De Kracht van Genade

Over de onontbindbaarheid van het huwelijk en de discussie over de burgerlijk hertrouwden en de sacramenten.

Na de aankondiging van de buitengewone synode over de pastorale zorg voor het gezin, die in oktober 2014 plaats zal vinden, zijn er enkele vragen gesteld over de kwestie van gescheiden en hertrouwde gelovigen en hun relatie met de sacramenten. Om het begrip over dit dringende onderwerp te verdiepen, zodat geestelijken hun kudde beter kunnen begeleiden en hen op een manier kunnen instrueren die overeenkomt met de waarheid van de katholieke leer, publiceren wij een uitgebreide bijdrage van de aartsbisschop-prefect van de Congregatie van de Geloofsleer.

De kwestie van gelovigen die een nieuwe burgerlijke relatie zijn aangegaan na een scheiding is niet nieuw. De Kerk heeft deze kwestie altijd zeer serieus genomen, met de intentie om de mensen die zich in deze situatie bevinden te helpen. Het huwelijk is een sacrament dat mensen bijzonder diep raakt op het persoonlijke, sociale en historische vlak. Gezien het toenemende aantal personen die hierdoor getroffen worden in landen met een oude christelijke traditie, heeft dit pastorale probleem belangrijke dimensies aangenomen. Vandaag de dag vragen zelfs rotsvaste gelovigen zich serieus af of de Kerk de gescheidenen en hertrouwden niet onder bepaalde voorwaarden kan toelaten tot de sacramenten. Zijn haar handen hierin permanent gebonden? Hebben theologen werkelijk alle gevolgen verkend? Deze kwestie moet op een manier bekeken worden die overeenkomt met de katholieke leer over het huwelijk. Een verantwoordelijke pastorale aanpak vooronderstelt een theologie die “volledige onderwerping van verstand en wil aan de openbarende God en […] vrijwillig[e] instemming […] aan de door Hem gegeven openbaring” (Dei Verbum 5) biedt. Om de authentieke leer van de kerk begrijpelijk te maken, moeten we beginnen met het woord van God dat gevonden wordt in de Heilige Schrift, uiteengezet in de Traditie van de Kerk en bindend geïnterpreteerd door het Magisterium.

De getuigenis van de Heilige Schrift

Rechtstreeks naar het Oude Testament verwijzen voor antwoorden op onze vraag is niet zonder risico’s, want in die tijd werd het huwelijk nog niet als sacrament gezien. Maar het woord van God in het Oude Verbond is in zoverre belangrijk voor ons dat Jezus in die traditie thuis hoort en op basis ervan spreekt. In de Tien geboden vinden we de uitspraak “U zult geen echtbreuk plegen” (Ex. 20:14), maar elders wordt echtscheiding als een mogelijkheid gepresenteerd. In Deuteronomium 24:1-4 bepaalt Mozes dat een man zijn vrouw een scheidingsbrief mag meegeven en haar zijn huis uit mag sturen als hij niet meer van haar houdt. Daarna mogen zowel man als een vrouw een nieuw huwelijk aangaan. Naast dit accepteren van echtscheiding geeft het Oude Testament ook een bepaald voorbehoud hierbij. De vergelijking van de profeten tussen het verbond van God met Israel en het huwelijksverbond omvat niet alleen het ideaal van monogamie, maar ook dat van onontbindbaarheid. De profeet Maleachi drukt dit helder uit: “Wees niet ontrouw aan de vrouw van uw jeugd… de vrouw van uw verbond” (Mal. 2:14-15).

Het waren vooral Zijn meningsverschillen met de Farizeeën die Jezus een reden gaf om dit onderwerp te bespreken. Hij distantieërde zich expliciet van de Oud Testamentische praktijk van echtscheiding, die Mozes had toegestaan omdat mensen zo “verstokt van hart” waren, en Hij wees op de oorspronkelijke wens van God: “Vanaf het begin van de schepping heeft Hij hen mannelijk en vrouwelijk gemaakt. Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten … en die twee zullen één zijn. … Dus: wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden” (Marc. 10:5-9; en Matt. 19:4-9, Luc. 16:18). De Katholieke Kerk heeft haar leer en praktijk steeds op deze uitspraken van Jezus over de onontbindbaarheid van het huwelijk gebaseerd. De innerlijke band die echtgenoten met elkaar verbind is door God zelf gesmeed. Het geeft een werkelijkheid aan die van God komt en daarom niet langer tot beschikking van de mens staat.

Tegenwoordig zijn sommige exegeten van mening dat zelfs in de tijd van de apostelen deze dominicaanse uitspraken met een zekere mate van flexibiliteit werden toegepast: met name in het geval van porneia/onkuisheid (vg. Matt. 5:32, 19:9) en in het geval van een echtscheiding tussen een christen en een niet-christelijke partner (vg. 1 Kor. 7:12-15). De onkuisheidsregels zijn vanaf het begin onderwerp geweest van een stevig debat onder exegeten. Velen delen de mening dat deze niet verwijzen naar de onontbindbaarheid van het huwelijk, maar naar ongeldige huwelijksverbintenissen. Maar het moge duidelijk zijn dat de Kerk haar leer en praktijk niet kan bouwen op controversiële exegetische hypothesen. Zij moet zich houden aan de heldere leer van Christus.

De heilige Paulus presenteert het verbod op echtscheiding als de uitdrukkelijke wil van Christus: “De gehuwden beveel ik, of liever niet ik, maar de Heer: de vrouw mag niet scheiden van haar man. Is zij toch gescheiden, dan moet zij ongehuwd blijven of zich met haar man verzoenen. Evenmin mag de man zijn vrouw verstoten” (1 Kor. 7:10-11). Tegelijkertijd staat hij vanuit zijn eigen autoriteit toe dat een niet-christen mag scheiden van een partner die christen is geworden. In dit geval is de christen “niet gebonden” om ongehuwd te blijven (1 Kor. 7:12-16). Op basis van deze tekst heeft de Kerk erkent dat alleen een huwelijk tussen een gedoopte man en een gedoopte vrouw een sacrament in de ware betekenis van het woord is, en alleen in dit geval is de onvoorwaardelijke onontbindbaarheid van toepassing. Het huwelijk van de ongedoopten is zeker geordend naar onontbindbaarheid, maar kan onder bepaalde omstandigheden – om een groter goed – worden ontbonden (privilegium Paulinum). Hier hebben we dan niet te maken met een uitzondering op wat onze Heer ons leert. De onontbindbaarheid van het sacramentele huwelijk, dat wil zeggen, het huwelijk dat gesloten wordt binnen het mysterie van Christus, blijft verzekerd.

Van groter belang voor de Bijbelse basis van het sacramentele beeld van het huwelijk is de Brief aan de Efeziërs, waarin we lezen: “Mannen, heb uw vrouw lief, zoals ook Christus de kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd” (5:25). En kort daarna voegt de apostel toe: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn. Dit geheim is groot. Ikzelf betrek het op Christus en de kerk” (5:31-32). Het christelijk huwelijk is een treffend teken van het verbond tussen Christus en de Kerk. Omdat het de genade van dit verbond aan- en doorgeeft, is het huwelijk tussen de gedoopten een sacrament.

De getuigenis van de Traditie van de Kerk

De Kerkvaders en Concilies leveren een belangrijke getuigenis over hoe de positie van de Kerk zich ontwikkelde. Voor de Vaders zijn de Bijbelse voorschriften over het onderwerp bindend. Zij verwerpen de echtscheidingswetten van de staat als onverenigbaar met de leer van Jezus. De Kerk van de Vaders wees echtscheiding en hertrouwen af en deed dit uit gehoorzaamheid aan het Evangelie. Op dit gebied is de getuigenis van de Vaders unaniem.

In de tijd van de Kerkvaders konden gescheiden gelovigen die waren hertrouwd zelfs niet na een tijd van boete worden toegelaten tot de sacramenten. Sommige patristische teksten lijken echter aan te geven dat misbruiken niet altijd streng werden gecorrigeerd en dat pastorale oplossingen van tijd tot tijd werden gevonden voor zeer zeldzame grensgevallen.

Op veel plaatsen ontstonden er later grotere compromissen, in het bijzonder als gevolg van de grotere wederzijdse afhankelijkheid van Kerk en Staat. In het Oosten bleef deze ontwikkeling doorgaan, en met name na de afscheiding van de Stoel van Petrus neeg het naar een toenemende liberale praxis. In de Orthodoxe Kerken van nu bestaat er een groot aantal redenen voor echtscheiding, die meestal worden verantwoord als oikonomia, of pastorale mildheid in moeilijke individuele gevallen, en deze openen de deur naar een tweede of derde huwelijk getekend door een boetvaardig karakter. Deze praktijk kan niet worden verzoend met de wil van God, zoals ondubbelzinnig uitgedrukt in de uitspraken van Jezus over de onontbindbaarheid van het huwelijk. Maar het vertegenwoordigd een oecumenisch probleem dat niet moet worden onderschat.

In het Westen bood de Gregoriaanse hervorming tegenwicht aan deze liberaliserende neigingen, en gaf een verse impuls aan het oorspronkelijke begrijpen van de Schrift en de Kerkvaders. De Katholieke Kerk verdedigde de absolute onontbindbaarheid van het huwelijk, zelfs ten koste van grote offers en lijden. Het schisma van een “Kerk van Engeland” die afgescheiden was van de Opvolger van Petrus kwam niet tot stand door leerstellige meningsverschillen, maar omdat de paus, uit gehoorzaamheid aan de uitspraken van Jezus, niet kon voldoen aan de eisen van Koning Hendrik VIII om zijn huwelijk te ontbinden.

Het Concilie van Trente bevestigde de leer van de onontbindbaarheid van het sacramentele huwelijk en legde uit dat dit overeen kwam met de leer van het Evangelie (vg. DH 1807). Er wordt soms beweerd dat de Kerk de Oosterse praktijk de facto tolereerde. De canonisten verwezen er steeds naar als een misbruik. En er bestaat bewijs dat groepen Orthodoxe christenen, als zij katholiek werden, de onmogelijkheid van tweede of derde huwelijken uitdrukkelijk moesten erkennen.

Het Tweede Vaticaans Concilie presenteert, in de Pastorale Constitutie Gaudium et Spes over “De Kerk in de wereld van deze tijd”, een theologisch en spiritueel diepgaande leer over het huwelijk. Het houdt de onontbindbaarheid van het huwelijk uitdrukkelijk en duidelijk in stand. Het huwelijk wordt begrepen als een alles omvattende communio van leven en liefde, lichaam en geest, tussen een man en een vrouw die allebei zichzelf geven en elkaar ontvangen als personen. Door de persoonlijke en vrije handelingen van hun wederzijdse instemming ontstaat er een blijvend en goddelijk ingericht instituut die gericht is op het welzijn van de echtgenoten en hun nakomelingen en niet langer afhankelijk is van menselijke willekeur: “Deze innige verenging, als zijnde het zich wederzijds wegschenken van twee personen, en eveneens het welzijn van de kinderen, vereisen de algehele trouw van de echtgenoten en hun onverbreekbare eenheid” (N. 48). Door het sacrament schenkt God een speciale genade aan de echtelieden: “Want gelijk God eens het initiatief nam tot een verbond van liefde en trouw met zijn volk, zo komt nu de Verlosser der mensen, de Bruidegom van de Kerk, door het sacrament van het huwelijk tegemoet aan de christelijke echtgenoten. Hij blijft met hen, opdat de echtgenoten elkaar door hun wederzijdse overgave zouden liefhebben in eeuwige trouw, zoals Hij zelf de Kerk heeft liefgehad en zich voor haar heeft overgeleverd” (n. 48). Door het sacrament verkrijgt de onontbindbaarheid van het huwelijk een nieuwe en diepere betekenis: het wordt een beeld van Gods blijvende liefde voor Zijn volk en van de onherroepelijke trouw van Christus aan Zijn Kerk.

Het huwelijk kan alleen als een sacrament begrepen en geleefd worden innen de context van het mysterie van Christus. Als het huwelijk geseculariseerd wordt, of alleen beschouwd wordt als een natuurlijke werkelijkheid, dan wordt haar sacramentele aard verborgen. Het sacramentele huwelijk maakt deel uit van de genade en wordt opgenomen in de uiteindelijke communie van liefde tussen Christus en Zijn Kerk. Christenen zijn geroepen hun huwelijk te beleven binnen de eschatologische begrenzingen van de komst van het koninkrijk van God in Jezus Christus, het mensgeworden Woord van God.

De getuigenis van het Magisterium in deze tijd

De Apostolische Exhortatie Familiaris Consortio – uitgevaardigd door Johannes Paulus II op 22 november 1981 na afloop van de Bisschoppensynode over het christelijk gezin in de moderne wereld, en sindsdien steeds van fundamenteel belang gebleven – bevestigd nadrukkelijk de dogmatische leer van de Kerk over het huwelijk. Maar het laat ook pastorale zorg zien voor de burgerlijk hertrouwde gelovigen die nog steeds gebonden zijn door een geldig kerkelijk huwelijk. De paus laat een hoge mate van zorg en begrip zien. Paragraaf 84 over “gescheidenen die hertrouwd zijn” bevat de volgende sleutelteksten: 1.  Herders zijn verplicht om, uit liefde voor de waarheid, “de situaties goed te onderscheiden”. Niet alles en iedereen moet op dezelfde wijze worden beoordeeld. 2. Herders en geloofsgemeenschappen moeten “met zorgzame liefde” naast de gelovigen staan die zich in deze situatie bevinden. Zij behoren ook tot de Kerk, zij hebben recht op pastorale zorg en moeten deelnemen aan het leven van de Kerk. 3. En toch kunnen zie niet worden toegelaten tot de Echaristie. Er worden hier twee redenen voor gegeven: a) “hun levensstaat en situatie [zijn] objectief in tegenspraak … met de liefdesgemeenschap tussen Christus en de Kerk, die in de Eucharistie haar teken en verwerkelijking vindt” b) “als men deze mensen tot de communie toelaat, zullen de gelovigen in dwaling en verwarring gebracht worden omtrent de leer van de Kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk”. Verzoening door de sacramentele biecht, dat de weg opent naar het ontvangen van de Eucharistie, kan alleen worden verleend in het geval van berouw over wat er gebeurd is en een bereidheid om “een vorm van leven te leiden die niet meer in tegenspraak is met de onontbindbaarheid van het huwelijk”. Concreet betekent dit dat als de nieuwe verbintenis niet kan worden ontbonden, bijvoorbeeld vanwege de opvoeding van kinderen, de twee partners “de verplichting op zich nemen in volledige onthouding te leven, d.w.z. zich van de eigenlijke huwelijksdaad te onthouden”. 4. Geestelijken wordt uitdrukkelijk verboden, om wezenlijk sacramentele en theologische redenen en niet vanwege wetmatige druk, om “plechtigheden van welke aard ook te organiseren” voor gescheiden mensen die burgerlijk hertrouwen zolang het eerste sacramenteel geldige huwelijk nog bestaat.

De uitspraak van de Congregatie voor de Geloofsleer over het ontvangen van de heilige communie door gescheiden en hertrouwde gelovigen, van 14 september 1994, benadrukt dat de praktijk van de Kerk op dit gebied “niet kan worden gewijzigd al naar gelang de situatie verschilt” (N. 5). Het maakt ook duidelijk dat de gelovigen in kwestie niet ter communie moge gaan op basis van hun eigen geweten: “In het geval dat de gelovige in kwestie dat wel mogelijk acht, hebben de herders en de biechtvaders … de ernstige verplichting hem of haar te waarschuwen dat een dergelijk gewetensoordeel duidelijk in tegenspraak is met de leer van de Kerk” (N. 6). Als er twijfels bestaan over de geldigheid van een mislukt huwelijk, dan moeten deze door de bevoegde huwelijkstribunalen onderzocht worden (vg. N 9). Het blijft van het grootste belang om “met een voorkomende liefde alles te doen wat de gelovigen die zich in een onregelmatige huwelijkssituatie bevinden, kan sterken in de liefde tot Christus en tot de Kerk. Enkel zo kunnen zij de boodschap van het christelijk huwelijk ten volle aanvaarden en in geloof het lijden doorstaan dat met hun situatie samenhangt. In het pastorale werk moet alles in het werk gesteld worden om duidelijk te maken dat het hier niet om discriminatie gaat maar enkel om absolute trouw aan de wil van Christus die ons de onverbreekbaarheid van het huwelijk opnieuw als gave van de Schepper heeft gegeven en toevertrouwd” (N. 10).

In de Post-Synodale Apostolische Exhortatie Sacramentum Caritatis van 22 februari 2007 vat Benedictus XVI het werk van de Bisschoppensynode over het onderwerp van de Eucharistie samen en ontwikkelt hij dit verder. In no. 29 richt hij zich op de situatie van gescheiden en hertrouwde gelovigen. Ook voor Benedictus XVI is dit een “lastig en ingewikkeld pastoraal probleem”. Hij bevestigt  “de praktijk van de Kerk … , welke haar grondslag heeft in de Heilige Schrift (vg. Marc. 10:2-12), om hen die gescheiden en hertrouwd zijn niet tot de Sacramenten toe te laten”, maar hij spoort herders tegelijkertijd aan om “bijzondere aandacht” te hebben voor de personen in kwestie, “met het verlangen dat zij, voor zover dat mogelijk is, een christelijke levensstijl cultiveren, door deel te nemen aan de heilige Mis, zij het zonder de Communie te ontvangen; door te luisteren naar het Woord van God; door eucharistische Aanbidding; door het gebed; door deel te nemen aan het gemeenschapsleven; door het vertrouwelijke gesprek met een priester of geestelijke leidsman; door zich te wijden aan praktische naastenliefde; door werken van boetvaardigheid; en door hun inzet voor de opvoeding van de kinderen.” Als er twijfels zijn over de geldigheid van een mislukt huwelijk moeten deze zorgvuldig worden onderzocht door de bevoegde huwelijkstribunalen. De moderne mentaliteit is grotendeels gekant tegen het christelijke begrip van het huwelijk wat betreft de onontbindbaarheid ervan en het open staan voor kinderen. Omdat vele christenen hierdoor worden beïnvloed zijn huwelijken tegenwoordig waarschijnlijk vaker ongeldig dan vroeger, omdat er een gebrek aan verlangen is naar het huwelijk in overeenstemming met de katholieke leer, en er te weinig socialisatie is binnen een gelovige omgeving. Daarom is een evaluatie van de geldigheid van het huwelijk belangrijk en kan het helpen om problemen op te lossen. Waar de nietigheid van een huwelijk niet kan worden aangetoond is de eis voor absolutie en ontvangst van de communie, volgens de gevestigde en bewezen praktijk van de Kerk, dat het stel leeft “als vrienden, als broeder en zuster”. Zegening van ongeregelde verbintenissen moeten worden voorkomen, “opdat er onder de gelovigen geen verwarring ontstaat over de waarde van het Huwelijk”. Een zegen (bene-dictio: goddelijke bekrachtiging) van een relatie die in tegenspraak is met de wil van God is een contradictio in terminis.

In zijn homilie tijdens de Zevende Wereldgezinsdag in Milaan, op 3 juni 2012, had Benedictus XVI wederom gelegenheid om over dit pijnlijke probleem te spreken: “Ik zou ook enkele woorden willen wijden aan de gelovigen die, ook al delen zij het onderricht van de Kerk over het gezin, zijn getekend door droevige ervaringen van mislukking en scheiding. Weet dat de Paus en de Kerk u ondersteunen in uw moeilijkheden. Ik moedig u aan verenigd te blijven met uw gemeenschap, terwijl ik wens dat de bisdommen de juiste initiatieven ontplooien voor opvang en nabijheid.”

De meest recente Bisschoppensynode over het onderwerp “Nieuwe evangelisatie voor het doorgeven van het christelijk geloof” (7-28 oktober 2012) richtte zich opnieuw op de situatie van de gelovigen die na het mislukken van een huwelijkse relatie (niet het mislukken van een huwelijk, dat als sacrament blijft bestaan) een nieuwe verbintenis zijn aangegaan en samenleven zonder sacramentele huwelijksband. In de afsluitende Boodschap spraken de Synodevaders als volgt tot degenen die het betreft: “Aan hen allen willen wij zeggen dat de liefde van God niemand verlaat, dat de Kerk ook van hen houdt, dat de Kerk een huis is die allen welkom heet, dat zij leden van de Kerk blijven ook al kunnen zij niet de sacramentele vergeving en de Eucharistie ontvangen. Moge onze katholieke gemeenschappen allen die in zulke omstandigheden leven welkom heten en hen die op weg zijn naar bekering en verzoening steunen.”

Opmerkingen gebaseerd op de antropologie en de sacramentstheologie

De leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk wordt vaak met onbegrip ontvangen in een geseculariseerde omgeving. Waar de fundamentele inzichten van het christelijk geloof zijn verloren kan een puur conventionele affiliatie met een kerk niet langer de grote levensbeslissingen ondersteunen of een vaste ondergrond bieden temidden van huwelijkcrises – of van crises in het priesterlijke en religieuze leven. Veel mensen vragen zich af: hoe kan ik mijzelf mijn hele leven aan één vrouw of één man binden? Wie kan me zeggen hoe mijn huwelijk over tien, twintig, dertig, veertig jaar zal zijn? Is een definitieve verbintenis met één persoon wel mogelijk? De vele huwelijken die vandaag de dag mislukken versterken de scepcis van jonge mensen wat betreft definitieve levenskeuzes.

Aan de andere kant heeft het ideaal – ingebouwd in de scheppingsorde – van trouw tussen één man en één vrouw niets aan fascinatie ingeboet, zoals blijkt uit recente opiniepeilingen onder jonge mensen. De meesten van hen verlangen naar een stabiele, blijvende relatie in overeenstemming met de spirituele en morele aard van de menselijke persoon. Bovendien moeten we de antropologische waarde van het onontbindbare huwelijk niet uit het oog verliezen: het houdt partners ver van willekeur en de tirannie van gevoelens en stemmingen. Het helpt hen persoonlijke problemen te doorstaan en pijnlijke ervaringen te overwinnen. Bovendien beschermt het de kinderen, die het meeste te lijden hebben onder echtelijke strijd.

Liefde is meer dan een gevoel of een instinct. In haar aard is het zelfgevend. In de echtelijke liefde zeggen twee mensen bewust en opzettelijk tegen elkaar: jij alleen – en jij voor altijd. Het woord van de Heer: “Wat God heeft verbonden” is in overeenstemming met de belofte van de echtgenoten: “Ik neem jou aan als mijn man … ik neem jou aan als mijn vrouw …  Ik wil je liefhebben en waarderen al de dagen van ons leven.” De priester zegent het verbond dat de echtgenoten met elkaar voor God hebben gesloten. Als iemand betwijfelt of de huwelijksband ontologisch is, laat hem dan een les trekken uit het woord van God: “Hebt u niet gelezen dat de schepper hen vanaf het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt? En dat Hij gezegd heeft: Daarom zal een mens zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één zijn? Ze zijn dus niet meer twee, maar één” (Matt. 19:4-6).

Voor christenen heeft het huwelijk tussen gedoopte personen binnen het Lichaam van Christus een sacramenteel karakter en daarom vertegenwoordigd het een bovennatuurlijke werkelijkheid.  Er komt een ernstig pastoraal probleem voort uit het feit dat veel mensen het christelijk huwelijk tegenwoordig puur met wereldlijke en praktische criteria beoordelen. Degenen die volgens de “geest van de wereld (1 Kor. 2:12) denken kunnen de sacramentaliteit van het huwelijk niet begrijpen. De Kerk kan niet op het toenemende onbegrip over de heiligheid van het huwelijk reageren door het zogenaamd onontkoombare op pragmatische wijze toe te staan, maar alleen door te vertrouwen op “de Geest die van God komt. Zo weten wij alles wat God ons in zijn genade gegeven heeft” (1 Kor. 2:12). Het sacramentele huwelijk is een getuigenis van de kracht van de genade, die de mens transformeert en de hele Kerk voorbereidt op de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, de Kerk,  “gereed als een bruid die zich voor haar man heeft getooid” (Openb. 21:2). Het Evangelie van de heiligheid van het huwelijk moet met profetische openhartigheid worden verkondigt. Door zich aan te passen aan de geest van de tijd zoekt een vermoeide profeet zijn eigen verlossing, maar niet de verlossing van de wereld in Jezus Christus. Trouw aan de huwelijkse instemming is een profetisch teken van de verlossing die God de wereld schenkt. “Wie dat kan, moet het begrijpen” (Matt. 19:12). Door de sacramentele genade is de huwelijksliefde gezuiverd, gesterkt en veredeld. “Deze liefde, door een wederzijdse verbintenis bezegeld en bovenal door het sacrament van Christus bekrachtigd is naar lichaam en geest onverbreekbaar trouw in voor- en tegenspoed en sluit bijgevolg iedere echtbreuk en echtscheiding uit” (Gaudium et Spes, 49). In de kracht van het sacrament van het huwelijk nemen de echtgenoten deel aan Gods uiteindelijke, onherroepelijke liefde. Daarom kunnen zij getuigen zijn van Gods trouwe liefde, maar zij moeten hun steeds voeden door in geloof en liefde te leven.

Er zijn weliswaar situaties – zoals elke herder weet – waarin het samenleven van huwelijkspartners in alle opzichten en om overtuigende redenen, zoals geestelijk of lichamelijk geweld, onmogelijk wordt. In zulke moeilijke gevallen heeft de Kerk echtgenoten altijd toegestaan om uit elkaar te gaan en niet langer samen te leven. Hierbij moet echter onthouden worden dat de huwelijksband van een geldige verbintenis voor God intact blijft, en de beide partijen niet vrij zijn om een nieuw huwelijk aan te gaan zolang de partner leeft. Herders en christelijke gemeenschappen moeten daarom de moeite nemen om ook in deze gevallen verzoening te bevorderen of, als dat niet mogelijk blijkt, de mensen te helpen hun moeilijke situatie in geloof tegemoet te treden.

Opmerkingen gebaseerd op de moraaltheologie

Er word vaak voorgesteld dat hertrouwde gescheidenen voor zichzelf zouden mogen beslissen, volgens hun eigen geweten, of zij wel of niet ter communie gaan. Dit argument, gebaseerd op een problematisch begrip van “geweten”, is in 1994 in een document van de CGL afgewezen. Natuurlijk moeten gelovigen, elkaar als zij de Mis bijwonen, overwegen of het mogelijk is om de communie te ontvangen, en een ernstige onbeleden zonde zal altijd een belemmering. Tegelijkertijd hebben zij de plicht om hun geweten te vormen en af te stemmen op de waarheid. Hierdoor luisteren zij ook naar het Magisterium van de Kerk, die hen helpt “niet weg te raken van de waarheid over het goede van de mens maar, speciaal in de moeilijke vraagstukken, met zekerheid de waarheid te bereiken en in haar te blijven” (Veritatis Splendor, 64). Als hertoruwde gescheidenen subjectief in hun geweten overtuigd zijn dat een eerder huwelijk ongeldig was, dan moet dit objectief bewezen worden door de bevoegde huwelijkstribunalen. Het huwelijk draait niet slechts om de relatie van twee mensen met God, maar het is ook een werkelijkheid van de Kerk, een sacrament, en het is niet aan de individuen in kwestie om over haar geldigheid te beslissen, maar aan de Kerk, waarin de individuen door geloof en Doopsel zijn opgenomen. “Als het eerdere huwelijk van twee gescheiden en hertrouwde gelovigen geldig was, dan kan hun nieuwe verbintenis onder geen enkele omstandigheid als wettig beschouwd worden, en daarom is het ontvangen van de sacramenten intrinsiek onmogelijk. Het geweten van het individu is zonder uitzondering aan deze norm gebonden” (Kardinaal Joseph Ratzinger, “The Pastoral approach to marriage must be founded on truth” L’Osservatore Romano, Engelse editie, 7 december 2011, p. 4).

Ook de leer over de epikeia – volgens welke een wet over het algemeen geldig kan zijn, maar niet altijd toepasbaar is op concrete menselijke situaties – kan hier niet worden aangevoerd, want in het geval van de onontbindbaarheid van het sacramentele huwelijk hebben we te maken met een goddelijke wet die niet ter beschikking staat van de Kerk. Maar – zoals we zien in het privilegium Paulinum – de Kerk heeft wel de autoriteit om de voorwaarden te verduidelijken waaraan het tot stand komen van een onontbindbaar huwelijk moet voldoen, zoals onderwezen door Jezus. Op die basis heeft de Kerk beperkingen tot het huwelijk vastgesteld, ze heeft redenen voor nietigverklaring erkent, en ze heeft een gedetaileerd proces om deze te onderzoeken ontwikkeld.

Een andere reden voor het toelaten van hertrouwde gescheidenen tot de sacramenten wordt beredeneerd in termen van genade. Gezien het feit dat jezus zelf solidairiteit betoonde met de lijdenden en zijn genadige liefde aan hen schonk, wordt genade gezien als een bepalende kwaliteit van waar apostelschap. Dit klopt, maar het mist doel als het gebruikt wordt als een argument op het gebied van de sacramentstheologie. Het geheel van de sacramentele economie is een werk van goddelijke genade en kan niet simpelweg aan de kant worden geschoven met een beroep op diezelfde genade. Een objectief onjuist beroep op de genade loopt ook het risico om het beeld van God te bagatelliseren, door te impliceren dat God niet anders kan dan vergeven. Het mysterie van God omvat niet alleen Zijn genade maar ook Zijn heiligheid en Zijn gerechtigheid. Als men deze kenmerken van God zou onderdrukken en zou weigeren de zonde serieus te nemen, dan zou het uiteindelijk niet eens mogelijk zijn om de genade van God naar de mens te brengen. Jezus kwam de zondares met groot medelijden tegemoet, maar Hij zei haar: “Ga nu maar, en zondig voortaan niet meer” (Joh. 8:11). De genade van God bevrijdt ons niet van de verplichting om ons aan Zijn geboden of de regels van de Kerk te houden. Het schenkt ons veeleer de genade en kracht die we nodig hebben om die plicht te vervullen, om op te staan na een val, en het leven in haar volheid te leven volgens het beeld van onze hemelse Vader.

Pastorale zorg

Zelfs als er geen mogelijkheid is om hertrouwde gescheidenen toe te laten tot de sacramenten, gezien hun intrinsieke aard, is het des te urgenter om pastorale zorg te betonen voor deze gelovigen, om hen duidelijk te wijzen op wat de theologie van de openbaring en het Magisterium hebben te zeggen. De weg die de Kerk wijst is niet gemakkelijk voor de betreffende personen. Maar zij moeten weten en ervaren dat de Kerk hen als een gemeenschap van verlossing op hun reis begeleidt. Voor zover de partijen een poging doen om de praxis van de Kerk te begrijpen en zich onthouden van communie, geven zij hun eigen getuigenis van de onontbindbaarheid van het huwelijk.

De zorg voor hertrouwde gescheidenen moet duidelijk niet worden gereduceerd tot de kwestie van het ontvangen van de Eucharistie. Het omvat een veel omvangrijkere pastorale benadering, die recht wil doen aan de verschillende situaties. Het is belangrijk om te beseffen dat er andere manieren zijn, los van de sacramentele communie, om nader tot God te komen. Men kan dat doen door in geloof, hoop en liefde, in boete en gebed, tot Hem te komen. God kan Zijn nabijheid en verlossing langs verschillende wegen aan mensen schenken, zelfs als zij zich in een tegenstrijdige levenssituatie bevinden. Zoals recente documenten van het Magisterium hebben benadrukt, zijn herders en christelijke gemeenschappen geroepen om mensen in ongeregelde situaties open en gemeend welkom te heten, om met sympathie en hulp naast hen te staan, en hen bewust te maken van de liefde van de Goede Herder. Als pastorale zorg geworteld is in waarheid en liefde, zal het de juiste wegen en benaderingen op steeds nieuwe manieren ontdekken.

AARTSBISSCHOP GERHARD LUDWIG MÜLLER

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s