Toespraak voor de Dag van Maria

Beste broeders en zusters,

Dit onderdeel van het Jaar van het Geloof is gewijd aan Maria, de Moeder van Christus en de Moeder van de Kerk, onze Moeder. Het beeld van Onze Lieve Vrouwe is vanuit Fatima gekomen om ons haar aanwezigheid onder ons te laten voelen. Het is een feit: Maria leidt ons altijd naar Jezus. Zij is een vrouw van geloof, een ware gelovige. Maar we kunnen ons afvragen: hoe zag Maria’s geloof eruit?

1. Het eerste aspect van haar geloof is dit: het geloof van Maria ontwart de knoop van de zonde (vg. Lumen Gentium, 56). Wat betekent dat? De Concilievaders van het Tweede Vaticaans Concilie namen de uitspraak over van de heilige Irenaeus, die zegt dat “de knoop van Eva’s ongehoorzaamheid werd ontward door de gehoorzaamheid van Maria. Wat de maagd Eva had gebonden door haar ongeloof heeft de Maagd Maria ontbonden door haar geloof” (Adversus Haereses, III, 22, 4).

De “knoop” van de ongehoorzaamheid, de “knoop” van het ongeloof. Wanneer kinderen hun ouders ongehoorzaam zijn kunnen we stellen dat er een kleine “knoop” ontstaat. Dit gebeurt als het handelt in het bewustzijn van wat hij of zij doet, in het bijzonder als een leugen bij betrokken is. Op dat moment breken zij met het vertrouwen van hun ouders. Je weet hoe vaak dit gebeurt! Dan moet de relatie met hun ouders van deze misstap gezuiverd worden; het kind moet om vergeving vragen zodat harmonie en vertrouwen kunnen worden hersteld. Iets vergelijkbaars gebeurt er in onze relatie met God. Als we niet naar Hem luisteren, als we Zijn wensen niet volgen, die we concrete dingen die ons gebrek aan vertrouwen in Hem laten zien – want dat is wat zonde is – en ontstaat er een soort knoop diep in ons. Deze knopen nemen onze vrede en rust weg. Deze zijn gevaarlijk, omdat veel knopen een warboel kunnen vormen die steeds groter en pijnlijker en moeilijker om te ontwarren wordt.

Maar we weten één ding: niets is onmogelijk voor Gods genade! Zelfs de meeste ingewikkelde knopen worden door Zijn genade ontwart. En Maria, wiens “ja” voor God de deur opende om de knoop van de oeroude ongehoorzaamheid te ontwarren, is de Moeder die ons geduldig en liefdevol naar God leidt, zodat Hij de knopen in onze ziel kan ontwarren door Zijn vaderlijke genade. We hebben allemaal een paar van zulke knopen en we kunnen in het hart van ons hart vragen: wat zijn de knopen in mijn leven? “Vader, mijn knopen kunnen niet ontwart worden!” Het is vergissing om zoiets te zeggen! Alle knopen in ons hart, elke knoop in ons bewustzijn, kan worden ontwart. Vraag ik Maria om mij te helpen te vertrouwen op Gods genade, om die knopen te ontwarren, om te veranderen? “Sta op, kom tot de Heer: Hij begrijpt je”. En zij neemt ons als een Moeder, onze Moeder, bij de hand, naar de omhelzing van de Vader, de Vader van genaden.

2. Een tweede aspect is het feit dat het geloof van Maria een menselijke gestalte aan Jezus gaf. Zoals het Concilie zegt: “In geloof en gehoorzaamheid immers heeft zij op aarde de Zoon zelf van de Vader voortgebracht, en wel zonder aanraking met een man, maar overschaduwd door de Heilige Geest” (Lumen Gentium, 63). Dit was een punt waar de Kerkvaders sterk op aandrongen: Maria verwekte Jezus eerst in geloof en daarna in het vlees, toen ze “ja” zei op de boodschap die God haar via de engel gaf. Wat betekent dit? Het betekent dat God niet mens wilde worden door onze vrijheid te negeren; Hij wilde door Maria’s vrije instemming, door haar “ja”, passeren. Hij vroeg haar: “Ben je bereid dit te doen?” En zij antwoordde: “Ja”.

Maar wat op de meest unieke wijze plaats vond in de Maagd Maria, vind ook plaats in ons, op geestelijke wijze, als wij het woord van God met een goed en welgemeend hart ontvangen en dit in de praktijk brengen. Het is alsof God mens wordt in ons; Hij komt in ons wonen, want Hij woont in ieder die Hem liefheeft en Zijn woord bewaart. Dit is niet gemakkelijk te begrijpen, maar echt, het is gemakkelijk in ons hart te voelen.

Denken we dat de menswording van Jezus gewoon iets uit het verleden is dat niets te maken heeft met ons persoonlijk? Geloven in Jezus betekent dat we Hem ons vlees geven met de bescheidenheid en moed van Maria, zodat Hij temidden van ons kan blijven wonen. Het betekent Hem onze handen geven, om de kleinen en de armen mee te troosten; onze voeten, om eropuit te gaan en onze broeders en zusters te ontmoeten; onze armen, om de zwakken te omhelzen en te werken in de wijngaard van de Heer; onze geest, om te denken en te handelen in het licht van het Evangelie; en in het bijzonder om ons harten aan te bieden om lief te hebben en keuzes te maken in overeenstemming met de wil van God. Dit alles gebeurt door het werk van de Heilige Geest. En op deze manier worden wij werktuigen in Gods handen, zodat Jezus door ons in de wereld kan werken.

3. Het derde aspect is Maria’s geloof als een reis. Het Concilie zegt dat Maria “vooruit [ging] op haar pelgrimstocht van het geloof” (idem, 58). Zo gaat zij ons voor op deze pelgrimstocht, zij begeleidt ons en ondersteunt ons.

Hoe was Maria’s geloof een reis? Net zoals haar hele leven haar Zoon zou navolgen: Hij – Jezus – is de weg, Hij is het pad! Vooruit gaan in het geloof, voortgaan op de geestelijke pelgrimstocht die het geloof is, is niets anders dan Jezus volgen; naar Hem luisteren en geleid worden door Zijn woorden; zien hoe Hij handelt en in Zijn voetstappen lopen; Zijn zelfde gevoelens hebben. En wat zijn deze gevoelens van Jezus? Nederigheid, genade, nabijheid met anderen, maar een sterk afwijzen van huichelarij, dubbelhartigheid en afgoderij. De weg van Jezus is de weg van een liefde die trouw is tot het einde, zelfs tot het opofferen van het eigen leven; het is de weg van het kruis. De reis van het geloof gaat dus door het kruis. Maria begreep dit vanaf het begin, toen Herodus de nieuwgeboren Jezus wilde doden. Maar deze kruiservaring werd dieper toen Jezus werd afgewezen. Maria was altijd bij Jezus, ze volgde Jezus temidden van de massa’s en ze hoorde alle roddels en narigheid van degenen die de Heer weerstonden. En ze droeg dit kruis! Maria’s geloof kwam onbegrip en minachting tegen. Toen Jezus’ uur kwam, het uur van Zijn lijden, toen het geloof van Maria een klein vlammetje in de nacht was, een klein flakkerend lampje in het duister. In de nacht van Stille Zaterdag hield Maria de wacht. Haar vlam, klein maar helder, bleef branden tot het ochtendgloren van de verrijzenis. En toen ze hoorde dat het graf leeg was, was haar hart vol van de vreugde van het geloof: christelijk geloof in de dood en verrijzenis van Jezus Christus. Geloof leidt ons altijd naar vreugde, en Maria is de Moeder van de vreugde! Moge zij ons leren om de weg van de vreugde te kiezen, om deze vreugde te ervaren! Dat was het hoogtepunt – deze vreugde, deze ontmoeting van Jezus en Maria, en we kunnen ons voorstellen hoe dat was. Hun ontmoeting was het hoogtepunt van Maria’s reis van geloof, en die van de hele Kerk. Hoe is ons geloof? Houden we het, zoals Maria, zelfs in moeilijke tijden, momenten van duisternis, brandende? Ervaar ik de vreugde van het geloof?

Vanavond, Moeder, danken wij u voor uw geloof, het geloof van een sterke en bescheiden vrouw; we hernieuwen ons toevertrouwen aan u, Moeder van ons geloof. Amen.

One thought on “Toespraak voor de Dag van Maria”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s