Boodschap voor Werelgebedsdag voor Roepingen 2013

BOODSCHAP VAN DE HEILIGE VADER
VOOR DE 50e
WERELDGEBEDSDAG VOOR ROEPINGEN

21 APRIL 2013 – VIERDE ZONDAG VAN PASEN

Thema: Roepingen als teken van hoop gegrond in het geloof

Beste broeders en zusters,

Ter gelegenheid van de 50e Wereldgebedsdag voor Roepingen, die gehouden zal worden op 21 april 2013, de vierde zondag van Pasen, wil ik u uitnodigen om u te bezinnen op het thema: “Roepingen als teken van hoop gegrond in het geloof”, dat gelukkig genoeg plaats vindt in het Jaar van het Geloof, het jaar dat de 50e verjaardag markeert van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie. Terwijl het Concilie in sessie was, stelde de dienaar Gods Paulus VI deze dag van wereldwijd gebed tot God de Vader in, waarin Hem gevraagd wordt arbeiders voor Zijn Kerk te blijven sturen (vg. Matt. 9:38). “Het probleem van een voldoende aantal priesters,” zoals de paus toentertijd opmerkte, “raakt immers de gelovigen van nabij. Niet alleen omdat hiervan de godsdienstige toekomst van de christelijke samenleving afhangt, maar evenzeer omdat in dit punt nauwkeurig en onverbiddelijk tot uitdrukking komt hoe het gesteld is met de vitaliteit van het geloof en de liefde in iedere afzonderlijke parochiegemeenschap, in ieder diocees, omdat hierin een getuigenis ligt opgesloten van de morele gezondheid van de christelijke huisgezinnen. Overal waar roepingen tot het priesterschap en tot de geestelijke staat welig ontluiken, daar wordt waarlijk geleefd volgens de geest van het Evangelie” (Paulus VI, Radioboodschap, 11 april 1964).

In de tussenliggende decennia hebben kerkelijke gemeenschappen over de hele wereld zich elk jaar op de vierde zondag van Pasen verzameld, één in gebed, om God te vragen om het geschenk van heilige roepingen en om nogmaals de dringende nood aan te geven, ter overweging van allen, om op de goddelijke roep te antwoorden. Ja, deze belangrijke jaarlijkse gebeurtenis heeft een sterke verplichting onderhouden om het belang van roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven steeds meer in het hart van de spiritualiteit, het gebed en het pastorale handelen van de gelovigen te plaatsen.

Hoop is de verwachting van iets positiefs in de toekomst, maar tegelijkertijd moet het ons huidige bestaan onderhouden, dat vaak getekend wordt door ontevredenheid en falen. Waar is onze hoop op gebaseerd? Kijkend naar de geschiedenis van het volk Israel, zoals verteld in het Oude Testament, zien we één element dat steeds naar voren komt, vooral op bijzonder moeilijke momenten zoals de tijd van de Ballingschap, een element dat in het bijzonder in de geschriften van de profeten voorkomt, namelijk de herinnering aan Gods beloften aan de Aartsvaders: een herinnering die ons uitnodigd de voorbeeldige houding van Abraham na te volgen, die, zoals de heilige Paulus ons herinnerd, “[t]egen alle hoop in heeft […] gehoopt, en […]heeft geloofd dat hij vader zou worden van vele volken, zoals hem gezegd was: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn” (Rom. 4:18). Een troostrijke en verlichtende waarheid die uit het geheel van de heilsgeschiedenis naar voren komt is dan Gods trouw aan het verbond dat Hij is aangegaan, het steeds vernieuwend wanneer de mens het verbrak door trouweloosheid en zonde, van de tijd van de zondvloed (vg. Gen. 8:21-22) tot die van de uittocht en de tocht door de woestijn (vg. Deut. 9:7). Diezelfde trouw leidde Hem ertoe het nieuwe en eeuwige verbond met de mens te sluiten, door het bloed van Zijn Zoon, die voor onze verlossing stierf en verrees.

Op elk moment, in het bijzonder op de moeilijkste, is de trouw van de Heer de werkelijke drijvende kracht achter de heilsgeschiedenis, die de harten van mannen en vrouwen opwekt en in hen de hoop bevestigd om op een dag het “beloofde land” te bereiken. Hier vinden we de werkelijke basis van alle hoop: God verlaat ons nooit en Hij blijft trouw aan Zijn woord. Om die reden kunnen we in elke situatie, hetzij positief of negatief, de vaste hoop voeden en met de psalmist bidden: “Alleen bij God is mijn ziel gerust, alleen van Hem komt mijn verwachting” (Ps. 62:6). Hopen is daarom het equivalent van vertrouwen in God die trouw is, die de beloften van Zijn verbond houdt. Geloof en hoop zijn dus nauw verbonden. “Hoop” is in feite een sleutelwoord in het Bijbelse geloof, in zo verre zelfs dat in bepaalde teksten de woorden “geloof” en “hoop” uitwisselbaar lijken te zijn. Zo legt de Brief aan de Hebreeën een direct verband tussen het “onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop” (10:23) en “een vast geloof” (10:22). Eveneens, als de Eerste Letter van de Heilige Petrus de christenen maant om altijd bereid te zijn rekenschap te geven van de “logos” – de betekenis en reden – van hun hoop (vg. 3:15), is “hoop” het equivalent van “geloof” (Spe Salvi, 2).

Beste broeders en zusters, wat is precies Gods trouw, die we met vaste hoop aanhangen? Het is Zijn liefde! Hij, de Vader, stort Zijn liefde door de Heilige Geest uit in ons meest innerlijke zelf (vg. Rom. 5:5). En deze liefde, volledig geopenbaard in Jezus Christus, grijpt ons bestaan aan en eist een reactie wat betreft wat elk individu met zijn of haar leven wil doen, en wat hij of zij bereidt is op te offeren om het in zijn volheid te leven. De liefde van God volgt soms wegen die men zich nooit had kunnen voorstellen, maar het bereikt altijd degenen die gevonden willen worden. Hoop wordt daarom gevoed door deze zekerheid: “Zo hebben wij de liefde leren kennen die God voor ons heeft, en wij geloven in haar” (1 Joh. 4:16). Deze diepgaande, veeleisende liefde, die tot diep onder de oppervlakte doordringt, geeft ons moed; het geeft ons hoop op onze levensweg en in onze toekomst; het laat ons vertrouwen hebben in onszelf, in de geschiedenis en in andere mensen. Ik wil mij in het bijzonder richten tot de jonge mensen en ik zeg jullie wederom: “Hoe zou jullie leven eruit zien zonder deze liefde? God zorgt voor mannen en vrouwen vanaf de schepping tot het einde der tijden, wanneer hij zijn heilsplan compleet zal maken. In de Verrezen Heer vinden we de zekerheid van onze hoop!” (Toespraak tot jonge mensen van het Bisdom San Marino-Montefeltro, 19 juni 2011).

Net zoals tijdens Zijn aardse bestaan, loopt de verrezen Jezus ook vandaag door de straten van ons leven en ziet ons ondergedompeld in onze activiteiten, met al onze verlangens en behoeften. Temidden van onze dagelijkse omstandigheden blijft Hij tot ons spreken; Hij roept ons op ons leven met Hem te leiden, want alleen Hij is in staat onze dorst naar hoop te lessen. Hij woont nu temidden van de gemeenschap van leerlingen dat de Kerk is, en vandaag de dag roept Hij nog steeds mensen op om Hem te volgen. De oproep kan op elk moment komen. Ook vandaag blijft Jezus zeggen: “Kom, volg Mij” (Mar. 10:21). Zijn uitnodiging aannemen betekent dat we niet langer onze eigen weg kiezen. Hem volgen betekent onze eigen wil onderdompelen in de wil van Jezus, en Hem werkelijk prioriteit geven, de eerste plaats op elk gebied van ons leven: in het gezin, op het werk, in onze persoonlijke interesses, in onszelf. Het betekent onze levens aan Hem geven, in diepgaande nabijheid met Hem leven, door Hem binnengaan in gemeenschap met de Vader in de Heilige Geest, en als gevolg daarvan met onze broeders en zusters. Deze gemeenschap van leven met Jezus is de bevoordeelde omgeving waarin we hoop kunnen ervaren en waarin het leven volmaakt en vrij zal zijn.

Roepingen tot het priesterschap en het gewijde leven komen voort uit de ervaring van een persoonlijke ontmoeting met Christus, vanuit een gemeende en vastberaden dialoog met Hem, om Zijn wil binnen te gaan. Het is daarom nodig om in geloofservaring te groeien, als een diepgaande relatie met Jezus, als een innerlijke oplettendheid op Zijn stem die diep in ons wordt gehoord. Dit proces, dat ons in staat stelt om positief op Gods roep te reageren, is mogelijk in christelijke gemeenschappen waarin het geloof intensief beleefd wordt, waar vrijgevig getuigenis wordt gegeven van trouw aan het Evangelie, waar er een sterk missiebesef is dat mensen aanzet de totale zelfgave te doen voor het Koninkrijk van God, gevoed door het ontvangen van de sacramenten, in het bijzonder de Eucharistie, en door een vurig gebedsleven. Dit laatste “moet […] enerzijds heel persoonlijk zijn, een confrontatie van mijn ‘ik’ met God, de levende God. Anderzijds echter moet het steeds weer geleid en verlicht worden door de grote gebedswoorden van de Kerk en van de heiligen, door het liturgische gebed, waarin de Heer ons steeds weer op de juiste wijze leert bidden” (Spe Salvi, 34).

Diepgaand en constant gebed leidt tot groei in het geloof van de christengemeenschap, met de oneindig hernieuwde zekerheid dat God Zijn volk nooit verlaat en dat Hij hen onderhoudt door specifieke roepingen – tot het priesterschap en het gewijde leven – tot stand te brengen, zodat deze voor de wereld tekenen van hoop kunnen zijn. Priesters en religieuzen zijn inderdaad geroepen om zichzelf onvoorwaardelijk aan het Volk van God te geven, ten dienste van de liefde voor het Evangelie en de Kerk, die vaste hoop dienend die alleen voort kan komen uit openheid voor het goddelijke. Door de getuigenis van hun geloof en apostolische ijver kunnen zij daarom, in het bijzonder aan de jongere generaties, een sterk verlangen doorgeven om vrijgevig en direct antwoord te geven op Christus, die hen oproept Hem steeds nabijer te volgen. Wanneer een leerling van Jezus de goddelijke oproep accepteert om zichzelf toe te wijden aan het priesterlijk dienstwerk of het gewijde leven, zien we één van de meest volgroeide vruchten van de christengemeenschap, die ons helpt met bijzonder vertrouwen en hoop naar de toekomst van de Kerk en haar toewijding aan de evangelisatie te kijken. Dit vereist steeds nieuwe arbeiders om het Evangelie te verkondigen, en de Eucharistie en het sacrament van Boete en Verzoening te vieren. Laten er dus toegewijde priesters zijn die weten hoe jonge mensen te begeleiden als “metgezellen op de reis”, hen te helpen om op de vaak bochtige en moeilijke weg Christus te herkennen, de Weg, de Waarheid en het Leven (vg. Joh. 14:6), en hen met Evangelische moed te vertellen hoe mooi het is om God, de christengemeenschap, de eigen broeders en zusters, te dienen. Laten er priesters zijn die de vruchtbaarheid van een enthousiaste toewijding laten zien, die een gevoel van compleetheid aan hun leven geeft omdat het gebasseerd op geloof in Hij die ons eerst heeft liefgehad (vg. 1 Joh. 4:19).

Evenzeer hoop ik dat jonge mensen, die worden geconfronteerd met zoveel opervlakkige en vluchtige keuzes, in staat zullen zijn om een verlangen naar wat werkelijk waardig is, naar hogere doelen, radicale keuzes, dienst aan anderen in navolging van Jezus, te ontwikkelen. Beste jonge mensen, wees niet bang Hem te volgen en de veeleisende en moedige wegen van liefdadigheid en vrijgevige toewijding te gaan! Op die manier zul je blij zijn te dienen, zullen jullie getuigen zijn van een vreugde die de wereld niet geven kan, zullen jullie levende vlammen zijn van een oneindige en eeuwige liefde, zullen jullie leren “verantwoording [te geven] aan ieder die rekenschap vraagt van de hoop die in u leeft” (1 Pet. 3:15)!

Uit het Vaticaan, 6 oktober 2012

BENEDICTUS PP. XVI

One thought on “Boodschap voor Werelgebedsdag voor Roepingen 2013”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s