Homilie van Paus Franciscus van maandag 18 januari

Christenen die zeggen dat “we het altijd zo gedaan hebben” en daar stoppen, hebben harten die gesloten zijn voor de verrassingen van de Heilige Geest. Zij zijn afgodendienaars en zullen als rebellen nooit de volheid van de waarheid behalen. Dat was de boodschap van Paus Franciscus in de Mis in de kapel van het Casa Santa Marta op maandagochtend.

In de eerste lezing wordt Saul door God afgewezen als koning van Israël om dat hij ongehoorzaam was en liever naar het volk luisterde dan naar de wil van God. Na een overwinning in de strijd wilde het volk een offer aan God brengen van de beste dieren, want, zo zei hij, “zo hebben we dat altijd gedaan”. Maar deze keer wilde God dit niet. De profeet Samuel wees Saul terecht: “Zouden brand- en slachtoffers de HEER even lief zijn als gehoorzaamheid aan zijn woord?” In het Evangelie leert Jezus ons hetzelfde, legde de paus uit. Toen de schriftgeleerden Hem verweten dat Zijn leerlingen niet vastten, “zoals het altijd gedaan was”, antwoordde Jezus met deze voorbeelden uit het dagelijks leven: “Niemand naait een lap van ongekrompen stof op een oude jas. Anders trekt het opgezette stuk eraan, nieuw aan oud, en wordt de scheur nog erger. Ook doet niemand jonge wijn in oude zakken. Anders doet de wijn de zakken barsten, en gaat de wijn verloren met de zakken. Nee, jonge wijn moet in nieuwe zakken.”

“Wat betekent dit? Dat Hij de wet verandert? Nee! Dat de wet ten dienste staat van de mens, die ten dienste staat van God – en daarom moet de mens een open hart hebben. “We hebben het altijd zo gedaan” wijst op een gesloten hart, en Jezus zegt ons: “Ik zal u de Heilige Geest zenden, en Hij zal u naar de volheid van de waarheid leiden.” Als je een hart hebt dat afgesloten is voor de nieuwheid van de Geest, zul je nooit de volle waarheid bereiken. En je christelijk leven zal een halfslachtig leven zijn, een opgelapt leven, gerepareerd met nieuw dingen, maar op een basis die niet open staat voor de stem van de Heer – een gesloten hart, zodat je de wijnzakken niet kunt vervangen.”

Dit, zo benadrukte de paus, was de zonde van Saul, waardoor God hem afwees. “Het is een zonde van zo vele christenen die vasthouden aan wat altijd gedaan is en die de wijnzakken niet vervangen. En zij eindigen met een halfslachtig leven, [een leven dat] gerepareerd [is], opgelapt, zonder betekenis.” De zonde, zei hij, “is een gesloten hart,” dat “de stem van de Heer niet hoort, dat niet open staat voor de nieuwheid van de Heer, voor de Geest die ons steeds verrast.” Deze rebellie, zegt Samuel, is “de zonde van toverij”, en ongehoorzaamheid is de zonde van afgodendienst:

“Christenen die koppig volhouden dat “het altijd zo gedaan is”, dit is het pad, dit is de weg – ze zondigen: de zonde van toverij. Het is alsof ze hun leven leiden door te raden: “Wat er is gezegd en wat niet verandert, dat is wat belangrijk is; wat ik hoor – van mezelf en mijn gesloten hart – meer dan het Woord van de Heer.” Ongehoorzaamheid is ook de zonde van afgodendienst: de ongehoorzame christen zondigt! De zonde van afgodendienst. “En wat is de weg, Vader? Open het hart voor de Heilige Geest, onderscheid de wil van God.”

Paus Franciscus merkte op dat in de tijd van Jezus, goede Israëlieten de gewoonte hadden te vasten.

“Maar er is een andere werkelijkheid,” zei hij. “Dat is de Helige Geest die ons naar de volle waarheid leidt. En daar heeft hij een open hart voor nodig, een hart dat niet koppig volhoudt aan  de afgoderij van zichzelf,” en zich inbeeldt dat de eigen mening belangrijker is dan de verrassing van de Heilige Geest.

“Dit is de boodschap die de Kerk vandaag voor ons heeft. Dit is wat Jezus zo krachtig zegt: “Nieuwe wijn in nieuwe zakken.” Gewoonten moeten in de nieuwheid van de Geest worden vernieuwt, in de verrassingen van God. Moge God ons de genade van een open hart geven, een hart dat open staat voor de stem van de Geest, die weet hoe te onderscheiden wat niet verandert moet worden, omdat het aan de basis ligt, en wat moet veranderen om de nieuwheid van de Geest te kunnen ontvangen.”