lezen van de Schrift helpt ons ook om kansen te ontdekken om Jezus te ontmoeten, werkelijk evangelische benaderingen die geworteld zijn in de fundamentele dimensies van het menselijk leven: het gezin, werk, vriendschap, verschillende vormen van armoede en de beproevingen van het leven, etc.

5. Onszelf evangeliseren en openstellen voor bekering

Wij mogen echter nooit denken dat de nieuwe evangelisatie ons niet persoonlijk aangaat. In deze dagen klonken er stemmen onder de bisschoppen die spraken dat de Kerk op de eerste plaats moet luisteren naar het Woord voordat zij de wereld kan evangeliseren. De uitnodiging tot evangelisatie wordt een oproep tot bekering.

Wij geloven vast dat we onszelf bovenal moeten bekeren tot de macht van Christus die alleen alle dingen nieuw kan maken, in de eerste plaats ons armzalig bestaan. Nederig moeten we erkennen dat de armoede en zwakte van de leerlingen van Jezus, in het bijzonder van zijn dienstwerkers, invloed hebben op de geloofwaardigheid an de missie. We zijn er zeker van bewust – wij bischoppen op de eerste plaats – dat we nooit werkelijk geschikt zijn voor de roep van de Heer en de opdracht Zijn Evangelie te verkodnigen aan de naties. We weten dat we nederig onze kwetsbaarheid voor de wonden van de geschiedenis moeten erkennen en we aarzelen niet om onze personlijke zonden te erkennen. Maar we zijn er ook van overtuigd dat de Geest van de Heer in staat is tot vernieuwing van Zijn Kerk en haar gewaad schitterend kan maken als we Hem ons laten vormen. Dit laten de levens van de heiligen ons zien, waarvan de herinnering en het doorgeven een bevoorrechte vorm van de nieuwe evangelisatie is.

Als deze vernieuwing aan ons lag zouden er ernstige redenen om te twijfelen zijn. Maar bekering in de Kerk komt, net als evangelisatie, niet voornamelijk tot stand door ons arme stervelingen, maar veeleer door de Geest van de Heer. Hier vinden we onze kracht en onze zekerheid dat het kwaad nooit het laatste woord zal hebben, in de Kerk of in de geschiedenis: “Jemoet je dus niet zo laten verontrusten en de moed niet verliezen” (Joh. 14:27), zei Jezus tot Zijn leerlingen.

Het werk van de nieuwe evangelisatie rust op deze kalme zekerheid. We zijn zeker van de inspiratie en kracht van de Geest die ons zal leren wat we moeten zeggen en doen, zelfs op de moeilijkste momenten. Het is daarom onze taak om angst met geloof te verslaan, vernedering met hoop, onverschilligheid met liefde.

6. Nieuwe kansen voor evangelisatie grijpen in de wereld van vandaag

Deze kalme moed heeft ook invloed op de manier waarop we de wereld van vandaag beschouwen. We zijn niet geïntimideerd door de omstandigheden van de tijd waarin we leven. Onze wereld zit vol met tegenstellingen en uitdagingen, maar het blijft de schepping van God. De wereld is door het kwaad geschaadt, maarnog altijd geliefd door God.Het is zijn akker waarin het zaaien van het Woord kan worden vernieuwd zodat het wederom vrucht kan dragen.

Er is geen plaats voor pessimisme in de hoofden en harten van zij die weten dat hun Heer de dood heeft overwonnen en dat Zijn Geest machtige werken doet in de geschiedenis. We benaderen deze wereld met nederigheid, maar ook met vastberadenheid. Dit komt voort uit de zekerheid dat de waarheid uiteindelijk overwint. We kiezen ervoor om in de wereld de uitnodiging van God te zien om van Zijn Naam te getuigen. Onze Kerk leeft en gaat de uitdagingen van de geschiedenis aan  met de moed van het geloof en de getuigenis van haar vele dochters en zonen.

We weten dat we in deze wereld een moeilijke strijd aan moeten gaan tegen de “heerschappijen” en “machten”, “de geesten van het kwaad” (Ef. 6:12). We negeren de problemen van zulke uitdagingen niet, maar evenmin beangstigen ze ons. Dat geldt bovenal voor de fenomenen van de globalisatie die voor ons kansen moeten zijn om de aanwezigheid van het Evangelie te verspreiden. Ondanks het ernstige lijden waardoor we migranten als broeders welkom heten, was en is migratie een gelegenheid om het geloof te verspreiden en gemeenschap te bouwen in haar verschillende vormen. Secularisatie – dat evenals de crisis leidde tot de opkomst van politiek en de staat – vereist van de Kerk dat zij haar aanwezigheid in de maatschappij opnieuw overweegt zonder dit op te geven. De vele en steeds nieuwe vormen van armoede creëren nieuwe kansen voor liefdevol dienstwerk: de verkondiging van het Evangelie verplicht de Kerk met de armen te zijn en hun lijden net als Jezus op zich te nemen. Zelfs in de bitterste vormen van atheïsme en agnosticisme kunnen we – hoewel in tegenstrijdige vormen – niet een leegte maar een verlangen herkennen, een verwachting dat een gepast antwoord verwacht.

In het licht van de vragen die de overheersende culturen stellen tegenover het geloof en de Kerk vernieuwen we ons vertrouwen in de Heer, zeker dat zelfs in dit verband het Evangelie de drager is van licht en in staat is om elke menselijke zwakte te genezen. Niet wij dienen het werk van de evangelisatie te doen, maar God, zoals de paus ons herinnert: “Het eerste woord, het ware initiatief, de ware activiteit komt van God en alleen door onszelf in te voegen in het goddelijk initiatief, alleen door te vragen om dit goddelijk initiatief, kunnen wij – met Hem en in Hem – evangelisatoren worden” (Benedictus XVI, Overweging tijdens de eerste algemene Congregati van de XIII Gewone Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode, Rome, 8 oktober 2012).

7. Evangelisatie, het gezin en het gewijde leven

Sinds de eerste evangelisatie heeft het doorgeven van het geloof van de ene generatie naar de volgende een natuurlijk thuis gevonden in het gezin, waar vrouwen een speciale rol vervullen zonder de persoon en de verantwoordelijkheid van de vader te verminderen. In de context van de zorg die elke gezin levert voor het opgroeien van de kleinsten maken kinderen kennis met de tekenen van het geloof, het doorgeven van eerste waarheden, onderwijs in gebed,  en de getuigenis van de vruchten van de liefde. Ondanks de diversiteit van hun geografische, culture en sociale omstandigheden, herbevestigden alle bisschoppen van de Synode deze essentiële rol van het gezin binnen het doorgeven van het geloof. Een nieuwe evangelisatie is ondenkbaar zonder de specifieke verantwoordelijkheid te erkennen om het Evangelie te verkondigen aan gezinnen en hen te ondersteunen in hun onderwijstaak.

We negeren het feit niet dat het gezin, geworteld in het huwelijk tussen een man en een vrouw dat hen “één” maakt (Matt. 19:6) en open voor het leven, overal door cries wordt bedreigd. Het wordt omringd door levensmodellen die het bestraffen en genegeerd door de politiek van de maatschappij waarvan het ook de fundamentele cel is. Het wordt niet altijd in haar ritmiek gerespecteerd en in haar taken ondersteund door kerkelijke gemeenschappen. Maar juist dit zet ons aan om te zeggen dat wij in het bijzonder zorg moeten dragen voor het gezin en haar missie in de maatschappij en in de Kerk, en specifieke manieren moeten ontwikkelen om het nabij te zijn voor en na de huwelijksvoltrekking. We willen ook onze dankbaarheid uitdrukken aan de vele christelijke stellen en gezinnen die, door hun getuigenis, de wereld een gemeenschap en dienstwerk laten zien dat het zaad is van een liefhebbender en vrediger maatschappij.

Onze gedachten gaan ook uit naar de vele samenlevende gezinnen en stellen die niet dat beeld van eenheid en levenslange liefde weerspiegelen dat de Heer aan ons heeft toevertrouwd. Er zijn stellen die samenleven zonder de sacramentele band van het huwelijk. Steeds meer gezinnen worden op ongeordende wijze gevormd na het mislukken van eerdere huwelijken. Dit zijn pijnlijke situaties die het onderwijs van zonen en dochters in het geloof negatief beïnvloeden. Aan hen allen willen wij zeggen dat de liefde van God niemand verlaat, dat de Kerk ook van hen houdt, dat de Kerk een huis is die allen welkom heet, dat zij leden van de Kerk blijven ook al kunnen zij niet de sacramentele vergeving en de Eucharistie ontvangen. Moge onze katholieke gemeenschappen allen die in zulke omstandigheden leven welkom heten en hen die op weg zijn naar bekering en verzoening steunen.

Het gezinsleven is de eerste plaats waar het Evangelie het dagelijks leven ontmoet en haar capaciteit laat zien om de basisomstandigheden van het bestaan in de context van de liefde te transformeren. Maar niet minder belangrijk voor de getuigenis van de Kerk is te laten zien hoe dit tijdelijk bestaan een vervulling heeft die voorbij de menselijke geschiedenis gaat en streeft naar eeuwige communie met God. Jezus stelt zichzelf niet aan de Samaritaanse vrouw voor als simpelweg degene die leven geeft, maar als degene die “eeuwig leven” geeft (Joh. 4:14). De gave van God, die door het geloof tegenwoordig wordt gesteld, is niet simpelweg de belofte van betere omstandigheden in deze wereld. Het is de verkondiging dat de uiteindelijke betekenis van ons leven voorbij deze wereld ligt, in die volledige communie met God die wij verwachten aan het einde der tijden.

Van deze bovennatuurlijke horizon van de betekenis van het menselijk bestaan zijn er specifieke getuigen in de Kerk en de wereld die de Heer geroepen heeft tot het gewijde leven. Juist omdat het volledig aan Hem gewijd is in de uitoefening van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid, is het gewijde leven het teken van een toekomstige wereld die alles dat goed is in deze wereld relativiseerd.  Moge de dankbaarheid van de Vergadering van de Bisschoppensynode voor hun trouw aan de roeping van de Heer en voor de bijdrage die zij hebben gegeven en blijven geven aan de missie van de Kerk, dezen, onze broeders en zusters, bereiken. We riepen hen op om hoop te hebben in situaties die zelfs voor hen moeilijk zijn in deze tijden van verandering. We nodigen hen uit zichzelf op te stellen als getuigen en bevorderaars van nieuwe evangelisatie in de verschillende gebieden die het charisma van elk van hun instituten hen toewijst.

8. De kerkgemeenschap en de vele vertegenwoordigers van de evangelisatie

Geen enkele individuele persoon of groep in de Kerk heeft het exclusieve recht op evangelisatie. Het is het werk van de kerkgemeenschappen als zodanig, waarin men toegang heeft tot alle wegen om Jezus te ontmoeten: het Woord, de sacramenten, broederlijke gemeenschap, liefdadigheid, missie.

In dit perspectief is de rol van de parochie bovenal de aanwezigheid van de Kerk daar waar mannen en vrouwen leven, “de dorpspomp”,  zoals Johannes XXIII het graag noemde, waaruit allen kunnen drinken en de verfrissing van het Evangelie vinden. Dit kan niet veranderen, ook al kunnen veranderingen vereisen dat het gaat bestaan uit kleine christelijke gemeenschappen of relaties aangaat binnen grotere pastorale verbanden. We roepen onze parochies op om zich bij nieuwe vormen van missie te voegen waar de nieuwe evangelisatie om vraagt voor de traditionele pastorale zorg voor het volk van God. Deze moeten ook doordringen in de verschillende belangrijke uitdrukkingen van volksgeloof.

Binnen de parochie blijft het dienstwerk van de priester – vader en herder van zijn mensen – van cruciaal belang. Aan alle priesters drukken de bisschoppen van deze Synodale Vergadering hun dank en broederlijke nabijheid uit in hun moeilijke taak. We nodigen hen uit de banden van het diocesane presbyterium te versterken, hun geestelijk leven te verdiepen, tot een blijvende vorming die hen in staat stelt de veranderingen tegemoet te treden.

Naast de priesters moet de aanwezigheid van diakens worden ondersteund, evenals het pastorale werk van catechisten en van vele andere dienstwerkers op het gebied van verkondiging, catechese, liturgisch leven, liefdadigheid. De verschillende vormen van deelname en gedeelde verantwoordelijkheid van de gelovigen moet ook worden bevorderd. We kunnen onze lekenmannen en -vrouwen niet genoeg danken voor hun toewijding in de vele activiteiten van onze gemeenschappen. We vragen hen allen ook om hun aanwezigheid en dienstwerk in de Kerk te plaatsen in het perspectief van de nieuwe evangelisatie, en zorg te dragen voor hun eigen menselijke en christelijke vorming, hun kennis van het geloof en hun gevoeligheid voor huidige culturele fenomenen.

Wat betreft de leken richten we een speciaal woord tot de verschillende vormen van oude en nieuwe verenigingen, samen met de kerkelijke bewegingen en de nieuwe gemeenschappen: Zij zijn allen een uitdrukking van de rijkdom van de gaven die de Geest schenkt aan de Kerk. We danken ook deze vormen van leven en toewijding aan de Kerk, en roepen hen op om trouw te blijven aan hun eigen charisma en tot serieuze kerkelijke gemeenschap, in het bijzonder in de concrete context van de specifieke Kerken.

Getuigen van het Evangelie is niet het privilege van één of enkele personen. Wij erkennen met vreugde de aanwezigheid van vele mannen en vrouwen die met hun levens een teken worden van het Evangelie temidden van de wereld. Wij herkennen hen zelfs in onze vele christelijke broeders en zusters met wie de eenheid helaas nog niet volledig is, maar die desondanks toch zijn getekend met het Doopsel van de Heer en dit verkondigen. In deze dagen was het voor ons een ontroerende ervaring om te luisteren naar de stemmen van vele autoriteiten van Kerken en kerkgemeenschappen die getuigenis gaven van hun dorst naar Christus en hun toewijding aan de verkondiging van het Evangelie. Ook zij zijn ervan overtuigd dat de wereld een nieuwe evangelisatie nodig heeft. Wij zijn de Heer dankbaar voor deze eenheid in de noodzaak van de missie.

9. Dat de jeugd Christus mag ontmoeten

De jeugd is ons bijzonder nabij omdat zij, als een belangrijk deel van het heden van de mensheid en de Kerk, ook hun toekomst zijn. Wat hen betreft zijn de bisschoppen verre van pessimistisch. Bezorgd, zeker; maar niet pessimistisch. We zijn bezorgd omdat de meest aggressieve aanvallen van onze tijd juist op hen gericht zijn. We zijn echter niet pessimistisch, bovenal omdat wat zich in de diepten van de geschiedenis roert de liefde van Christus is, maar ook omdat we in onze jongeren een diepgaand streven  aanvoelen naar authenticiteit, waarheid, vrijheid, vrijgevigheid, waarop, zo zijn wij overtuigd, het juiste antwoord Christus is.

We willen hen stuenen in hun zoektocht en we moedigen onze gemeenschappen aan naar hen te luisteren, in gesprek te gaan met hen en duidelijk en zonder aarzeling te reageren op de moeilijke situatie van onze jeugd. We willen dat onze gemeenschappen de kracht van hun enthousiasme benutten en niet onderdrukken; om voor hen te strijden tegen de misvattingen en zelfzuchtige ondernemingen van wereldlijke machten die de energie en passie van de jongeren verspillen ten eigen voordeel, en hen elke dankbare herinnering aan het verleden en elke eerlijke visie op de toekomst afnemen.

De wereld van de jeugd is een veeleisende maar ook bijzonder veelbelovende akker voor de Nieuwe Evangelisatie. Dit wordt duidelijk door vele ervaringen, van evenementen die velen van hen aantrekken zoals de Wereldjongerendagen, tot de meest verborgene – maar desondanks krachtige – zoals de verschillende ervaringen van spiritualiteit, dienstwerk en missie. De actieve rol van de jeugd in het op de allereerste plaats evangeliseren van hun eigen wereld dient te worden erkent.

10. Het Evangelie in dialoog met de menselijke cultuur en ervaring en met religies

De Nieuwe Evangelisatie is gecentreerd op Christus en op de zorg voor de menselijke persoon om zo de werkelijke ontmoeting met Hem tot leven te brengen. Maar haar grenzen zijn zo wijd als de wereld en gaan verder dan enige menselijke ervaring. Dit betekent dat het zorgvuldig de dialoog met culturen onderoudt, zeker dat het in elk van hen de “zaden van het Woord” kan vinden waarover de oude Vaderen spraken. In het bijzonder heeft de nieuwe evangelisatie een hernieuwd verbond tussen geloof en rede nodig. Wij zijn er zeker van dat het geloof in staat is om elk voortbrengsel van een gezonde geest, die openstaat voor het transcendente en de kracht om de beperkingen en tegenstrijdigheden waaraan de rede ten onder kan gaan, welkom te heten. Het geloof sluit haar ogen niet, zelfs niet voor de ondraaglijke vragen die voortkomen uit de aanwezigheid van het kwaad in het leven en de geschiedenis, om het licht van de hoop uit het Paasmysterie van Christus voort te brengen.

De ontmoeting tussen geloof en rede voedt ook de toewijding van de christengemeenschap op het gebied van onderwijs en cultuur. De instanties van vorming en onderzoek – scholen en universiteiten – nemen hierin een bijzondere plaats in. Waar menselijke intelligentie wordt ontwikkeld en onderwezen draagt de Kerk graag haar ervaring bij aan de integrale vorming van een persoon. In dit verband dient er speciale zorg te zijn voor katholieke scholen en voor katholieke universiteiten waarin de openheid naar het transcendente, die toebehoort aan elke authentieke culturele en educatieve richting, moet worden vervuld in manieren om de gebeurtenis van Jezus Christus en Zijn Kerk te ontmoeten. Moge de dankbaarheid van de bisschoppen allen bereiken die hierin, soms in moeilijke omstandigheden, betrokken zijn.

Evangelisatie vereist dat we veel aandacht besteden aan de wereld van de sociale communicatie, in het bijzonder de nieuwe media, waarin vele levens, vragen en verwachtingen samenkomen. Het is de plek waar het geweten vaak gevormd wordt, waar mensen hun tijd doorbrengen en hun levens leiden. Het is een nieuwe kans om het menselijk hart te raken.

Een bijzondere arena voor de ontmoeting tussen geloof en reden is tegenwordig de dialoog met de wetenschap. Die staat helemaal niet ver van het geloof af, omdat het het geestelijke principe laat zien dat God in Zijn schepsels plaatste. Het laat ons de rationele structuren zien waarop de schepping gebasseerd is. Wanneer wetenschap en technologie er niet op uit zijn om de mensheid en de wereld gevangen te zetten in een dor materialisme worden zij een onvervangbare bondgenoot om het leven menselijker te maken. Onze dank gaat ook uit naar hen die betrokken zijn bij dit gevoelige gebied van kennis.

We willen ook de mannen en vrouwen bedanken die zich bezighouden met een andere uitdrukking van de menselijke geest, de kunst in haar verschillende vormen, van de oudste tot de meest recente. In kunstwerken herkennen we een bijzonder betekenisvolle manier van uitdrukken van geestelijkheid, voorzover zij ernaar streven de menselijke aantrekking tot schoonheid vorm te geven. Wij zijn dankbaar wanneer kunstenaars door hun prachtige creaties de schoonheid van het gelaat van God en dat van Zijn schepselen naar buiten brengt.

Naast de wereld van de kunst, richt alle mesnelijke activiteit onze aandacht als een kans waarin we meewerken met de goddelijke schepping door ons werk. We willen de wereld van de economie en het werk een aantal punten in herinnering brengen die voortkomen uit het Evangelie: om het werk los te maken van omstandigheden die het vaak een ondraaglijke last maken en een onzeker toekomst bedreigd door werkeloosheid onder jongeren, om de menselijke persoon in het hart van de economische ontwikkeling te plaatsen, om deze ontwikkeling te zien als een kans voor de mensheid om te groeien in rechtvaardigheid en eenheid. De mensheid veranderd de wereld door werk. Desondanks is hij geroepen tot bescherming van de integriteit van de schepping vanuit een verantwoordelijkheidsgevoel tegenover toekomstige generaties.

Het Evangelie werpt ook een licht op het lijden door ziekte. Christenen moeten zorg dragen dat de zieken ervaren dat de Kerk personen met een ziekte of handicap nabij is. Christenen dienen allen die professioneel en menselijk voor hen zorgen dankbaar zijn.

Een gebied waarin het licht van het Evangelie kan en moet schijnen om de weg van de mensheid te verlicht is de politiek. Politiek vereist een toewijding van onzelfzuchtige en ware zorg voor het algemeen welzijn door de waardigheid van de mens, van de conceptie tot een natuurlijk einde, volledig te respecteren, het gezin als gesticht door het huwelijk tussen een man en vrouw te eren en academische vrijheid te beschermen; door de oorzaken van onrecht,ongelijkheid, discriminatie, geweld, racisme, honger en oorlog weg te nemen. Christenen zijn geroepen om een helder getuigenis te geven van de voorwaarde van de liefde in het uitoefenen van politiek.

Als laatste beschowt de Kerk de andere religies als haar natuurlijke dialoogpartners. Men wordt bekeerd doordat men overtuigd is van de waarheid van Christus, niet omdat men tegen elkaar is. Het Evangelie van Jezus is vrede en vreugde, en zijn leerlingen erkennen graag wat waar en goed is in wat religieuze geest van de mens heeft kunnen onderscheiden in de door God geschapen wereld en dat wordt uitgedrukt in  de verschillende godsdiensten.

De dialoog tussen godsdiensten wil een bijdrage aan de vrede zijn. Het wijst alle fundamentalisme af en veroordeelt elk geweld dat gelovigen wordt aangedaan als een ernstige overtreding van de mensenrechten. De Kerken van de hele wereld zijn verenigd in gebed en broederschap met de lijdende broeders en vragen hen die  verantwoordelijk zijn voor het lot van de volkeren om ieder’s recht om te vrijelijk zijn geloof te kiezen, belijden en getuigen te beschermen.

11. Het Tweede Vaticaans Concilie herdenken en verwijzen naar de Katechismus van de Katholieke Kerk in het Jaar van het Geloof

Op de weg die geopend word door de nieuwe evangelisatie zullen we ons wellicht voelen alsof we in een woestijn zijn, temidden van gevaren en zonder referentiekaders. De Heilige Vader Benedictus XVI sprak in zijn homilie in de Mis voor de opening van het Jaar van het Geloof van een “geestelijke “woestijnvorming”” die in de afgelopen decennia is toegenomen. Maar hij moedigde ons ook aan door te bevestigen dat “door te beginnen met de ervaring van deze woestijn, deze leegte, kunnen we opnieuw de vreugde van geloven, het levensbelang ervan voor ons, mannen en vrouwen, ontdekken. In de woestijn herontdekken we de waarde van wat van essentieel belang voor het leven is” (Homilie in de Eucharistieviering voor de opening van het Jaar van het Geloof, Rome, 11 oktober 2012). In de woestijn zoeken we, net als de Samaritaanse vrouw, water en een put waaruit we kunnen drinken: zalig degene die daar Christus ontmoet!

We danken de heilige vader voor de gift van het Jaar van het Geloof, een uitmuntende deur naar de weg van de nieuwe evangelisatie. We danken hem ook voor de verbintenis van dit jaar met de dankbare herdenking van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie, vijftig jaar geleden. Het fundamentele leerambt hiervan voor onze tijd schijnt door in de Katechismus van de Katholieke Kerk, dat wederom wordt gepresenteerd als een zekere referentie voor het geloof, twintig jaar na de publicatie ervan. Dit zijn belangrijke herdenkingen die ons in staat stellen onze trouwe naleving van de leer van het Concilie en onze vaste toewijding om de toepassing ervan uit te voeren te herbevestigen.

12. Het mysterie overwegen aan aan de zijde van de armen staan

In dit verband willen we aan alle gelovigen twee uitdrukkingsvormen van het geloofsleven aanwijzen die ons bijzonder belangrijk lijken om in de nieuwe evangelisatie van te getuigen.

Het eerste bestaat uit de gave en ervaring van de bezinning. Een getuigenis die de werteld geloofwaardig zal beschouwen kan alleen voortkomen uit een liefhebbende blik op het mysterie van God, Vader, Zoon en Heilige Geest, alleen uit de diepe stilte die het unieke verlossende Woord in haar schoot ontvangt. Alleen deze gebedsvolle stilte kan voorkomen dat het woord van de verlossing verloren raakt in de vele geluiden die de wereld overspoelen.

We richten nu een woord van dank tot alle mannen en vrouwen die hun leven wijden aan gebed en bezinning in kloosters en kluizen Bezinningsmomenten moeten het dagelijkse leven van mensen doorweven: ruimte in de ziel, maar ook tastbaar, die ons aan God herinneren; innerlijke heilige ruimtes en tempels van steen die, als kruispnten, voorkomen dat wij onszelf verliezen in een vloed van ervaringen; kansen waarin we ons allen geaccepteerd kunnen voelen, zelfs degenen die nauwelijks weten wat en wie zij zoeken.

Het andere teken van de authenticiteit van de nieuwe evangelisatie heeft het gelaat van de armen. Degene die door het leven gewond zijn nabij zijn is niet slechts een maatschappelijk handeling, maar met name een geestelijke, want het gelaat van Christus is zichtbaar in dat van de armen: “Wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan” (Matt. 25:40).

We moeten de belangrijke plaats van de armen in onze gemeenschappen, een plaats die andere niet uitsluit maar wil aangeven hoe Jezus zich aan hen verbond, erkennen. De aanwezigheid van de armen in onze gemeenschappen is op mysterieuze wijze krachtig: het verandert personenen meer dan een verhandeling kan, het leert ons trouw, het laat ons de kwetsbaarheid van het leven zien, het vraagt om gebed: samengevat, het brengt ons tot Christus.

Het gebaar van de liefdadigheid moet aan de andere kant ook samengaan met een toewijding aan het recht, met een beroep op allen, arm en rijk. Daarom is de sociale leer van de Kerk van groot belang voor de wegen van de nieuwe evangelisatie, evenals voor de vorming van christenen, om de menselijke gemeenschap ten dienste te zijn in het maatschappelijk en politiek leven.

13. Aan de Kerken in de verschillende delen van wereld

De visie van de bisschoppen bijeen in de synodale vergadering omvat alle kerkelijke gemeenschappen over de hele wereld. Hun visie wil totaal zijn, omdat de oproep Christus te ontmoeten één is, met diversiteit in het achterhoofd.

De Bisschoppen bijeen in de Synode hebben bijzonder rekening gehouden, in broederlijke liefde en dankbaarheid, met u, christenen van de Katholieke Kerken van het Oosten, erfgenamen van de eerste evangelisatiegolf – bewaard in liefde en trouw – en de Kerken aanwezig in Oost-Europa. Het Evangelie komt nu wederom tot u in een nieuwe evangelisatie door middel van het liturgisch leven, catechese, dagelijks gebed in het gezin, vasten, solidariteit onder gezinnen, de deelname van leken aan het leven van gemeenschappen en in dialoog met de maatschappij. Op veel plekken bevinden uw Kerken zich temidden van beproevingen en zorgen waardoor zij getuigen van hun deelname aan het lijden van Christus. Een deel van de gelovigen is gedwongen te emigreren. Hun eenheid met hun oorspronkelijke gemeenschap in stand houdend kunnen zij bijdragen aan de pastorale zorg en de evangelisatie in de landen die hen hebben opgevangen. Moge de Heer uw trouw bleven zegenen. Moge jullie toekomst zijn getekend met de serene getuigenis en praxis van uw geloof en vrijheid en geloofsvrijheid.

We denken aan u christenen, mannen en vrouwen, die leven in de landen van Afrika en wij drukken onze dankbaarheid uit voor uw getuigenis van het Evangelie in vaak moeilijke omstandigheden. Wij manen u de evangelisatie die u in recente tijden heeft ontvangen te doen heropleven, om de Kerk als familie van God op te bouwen, om de identiteit van het gezin te versterken, de toewijding van priesters en catechisten te ondersteunen, met name in de kleine christelijke gemeenschappen. We herbevestigen de noodzaak om de ontmoeting tussen het Evangelie en oude en nieuwe culturen te ontwikkelen. Grote verwachting is er voor en een sterk beroep wordt gedaan aan de wereld van de politiek en aan de regeringen van de verschillende Afrikaanse landen, zodat, in samenwerking met alle mensen van goede wil, de fundamentele mensenrechten mogen worden bevorderd en het werelddeel bevrijd wordt van geweld en conflicten die het nog steeds teisteren.

De bisschoppen van de Synodale Vergadering nodigen u, christenen van Noord-Amerika, uit om met vreugde de oproep tot een nieuwe evangelisatie te beantwoorden, en bezien in dankbaarheid hoe uw jonge christelijke gemeenschappen uitbundig vruchten heeft voortgebracht van geloof, liefdadigheid en missie. U moet de vele uitdrukkingen van de huidige cultuur in de landen van uw wereld herkennen, die tegenwoordig zo ver van het Evangelie afstaan. Bekering is nodig, waaruit een toewijding voortkomt die u niet uit uw cultuur haalt, maar daarin het licht van het geloof en de kracht van het leven verspreidt. Nu u in uw uitgebreide landen nieuwe groepen van immigranten en vluchtelingen ontvangt, moge u bereid zijn de deuren van uw huizen open te zetten voor het geloof. Trouw aan de verplichtingen  aangegaan tijdens de synodale Vergadering voor Amerika, wees één met Latijns-Amerika in de voortgaande evangelisatie van het werelddeel dat u deelt.

De synodale vergadering drukt hetzelfde gevoel van dankbaarheid uit aan de Kerk in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Bijzonder opvallend in de loop van de geschiedenis is de ontwikkeling, in uw landen, van vormen van volksgeloof die nog steeds een vaste plaats innemen in de harten van vele mensen, van liefdadig dienstwerk en van dialoog met de culturen. Nu, tegenover vele moderne uitdagingen, wordt de Kerk in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied aangemoedigd om in een blijvende staat van missie te leven, het Evangelie te verkondigen met hoop en vreugde, gemeenschappen te vormen van ware missionaire leerlingen van Jezus Christus, en in de toewijding van haar zonen en dochters te laten zien hoe het Evangelie de bron kan zijn van een nieuwe, rechtvaardige en broederlijke maatschappij. Religieus pluralisme is ook een beproeving voor uw Kerken en vereist een nieuwe verkondiging van het Evangelie.

Aan u, christenen van Azië, bieden we ook een woord van bemoediging en aanmoediging. Als een kleine minderheid in een werelddeel dat bijna tweederde an de wereldbevolking huisvest is uw aanwezigheid een vruchtbaar zaad dat toevertrouwd is aan de kracht van de Geest, dat groeit in dialoog met de verschillende culturen, met de oude godsiensten en de ontelbare armen. Hoewel vaak verworpen door de maatschappij en op vele plaatsen ook vervolgd is de Kerk in Azië, met haar sterke geloof, een kostbare aanwezigheid van het Evangelie van Christus dat rechtvaardigheid, leven en harmonie verkondigt. Christenen van Azië, voel de broederlijke nabijheid van de christenen uit andere landen van de wereld die niet kunnen vergeten dat Jezus werd geboren, is gestoren en uit de doden is verrezen in uw werelddeel – in het Heilige Land.

De bisschoppen richten een woord van dank en hoop aan de Kerken van het Europese werelddeel, vandaag de dag gedeeltelijk getekend door een sterke – soms zelfs aggressieve – secularisatie, en gedeeltelijk nog steeds gewond door vele decennia van regimes met ideologieën die God en de mens vijandig waren. We kijken dankbaar terug op het verleden, mar ook naar het heden, waarin het Evangelie unieke theologieën en geloofservaringen heeft geschapen – vaak vol van heiligheid – die bepalend zijn geweest voor de evangelisatie van de hele wereld: een rijkdom aan theologisch denken, een veelheid aan charismatische uitdrukkingsvormen, verschillende vormen van liefdadigheid aan de armen, diepgaande contemplatieve ervaringen, de creatie van een humanistische cultuur die heeft bijgedragen aan het bepalen van de waardigheid van de persoon en de vorming van het algemeen welzijn. Moge de huidige moeilijkheden u niet teneerslaan, christenen van Europa: moge u deze in plaats daarvan beschouwen als een uitdaging die overwonnen moet worden en als een gelegenheid voor een vreugdevoller en levendiger verkondiging van Christus en Zijn Evangelie van het leven.

Als laatste groeten de bisschoppen van de synodale vergadering de bevolking van Oceanië die leven onder de bescherming van het Zuiderkruis. Zij danken hen voor hun getuigenis van het Evangelie van Jezus. Ons gebed voor u is dat u een diepgaande dorst naar nieuw leven mag ervaren, zoals de Samaritaanse vrouw bij de put, en dat u het woord van Jezus mag horen, die zegt: “Als u de gave van God kende” (Joh. 4:10). Moge u steeds sterker de toewijding ervaren om het Evangelie te verkondigen en om Jezus bekend te maken in de moderne wereld. Wij roepen u op Hem in uw dagelijks leven te ontmoeten, naar Hem te luisteren, en om door gebed en meditatie de genade te ontdekken om te zeggen: “Dit is werkelijk de redder van de
wereld” (Joh. 4:42).

14. De ster van Maria verlicht de woestijn

Aan het einde gekomen van deze ervairng van eenheid met bisschoppen van over de hele wereld en van samenwerking met het dienstwerk van de Opvolger van Petrus, horen we in ons het ware gebod van Jezus aan Zijn leerlingen weerklinken: “Ga, en maak alle volkeren tot leerling [...] Weet wel, Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld”  (Matt. 28:19, 20). Deze keer is de missie niet gericht op één geografisch gebied, maar op de verborgen diepten van de harten van onze tijdgenoten, om hen terug te brengen naar de ontmoeting met Jezus, de Levende die zichzelf aanwezig maakt in onze gemeenschappen.

Deze aanwezigheid vervult ons hart met vreugde. Dankbaar voor de gaven die wij in deze dagen van Hem ontvingen, heffen we de lofzang tot Hem: “Met heel mijn hart roem ik de Heer [...] grote dingen heeft de Machtige met mij gedaan” (Luc. 1:46,49). Wij maken Maria’s woorden de onze: de Heer heeft in alle eeuwen en in verschillende delen van de wereld zeker grote dingen voor Zijn Kerk gedaan, en we roemen Hem, zeker dat Hij op onze armoede zal neerzien om de kracht van Zijn arm in onze dagen te laten zien en om ons te steunen op de weg van de nieuwe evangelisatie.

De persoon van Maria wijst ons de weg. Ons werk, zoals Paus Benedictus XVI ons vertelde, kan een weg door de woestijn lijken; we weten dat we op weg moeten, met alleen het essentiële bij ons: het gezelschap van Jezus, de waarheid van Zijn woord, het Eucharistisch broord dat ons voedt, de broederschap van kerkelijke eenheid, de impuls van de liefde. Het water uit de put zet de woestijn in bloei. Zoals sterren helderder in de woestijnnacht, zo schijnt het licht van Maria, Ster van de nieuwe evangelisatie, helder in de hemel boven onze weg. Aan haar vertrouwen we ons vol vertrouwen toe.