Boodschap voor de Wereldjongerendag 2015

 Zalig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien (Matt. 5:8) 

Beste jonge vrienden,

We zetten onze geestelijke pelgrimstocht voort naar Krakow, waar in juli 2016 de volgende internationale Wereldjongerendag gehouden wordt. Als gids op onze reis hebben we de Zaligsprekingen gekozen. Vorig jaar overwogen we de zaligspreking van de armen van geest, binnen de grotere context van de Bergrede. Samen ontdekten we de revolutionaire betekenis van de Zaligsprekingen en de krachtige oproep van Jezus om moedig op weg te gaan op de spannende zoektocht naar geluk. Dit jaar zullen we de zesde zaligspreking overwegen: “Zalig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien” (Matt. 5:8).

1. Het verlangen naar geluk

Het woord “zalig”, oftewel “gelukkig”, komt negen keer voor in deze tekst, de eerste grote rede van Jezus (vg. Matt. 5:1-12). Het is als een refrein dat ons herinnert aan de oproep van God om samen met Hem op weg te gaan naar het ware geluk, ondanks alle uitdagingen.

Beste jonge vrienden, deze zoektocht naar geluk wordt door mensen van alle tijden en alle leeftijden gedeeld. God heeft in het hart van elke man en vrouw een onbedwingbaar verlangen naar geluk, naar vervulling, geplaatst. Heb je gemerkt dat je hart rusteloos is, steeds op zoek naar een schat die haar dorst naar het eeuwige kan stillen?

De eerste hoofdstukken van het boek Genesis laten ons de grote “zaligheid” zien waartoe we geroepen zijn. Dat bestaat uit de volmaakte eenheid met God, met anderen, met de natuur en met onszelf. God in vrijheid benaderen, Hem te zien en dicht bij Hem te zijn, was vanaf het begin onderdeel van Zijn plan voor ons; zijn goddelijke licht was bedoeld om elke menselijke relatie met waarheid en openheid te verlichten. In de oorspronkelijke zuiverheid was het niet nodig om maskers te dragen, listigheden te verzinnen of ons voor anderen te verbergen. Alles was schoon en zuiver.

Toen Adam en Eva aan de verleiding toegaven en deze relatie van vertrouwvolle eenheid met God verbraken, kwam de zonde in de menselijke geschiedenis (vg. Gen. 3). De gevolgen waren meteen duidelijk, in hunzelf, in hun relatie met elkaar en met de natuur. En hoe dramatisch waren die gevolgen! Onze oorspronkelijke zuiverheid was bezoedeld. Vanaf die tijd waren we niet langer in staat om nabij God te zijn. Mannen en vrouwen begonnen zich te verbergen, hun naaktheid te bedekken. Bij gebrek aan het licht dat voorkomt uit het aanschouwen van de Heer, zagen zij alles om hen heen vervormd, bijziend. Het innerlijke kompas dat hen de weg had gewezen op hun zoektocht naar geluk raakte zijn referentiepunt kwijt en de aantrekkingskracht van macht, rijkdom, bezit en een verlangen naar genot tegen elke prijs leidde hen naar de afgrond van verdriet en angst.

In de Psalmen horen we de hartstochtelijke oproep van de mensheid naar God: “Wie zal ons het geluk laten zien? Heer, laat het licht van uw gelaat over ons opgaan” (Ps. 4:7). In Zijn oneindige goedheid antwoordde de Vader op deze oproep door Zijn Zoon te sturen. In Jezus heeft God een menselijk gelaat aangenomen. Door Zijn Menswording, leven, dood en verrijzenis bevrijdt Jezus ons van zonde en opent Hij nieuwe en tot dan onvoorstelbare horizonten.

Beste jonge mannen en vrouwen: In Christus vinden jullie de vervulling van elk verlangen naar goedheid en geluk. Alleen Hij kan in je diepste behoeften voorzien, die zo vaak worden overschaduwd door misleidende wereldse beloften. Zoals de heilige Johannes Paulus II zei: “Hij is de schoonheid die jullie aantrekt; hij daagt jullie uit met die dorst naar radicaliteit die niet toelaat dat jullie je aan het compromis aanpassen; Hij dwingt jullie om de maskers af te leggen die het leven vals maken; hij leest in het hart de ware beslissingen die anderen zouden willen verstikken. Het is Jezus die in jullie het verlangen opwekt om iets groots van jullie leven te maken” (Meditatie bij de Avondwake bij de Tor Vergata, 19 augustus 2000: Insegnamenti XXIII/2, [2000], 212).

2.  Zalig die zuiver van hart zijn…

Laten we nu proberen beter te begrijpen hoe deze zaligheid tot stand komt door de zuiverheid van het hart. Ten eerste moeten we de bijbelse betekenis van het woord hart kennen. In het Hebreeuwse denken is het hart het centrum van de emoties, gedachten en bedoelingen van de menselijke persoon. Omdat de Bijbel ons leert dat God niet kijkt naar het uiterlijk, maar naar het hart (vg. 1 Sam. 16:7), kunnen we ook zeggen dat wij God vanuit het hart zien. Dit omdat het hart eigenlijk de mens in zijn of haar volledigheid is, als een eenheid van lichaam en ziel, in zijn of haar vermogen om lief te hebben en liefgehad te worden.

Wat betreft de definitie van het woord puur, gebruikt de evangelist Mattheus het Griekse woord katharos, wat schoon, puur, onbezoedeld betekent. In het Evangelie zien we dat Jezus een bepaald idee van rituele puurheid afwijst die beperkt is tot uiterlijke handelingen, die alle contact verbood met dingen en mensen (waaronder melaatsen en vreemden) die als onrein werden beschouwd. Tegen de Farizeëen die, zoals zo veel Joden in hun tijd, niets aten zonder eerst rituele wassingen uit te voeren en zich te houden aan de vele tradities rondom het reinigen van vaten, zegt Jezus categorisch: “Niets wat van buitenaf in de mens komt, kan hem onrein maken. Maar wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen de kwade gedachten, ontucht, diefstal, moord, overspel, hebzucht, gemeenheid, bedrog, bandeloosheid, jaloezie, laster, hoogmoed, lichtzinnigheid” (Mc. 7:15, 21-22).

Waaruit bestaat dan dat geluk dat voortkomt uit een zuiver hart? Door Jezus’ lijst van kwade gedachten die iemand onzuiver maken zien we dat de vraag in de eerste plaats te maken heeft met onze relaties. Ieder van ons moet leren te onderscheiden wat zijn of haar hart kan ‘bezoedelen’, en om zijn of haar geweten juist en verstandig te vormen, om zo in staat te zijn “uit te maken wat God van u wil, en wat goed is, welgevallig en volmaakt” (Rom. 12:2). We moeten een gezonde zorg voor de schepping laten zien, maar hoeveel te meer moeten de zuiverheid beschermen van het meest kostbare van alles is: ons hart en onze relaties. Deze ‘menselijke ecologie’ zal ons helpen de zuivere lucht in te ademen die voortkomt uit schoonheid, uit ware liefde, en uit heiligheid.

Ik heb jullie ooit gevraagd: “Waar is je schat? Waarin vind je hart rust?” (vg. Interview met jonge mensen uit België, 31 maart 2014). Onze harten kunnen gehecht zijn aan echte of valse schatten, ze kunnen echte rust vinden of simpelweg dutten, lui en loom worden. Het grootste goed dat we in het leven kunnen hebben is onze relatie met God. Zijn jullie hiervan overtuigd? Beseffen jullie hoeveel jullie waard zijn in de ogen van God? Weten jullie dat jullie onvoorwaardelijk geliefd en welkom bij Hem zijn, zoals jullie zijn? Zodra we dit besef kwijtraken worden wij mensen een onbegrijpelijk raadsel, want het weten dat we onvoorwaardelijk geliefd zijn door God geeft betekenis aan ons leven. Herinneren jullie je het gesprek dat Jezus had met de rijke jongeling (vg. Mc. 10:17-22)? De evangelist Marcus merkt op dat de Heer hem aankeek en van hem hield (v. 21), en hem uitnodigde Hem te volgen en zo ware rijkdom te vinden. Ik hoop, beste jonge vrienden, dat deze liefhebbende blik van Christus heel jullie leven met ieder van jullie zal zijn.

De jeugd is een tijd in het leven waarin je verlangen naar een liefde die echt, mooi en uitgestrekt is in je hart begint op te bloeien. Hoe krachtig is dit vermogen om lief te hebben en lief gehad te worden! Laat deze kostbare schat niet worden onteerd, vernietigd of bedorven. Dat is wat er gebeurt als we onze naasten gaan gebruiken voor onze eigen egoïstische doeleinden, zelfs als objecten voor ons eigen plezier. Harten worden gebroken en verdriet volgt op deze negatieve ervaringen. Ik verzoek jullie dringend: Wees niet bang voor ware liefde, de liefde die Jezus ons leert en die Sint-Paulus omschrijft als “geduldig en vriendelijk”. Paulus zegt: “De liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij verbeeldt zich niets. Zij verheugt zich niet over onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verduurt zij” (1 Kor. 13:4-8).

Ik moedig jullie aan de schoonheid van de menselijke roeping tot de liefde te herontdekken, en ik maan jullie ook om je te verzetten tegen de wijdverbreide neiging om liefde te reduceren tot iets banaals, tot enkel het seksuele aspect ervan, ontdaan van haar essentiële kenmerken van schoonheid, gemeenschap, trouw en verantwoordelijkheid. Beste jonge vrienden, “in een cultuur van relativisme en kortstondigheid verkondigen velen het belang van het ‘genieten’ van het moment. Ze zeggen dat het de moeite niet waard is om een levenslange verplichting aan te gaan, een definitieve beslissing te nemen, ‘voor altijd’, want we weten niet wat er morgen gebeurt. Ik vraag jullie, in plaats daarvan, om revolutionairen te zijn, ik vraag jullie om tegen de stroom in te gaan; ja, ik vraag jullie om je te verzetten tegen deze cultuur die alles als tijdelijk ziet en uiteindelijk gelooft dat jullie niet in staat zijn tot verantwoordelijkheid, dat gelooft dat jullie niet in staat zijn tot echte liefde. Ik heb vertrouwen in jullie en bid voor jullie. Heb de moed om ‘tegen de stroom in te gaan’. En heb ook de moed om gelukkig te zijn”  (Ontmoeting met de vrijwilligers van de XXVIII Wereldjongerendag, 28 juli 2013).

Jullie jonge mensen zijn dappere avonturiers! Als jullie je de rijke leer van de Kerk over de liefde laten ontdekken, zullen jullie ontdekken dat het christendom niet bestaat uit een reeks verboden die ons verlangen naar geluk verstikken, maar juist een project voor het leven dat onze harten kan vangen is.

3. …want zij zullen God zien

In het hart van iedere man en vrouw weerklinkt steeds de uitnodiging van de Heer: “Zoek mijn gelaat!” (Ps. 27:8). Tegelijkertijd moeten we ons ook beseffen dat we arme zondaars zijn. We lezen bijvoorbeeld in het boek Psalmen: “Wie mag de berg van de heer bestijgen? Wie mag op zijn heilige plaats staan? Wie zijn handen schoon en zijn hart zuiver houdt” (Ps. 24:3-4). Maar we moeten nooit bang of ontmoedigd zijn: in de hele Bijbel en in de geschiedenis van ieder van ons zien we steeds dat het God is die de eerste stap zet. Hij zuivert ons zodat we in Zijn aanwezigheid kunnen zijn.

Toen de profeert Jesaja de oproep van de Heer hoorde om in Zijn naam te spreken, was hij bang en zei: “Wee mij! Ik ben verloren! Ik ben een mens met onreine lippen”(Jes. 6:5). Maar de Heer zuiverde hem door hem naar een engel te zenden die zijn lippen aanraakte en zei: “Uw zonde [is] verdwenen, en uw schuld bedekt”(v. 7). In het Nieuwe Testament, toen Jezus aan de oever van het meer van Genessaret Zijn eerste leerlingen riep en het teken van de wonderbaarlijke visvangst gaf, viel Simon Petrus Hem aan de voeten en riep uit: “Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens” (Luc. 5:8). Jezus antwoordde meteen: “Wees niet bang. Voortaan zul je mensen vangen” (v. 10). En toen één van de leerlingen van Jezus Hem vroeg: “Laat ons de Vader zien, Heer, dan zijn we tevreden!”, antwoorde de Meester: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:8-9).

De uitnodiging van de Heer om Hem te ontmoeten wordt aan ieder van jullie gedaan, waar of in welke situatie jullie je dan ook bevinden. Het is voldoende om het verlangen te hebben om de “persoonlijke ontmoeting met Jezus Christus te hernieuwen of minstens de beslissing te nemen zich door Hem te laten ontmoeten, Hem elke dag onophoudelijk te zoeken” (vg. Evangelii Gaudium, 3). We zijn allemaal zondaars die door de Heer gezuiverd moeten worden. Maar het is genoeg om een kleine stap naar Jezus te zetten om te weten dat Hij ons altijd met open armen opwacht, in het bijzonder in het sacrament van Boete en Verzoening, een bevoorrechte kans om die goddelijke genade te ontmoeten die ons zuivert en ons hart vernieuwt.

Beste jonge mensen, de Heer wil ons ontmoeten, zichzelf door ons “gezien” laten worden. “En hoe dan?”, zul je me misschien vragen. De heilige Teresa van Avila, vijfhonderd jaar geleden in Spanje geboren, zei als jong meisje al tegen haar ouders: “Ik wil God zien”. Daarna ontdekte zij de weg van het gebed als “een intieme vriendschap met de Ene die ons geliefd doet voelen” (Autobiografie, 8,5). Mijn vraag aan jullie is dus: “Bidden jullie?” Weet je dat je met Jezus kan spreken, met de Vader, met de Heilige Geest, zoals je met een vriend spreekt? En niet zomaar een vriend, maar de beste en meest vertrouwde van je vrienden! Je zal ontdekken wat één van zijn parochianen aan de Pastoor van Ars vertelde: “Als ik voor het tabernakel bid “kijk ik Hem aan, en Hij kijkt mij aan”” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 2715).

Ik nodig jullie opnieuw uit om de Heer te ontmoeten door vaak de Heilige Schrift te lezen. Als dat nog geen gewoonte is, begin dan met de Evangelies. Lees een paar regels per dag. Laat het woord van God tot je hart spreken en je pad verlichten (vg. Ps. 119:105). Je zal ontdekken dat God ook “gezien” kan worden in het gelaat van je broeders en zusters, vooral degenen die het meest vergeten zijn: de armen, de hongerigen, zij die dorst hebben, vreemden, de zieken, de gevangenen (vg. Matt. 25:31-46). Heb je deze ervaring ooit gehad? Beste jonge mensen, om de logica van het Hemels Koninkrijk binnen te gaan moeten we inzien dat we arm met de armen zijn. Een zuiver hart is noodzakelijkerwijs een hart dat ontdaan is van alles, een hart dat kan neerbuigen en zijn leven kan delen met de meest behoeftigen.

God ontmoeten in het gebed, het lezen van de Bijbel en broederlijk samenleven zal je helpen de Heer en jezelf beter te leren kennen. Zoals de leerlingen op de weg naar Emmaüs (vg. Luc. 24:13-25) zal de stem van de Heer je hart in je laten branden. Hij zal je de ogen openen om Zijn aanwezigheid te zien en Zijn liefdevolle plan voor je leven te ontdekken.

Sommigen van jullie voelen, of zullen binnenkort voelen, de roep van de Heer tot het gehuwde leven, tot het vormen van een gezin. Veel mensen denken tegenwoordig dat deze roeping “achterhaald” is, maar dat is niet waar! Om die reden bevindt de kerkelijke gemeenschap zich in een speciale periode van bezinning over de roeping en de missie van het gezin in de Kerk en de moderne wereld. Ik vraag jullie ook om te overwegen of je geroepen bent tot het gewijde leven of het priesterschap. Hoe mooi is het om jonge mensen te zien die van harte de oproep aannemen om zichzelf volledig aan Christus en het dienstwerk van Zijn Kerk toe te wijden! Daag jezelf uit, en wees met een zuiver hart niet bang voor wat God van je vraagt! Vanuit jullie “ja” tegen Gods roep zullen jullie nieuwe zaden van hoop in de Kerk en de maatschappij worden. Vergeet nooit: de wil van God is ons geluk!

4. Onderweg naar Krakow

Zalig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien” (Matt.5:8). Beste jonge mannen en vrouwen, zoals jullie zien is deze zaligspreking rechtstreeks van toepassing op jullie leven en het is een garantie voor jullie geluk. Dus ik spoor jullie nogmaals aan: Heb de moed om gelukkig te zijn!

De Wereldjongerendag van dit jaar is het begin van de laatste fase van de voorbereidingen voor de grote samenkomst van jonge mensen van over de hele wereld in Krakow in 2016. Dertig jaar geleden stelde de heilige Johannes Paulus II de Wereldjongerendagen in in de Kerk. Deze pelgrimstocht van jonge mensen van elk werelddeel onder leiding van de opvolger van Petrus is werkelijk een voorzienig en profetisch initiatief geweest. Laten we samen de Heer danken voor de kostbare vruchten die deze Wereldjongerendagen hebben voortgebracht in de levens van ontelbare jonge mensen in ieder deel van de wereld! Hoeveel verbazingwekkende ontdekkingen zijn er niet gedaan, vooral de ontdekking dat Christus de Weg, de Waarheid en het Leven is! Hoeveel mensen hebben niet begrepen dat de Kerk een grote en gastvrije familie is! Hoeveel bekeringen, hoeveel roepingen hebben deze samenkomsten niet voortgebracht! Moge de heilige paus, de beschermheilige van de Wereldjongerendag, voor onze pelgrimstocht naar zijn geliefde Krakow een voorspraak zijn. En moge de moederlijke blik van de Heilige Maagd Maria, vol van genade, eeuwig schoon en eeuwig zuiver, ons vergezellen op elke stap op de weg.

Uit het Vaticaan, 31 januari 2015
Herdenking van de heilige Johannes Bosco

FRANCISCUS