Beste broeders en zusters,

Paus Benedictus XVI heeft mij, als zijn afgevaardigde naar het 50e Internationale Eucharistische Congres in Dublin, gevraagd om naar Lough Derg te gaan en de vergeving van God te vragen voor de keren dat geestelijken kinderen seksueel hebben misbruikt, niet alleen in Ierland, maar overal in de Kerk.

Lough Derg in Ierland is het symbool van bekering, boete en geestelijke vernieuwing. Vele mensen komen hier om te bidden, te vasten en zich te verontschuldigen voor hun zonden. Volgens een lange traditie volgen zij in de voetstappen van de Heilige Patrick, die het land in de vijfde eeuw bekeerde.

Ik kom hier met de specifieke bedoeling om vergeving te zoeken, van God en van de slachtoffers, voor de zware zonde van seksueel misbruik van kinderen door geestelijken. In de loop van de afgelopen decennia hebben we geleerd hoeveel schade en wanhoop dit misbruik heeft berokkent aan duizenden slachtoffers. We hebben ook geleerd dat de reactie van bepaalde kerkelijke autoriteiten op deze misdaden vaak ontoereikend en niet efficiënt genoeg was om de misdaden te stoppen, ondanks de duidelijke aanwijzingen in het kerkelijk wetboek.

Names de Kerk, bied ik wederom excuses aan aan de slachtoffers, waarvan ik sommigen hier in Lough Derg heb ontmoet.

Ik herhaal hier wat de heilige vader tot de slachtoffers zei in zijn Brief aan de Katholieken van Ierland: “Het is begrijpelijk dat u het moeilijk vindt om te vergeven of verzoend te worden met de Kerk. In haar naam druk ik openlijk de schaamte en het berouw uit dat we allemaal voelen. Tegelijkertijd vraag ik u niet de hoop te verliezen. In de gemeenschap van de Kerk ontmoeten we de persoon van Jezus Christus, die zelf slachtoffer was van onrecht en zonde.”

Beste broeders en zusters, in het Evangelie van vandaag vertelt Jezus Zijn apostelen: “Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout krachteloos wordt, waar moet je het dan mee zouten? Het deugt alleen nog maar om weggegooid en door de mensen vertrapt te worden.”

Het drama van het seksuele misbruik van minderjarigen door christenen, in het bijzonder als dit gebeurt door leden van de geestelijkheid, is een bron van grote schaamte en enorme schande. Het is een zonde waar Christus zich zelf tegen heeft uitgesproken: “Hij kan beter met een molensteen om zijn nek in zee gegooid worden dan dat hij een van deze kleinen ten val brengt” (Luc. 17:2).

Als leden van de Kerk moeten wij de moed hebben om nederig om Gods vergiffenis te vragen, evenals om de vergeving van hen de verwond zijn: we moeten hen nabij blijven op hun lijdensweg, op elke mogelijke manier proberen hen te genezen en hun wonden te verbinden naar het voorbeeld van de Barmhartige Samaritaan.

Vanuit de context van het Internationaal Eucharistsch Congres, herbevestig ik de toewijding van de Katholieke Kerk om een veilige omgeving voor kinderen te scheppen, en we bidden dat een nieuwe cultuur van respect, integriteit en christelijke liefde onder ons zal overwinnen en de hele maatschappij zal doordringen.

Moge de voorspraak van de Heilige Maagd Maria en alle heiligen ons helpen het kwaad van seksueel misbruik uit te roeien en ons bevrijden voor een diepgaande en blijvende vernieuwing van de hele Kerk.

We zijn hier om tot God te bidden met dezelfde woorden uit de Belijdenissen van de Heilige Augustinus: “U hebt mij genood en geroepen en mijn doofheid verbroken, U hebt geblonken en geschitterd en mijn blindheid verdreven, U hebt liefelijke geur verspreid en ik snoof die in en hijg nu naar U, ik heb geproefd en nu honger en dorst ik, U hebt mij aangeraakt en ik ben ontbrand naar Uw vrede” (Boek 10, 27).

Een ware bekering kan alleen plaatsvinden door middel van een herstelde, diepgaande en persoonlijke relatie met Christus, die wij aanroepen voor de hele Kerk, zoals het gebed van de Heilige Patrick, de apostel van het geloof in dit land, ons in herinnering brengt:

Christus wees met mij, Christus wees in mij,

Christus achter mij, Christus voor mij,

Christus naast mij, Christus om mij te winnen,

Christus om mij te troosten en te herstellen.

Amen.