Brief aan het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek

Aan de Eerbiedwaardige Broeder
Kardinaal Zenon Grocholewski,
Grootkanseelier van het Pauselijke Instituut voor Gewijde Muziek

Honderd jaren zijn voorbijgegaan sinds mijn heilige voorganger Pius X de Hogere School voor Gewijde Muziek stichtte, twinitg jaar later verheven tot Pauselijk Instituut door Paus Pius XI. Deze belangrijke gebeurtenis is reden tot vreugde voor iedereen die de gewijde muziek onderhouden, maar meer in het algemeen voor iedereen, te beginnen met de pastores van de Kerk, die belang hechten aan  de Liturgie, waarvan gewijde zang een integraal deel is (vg. Tweede Oecumenisch Vaticaans Concilie, Constitutie Sacroscantum Concilium, n. 112). Daarom ben ik bijzonder blij mijn welgemeende felicitaties voor deze gebeurtenis over te brengen en aan u, mijn eerbiedwaardige broeder, aan de directeur en aan de hele gemeenschap van het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek mijn beste wensen uit te drukken.

Dit instituut, dat afhankelijk is van de Heilige Stoel, maakt deel uit van de unieke academische wereld die gevormd word door de Pauselijke Romeinse Universiteiten. Het is in het bijzonder verbonden aan het Sint Anselmus Athenaeum en aan de Benedictijnse Order, zoals ook weergegeven in het feit dat haar didactische hoofdkwartier sinds 1983 gevestigd is in de abdij van Sint Hieronymus in Urbe, terwijl het juridische en historische hoofdkwartier zich nog altijd in Sant’Apollinare bevinden. Bij het vieren van dit eeuwfeest gaan mijn gedachten uit naar allen – en alleen de Heer kent hen volledig – die op enige wijzen hebben samengewerkt in de activiteiten van de Hogere School, voor en na het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek: van de oversten die elkaar in de leiding opvolgden, tot de roemrijke professoren en de generaties aan leerlingen. Bij de dankzegging aan God voor de vele geschonken gaven komt de erkenning van alles dat ieder van hen, de muzikale kunst cultiverend ten dienst van de aanbidding van God, aan de Kerk heeft gegeven

Om duidelijk de identiteit en de missie van het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek te begrijpen is het goed om te herinneren dat de Heilige Paus Pius X het oprichtte, acht jaar na het uitgeven van het Motu Prprio Tra le sollecitudini, op 22 November 1903, waarmee hij een diepgaande hervorming op het gebied van de gewijde muziek uitvoerde en terugkeerde naar de grootse traditie van de Kerk tegen de invloeden van wereldse muziek, in het bijzonder de operamuziek. Deze meesterlijke interventie had, voor haar verwerkelijking in de wereldkerk, een studie- en leercentrum nodig dat op gelovige en kundige wijze de lijnen kon doorgeven van de Opperste Herder, trouw aan de authentieke en glorievolle traditie die teruggaat op Sint Gregorius de Grote. Daarom heeft dit instituut in de loop van honderd jaar doctrinale en pastorale inhoud van de pauselijke documenten, evenals die van het Tweede Vaticaans Concilie, over de gewijde muziek overgenomen, uitgelegd en doorgegeven, zodat deze het werk van componisten, dirigenten, liturgisten, musici and alle vormgevers op dit gebied kan verlichten en leiden.

In dit verband wil ik aandacht bestden aan een fundamenteel onderdeel dat mij bijzonder nauw aan het hart gaat: hoe de essentiële continuïteit van de leer over de gewijde muziek in de liturgie is opgevat van Sint Pius X tot vandaag, ondanks de natuurlijke evolutie. In het bijzonder hebben de Pausen Paulus VI en Johannes Paulus II, in het licht van de conciliare constitutie Sacrosanctum Concilium, het doel van de gewijde muziek willen bevestigen, namelijk “de verheerlijking van God en de heiliging van de gelovigen” (N. 112), en de fundamentele criteria van de Traditie, die ik hier kort herhaal:De gevoeligheid voor gebed, waardigheid en schoonheid; het trouw volgen van de teksten en de liturgische handelingen; het betrekken van de gemeenschap, en, als laatste, de gepaste aanpassingen aan de plaatselijke cultuur, daarbij tegelijk de universaliteit van de taal bewarend; de voorrang van de Gregoriaanse zang als hoogste voorbeeld van gewijde muziek, en de wijze waardering van andere uitdrukkingsvormen die deel zijn van het  historisch-liturgische erfgoed van de Kerk, in het bijzonder maar niet alleen de polyfonie; het belang van het schola cantorum, in het bijzonder in kathedrale kerken. Dit zijn belangrijke criteria die we zorgvuldig moeten beschouwen, ook vandaag de dag.

Soms werden deze elementen, die te vinden zijn in Sacrosanctum Concilium, evenals het grote kerkelijke erfgoed van de gewijde muziek of de universaliteit karakteristiek aan de Gregoriaanse zanf, beschowd als uitdrukkingen van een begrip dat reageerde op een verleden dat moest worden overwonnen en verwaarloosd, omdat het de vrijheid en de creativiteit van het individu en de gemeenschap bepertke. Maar we moeten onszelf altijd weer afvragen: Wie is het werkelijke onderwerp van de liturgie? Het antwoord is simpel: de Kerk. Niet het individu of de groep die de liturgie viert. Het is op de eerste plaats de handeling van Good door de Kerk met haar geschiedenis, haar rijke traditie en haar creativiteit.

De liturgie, en als gevolg de gewijde muziek, “bestaat vanuit een juiste en constante relatie tussen gezonde traditio en gerechtvaardigde progressio“, en houdt levend dat deze twee concepten – die de concilievaders duidelijk onderstreepten – wederzijds integreren omdat “traditie is een levende werkelijkheid die om die reden in zichzelf het principe van ontwikkeling, van vooruitgang, bevat” (Toespraak voor het Pauselijk Liturgisch Instituut, 6 mei 2011).

Dit alles, eerbiedwaardige Broeder, vormt zogezegd het “dagelijks brood” van het leven en werken van het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek. Gebasseerd op deze sterke en zekere elementen, waar aan toegevoegd worden een lange ervaring, moedig ik u aan met een hernieuwde impuls en toewijding uw dienstwerk aan in de professionele vorming van de studenten voor te zetten, zodat zij een serieuze en diepgaande kunde verkrijgen in de verschillende disciplines van de gewijde muziek.

Zo zal het Pauselijk Instituut op goede wijze bijdragen aan de vorming, op dit gebied, van de pastores en lekengelovigen in de verschillende Kerken, daarbij ook een juiste onderscheiding koesterend van de kwaliteit van de muzikale composities gebruikt in liturgische vieringen. Voor deze belangrijke doeleinden kunt u rekenen op mijn blijvende zorg, gesteund door een bijzondere herinnering in gebed, die ik opdraag aan de hemelse voorspraak van de Heilige Maagd Maria en van Sint Cecilia, daarbij u overvloedige vruchten van het eeuwfeest toewensend, geef ik van harte u, de deirecteur, de professoren, de staf en alle leerlingen van het Instituut een bijzondere Apostolische Zegen.

In het Vaticaan, 13 mei 2011

BENEDICTUS PP. XVI

One thought on “Brief aan het Pauselijk Instituut voor Gewijde Muziek”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s