Pope in Sweden – the Dutch translations

In this post I have collected my translations of the various homilies and addresses given by Pope Francis during his short visit to Sweden. Perhaps needlessly said, apart from this paragraph, the post will consist of Dutch text.

14918917_10153849375235723_6517291123125650450_o

Homilie tijdens de oecumenische gebedsdienst in Lund:

“”Blijf in mij zoals ik in u” (Joh. 15:4). Deze woorden, uitgesproken door Jezus bij het Laatste Avondmaal, laten ons een blik werpen in het hart van Christus, kort voor Zijn ultieme offer aan het kruis. We kunnen Zijn hart voelen kloppen met liefde voor ons en Zijn verlangen voor eenheid onder allen die in Hem geloven. Hij vertelt ons dat Hij de ware wijnstok is en wij de ranken die, net zoals Hij één is met de Vader, één met Hem moeten zijn, willen we vrucht dragen.

Hier in Lund, tijdens deze gebedsdienst, willen wij ons gezamenlijk verlangen laten zien om één te blijven met Christus, zodat we leven hebben. We vragen Hem: “Heer, help ons in uw genade om dichter met U verenigd te zijn en zo, samen, een effectievere getuigenis te geven van geloof, hoop en liefde.” Dit is ook een moment om God te danken voor het werk van onze vele broeders en zusters van verschillende kerkelijke gemeenschappen die weigerden genoeg te nemen met verdeeldheid, maar in plaats daarvan de hoop op verzoening van allen die in de ene Heer geloven levend hielden.

Als katholieken en Lutheranen zijn we een gezamenlijke weg van verzoening gegaan. Nu, in de context van de herdenking van de Reformatie van 1517, hebben we een nieuwe kans om een gezamenlijke weg te kiezen, één die in de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen in de oecumenische dialoog tussen de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Ook wij kunnen geen genoegen nemen met de verdeeldheid en afstand die onze scheiding tussen ons geschapen heeft. Wij hebben de kans een kritiek moment van onze geschiedenis te repareren door voorbij de controverses en meningsverschillen, die ons er vaak van hebben weerhouden elkaar te begrijpen, te gaan.

Jezus zegt ons dat de Vader de “wijngaardenier” is (vg. vers 1) die de wijnstok verzorgt en snoeit om te zorgen dat die meer vrucht draagt (vg. vers 2). De Vader heeft steeds zorg voor onze relatie met Jezus, om te zien of we werkelijk één met Hem zijn (vg. vers 4). Hij waakt over ons, en Zijn blik van liefde zet ons aan ons het verleden te zuiveren en in het heden te werken om een toekomst van eenheid tot stand te brengen, die Hij zozeer verlangt.

Ook wij moeten met liefde en eerlijkheid naar ons verleden kijken, fouten herkennen en vergeving zoeken, want God alleen is onze rechter. Met dezelfde eerlijkheid en liefde moeten we inzien dat onze verdeeldheid ons scheidt van de oorspronkelijke intuïtie van het volk van God, dat van nature verlangt één te zijn, en dat die verdeeldheid historisch bestendigd werd door de machthebbers van deze wereld, en niet zozeer het gelovige volk, dat altijd en overal met zekerheid en liefde door zijn Goede Herder geleid moet worden. Zeker, er was aan beide zijden een oprechte wil om het ware geloof te belijden en te behouden, maar tegelijkertijd weten we dat we in onszelf zijn opgesloten door angst voor of vooroordeel over het geloof dat anderen met een ander accent en taal belijden. Zoals Paus Johannes Paulus II zei: “We moeten niet toestaan dat wij worden geleid door de intentie onszelf te willen benoemen als rechters van de geschiedenis, maar alleen door de motivatie om beter te willen begrijpen wat er is gebeurd en om boodschappers van de waarheid te worden” (Brief aan Kardinaal Johannes Willebrands, President van het Secretariaat voor de Christelijke Eenheid, 31 oktober 1983). God is de wijngaardenier, die de wijnrank met immense liefde verzorgd en beschermd; laten wij geraakt zijn door Zijn waakzame blik. Het enige dat Hij verlangt is dat wij als levende ranken in Zijn Zoon Jezus blijven. Met deze nieuwe blik op het verleden beweren we niet een onpraktische correctie op wat er gebeurd is te willen realiseren, maar “het verhaal anders te vertellen” (Luthers-Rooms Katholieke Commissie over de Eenheid, Van Conflict naar Eenheid, 17 juni 2013, 16).

Jezus herinnerert ons eraan: “Los van Mij kunnen jullie niets” (vers 5). Hij is degene die ons onderhoudt en ons aanmoedigt manieren te vinden om onze eenheid steeds zichtbaarder te maken. Zeker, ons verdeeldheid is een enorme bron van lijden en onbegrip geweest, maar het heeft ons er ook toe geleid eerlijk te erkennen dat we zonder Hem niets kunnen; zo heeft het ons in staat gesteld bepaalde aspecten van ons geloof beter te begrijpen. Dankbaar erkennen we dat de Reformatie geholpen heeft de Heilige schrift een meer centrale plaats te geven in het leven van de Kerk. Door het gezamenlijk luisteren naar het woord van God in de Schrift zijn er belangrijke stappen voorwaarts gezet in de dialoog tussen de Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie, wiens vijftigste verjaardag we nu vieren. Laten we de Heer vragen dat Zijn woord ons bijeen mag houden, want het is een bron van voeding en leven; zonder de inspiratie van het woord kunnen we niets.

De geestelijk ervaring van Maarten Luther daagt ons uit ons te herinneren dat wij zonder God niets kunnen. “Hoe kan ik een genadige God verkrijgen?” Deze vraag achtervolgde Luther. De vraag van een rechtvaardige relatie met God is in feite de bepalende vraag voor ons leven. Zoals we weten ontmoette Luther die genadige God in het goede nieuws van Jezus, mensgeworden, gestorven en verrezen. Met het concept van sola gratia herinnert hij ons eraan dat God altijd het initiatief neemt, nog voor enige menselijke reactie, zelfs als Hij dat antwoord wil opwekken. De rechtvaardigingsleer drukt zo de essentie van het menselijke bestaan tegenover God uit.

Jezus spreekt voor ons als onze bemiddelaar voor de Vader; Hij vraagt Hem dat Zijn leerlingen één mogen zijn, “zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17:21). Dat geeft ons troost en inspireert ons om één te zijn met Jezus, en daarom te bidden: “Geef ons de gave van eenheid zodat de wereld kan geloven in de kracht van uw barmhartigheid”. Dit is de getuigenis die de wereld van ons verwacht. Wij christenen zullen geloofwaardige getuigen van de barmhartigheid zijn in zoverre dat vergeving, vernieuwing en verzoening dagelijks onder ons worden ervaren. Samen kunnen wij Gods barmhartigheid verkondigen en zichtbaar maken, concreet en met vreugde, door de waardigheid van ieder persoon hoog te houden en te bevorderen. Zonder deze dienst aan en in de wereld is het christelijk geloof onvolledig.

Als Lutheranen en katholieken bidden wij samen in deze kathedraal, in het bewustzijn dat we zonder God niets kunnen. Wij vragen Zijn hulp om levende ledematen te zijn, blijvend in Hem, steeds met behoefte aan Zijn genade, zodat we samen Zijn woord aan de wereld kunnen geven, die zijn tedere liefde en barmhartigheid zo nodig heeft.”

Gezamenlijke verklaring ter gelegenheid van de gezamenlijke Katholiek-Lutheraanse herdenking van de Reformatie:

cwgqncmwgaehs-0

“”Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en Ik, want zoals een rank geen vrucht kan dragen uit eigen kracht, maar alleen als ze verbonden blijft met de wijnstok, zo kunnen ook jullie geen vrucht dragen als je niet met Mij verbonden blijft” (Johannes 15:4).

Met dankbare harten

Met deze Gezamenlijke Verklaring drukken wij vreugdevolle dankbaarheid aan God uit voor dit moment van gezamenlijk gebed in de kathedraal van Lund, aan het begin van het jaar waarin we het vijfhonderdste jubileum van de Reformatie herdenken. Vijftig jaar aanhoudende en vruchtbare oecumenische dialoog tussen katholieken en Lutheranen heeft ons geholpen vele verschillen te overbruggen, en heeft ons wederzijds begrip en vertrouwen versterkt. Tegelijkertijd zijn we dichter tot elkaar gekomen door de gezamenlijke dienst aan onze naasten – vaak in situaties van lijden en vervolging. Door dialoog en gedeelde getuigenis zijn we niet langer vreemden. We hebben veeleer geleerd dat wat ons verenigdt groter is dan wat ons scheidt.

Van conflict naar gemeenschap

Hoewel we ten diepste dankbaar zijn voor de geestelijke en theologische gaven van de Reformatie, belijden en betreuren we voor Christus ook dat Lutheranen en katholieken de zichtbare eenheid van de Kerk hebben beschadigd. Theologische verschillen gingen samen met vooroordelen en conflicten, en religie werd een instrument voor politieke doeleinden. Ons gezamenlijk geloof in Jezus Christus en ons doopsel vereist van ons een dagelijkse bekering, waarmee we de historische meningsverschillen en conflicten die het dienstwerk van de verzoening verhinderden van ons afwerpen. Hoewel het verleden niet verandert kan worden, kan wat er herinnert wordt en hoe het wordt herinnert wel veranderen. Wij bidden voor de genezing van onze wonden en van de herinneringen die ons beeld van de ander blokkeren. We verwerpen nadrukkelijk alle haat en geweld, in het verleden en heden, vooral wanneer uitgevoerd in de naam van religie. Vandaag horen we het gebod van God om alle strijd aan de kant te zetten. We erkennen dat we, bevrijd door genade, voorwaarts gaan naar de eenheid waartoe God ons steeds roept.

Onze toewijding aan gezamenlijke getuigenis

Nu we die periode in de geschiedenis als een last achter ons laten, beloven wij plechtig samen te getuigen van Gods barmhartige genade, zichtbaar in de gekruisigde en verrezen Christus. In het bewustzijn dat de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden onze getuigenis van het Evangelie vorm geeft, wijden wij ons toe aan de verdere groei van gemeenschap, geworteld in het doopsel, terwijl we proberen de overblijvende obstakels die volledige eenheid nog verhinderen te verwijderen. Christus verlangt dat we één zijn, zodat de wereld kan geloven (vg. Joh. 17:21).

Vele leden van onze gemeenschappen verlangen ernaar de Eucharistie aan één tafel te ontvangen als een concrete uitdrukking van volledige eenheid. Wij ervaren de pijn van degenen die hun hele leven delen, behalve de verlossende aanwezigheid van God aan de Eucharistische tafel. Wij erkennen onze gezamenlijke pastorale verantwoordelijkheid om een antwoord te geven op de geestelijke dorst en honger van onze mensen om één te zijn in Christus. Wij verlangen ernaar dat deze wond in het Lichaam van Christus zal genezen. Dit is het doel van onze oecumenische inspanningen, die we willen bevorderen, ook door onze toewijding aan de theologische dialoog te hernieuwen

We bidden tot God dat katholieken en Lutheranen samen zullen kunnen getuigen van het Evangelie van Jezus Christus, en de mensheid uitnodigen het goede nieuws van Gods verlossende handelen te horen en ontvangen. We bidden tot God om inspiratie, aanmoediging en kracht zodat we naast elkaar kunnen staan in het dienstwerk, de menselijke waardigheid en rechten hooghouden, met name van de armen, werken voor gerechtigheid en alle vormen van geweld afwijzen. God roept ons op allen die verlangen naar waardigheid, gerechtigheid, vrede en verzoening nabij te zijn. Vandaag in het bijzonder verheffen we onze stemmen voor een einde aan het geweld en extremisme dat zo vele landen en gemeenschappen, en talloze zusters en broeders in Christus, treft. We sporen Lutheranen en katholieken aan om samen te werken in het ontvangen van de vreemde, degenen die gedwongen zijn te vluchten vanwege oorlog of vervolging te hulp te komen, en de rechten van vluchtelingen en asielzoekers te verdedigen.

Meer dan ooit beseffen we dat ons gezamenlijk dienstwerk in deze wereld moet reiken tot aan Gods scheppen, die lijdt onder uitbuitingen en de gevolgen van onverzadelijke hebzucht. We erkennen het recht van toekomstige generaties om te genieten van Gods wereld in al haar potentieel en schoonheid. We bidden voor een omslag in harten en hoofden die leidt tot een liefdevolle en verantwoordelijke zorg voor de schepping.

Eén in Christus

Op deze gunstige gelegenheid drukken wij onze dankbaarheid uit aan onze broeders en zusters die de verschillende christelijke wereldgemeenschappen en broederschappen vertegenwoordigen die hier aanwezig zijn en zich aansluiten bij ons gebed. Nu we ons opnieuw toewijden aan de beweging van conflict naar gemeenschap, doen we dat als ledematen van het ene Lichaam van Christus, waarin we door het doopsel zijn opgenomen. We nodigen onze oecumenische partners uit ons aan onze verplichtingen te herinneren en ons te bemoedigen. We vragen hen voor ons te blijven bidden, met ons op weg te gaan en ons te ondersteunen in het uitvoeren van de gebedsvolle verplichtingen die wij vandaag uitspreken.

Oproep aan katholieken en Lutheranen in de wereld

Wij roepen alle Lutherse en katholieke parochies en gemeenschappen op om stoutmoedig en creatief, vol vreugde en hoop te zijn in hun toewijding om de grote reis voor ons voort te zetten. In plaats van conflicten uit het verleden, zal Gods geschenk van eenheid onder ons de samenwerking leiden en onze solidariteit verdiepen. Door dichter in het geloof tot Christus te komen, door samen te bidden, door naar elkaar te luisteren, door de liefde van Christus voor te leven in onze relaties, zullen wij, katholieken en Lutheranen, onszelf openstellen voor de kracht van de Drieëne God. Geworteld in Christus en van Hem getuigend vernieuwen wij onze vastberadenheid om trouwe voorboden te zijn van Gods grenzeloze liefde voor de hele mensheid.”

Toespraak tijdens het Oecumenisch evenement in Malmö Arena:

14939566_10153850168870723_2952759365792262173_o

“Ik dank God voor deze gezamenlijke herdenking van het vijfhonderste jubileum van de Reformatie. We gedenken dit jubileum met een hernieuwde geest en erkennen dat de christelijke eenheid een prioriteit is, omdat we weten dat er meer is dat ons verenigt dan ons scheidt. De weg die we gegaan zijn om die eenheid te bereiken is zelf een groot geschenk dat God ons geeft. Met deze hulp zijn we vandaag hier bijeen gekomen, Lutheranen en katholieken, is een geest van broederschap, om onze blik te richten op de ene Heer, Jezus Christus.

Onze dialoog heeft ons geholpen te groeien in wederzijds begrip; het heeft wederzijds vertrouwen bevordert en ons verlangen om verder te gaan naar volledige eenheid bevestigd. Eén van de vruchten van deze dialoog is de samenwerking tussen verschillende organisaties van de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Dankzij deze nieuwe sfeer van begrip zullen Caritas Internationalis en de World Service van de Lutherse Wereldfederatie vandaag een gezamenlijk overeengekomen verklaring ondertekenen die gericht is op het ontwikkelen en versterken van een geest van samenwerking ter bevordering van de menselijke waardigheid en sociale gerechtigheid. Ik groet van harte de leden van beide organisaties; in een wereld die door oorlogen en conflicten uit elkaar getrokken wordt, zijn en blijven zij een lichtend voorbeeld van toewijding tot en dienst aan de naaste. Ik moedig u aan voort te gaan op de weg van samenwerking.

Ik heb aandachtig geluisterd naar de mensen die getuigenis hebben gegeven, hoe zij te midden van zoveel uitdagingen dagelijks hun leven toewijden aan het opbouwen van een wereld die steeds meer wil reageren op het plan van God, onze Vader. Pranita sprak over de schepping. De schepping zelf is duidelijk een teken van Gods grenzeloze liefde voor ons. Als gevolg kunnen de geschenken van de natuur ons tot het overwegen van God aanzetten. Ik deel je zorg over het misbruik dat onze planeet, ons gezamenlijk thuis, schaadt en ernstige gevolgen heeft voor het klimaat. Zoals we in ons, in mijn land zeggen: “Uiteindelijk zijn het de armen die de kosten betalen voor ons feesten”. Zoals jij terecht opmerkte hebben zij de grootste impact op degenen die het meest kwetsbaar en behoeftig zijn; zij worden gedwongen te emigreren om aan de gevolgen van klimaatverandering te ontsnappen. Wij allemaal, en wij christenen in het bijzonder, zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de schepping. Onze manier van leven en ons handelen moet altijd overeenstemmen met ons geloof. Wij zijn geroepen harmonie op te wekken in onszelf en met anderen, maar ook met God en Zijn handwerk. Pranita, ik moedig je aan vol te houden in je toewijding in naam van ons gezamenlijk thuis. Dank je!

Mgr. Hector Fabio vertelde ons over het gezamenlijk werk van katholieken en Lutheranen in Colombia. Het is goed om te weten dat christenen samenwerken om gemeenschappelijke en maatschappelijke processen van algemeen belang op te starten. Ik vraag jullie in het bijzonder te bidden voor dat grootse land, zodat, door middel van de samenwerking van iedereen, de vrede, waar zo naar verlangd wordt en die zo nodig is voor een menswaardig samenleven, eindelijk kan worden behaald. En omdat het menselijk hart, als het naar Jezus kijkt, geen grenzen kent, moge het dan een gebed zijn dat verder reikt, en al die landen omvat waar ernstige conflicten voortduren.

Marguerite maakt ons bewust van de hulp aan kinderen die het slachtoffers zijn van wreedheid en het werk voor de vrede. Dit is zowel bewonderenswaardig en een oproep om de talloze situaties van kwetsbaarheid van zo vele personen die zich niet kunnen laten horen serieus te nemen. Wat jij als missie beschouwd is een zaadje, een zaadje dat overvloedig vrucht draagt, en vandaag, dankzij dat zaadje, kunnen duizenden kinderen studeren, groeien en in goede gezondheid leven. Je hebt geïnvesteerd in de toekomst! Dank je! En ik ben dankbaar dat je zelfs nu, in ballingschap, een boodschap van vrede blijft verspreiden. Je zei dat iedereen die jou kent denkt dat wat je doet gek is. Natuurlijk, het is de gekte van de liefde voor God en onze naaste. We hebben meer van die gekte nodig, verlicht door het geloof en vertrouwen op de voorzienigheid van God. Blijf werken, en moge die stem van hoop die je aan het begin van je avontuur hebt gehoord, en je investering in de toekomst, je eigen hart en de harten van vele jonge mensen blijven raken.

Rose, de jongste, gaf een werkelijk ontroerende getuigenis. Ze heeft gebruik kunnen maken van het sporttalent dat God haar gaf. In plaats van haar energie te verspillen in negatieve situaties heeft ze voldoening gevonden in een vruchtbaar leven. Luisterend naar jouw verhaal, dacht ik aan de levens van zoveel jonge mensen die verhalen als het jouwe zouden moeten horen. Ik wil dat iedereen weet dat ze kunnen ontdekken hoe prachtig het is om kinderen van God te zijn en wat een privilege het is om door Hem geliefd en gekoesterd te zijn. Rose, ik dank je vanuit mijn hart voor jouw werk en toewijding om andere vrouwen aan te moedigen om weer naar school te gaan, en voor het feit dat je dagelijks bidt voor vrede in de jonge staat Zuid-Sudan, die dat zo erg nodig heeft.

En na het horen van deze krachtige getuigenissen, die ons deden nadenken over onze eigen levens en hoe we reageren op de noodsituaties overal om ons heen, wil ik al die regeringen danken, die vluchtelingen helpen, alle regeringen die ontheemde mensen asielzoekers helpen. Alles dat gedaan wordt om deze mensen in nood te helpen is een groots gebaar van solidariteit en een erkenning van hun waardigheid. Voor ons christenen is het prioriteit om erop uit te gaan en de verstotenen – want zij zijn werkelijk verstoten uit hun thuislanden – en de gemarginaliseerden van onze wereld te ontmoeten, en de tedere en barmhartige liefde van God, die niemand afwijst en iedereen accepteert, voelbaar te maken. Wij christenen zijn vandaag geroepen om actieve deelnemers te zijn in de revolutie van tederheid.

Straks horen we de getuigenis van Bisschop Antoine, die in Aleppo woont, een stad die op de knieën gedwongen is door de oorlog, een plaats waar zelfs de meest fundamentele rechten met minachting worden behandelt en vertrapt. In het nieuws horen we elke dag over het afschuwelijke lijden vanwege de strijd in Syrië, door dat conflict in ons geliefde Syrië, die nu al meer dan vijf jaar duurt. Te midden van zoveel verwoesting is het werkelijk heldhaftig dat mannen en vrouwen daar gebleven zijn om materiële en geestelijke hulp te bieden aan de noodlijdenden. Het is ook bewonderenswaardig dat jij, beste broeder Antoine, blijft werken tussen zulk gevaar om ons te kunnen vertellen over de tragische omstandigheden van het Syrische volk. We houden ieder van hen in onze harten en gebeden. Laten we de genade van oprechte bekering afsmeken over de verantwoordelijken voor het lot van de wereld, voor die regio en voor allen die daar ingrijpen.

Beste broeders en zusters, laat ons niet ontmoedigd raken tegenover vijandigheid. Moge de verhalen, de getuigenissen die we hebben gehoord, ons motiveren en ons een nieuwe impuls geven om steeds nauwer samen te werken. Als we weer thuiskomen, mogen we dan een toewijding meebrengen om dagelijkse gebaren van vrede en verzoening te maken, om moedige en trouwe getuigen van christelijke hoop te zijn. En zoals we weten, de hoop stelt ons niet teleur! Dank u!”

Homilie in de Mis voor Allerheiligen:

“Vandaag vieren we met de hele Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Hiermee herdenken we niet alleen hen die in de loop der eeuwen heiligverklaard zijn, maar ook onze vele broeders en zusters die, op een stille en onopvallende wijze, hun christelijk leven hebben geleefd in de volheid van geloof en liefde. Onder hen zijn zeker vele van onze verwanten, vrienden en bekenden.

Dit is voor ons dan een viering van heiligheid. Een heiligheid die niet zozeer te zien is in grote daden of buitengewone gebeurtenissen, maar veeleer in dagelijkse trouw aan de eisen van ons doopsel. Een heiligheid die bestaat in de liefde voor God en de liefde voor onze broeders en zusters. Een liefde die trouw blijft tot het punt van zelfopoffering en volledige toewijding aan anderen. We denken aan de levens van al die moeders en vaders die zich opofferen voor hun gezinnen en bereid zijn – ook al is dat niet altijd makkelijk – van zoveel dingen af te zien, zoveel persoonlijke plannen en projecten.

Maar als er één ding typisch is voor de heiligen, is het dat zij daadwerkelijk gelukkig zijn. Zij hebben het geheim van authentiek geluk ontdekt, dat diep in de ziel ligt en zijn bron heeft in de liefde van God. Daarom noemen we de heiligen zalig. De Zaligsprekingen zijn hun weg, hun doel richting het thuisland. De Zaligsprekingen zijn de weg van het leven die de Heer ons leert, zodat wij in Zijn voetstappen kunnen volgen. In het Evangelie van de Mis van vandaag hoorden we hoe Jezus de Zaligsprekingen verkondigde aan een grote menigte op de heuvel bij het Meer van Galilea.

De Zaligsprekingen zijn het beeld van Christus en als gevolg van elke christen. Ik zou er hier slechts één willen noemen: “Zalig die zachtmoedig zijn”. Van zichzelf zegt Jezus: “Kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart” (Matt. 11:29). Dit is zijn geestelijk portret en het onthult de overvloed van Zijn liefde. Zachtmoedigheid is een manier van leven en handelen die ons dichter bij Jezus en elkaar brengt. Het stelt ons in staat alles dat ons verdeelt en vervreemd aan de kant te zetten, en steeds nieuwe manieren te vinden om verder te gaan op de weg van eenheid. Zo was het met de zonen en dochters van dit land, waaronder de heilige Maria Elisabeth Hesselblad, kortgeleden heiligverklaard, en de heilige Birgitta van Vadstena, mede-patrones van Europa. Zij hebben gebeden en gewerkt om banden van eenheid en broederschap tussen christenen te smeden. Een zeer sprekend teken hiervan is dat we hier in uw land, getekend als het is door het naast elkaar leven van vrij verschillende volkeren, samen het vijfde eeuwfeest van de Reformatie herdenken. De heiligen brengen verandering tot stand door zachtmoedigheid van het hart. Met die zachtmoedigheid komen wij tot het begrip van de grootsheid van God en aanbidden we Hem met oprechte harten. Zachtmoedigheid is de houding van hen die niets hebben te verliezen, omdat hun enige rijkdom God is.

Op een bepaalde manier zijn de Zaligsprekingen de identiteitskaart van de christen. Zij identificeren ons als volgelingen van Jezus. Wij zijn geroepen zalig te zijn, volgers van Jezus te zijn, de problemen en angsten van onze tijd het hoofd te bieden met de geest en liefde van Jezus. Zo moeten wij in staat zijn nieuwe situaties te herkennen en beantwoorden met verse geestelijke energie. Zalig zijn zij die trouw blijven terwijl zij het kwaad verdragen dat anderen hen toebrengen, en hen vergeven vanuit hun hart. Zalig zijn zij die in de ogen kijken van de verlatenen en gemarginaliseerden, en hen hun nabijheid laten zien. Zalig zijn zij die God in ieder persoon zien, en hun best doen om anderen Hem ook te laten ontdekken. Zalig zijn zij die ons gezamenlijk thuis beschermen en verzorgen. Zalig zijn zij die afzien van hun eigen gemak om anderen te helpen. Zalig zijn die bidden en werken voor de volledige eenheid tussen christenen. Dit zijn allemaal boodschappers van Gods barmhartigheid en tederheid, en zij zullen zeker van Hem hun verdiende loon ontvangen.

Beste broeders en zusters, de oproep tot heiligheid is aan iedereen gericht en moet van de Heer ontvangen worden in een geest van geloof. De heiligen moedigen met hun levens en voorspraak bij God aan, en wijzelf hebben elkaar nodig als we heiligen willen zijn. Elkaar helpen heiligen te worden! Laat ons samen de genade afsmeken om deze oproep met vreugde te ontvangen en mee te werken en de vervulling ervan. Aan onze hemelse Moeder, Koningin van Alle Heiligen, vertrouwen we onze intenties toe en de dialoog gericht op de volledige eenheid van alle christenen, zodat wij gezegend mogen zijn in ons streven en heiligheid in eenheid mogen behalen.”

Photo credit: CNS/Paul Haring

In Munich, a count brings the auxiliary bishops back to three

bv-stolberg-139large_1414758497After an equal number of years, the number of auxiliary bishops for the southern German Archdiocese of München und Freising is back to three, one for each pastoral region. The new bishop, appointed today, is Rupert Graf zu Stolberg, a 46-year-old priest who has been the episcopal vicar for the Munich region since 2013 and member of the cathedral chapter, functions he will retain as bishop.

Bishop-elect Stolberg was born in 1970 in Salzburg, Austria, but grew up in Passau, Bavaria. After graduating he worked at a mission station in Mexico, before returning to Germany to study medicine. He later switched to theology and the seminary in Munich and was ordained for the Archdiocese of München und Freising in 2003. He was the personal secretary of Cardinal Friedrich Wetter since 2005 and continued in that function for Cardinal Reinhard Marx when the latter was appointed in 2007. In 2011 he joined the personnel department for the pastoral regions Nord and South. In 2013, then, he succeeded retiring auxiliary Bishop Engelbert Siebler as episcopal vicar for Munich. From Bishop Siebler he took the – utterly Franciscan – habit of celebrating Christmas with homeless people.

Bishop-elect Stolberg has been a vocal opponent of the Pegida movement, warning against the racist tendencies underlying their motivations. He is a member of the speakers’ council of the Munich Alliance for tolerance, democracy and justice and a founder of the city’s religious council.

The new bishop, whose full name is Rupert Ferdinand Carl Thaddäus Antonius Maria Graf zu Stolberg-Stolberg, is of noble blood. He is a member of one of the various branches of the Stolberg family, which dates back to the 13th century. In the Holy Roman Empire they were worldy rulers over a range of counties and lordships. The Stolberg-Stolberg line has included the Catholic politician Count Joseph Theodor, the Nazi General Major Christoph and opponent of Nazism and rescuer of Jews Countess Maria zu Stolberg-Stolberg.

The consecration of Bishop-elect Stolberg is scheduled for 10 December, and will undoubtedly be performed by Cardinal Marx as main consecrator and the see’s other two auxiliaries, Bishop Bernard Haßlberger and Wolfgang Bischof as co-consecrators. He has been given the titular see of Sassura, which lies in modern Tunisia.

Photo credit: Thomas Dashuber

After death, no changes from Rome – some thoughts about the CDF Instruction

cemeteryAd resurgendum cum Christo is nothing new. Today’s Instruction from the Congregation for the Doctrine of the Faith presents no new teachings or policies regarding the burial of the dead. Rather, it aims to underline why the Church prefers burial over cremation in a time when cremation is on the rise. In short, burial confirms faith in the resurrection of the body, shows the dignity of the human body as an integral part of the human person, and it corresponds to the respect owed to the body as an temple of the Holy Spirit. Also significant in this Holy Year of Mercy: burying the dead is one of the corporal works of mercy.

Has the Church been opposed to cremation, and does it continue to be, then? Not at all. Objectively, cremation does not “negate the Christian doctrine of the soul’s immortality nor that of the resurrection of the body” (n. 4). Like with burial, the Church asks that the ashes be placed in a sacred place, such as a cemetery or other area set aside by compentent Church authorities. Like the buried body, the ashes of the deceased should be similarly included in the prayers of the living and are deserving of continuous respect. Their location helps to assure that.

The most interesting part of the Instruction, in my opinion, is that these considerations and requirements aim to prevent any form of superstition (paragraph 7 mentions pantheism, naturalism and nihilism as reasons to not allow the scattering of ashes “in the air, on land, at sea or in some other way”).

We are created in the image of God, in body and spirit. Through Baptism our bodies have become home to the Holy Spirit. Human beings have an innate dignity which flows directly from our created nature. This dignity does not stop at death. Our bodies continue to be deserving of respect. In life we have shown our faith through our actions and words. In death we remain able to show our faith in the bodily ressurection in which Christ went before us. Physical life may end at death, but the two are not separate. In our modern western society we have grown used to keeping death out of sight (which probably accounts for how easily we allow such horrors like abortion and euthanasia), but life and death are integral to our existence and our faith, as Ad resurgendum cum Christo underlines in its second paragraph:

“Because of Christ, Christian death has a positive meaning. The Christian vision of death receives privileged expression in the liturgy of the Church: “Indeed for your faithful, Lord, life is changed not ended, and, when this earthly dwelling turns to dust, an eternal dwelling is made ready for them in heaven” [Roman Missal, Preface I for the Dead]. By death the soul is separated from the body, but in the resurrection God will give incorruptible life to our body, transformed by reunion with our soul. In our own day also, the Church is called to proclaim her faith in the resurrection: “The confidence of Christians is the resurrection of the dead; believing this we live” [Tertullian, De Resurrectione carnis, 1,1].”

Photo credit: Inge Verdurmen

‘From Conflict to Community’ – Nordic bishops on the eve of Pope Francis’ ecumenical visit

The members of the Nordic Bishops’ Conference – covering the countries of Iceland, Norway, Denmark, Sweden and Finland – have written a pastoral letter looking ahead to Pope Francis’ visit to Lund and Malmö, as well as the state and future of ecumenical relations with the Lutheran church in their countries. They rightly indicate that the anniversary of the Reformation, which will begin with the events in Lund that the Pope will attend, is no reason to celebrate for Catholics.

My translation of the document, which generally aligns itself closely with ‘From Conflict to Communion’, the 1999 document in which the Catholics and Lutherans agreed on the doctrine of justification. My translation follows:

7904248_orig“In 2017 we mark an event which has had great consequences for the Christian faith, in the first place in Europe. In the year 1517 Martin Luther initiated a process which became known in history as the Reformation and which, especially for our Lutheran fellow Christians represents an important moment in the development of their ecclesiastical tradition and identity. But since the Reformation would have been impossible without the Catholic basis, it is appropriate that we, as Catholic Christians, also think about it. That is already expressed in the document ‘From conflict to communion’, the result of dialogue in the Lutheran-Catholic Commission for the Unity of the Church. This tekst is directed towards a common commemoration, which is based on reflection rather than triumphalism.

Despite all explainable reasons, the Reformation caused a split in Christianity, which remains painful to this day. In the Nordic countries this split meant that the Catholic Church could only start again after many centuries. That is why the 500th anniversary of the event of the Reformation can not be observed as a celebration in the true sense. Rather it should be recalled in contrition. The process of reconciliation between the Catholic Church and the churches of the Reformation began many decades ago. But we can not tire of striving for the full unity in Christ.

At the start of the 16th century, the Catholic Church was in need of reform, something that not only Martin Luther, but also others acknowledged and expressed at that time. But instead of dealing with the necessary doctrinal questions, Christians of different confessions have instead done much harm to each other. At the closing of this year’s Week of Prayer for Christian Unity, Pope Francis prayed for “mercy and forgiveness for the unevangelical behaviour of Catholics towards other Christians”. In Sweden several Lutheran ministers have responded to that and also asked us Catholics for forgiveness.

The important questions is now, how we can continue together to come closer together in faith, in hope and in love? We, the Catholic bishops in the north of Europe, want to go on this path of reconciliation with our Lutheran brothers and sisters and do everything to promote unity.

Ecclesia semper reformanda

The Church must always let herself be converted and renewed by Christ. We are indeed a holy people, but a people of sinners on pilgrimage to eternity. Conversion, contrition and maturing in the faith are important stations on this path. Through the Second Vatican Council, the Catholic Church opened herself to many things that are also important to Lutheran Christians, for example the role of Holy Scripture and the meaning of the priesthood of all baptised. Thus, many difference have actually disappeared.

What still divides is, among other things, the sacramentality of the Church, as well as the understanding of the sacrament and the office. As Catholics we believe that the Church is the fundamental sacrament in which the incardinated word becomes present through the sacraments, in order to unite with us in love and transform us in Himself.

At the same time we see that many faithful Lutheran Christians become increasingly open to these aspects. A questions that remains pending and which is painfully felt on both sides is that of the common Eucharist. As much as this desired is justified, the unity of the Lord’s Table must also reflect the full unity in faith.

The Petrine office is also difficult to understand for many Lutheran Christians. But the personality of Pope Francis has made it more understandable. Pope Saint John Paul II already invited all non-Catholic Christians to think about other ways of  exercising the Petrine office (Ut Unum Sint, N.95).

Traditionally, the role of Mary and the saints has also been contentious. But among many non-Catholic Christians the meaning of Mary as the Mother of God and example in faith is being re-acknowledged.

Despite the mutual approach in question of doctrine, greater differences in questions of ethics and morality have recently appeared. But even when these make the dialogue in some respects more difficult, it should not be given up.

Definition of the Christian faith

In all ages Christians have formulated teachings to clearly define doctrine, distinguish them from false ideas or to convey them intelligebly. Often such formulations evolved into bones of contention, which for a long time created great frontlines between Christians. The principles of the reformers were similarly divided for many centuries. It is nevertheless fruitful, also for Catholics, to constructively engage with them.

Sola fide

The faith is undoubtedly necessary for justification. We share the central mysteries of the faith – for example, about the Trinity, about Jesus Christ, about salvation and justification – with our Lutheran brothers and sisters. We rejoice in this unity of faith which is based in baptism and expressed in the joint declaration about justification. That is why it is our mission to be witnesses of these truths of faith in our secular society. In our Nordic countries, where few practice their faith, it is important to proclaim the good news together and with one voice.

Sola Scriptura

Only through Holy Scripture can we receive the full revelation about the salvation which is offered to us in Christ. This revelation in received and shared in the Church. Through the teaching office of the Church this living tradition in Holy Scripture is codified. For us Catholics Church, teaching, tradition and Scripture belong together. In the Church and with the Church, Scripture is opened for us.  In this way the faith becomes ever more alive for us. Recently the number of Lutheran Christians who agree with  us believe that Scripture and the tradition of the Church are closely connected, has been on the rise.

Sola gratia

“Everything is mercy”, the saintly Doctor of the Church Thérèse of Lisieux, who can be considered as the Catholic answer to Martin Luther, says. Without God’s mercy we can do nothing good. Without His mercy we can not come to eternal life. Only through God’s mercy can we be justified and holy. Mercy can truly transform us, but we must also respond to this mercy and work alongside it. In the Mother of God, Mary, full of mercy and immaculate, we see how much can God can do in a person.

For many Lutheran Christians it is still difficult to agree with this truth. But we also see that many of them are open to similar questions about growth in prater and in holiness.

Simul iustus et peccator

We are all at the same time justified and sinners. As Catholics we believe that we are really sinners; but through the mercy of God we can receive forgiveness of all guilt in the Sacrament of Reconciliation. As baptised Christians we are called to holiness. The Church is a school of holiness. The saints, who we can ask to intercede for us, are shining examples and role models of this holiness. One of these role models is a woman from our countries, Saint Elisabeth Hesselblad, who was recently canonised. She is an incentive to all of us to go the way of holiness more consciously.

We see that many Lutherans are also open to the saints, such as, for example, Saint Francis of Assisi and Saint Mother Teresa of Calcutta. In our secularised world we need such witnesses of faith. They are living and credible witnesses of our faith.

Martyrium

We know that also in our time many Christians are persecuted for their faith and that there are also many blood witnesses. Martyrdom unites Christians from various churches. We think of all Christians, also in the Middle East, who are persecuted and yet remain true to Christ and His Church. Their example also strengthens us in our faith. Many Christians from these countries have also come to us in the north. it is therefore important that we, all Christians in our countries, maintain, protect and deepen what we share in faith. Then we can also increasingly give and common witness of the risen Lord.

Future perspectives

The joint declaration ‘From conflict to communion’ closes with five ecumenical imperatives, suggested to us Catholics and Lutherans to take further steps on the common way to unity. They are:

  1. Beginning from a perspective of unity and not of division, and promoting what we have in common.
  2. At the same time allowing oneself to be transformed by the witness of the other.
  3. Committing oneself to the search for visible unity.
  4. Rediscovering jointly the power of the Gospel of Christ for our time.
  5. Witness together of the mercy of God in proclamation and service to the world.

Also when these five imperatives speak of great and not always simple concerns, their message is clear, but only when we devote outself completely to Christ and together rediscover the power of the Gospel (cf. 4th imperative).

We are happy and thank God that the Holy Father, Pope Francis, will be coming to Lund on the occasion of the commemoration of the Reformation, to strengthen us in faith.

We therefore invite all Catholics to accompany the preparations for the papal visit with their prayer and to participate in as great a number as possible in both the ecumenical meeting in Malmö Arena and the Mass in Swedbank Stadion. In that way we will show both the joy, as Catholics, of being with Pope Francis, and also respect for the identity of our Lutheran fellow Christians, grown from the Reformation. Despite the still existing differences we are convinced, confident in the mercy of God, that ways towards common unity can be found.

On the Feast of St. Teresa of Avila, 15 October 2016

+ Czeslaw Kozon, Bishop of Copenhagen

+ Anders Arborelius OCD, Bishop of Stockholm

+ Bernt Eidsvig Can. Reg, Bishop of Oslo, Administrator of Trondheim

+ David Tencer OFM Cap, Bishop of Reykjavik

+ Teemu Sippo SCJ, Bishop of Helsinki

+ Berislav Grgic, Bishop-Prelate of Tromsø

+ Gerhard Schwenzer SS.CC., Bishop emeritus of Oslo”

csm_vollversammlung_01_37cd1858a6^Bishops Grgic, Sippo, Eidsvig, Kozon, Arborelius and Tencer, with Sr Anna Mirijam Karschner CPS, the general secretary of the Nordic Bishops’ Conference.

Seven months in, no sign of a new bishop yet

359px-Wapen_bisdom_Groningen-Leeuwarden_svgThere was some hope that October would see the appointment of a new bishop for the Diocese of Groningen-Leeuwarden, but as the month progresses, it seems increasingly likely that Bishop Gerard de Korte, who was transferred from Groningen-Leeuwarden to ‘s Hertogenbosch in March, was more accurate when he said that a new bishop would come before the end of the year. And the year still has more than two months to go.

A recent article in the Leeuwarder Courant claims to know where the problem lies: the Apostolic Nuncio, Archbishop Aldo Cavalli, is faced with two contrasting ternae, which he has somehow to merge into one to send on to Rome. The first terna, a list of three names of possible candidates to succeed Bishop de Korte, was compiled by the cathedral chapter and consists, the article has it, of the names of three priests, all from outside the Diocese of Groningen-Leeuwarden. One of these is Fr. Ad van der Helm, former Dean of The Hague and currently parttime professor of Canon Law at the Catholic University of Louvain. The other terna comes from the bishops’ conference, and consists, it is said, of three currently serving auxiliary bishops, of whom Bishop Herman Woorts, auxiliary of Utrecht, has the best chances. He, the article states, is the preferred choice of Cardinal Eijk.

he-nuncio-aldo-cavalliIf the two lists show no overlap it would mean extra work for the Nuncio (pictured at right), who has to create a file on each candidate, add his own opinions and advice and then send it to the Congregation for Bishops. And the appointment of a new bishop would consequently take more time. The article mentioned above, however, chooses to see evidence of infighting among the bishops in it…

Cardinal Eijk, it is suggested, is blocking, or at least strongly opposed to, any of the candidates of the cathedral chapter. That is his right, but there is nothing he can change about it (and I suspect he is well aware of this). As a member of the bishops’ conference, the cardinal has a voice in creating the terna of the conference, but that is about where it all ends. He has no influence on the ultimate choice and can not block it. That choice lies with the Pope, who makes it based on the information provided by the Nuncio and the Congregation for Bishops, who in turn base themselves on their own investigations and the advice of the cathedral chapter and the other bishops of the Netherlands.

Why the cardinal is singled out to explain the choice of the bishops’ conference has probably more to do with his perceived influence than anything else. Cardinal Eijk is no longer the conference president, but just a member. The other members have equal influence in the process, and while some bishops will have similar preferences as the cardinal, others will not.

Besides, if, as the article claims, there are two ternae on the Nuncio’s desk, it is there were the slowdown lies, not with any perceived infighting or disagreements among bishops or cathedral chapter members.

Whoever our new bishop will be, be he a priest from The Hague or an auxiliary bishop from Utrecht, or someone else altogether, his appointment will be the end of a long and careful process in which many people have an advisory capacity. This process sometimes takes longer than expected, and the reason may lie either in the diocese in question, with the bishops’ conference or the Nuncio, or in Rome. Whatever the case may be, the vacancy of Groningen-Leeuwarden is close to becoming the longest in the last decade. Only Utrecht was without an archbishop for longer: 8 months in 2007.

Archbishop Léonard reveals his thoughts at missing out on a red hat

In a book recently published, which, like a number of earlier publications, takes the form of a conversation with a (not necessarily) religious philosopher, Archbishop André-Joseph Léonard comments on his thoughts at never being made a cardinal. In the past he has stated that it was no concern to him, not least as Pope Francis preferred to create cardinals from the peripheries of world and Church. Now that he has made Archbishop’s Léonard’s successor, Archbishop Jozef De Kesel, a cardinal, the comments can be seen in a new light.

Titled Un évêque dans le siècle, the new book is a conversation with liberal philosopher Drieu Godefridi, and was written before the news that Archbishop De Kesel would be made a cardinal. On Mr. Godefridi’s question if not being made a cardinal ever hurt for Msgr. Léonard, the latter responds:

ARCHBISHOP ANDRE-JOSEPH LEONARD OF MECHELEN-BRUSSELS TESTIFIES DURING HEARING“Hurt is too big a word. But it did surprise me since it is a tradition of two centuries. In the past there have been many archbishops of Mechelen who were never cardinals, but since two centuries it has become a sort of tradition. Should that remain so? When I thought about it, I told myself it didn’t. It is clear that the current Pope wants to appoint cardinals from countries which never had cardinals, to underline their importance, to not have a College of Cardinals which is too Euro- or Americanocentric. I think that is a good thing.”

Later in the conversation, he speaks some more about his personal feelings.

“It was clear, to return to my case, and despite everything a little surprising. It is a delicate thing to say about myself, but many have said so in my place: pastorally, intellectually, I have done work which few archbishops have managed. In the intellectual field that was Dechamps in Mechelen, who was a very good philosopher, an apologist too. As far as I am concerned, I have completed my task in a rather original way. One of my auxiliary bishops, by the way, has dared to write that I was the first archbishop of Mechelen to visit the entire archdiocese. He also lauds my work in the intellectual field. In short, [not receiving a cardinals’ hat] surprised me, disappointed me a little, but I got over it easily.”

Following the appointment of future Cardinal De Kesel, it is clear that Archbishop Léonard’s assumption that Pope Francis does not want to create cardinals simply because it goes with the see they’re in is not correct. That said, it is equally clear that Pope Francis chooses cardinals who fit a certain pastoral mold, and if these happen to be in traditionally cardinalatial sees, so be it. De Kesel in Mechelen-Brussels is one example, Osoro Sierra in Madrid and Cupich in Chicago are others.

While Archbishop Léonard would never express any doubts or questions he may have at the choice of Archbishop De Kesel for the red hat, others have. In more than a few places, it has been seen as a slighting of Archbishop Léonard, who is now the first archbishop of Mechelen-Brussels since 1832 to not be made a cardinal. While a cardinal’s hat should not be seen as a reward (except in those cases where it given to a retired priest or bishop well in his 80s or 90s), the question remains why Archbishop Léonard never received one. It is not because Mechelen-Brussels no longer has the status in the Church it has (although that status has obviously changed as the heartland of the Church shifts way from Europe). It is also not because, as some have said, Cardinal Godfried Danneels, Archbishop Léonard’s predecessor, had not yet reached the age of 80. Danneels turned 80 in 2013, more than two years before the retirement of Archbishop Léonard.

Is it then because Archbishop Léonard did not meet the criteria of Pope Francis for the red hat? In a recent piece on Cardinal-designate John Ribat of Port Moresby, John Allen Jr. outlines the three criteria that the Pope seems to follow for making cardinals: being from the periphery, supporting a cause near to the Pope’s  heart, and being his kind of guy. Archbishop Léonard does not tick the first box, but then again, neither does Archbishop De Kesel. If a cause can be attributed to Archbishop Léonard, it is evangelisation. Hard to go wrong there, although the ways of achieving it are varied, and Archbishop Léonard’s way of evangelisation through catechesis may not be that of Pope Francis, who has a more hands-on approach. And as for being the Pope’s kind of guy, that is hard to estimate. Archbishop Léonard was certainly not afraid to be among the people. From the very start of his time in Brussels, he went out to visit the deaneries of his archdioceses in cycles that he would simply repeat once completed. The smell of the sheep was not alien to him.

Still, discussing why one man is made a cardinal and the other is not is, to a large extent, a guessing game, and there will probably always be more suitable men than there are red hats to give out. That said, it is my opinion that Archbishop Léonard would have been a fine choice for cardinal. Whether Archbishop De Kesel will be, that remains to be seen. In his short time in Brussels he has said and done both positive and negative things (his defense of a hospital’s freedom to deny euthanasia comes to mind, but so does his strange decision to disband the Fraternity of the Holy Apostles).

“The protection of life to give way to autonomy?” Cardinal Eijk responds to the next slide down the euthanasia slope

It has made headlines abroad as well as in the Netherlands, and it seems that the general response is a negative, amongst people of faith and of no faith alike. I am talking about the proposal presented by members of the cabinet to allow people who feel that their life is complete to be killed. This is a further slide down the slippery slope which began by the liberalisation of euthanasia in the Netherlands, a slope that proponents assured use would never exist. Recently, Cardinal Wim Eijk said in an address to the Canadian bishops that a door once left ajar will always open more. This proposal only proves his assertion.

Yesterday saw the response of the Dutch bishops to the proposal (better late than never, I suppose). once again written by Cardinal Eijk, who is to go-to bishop when it comes to questions of medical ethics. The response was published as an opinion piece in daily newspaper Trouw. Below follows my translation.

Kardinaal%20Eijk%202012%20kapel%20RGB%204%20klein“Last Wednesday the cabinet announced their intention to develop a new law in addition to the existing Euthanasia law to provide for assisted suicide for people who deem their life to be ‘complete’. It concerns situations in which suffering is considered hopeless and unbearable, not because of a medical reason, but because the person concerned no longer considers his life to have meaning after the loss of loved ones, loneliness, decreased mobility or the loss of personal dignity and who therefore have a persistent and active wish to die. The cabinet thinks in this matter mostly about elderly people, without, by the way, indication an age limit.

With this new law the cabinet wants to do justice to the autonomy of people. The duty to protect life is to give way for this autonomy in a number of situations in which life for the people involved no longer has any value. This reasoning, the basis of the new law, is fundamentally wrong.

Man’s autonomy is relative. His autonomy does not include having the disposal over his own life. The human body is not a secondary, but an essential dimension of the human person and shares in his essential dignity, which is never lost, even when the person involved believes that this is the case. Man as a whole, physically and mentally, is created after God’s image and likeness. God and those created in His image are always a goal in themselves and never merely the means to a goal. By ending life to end suffering the body and thus the human person is degraded to a means to remove suffering.

Man having the freedom to end his life, or have it ended, assumes that freedom is a greater value than life. Thatb is also true, but life is a fundamental condition in relation to freedom: without life there is no freedom. Ending human life is also the ending of human freedom.

The new law that the cabinet has in mind will in a certain sense increase the autonomy of people with a death wish, but this is then the external autonomy, which means in relation to factors which limit freedom from the outside (authority figures, laws and social pressure).

But is the same true for inner freedom? Real inner autonomy is the inner strength that enables man to make difficult but ethically correct choices by himself, without it being imposed on him. This is especially true for the choice to continue living. That inner strength is undoubtedly necessary when people physically experience the difficulties and limitations of old age.

Besides, the extension of the external freedom can also be debated. When elderly people have the option to relatively easily stop living and when this would become a trend, it is not unimaginable that they would feel pressured to then make use of the option. When one becomes an ‘expense’ for the health care system, one would almost feel guilty for continuing living regardless.

In short, the duty to protect life should not give way for the respect for autonomy.

+ Willem Jacobus Cardinal Eijk”

After a new cardinal, now a new Nuncio for Belgium

After some uncertainty about the retirement of the previous one, Pope Francis today appointed a new Apostolic Nuncio to Belgium. The new ambassador of the Holy See to the Kingdom of Belgium, and representative of Rome to the Catholic Church in Belgium is an experienced diplomat who has served as a Nuncio since 1998.

augustine%20kasujja_0Archbishop Augustine Kasujja hails from Uganda, where he was born in 1946. In 1973 he was ordained a priest for the Archdiocese of Kampala, and he entered the Holy See diplomatic service in 1979. He served in various countries, including Argentina, Haïti, Portugal, Peru and Algeria. In 1998 he was appointed as Apostolic Nuncio to Algeria and Tunisia, and with that he was consecrated as archbishop of the titular see of Cesarea in Numidia. In April of 2004 he was transferred to Madagascar and the Seychelles as Nuncio, combined with the office of Apostolic Delegate to the Comoros. In June of that same year he also became the Nuncio to Mauritius. In 2010 he was appointed to Nigeria, where he served until his appointment today. It is assumed that Archbishop Kasujja will arrive in Belgium in the course of November.

Now 70, it makes sense to assume that the archbishop will complete the five years until his retirement in Belgium. As Nuncios play an important role in the appointment of bishops (they provide detailed reports on the three candidates selected by the cathedral chapter of the diocese in question and pass that on, together with their own advice, to the Congregation for Bishops, which then passes it on the Pope. The Pope can then use the report and advice to make his choice), it is perhaps interesting to see for which bishops Archihsop Kasujja will help pick a successor.

  • His retirement already submitted, Ghent’s Bishop Luc van Looy will probably see it accepted within the coming year. Archbishop Kasujja will probably have inherited the file on Ghent from his predecessor, Archbishop Giacinto Berloco. [EDIT: On 13 October, it was revealed that Pope Francis asked Bishop Van Looy to remain in office for two more years, until the end of 2018].
  • In July of 2018, Bishop Remy Vancottem of Namur will reach the age of 75. The erstwhile auxiliary bishop of Mechelen-Brussels succeeded the now retired Archbishop Léonard in the latter’s home diocese in 2010.
  • Archbishop Kasujja will possibly also start the groundwork for the appointment of the successor of Archbishop Jozef De Kesel in Brussels. The cardinal-elect will reach the age of 75 in June of 2022, well over a year after the Nuncio, but considering the importance of the archbishop of Brussels, not least now that he is once again a cardinal, the process may well have begun at that time.
  • In that same year, but four months earlier, Bishop Jean-Luc Hudsyn, one of Mechelen-Brussels’ auxiliary bishops, will also submit his resignation. But as auxiliary bishops are not archbishops, the preparation for the selection of new one (of there is even going to be one) need not take as long.

Archbishop Kasujja’s appointments is noticeable in that he is not only the first non-European Nuncio to Belgium, but also the only African Nuncio in Europe at this time.

The Apostolic Nuncio to Belgium has also been the Apostolic Nuncio to Luxembourg since 1916, when the first papal representative was sent to the grand duchy. Archbishop Kasujja will therefore soon also be appointed to that smallest of the Benelux countries.

The Apostolic Nunciature to Belgium in its current form dates back to 1843, although there have been interruptions in the presence of Nuncios (there were none from 1846 to 1866, 1868 to 1875, 1880 to 1896 and 1911 to 1916). Archbishop Kasujja is the 21st Apostolic Nuncio to Belgium, and the most notable of his predecessor is the first in that list, who served from 1843 to 1846: at the time Archbishop Vincenzo Gioacchino Pecci, he became Pope Leo XIII in 1878. Fourteen of the previous Nuncios to Belgium later became cardinals.

Photo credit: NTV

For round three, Pope Francis goes even further out

collegeofcardinalsIt’s another Franciscan selection for the next consistory: Pope Francis has picked 17 new cardinals, 6 of whom come from countries which have never had a cardinal before. Unlike previous consistories, the majority of the new cardinals are metropolitan archbishops. There are still three bishops, one priest, one head of a curia dicastery and – for the first time since 1998- a serving Nuncio among the new batch. Only five of the new cardinals serve in Europa in North America. The rest are spread out over Africa, Asia, South America, Oceania and the Middle East. Although he apparently still felt obliged to fill some cardinalatial sees (Madrid, Chicago, Mechelen-Brussels), this is Francis making sure the College of Cardinals increasingly reflects the worldwide Church.

After the consistory on 19 November, the number of electiors who can participate in a conclave will be 121. There are 111 cardinal electors now, but Cardinals Ortega y Alamino, López Rodríguez and Antonelli will turn 80 before the 19th. Following the 80th birthday of Cardinal Sarr on 28 November the number of cardinal electors will be at the ‘official’ maximum of 120 again.

A brief overview of the new cardinals:

  • Archbishop Mario Zenari, Titular Archbishop of Zuglio and Apostolic Nuncio to Syria.
  • Archbishop Dieudonné Nzapalainga, Metropolitan Archbishop of Bangui, Central African Republic.
  • Archbishop Carlos Osoro Sierra, Metropolitan Archbishop of Madrid, Spain.
  • Archbishop Sérgio Da Rocha, Metropolitan Archbishop of Brasília, Brazil.
  • Archbishop Blase Joseph Cupich, Metropolitan Archbishop of Chicago, United States of America
  • Archbishop Patrick D’Rozario, Metropolitan Archbishop of Dhaka, Bangladesh.
  • Archbishop Baltazar Enrique Porras Cardozo, Metropolitan Archbishop of Mérida, Venezuela
  • Archbishop Josef De Kesel, Metropolitan Archbishop of Mechelen-Brussel, Belgium.
  • Bishop Maurice Piat, Bishop of Port-Louis, Mauritius.
  • Bishop Kevin Joseph Farrell, Prefect of the Dicastery for the Laity, the Family and Life.
  • Archbishop Carlos Aguiar Retes, Metropolitan Archbishop of Tlalnepantla, Mexico.
  • Archbishop John Ribat, Metropolitan Archbishop of Port Moresby, Papua New Guinea.
  • Archbishop Joseph William Tobin, Metropolitan Archbishop of Indianapolis, Unites States of America.
  • Archbishop Anthony Soter Fernandez, Metropolitan Archbishop emeritus of Kuala Lumpur, Malaysia.
  • Bishop Renato Corti, Bishop emeritus of Novara, Italy.
  • Bishop Sebastian Koto Khoarai, Bishop emeritus of Mohale’s Hoek, Lesotho.
  • Father Ernest Simoni, priest of the Archdiocese of Shkodrë-Pult, Albania.

Some of these choices have come about through personal encounters the Holy Father has had or the circumstances in which the cardinals-to-be have to work, circumstances which are close to Pope Francis’ heart. Archbishop Zenari remains in Syria despite the horrors of war, Archbishop Nzapalainga hosted Pope Francis during his visit to the war-torn Central African Republic, and Father Simoni moved the Pope to tears with his lifestory of imprisonment, torture and hard labour under Albania’s communist regime.

archbishop-dieudonne-nzapalainga-800x500

^Seen here visiting an Internally Displaced Persons camp, Cardinal-elect Dieudonné Nzalapainga is an example of “a shepherd who smells like his sheep”.

The preference for the peripheries that Pope Francis has displayed time and again should also be clear from the list of new cardinals: The Central African Republic, Bangladesh, Mauritius, Papua New Guinea, Malaysia and Lesotho are not exactly major players in the Catholic world, but the selection of cardinals from these countries should perhaps not be seen as reflecting the role of the specific countries, but the parts of the world they are in, combined with the individual merits of the chosen prelates. Here we see a shift in the balance from Europe and North America to Africa, South America, southeast Asia and Oceania, parts of the world where the Church is growing or significantly stronger than in the secularised west. Parts of the world where the Church can have a hands-on role to play in the various social situations and circumstances people find themselves in: from war and terrorism to environmental challenges and increasing development and industralisation. Major change seems to be a deciding factor in the appointment of new cardinals.

95f101f4-8e11-11e6-bb78-3886984d35fe_web_scale_0_0795455_0_0795455__In the west, then, the chosen cardinals are seen in a far more political light. What are their positions on various topics within and outside the Church? And what does that say about the positions of Pope Francis on these same issues? Some of the new cardinals, such as Archbishop Cupich, De Kesel (at right) and Tobin are considered liberal on certain inter-ecclesiastic topics, and at the same time politically inclined in the same direction as the Holy Father, especially when it comes to the question of refugees in both Europe and North America, as well as gun control in the US. In general, their appointments are befitting of this Holy Year of Mercy.

Pope Francis has proven to not be too bothered with giving red hats to traditionally cardinalatial sees. In Europe, they get them in due time (with some exceptions, especially in Italy: Turin and Venice remain decidedly without cardinals at the helm), but the story is different across the pond. Despite their large Catholic populations, sees like Los Angeles and Philadelphia remain with a cardinal, despite having had them in the past.

bp__patrickPope Francis also tends to choose more religious to become cardinals. Of the seventeen new cardinals, six belong to a religous order or congregation: Archbishop Nzalapainga and Bishop Piat are Spiritans, Archbishop D’Rozario (at left) is a Holy Cross Father, Archbishop Ribat is a Sacred Heart Missionary, Archbishop Tobin is a Redemptorist and Bishop Khoarai is an Oblate of Mary Immaculate. Pope St. John Paul II sometimes appointed more religious as cardinals, but that was in his mega-consistories of  2001 and 2003  of 42 and 30 cardinals respectively.

Of the seventeen new cardinals, fourteen will be Cardinal-Priests due to their being bishops outside of Rome, and the remaining three will be  Cardinal-Deacons (as they do not lead a diocese somewhere). All Cardinal-Priests receive a title church, and the Cardinal-Deacons a deaconry; a church in Rome of which they are the theoretical shepherd, thus making them a part of the clergy of Rome working with the bishop of that city. In practice, they have no influence in the running of their title church or deaconry, although their coat of arms is displayed there, and they take official possession of it some time after creation as cardinal.

While no Pope is obliged to use any of the available vacant titles and deaconries, and he is free to create new ones as he sees fit, some of these churches do stay in the family, so to speak. There are currently fourteen title churches vacant, so there is no pressing need to create new ones. Pope Francis has in the past shown to sometimes favour continuity in the granting of these titles (for example, he gave the title church he had as a cardinal, San Roberto Bellarmino, to Cardinal Mario Poli, who had succeeded him as archbishop of Buenos Aires). By that logic, we could guess that the church of San Bartolomeo all’Isola could be given to Archbishop Cupich, since it was the title church of his predecessor in Chicago, Cardinal Francis George. The other American cardinals could receive Santa Croce in Via Flaminia or Santi Giovanni e Paolo, as they were previously held by Amerian cardinals (Baum and Egan) as well.

For the three Cardinal-Deacons there is a choice of 10 vacant deaconries, so any guess is as good as the next, really.

Photo credit: [2] Catholic Herald, [3] BELGA, [4] Catholic Bishops’ Conference of Bangladesh

Another year, another Synod

synod of bishopsThe Holy See today announced a Ordinary General Assembly of the Synod of Bishops for October 2018. Still two years away, it will discuss the topic of “youth, faith and vocational discernment”. Earlier, a rumoured topic for a future gathering of the Synod was priestly celibacy and married priesthood, but while that question does not pop up in the announced topic, it will undoubtedly play a part in the deliberations.

Bishops’ conferences around the world elect their representatives to attend Ordinary General Assemblies of the Synod. Most conferences, such as the Dutch, Belgian and Nordic ones, will elect one bishop, while others, such as the German, have the right to choose more, depending on the size of their membership. The heads of the curial departments willa utomatically attend, as will the twelve members of the Ordinary Council of the Synod of Bishops, who had the task of drawing up the theme of the next assembly. The Pope also chooses a number of delegates to attend.

Ordinary Assemblies generally take place every three to four years. The longest period was between the ninth in 1994 and tenth in 2001, although there were no less than six Special Assemblies on the Church in different parts of the world in that period.

The Synod of Bishops on Youth, Faith and Vocational Discernment can be an opportunity to not only explore and communicate anew the ways in which God calls us to follow Him, but also to show that the question of vocations does not revolve solely around a choice for religious life or the priesthood. Marriage and single life are also vocations, and God calls people to follow Him in all those states of living. They can be profound wellsprings of faith and life, ever deepening our life with God, drawing closer to Him. Especially in the west, young people, Catholic or not, need to hear and see this.