1. Europe moet geëvangeliseerd worden. Het heeft het nodig. Twee Bijzondere Vergaderingen van de Bisschoppensynode zijn al gewijd geweest aan Europa. De eerste na de val van de Berlijnse Muur, in een sfeer van enthousiasme. De tweede in 1999, aan de vooravond van het Grote Jubeljaar. De vruchten van die laatste zijn samengevat in de Apostolische Exhortatie “Ecclesia in Europa” van de Zalige Johannes Paulus II. Ondertussen zijn er dertien jaar voorbij gegaan. Is waarop werd gehoopt werkelijkheid geworden? Zijn de problemen opgelost of, het tegenovergestelde, erger geworden?

2. Eén van de zorgwekkende punten die de grote paus noemde was “het verlies van het christelijke geheugen en erfgoed in Europa” (Ecclesia in Europa, 7). Dit proces is in de afgelopen jaren nog zichtbaarder geworden. Ondanks vele vreugdevolle ervaringen is er in het grootste deel van het continent een groei van onwetendheid over het christelijk geloof. Een groot deel van de massamedia verspreidt een beeld van het christelijk geloof dat vol is van leugens en het publiek onjuist informeert over de inhoud van ons geloof, evenals de werkelijkheid van de Kerk. Zelfs onze catechese, vooral waar het verbonden is aan instanties van de staat, laten vele beperkingen zien. Een aantal jaren geleden deed de Europese Raad van Bisschoppenconferenties in alle landen van het continent onderzoek naar de juridische, statistische, kerkelijke en culturele staat van het geloofsonderwijs. De resultaten laten zien dat het in de openbare scholen van vele landen mogelijk is om onderwijs te krijgen over religie of religies, maar niet over de katholieke religie. Zulk geloofsonderwijs, zogenaamd neutraal, leidt veeleer tot onderwijs in syncretisme of onverschilligheid.

3. Ontkerstening gaat samen met herhaaldelijke juridische, en ook fysieke, aanvallen tegen de zichtbare aanwezigheid van geloofsuitingen. Onder de zorgwekkende tekenen van systematische vijandigheid noemt het Europese  Observatorium voor Christofoben vele gevallen van discriminatie en geweld tegen christenen in bijna alle Europese landen. Het komt vaak voor dat zelfs het gerecht weigeren de christelijke slachtoffers van deze aanvallen te helpen. De grote meerderheid van gevallen van geweld en discriminatie vanwege religieus geloof worden gepleegd tegen christenen, in het bijzonder katholieken, in Europa.

4. Ontkerstening is niet slechts een automatisch proces. Kon de Apostolische Exhortatie “Ecclesia in Europa” nog “met tevredenheid alles dat gedaan is om de voorwaarden te bewaren voor en manieren van het respecteren van mensenrechten” (no. 12) noemen, vandaag moeten we met zorg de opkomst erkennen van zogeheten “mensenrechten van de derde en vierde generatie”. Deze hebben niet langer een duidelijke band met het menselijke en christelijke beeld van de wereld, noch met de objectieve moraliteit zoals uitgedrukt in de natuurwet. Hun basis is zo alleen menselijk-positief, alsof de mens met zijn eigen meningen en verlangen onafhankelijk is, zelfs in verhouding tot de werkelijkheid zelf.

Het verlies van “het christelijk geheugen van Europa” gaat hand in hand met de anthropologische veranderingen die het gevolg zijn van een audiovisuele cultuur, maar die duidelijke concepten en logische redenatie verzwakt.

5. Dit proces houdt een groot risico in, zelfs voor de burgermaatschappij. “Ecclesia in Europa” (no. 12) erkent dat  de “aandacht voor de rechten” een positief Europees fenomeen is. Helaas moeten we opmerken dat de staat van de wet in de laatste jaren in veel landen is verzwakt. De financiële crisis in het bijzonder heeft ertoe geleidt dat politici drastische maatregelen nemen tegen de wil van hun eigen kiezers. Mensen zijn vaak van mening dat de traditionele democratie haar betekenis verliest.

We zien ook tekenen van een illusie die beweert dat het mogelijk is om de maatschappij te besturen door middel van de massamedia en de economie, daarbij wet en moraliteit volledig afwijsend.

6. Door de demografische afname en de veroudering van de populatie – een fenomeen dat de CCEE twee jaar geleden onderzocht – en vanwege de economische crisis en de verzwakking van de culturele en religieuze identiteit, is de bevolking van Europa dorstig en hongerig naar hoop.

De Wereldjongerendagen van Keulen en Madrid, en de pastorale bezoeken van de Heilige Vader aan verschillende landen, vormen een groot teken van hoop en hebben een buitengewoon missionair effect gehad. De massabeweging, de deelname van de massamedia en de grote vieringen hebben de harten van de mensen, bijzonder gevoelig voor deze vorm van communicatie, geraakt. De effecten zijn niet voorbijgaand. Bij deze gelegenheden ontvingen bepaalde deelnemers zelfs hun religieuze of priesterroeping. Zelfs sommige bisschoppen keerden diep geraakt terug van deze ontmoetingen.

De stadsmissies die in vele Europese centra worden georganiseerd hebben deze hoop willen benadrukken. “Wie zal ons het geluk laten zien?” (Ps. 4:7) was het motto van de missie van Parijs. “Er is hoop voor de toekomst” (Jer. 31:17) klonk tijdens de missie in Budapest. Deze missies hadden blijvende reslutaten: naast het contacteren van de niet-gelovige maatschappij, heeft deze ervaring bovenal de parochies geholpen hun roeping tot de missie naar de niet-actieven, maar ook naar de niet-gelovigen, te herontdekken. Afgelopen jaar, toen we - met de hulp van de Pauselijke Raad voor de Nieuwe Evangelisatie – een grote missie in twaalf Europese steden organiseerden, zagen we met vreugde een ondernemende geest in vele parochies. Als antwoord op de gezinscrisis was het zelfs mogelijk om namens de parochie, daartoe opgedragen door de bisschop, bezoeken te brengen aan alle katholieke gezinnen. Vele leken ontvangen nu de vorming voor deze missie.

7. Men kan ook de kostbare rol van een aantal geestelijke bewegingen zien, zoals al genoemd in “Ecclesia in Europa” (no. 15). Zij zijn een ware zegen voor de Kerk, mits zij de postmoderne verleiding weerstaan om tevreden te zijn met specifieke gevoelens en waarnemingen. De actieve aanwezigheid van personen uit andere landen en werelddelen in de missie moedigt vele Europese gelovigen aan.

8. Een ander teken des tijds dat in het bijzonder veelbelovend is in Europa, is de groei van het aantal vrijwilligers in de parochies, vooral voor de liefdadigheid. Gepensioneerden in het bijzonder, tussen de 65 en 75 jaar, laten een ontroerende vrijgevigheid zien en dragen bij aan het versterken van de solidariteit tussen de generaties.

9. Helaas zijn nationale en ethnische spanningen nog altijd aanwezig in Europa. Onopgeloste vraagstukken over de Balkan, de kwetsbare situatie van katholieken in Bosnië, en verschillende conflicten die te maken hebben met het fenomeen van immigratie in West-Europa vereisen een uitgebalanceerde getuigenis en soms geduldig dienstwerk van de kant van de Kerk.

We danken de Goddelijke Voorzienigheid voor de verzoening die in de afgelopen jaren is voortgezet tussen Europese landen, ondanks de eerder genoemde problemen. Aangemoedigd door Zijne Heiligheid Benedictus XVI, konden de bisschoppenconferenties van Slowakije en Hongarije in 2006 een akte van verzoening tekenen. Hun daad kan worden gebruikt als een voorbeeld voor de maatschappij in beide landen. Een andere moedige stap werd slechts een paar maanden geleden bevestigd. De Orthodoxe Patriarch van Moskou en heel Rusland, Kirill, tekende een verzoeningsakte met de president van de Poolse Bisschopenconferentie in Warschau. Hierin bevestigden beiden hun gezamenlijke intentie om de menselijke en christelijke waarden in Europa te verdedigen en aan te nemen.

10. In dit verband kunnen de meest recente oecumenische resultaten worden genoemd. Ondanks het feit dat sommige nieuwe gemeenschappen sterk antikatholiek zijn, en dat andere christelijke instellingen hun identiteit proberen te versterken door de Katholieke Kerk aan te vallen, groeit er een praktische algemene samenwerking tussen de kerken en christelijke gemeenschappen in Europa. Een teken van dit feit is het Katholieke-Orthodoxe Europese Forum dat moderne vragen over moraal en sociale leer behandelt. De ontmoetingen met vertegenwoordigers van alle Orthodoxe Kerken hebben geleid tot een grote overeenstemming over het gezin en het leven, en over de criteria voor de relatie tussen Kerk en staat en de economische crisis. De geest van broederschap en solidariteit groeit zelfs met de Protestantse gemeenschappen in Europa.

11. Daarnaast is er een groeiend bewustzijn van eenheid, van broederschap en ware gemeenschap tussen de katholieke bisschoppen van de Latijnse en Oosterse riten. Daarom vragen wij om het licht van de Heilige Geest voor het werk van deze Synode en voor de gehele nieuwe evangelisatie. Heilige Maria, Moeder van de Kerk, bid voor ons!