Beste jonge vrienden,

Ik heb veel aan jullie gedacht in deze tijd dat we van elkaar gescheiden waren. Ik hoop dat jullie ondanks het weer wat hebben kunnen slapen. Ik weet zeker dat jullie, sinds het ochtendgloren, meer dan eens jullie ogen hebben opgeslagen, en niet alleen jullie ogen maar vooral jullie harten, en van deze gelegenheid een gebed hebben gemaakt. God keert alles ten goede. Laten we met deze zekerheid en het vertrouwen in de Heer die ons nooit verlaat, onze Eucharistieviering beginnen, vol enthousiasme en standvastig in ons geloof.

———————————-

Beste jonge mensen,

In deze viering van de Eucharistie hebben we het hoogtepunt van deze Wereldjongerendag bereikt. Jullie hier te zien, samengekomen in zulke grote getale vanuit alle delen van de wereld, vult mijn hart met vreugde. Ik denk aan de speciale liefde waarme Jezus naar jullie kijkt. Ja, de Heer houdt van jullie en noemt jullie zijn vrienden (vg. Joh. 15:15). Hij gaat er op uit om jullie te ontmoeten en hij wil jullie vergezellen op jullie reis, om een deur te openen naar een leven van vervulling en jullie een deel te geven van zijn eigen nabijheid tot de Vader. Van onze kant hebben we de grootsheid van zijn liefde leren kennen en we willen vrijgeving antwoorden op zijn liefde door de vreugde die we hebben ontvangen met anderen te delen. Zeker, er zijn vandaag de dag vele mensen die zich aangetrokken voelen door de figuur van Christus en hem beter willen leren kennen. Ze beseffen dat hij het antwoord is op zo vele van onze diepste zorgen. Maar wie is hij echt? Hoe kan iemand die zo lang geleden op aarde leefde iets gemeen hebben met mij vandaag?

Het Evangelie dat we zojuist hebben gehoord (Matt. 16:13-20) geeft twee verschillende manieren aan om Christus te kennen. De eerste is een onpersoonlijke kennis, gebasseerd op de huidige opinie. Als Jezus vraagt: “Wie is de Mensenzoon volgens de mensen?” antwoorden de leerlingen: “Volgens sommigen Johannes de Doper, volgens anderen Elia, volgens weer anderen Jeremia of een van de profeten”. Met andere woorden, Christus wordt gezien als slechts weer een religieus figuur, net als degenen die voor hem kwamen. Dan richt Jezus zich tot de leerlingen en vraagt hen: “En jullie, wie ben Ik volgens jullie?” Petrus reageert met wat de eerste geloofsbelijdenis is: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God”. Geloof is meer dan alleen maar empirische of historische feiten; het is het kunnen begrijpen van het mysterie van de persoon van Christus in alle diepgang.

Maar geloof is niet het gevolg van mensenwerk, of menselijk denken, maar in plaats daarvan een gave van God: “Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel”. Geloof begint met God, die zijn hart voor ons opent en ons uitnodigt te delen in zijn goddelijk leven. Geloof geeft niet alleen maar informatie over wie Christus is; het houdt veel meer een persoonlijke relatie met Christus in, een overgave van onze gehele persoon, met al ons begrip, onze wil en onze gevoelens, aan de zelf-openbaring van God. Dus de vraag van Jezus – “wie ben Ik volgens jullie?” – is uiteindelijk een uitdaging aan de leerlingen om een persoonlijke keuze te maken op dit gebied. Geloof in Christus en het leerlingschap zijn onderling innig verbonden.

En, sinds geloof het volgen van de Meester inhoudt, moet het steeds sterker, dieper en volwassener worden, tot zover dat het leidt tot een meer nabije en intense relatie met Jezus. Petrus en de andere leerlingen moesten ook op deze manier groeien, totdat hun ontmoeting met de Verrezen Heer hun ogen opende voor de volheid van het geloof.

Beste jonge mensen, vandaag stelt Christus jullie dezelfde vraag die hij aan de apostelen stelde: “wie ben Ik volgens jullie?”. Antwoord hem met gulheid en moed, zoals jonge harten als die van julie betaamt. Zeg hem: “Jezus, ik weet dat u de Zoon van God bent, die zijn leven voor mij gegeven heeft. Ik wil u trouw volgen en geleid worden door uw woord. U kent mij en houdt van mij. Ik plaats mijn vertrouwen in u en leg mijn hele leven in uw handen. Ik wil dat u de kracht bent die mij steun geeft en de vreugde die mij nooit verlaat”.

Jezus reageert op de belijdenis van Petrus door te spreken over de Kerk: “Ik zeg jou: jij bent Petrus; op die steenrots zal Ik mijn kerk bouwen”. Wat beteken deze woorden? Jezus bouwt zijn Kerk op de rots van het geloof van Petrus, die belijdt dat Christus God is.

De Kerk is dan niet simpelweg een menselijk instituut als elk ander. In plaats daarvan is ze nauw verbonden met God. Christus zelf spreekt over haar als “zijn” Kerk. Christus kan niet gescheiden worden van de Kerk, net zomin als het hoofd gescheiden kan worden van het lichaam (vg. 1 Kor. 12:12). De Kerk ontvangt haar leven niet van zichzelf, maar van de Heer.

Beste jonge vrienden, laat mij jullie, als de Opvolger van Petrus, aanmoedigen dit geloof dat ons is doorgegeven vanaf de tijd van de apostelen, te sterken. Maak Christus, de Zoon van God, het centrum van jullie leven. Maar laat me jullie ook herinneren dat het volgen van Jezus in geloof ook betekent dat je aan zijn zijde loopt in de communie van de Kerk. We kunnen Jezus niet in ons eentje volgen. Iedereen die geneigd is dat “op zichzelf” te doen, of het geloofsleven te benaderen met het soort individualisme dat tegenwoordig zo alom aanwezig is, loopt het risico Christus nooit werkelijk te ontmoeten, of uiteindelijk een namaak-Jezus te volgen.

Geloof hebben betekent steun hebben aan het geloof van je broeders en zusters, zoals jouw geloof een steun is voor het geloof van anderen. Ik vraag jullie, beste vrienden, om de Kerk lief te hebben waarin je in geloof geboren bent, die je heeft geholpen om te groeien in het kennen van Christus en die je de schoonheid van zijn liefde heeft laten ontdekken. Groeien in vriendschap met Christus betekent automatisch het herkennen van het belang van vreugdevolle deelname aan het leven van jullie parochies, gemeenschappen en bewegingen, evenals als het vieren van de Zondagsmis, veelvuldig ontvangen van het sacrament van Verzoening, en het onderhouden van persoonlijk gebed en bezinning op het woord van God.

Vriendschap met Jezus zal je er ook toe brengen van je geloof te getuigen, waar je ook bent, zelfs tegenover afwijzing of onverschilligheid. We kunnen Jezus niet ontmoeten en hem dan niet aan anderen kenbaar maken. Houdt Christus dus niet voor jezelf! Deel met anderen de vreugde van je geloof. De wereld heeft de getuigenis van jullie geloof nodig, het heeft zeker God nodig. Ik denk dat de aanwezigheid van zoveel jongen mensen, afkomstig van over de hele wereld, een prachtig bewijs is van de vruchtbaarheid van het gebod van Christus aan de Kerk: “Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen” (Marcus 16:15). Ook jullie hebben de buitengewone taak gekregen om leerlingen en missionarissen van Christus te zijn in andere landen vol met jonge mensen die op zoek zijn naar iets groters en, omdat hun harten hen zeggen dat er authentiekere waarden bestaan, laten zij zich niet verleiden door de lege beloftes van een levensstijl waarin er geen ruimte is voor God.

Beste jonge mensen, ik bid voor jullie met hartelijke liefde. Ik beveel jullie allen aan bij de Maagd Maria en ik vraag haar om jullie altijd te vergezellen door middel van haar moederlijke voorspraak en jullie te leren hoe trouw te blijven aan het woord van God. Ik vraag jullie te bidden voor de paus, zodat hij, als de Opvolger van Petrus, steeds zijn broeders en zusters mag bevestigen in het geloof. Mogen allen van ons in de Kerk, pastores and gelovigen, iedere dag nader tot de Heer komen. Mogen wij groeien in heiligheid in ons leven en effectieve getuigen zijn van de waarheid dat Jezus Christus inderdaad de Zoon van God is, de Verlosser van de mensheid en de levende bron van onze hoop. Amen.