De Radicale Oproep van de Paus tot de Nieuwe Evangelisatie

Tijdens een recent bezoek aan de Verenigde Staten was ik meerdere malen onder de druk van hoe diep Paus Franciscus is doorgedrongen in het nationale debat over een hele reeks onderwerpen. Zijn bijzondere gave om directe zorg voor alles en iedereen uit te drukken heeft een sterke weerklank gevonden bij vele van mijn landgenoten.

Tegelijkertijd merkte ik een zekere vraag op over of Paus Franciscus de leer van de Kerk over een aantal belangrijke morele onderwerpen in onze tijd, bijvoorbeeld de leer over de onschendbare waardigheid van onschuldig leven, en de integriteit van het huwelijk en het gezin, had veranderd of zou veranderen. Degenen die mij hierover vragen stelden waren verbaasd dat de Heilige Vader de onveranderlijke en onveranderbare waarheden van de leer van de Kerk over diezelfde kwesties in feite had bevestigd. Zij hadden een vrij andere indruk gekregen als gevolg van de populaire weergave van Paus Franciscus en zijn meningen.

De woorden en handeling van de Heilige Vader vereisen duidelijk van onze kant een passende manier van interpreteren, willen de op juiste wijze begrijpen wat hij wil leren. Mijn vriend en collega in het Dignitatis Humanae Instituut, Kardinaal Renato Raffaele Martino, drukte het in een recent artikel in deze krant als volgt uit: “De Heilige Vader geeft aanwijzingen met zijn woorden, maar leert effectief met zijn daden. Dit is zijn unieke karakter en aantrekkingskracht” (L’Osservatore Romano, Engelse editie, 13 december 2013, p. 7). Met andere woorden, Paus Franciscus oefent op krachtige wijze zijn gave uit om dichtbij alle mensen van goede wil te komen. Er wordt gezegd dat als hij zijn zorg voor één persoon laat zien, zoals hij zo vrijgevig doet wanneer de kans zich voordoet, allen begrijpen dat hij dezelfde zorg voor hen heeft.

Wat betreft de wijze waarop hij belangrijke onderwerp bespreekt, heeft de Heilige Vader zelf zijn benadering omschreven, toe hij zij: “We kunnen niet alleen blijven hameren op onderwerpen die met abortus, het homohuwelijk en het gebruik van anticonceptiemiddelen te maken hebben… Ik heb hier niet veel over gesproken, en daar ben ik over terechtgewezen. Maar als we over deze onderwerpen spreken, moeten we dat in een context doen. De leer van de Kerk is hierover duidelijk, en ik ben een zoon van de Kerk, maar het is niet nodig om de hele tijd over deze onderwerpen te spreken” (“Interview met de Paus”, L’Osservatore Romano, 25 september 2013, p. 14). Met andere woorden: de Heilige Vader wil allereerst zijn liefde voor alle mensen overbrengen , zodat zijn onderwijs over de belangrijke morele kwesties in die context kan worden ontvangen. Maar zijn benadering kan de plicht van de Kerk en haar herders om duidelijk en vasthoudend te onderwijzen over de meest fundamentele morele kwesties van onze tijd niet veranderen. Ik denk, bijvoorbeeld, aan de woorden van de Heilige Vader tot de deelnemers aan de tweede jaarlijke March voor Life in Rome of 12 mei vorig jaar, of aan zijn Twitterboodschap aan de deelnemers van de jaarlijkse March for Life in Washington, D.C., op 22 januari.

Paus Franciscus koos voor zichzelf het moment om ondubbelzinnig over deze kwesties te spreken, en dat te doen binnen de context van pastorale naastenliefde, toen hij het Dignitatis Humanae Instituut toesprak tijdens de Pauselijke Audiëntie voor onze vijfde jubileum. De verzamelde politici vermanend, waarschuwde de Heilige Vader voor een moderne “wegwerpcultuur” die dreigt “de overheersende mentaliteit te worden”. Hij ging verder met het identificeren van diegene die het meest te lijden hebben onder zo’n cultuur, en zei: “De slachtoffers van zo’n cultuur zijn juist de zwakste en meest kwetsbare menselijke wezen – de ongeborenen, de armste mensen, zieke ouderen, ernstig gehandicapte mensen… die het gevaar lopen “weggeworpen” te worden, uitgeworpen uit een machine die tegen elke prijs efficiënt moet zijn. Dit valse model van mens en maatschappij belichaamt een praktisch atheïsme, en ontkent de facto het woord van God dat zegt: “Laten wij de mens maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis”” (L’Osservatore Romano, Engelse editie, 13 december 2013, p. 7).

Op vergelijkbare wijze heeft Paus Franciscus de eeuwige leer van de Kerk over de onontbindbaarheid van het huwelijk bevestigd, evenals het praktische belang van de canonieke discipline van de Kerk om de waarheid over een claim van ongeldigheid van een huwelijk te onderzoeken. Ik denk in het bijzonder aan zijn woorden tot de plenaire vergadering van de Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur: “Het is steeds noodzakelijk om het effectieve verband tussen het handelen van de Kerk die evangeliseert en het handelen van de Kerk die rechtspreekt in gedachten te houden. De dienst van het recht is een onderneming van het apostolisch leven… ik moedig ieder van u aan om vol te houden in het nastreven van een heldere en oprechte uitoefening van gerechtigheid in de Kerk, in antwoord op de rechtmatige verlangens die de gelovigen tot hun herders richten, in het bijzonder als zij in vertrouwen verzoeken dat hun eigen status met autoriteit wordt verduidelijkt” (L’Osservatore Romano, Engelse editie, 15 november 2013, p. 8).

Paus Franciscus heeft op duidelijke wijze de morele leer van de Kerk herbevestigd, in overeenstemming met haar onverbroken traditie. Wat wil hij ons dan duidelijk maken over zijn pastorale benadering in het algemeen? Het komt mij voor dat hij eerst wil dat mensen ieder obstakel, waarvan zij denken dat het hen weerhoudt van met geloof reageren, aan de kant zetten. Hij wil bovenal dat zij Christus zien en Zijn persoonlijke uitnodiging ontvangen om één te zijn met Hem in de Kerk.

De Heilige Vader wil, zo lijkt mij, elk denkbaar obstakel wegsnijden dat mensen hebben bedacht om zichzelf te weerhouden van een antwoord op de universele oproep tot heiligheid van Jezus Christus. We kennen allemaal mensen die dingen zeggen als: “Oh, ik ga niet meer naar de Kerk vanwege de leer van de Kerk over scheiding”, of “Ik zou nooit katholiek kunnen zijn vanwege de leer van de Kerk over abortus of  over homoseksualiteit”. De Heilige Vader vraagt hen deze obstakels aan de kant te schuiven en Christus, zonder enig excuus, in hun levens te verwelkomen. Zodra zij de onmeetbare liefde van Christus, die voor ons alleen leeft in de Kerk, leren begrijpen, zullen zij in staat zijn wat hen ook verontrust over de Kerk, Zijn Mystieke Lichaam, en haar leer op kunnen lossen.

Zeker, personen wiens harten zijn verhard tegen de waarheid zullen iets heel anders lezen in de benadering van Paus Franciscus, en beweren dat hij, in feite, bepaalde leerstellingen van de Kerk, die ons totaal geseculariseerde cultuur afwijst, wil afschaffen. Hun valse lof voor de benadering van de Heilige Vader drijft de spot met het feit dat hij de Opvolger van de Heilige Petrus is, volledig gegrond in de zaligsprekingen, en dat hij daarom, met nederig vertrouwen in God alleen, de acceptatie en de lof van de wereld afwijst.

Het is niet dat de Heilige Vader niet duidelijk is in zijn verzet tegen abortus en euthanasie, of in zijn steun voor het huwelijk als de onontbindbare, gelovige en procreatieve verbintenis tussen één man en één vrouw. Hij richt zijn aandacht in plaats daarvan op het uitnodigen van iedereen tot het onderhouden van een intieme relatie, zelfs communie, met Christus, waarin de ononderhandelbare waarheden, door God in elk menselijk hart gegrift, steeds duidelijker worden en steeds edelmoediger worden aangenomen. Het begrijpen en beleven van deze waarheden is, zogezegd, de uiterlijke manifestatie van de innerlijke communie met God de Vader in Christus, Zijn eniggeboren Zoon, door het uitstorten van de Heilige Geest.

Door de persoon van Jezus Christus in het hart van alle pastorale activiteit van de Kerk te willen plaatsen volgt de Heilige Vader nauwgezet de leer van zijn voorganger op de Stoel van Petrus. Ruim een eeuw geleden schreef de Heilige Paus Pius X in zijn eerste encycliek, E supremi: “Wanneer men ons dus naar een leuze vraagt om onze innerlijke bedoeling te openbaren, dan zullen we altijd slechts deze leuze geven: “Alles herstellen in Christus”” (Par. 4). Tien jaar na het Tweede Vaticaanse Oecumenische Concilie, zei de Eerbiedwaardige Paus Paulus VI in de Post-Synodale Exhortatie Evangelii nuntiandi: “Er is geen sprake van echte evangelisatie als de naam, het onderricht, het leven, de beloften, het mysterie van Jezus van Nazaret, de Zoon van God, niet worden verkondigd” (n. 22). Bij de afsluiting van het Grote Jubeljaar 2000, herinnerde de Zalige Paus Johannes Paulus II de Kerk: “Het gaat er dan niet om een “nieuw programma” te ontwerpen. Het programma is er reeds; het programma dat gebaseerd is op het evangelie en de levende Traditie. Uiteindelijk is het gericht op Christus zelf: Hem dienen we te kennen, te beminnen, na te volgen om in Hem het trinitaire leven te beleven en om met Hem de geschiedenis om te vormen tot aan de voltooiing in het hemelse Jeruzalem” (Novo millenium inuente, n. 29).

In de Mis voor de inhuldiging van zijn dienstwerk als Opvolger van Sint-Petrus, vatte Paus Benedictus XVI de uitnodiging samen die de Kerk in elk tijdperk geeft, en deelde de woorden van zijn voorganger: “Heb geen angst voor Christus! Hij neemt niets van je af, en geeft alles. Wie zich aan Hem geeft, ontvangt het honderdvoud. Ja, opent de deuren en zet ze wijd open voor Christus – en je zult het ware leven vinden” (Homilie van Paus Benedictus XVI, 24 april 2005). Deze uitnodiging tot de volheid van het leven in Christus wil Paus Franciscus in het hart van zijn pastorale handelen plaatsen.

Tegelijkertijd moeten we niet denken dat zo’n uitnodiging vereist dat we zwijgen over fundamentele waarheden van de morele natuurwet, alsof deze kwesties op de één of andere manier randverschijnselen zijn van de boodschap van het Evangelie. De verkondiging van de waarheid van de morele wet is veeleer altijd een essentiële dimensie van de verkondiging van het Evangelie, want alleen in het licht van de waarheid van de morele wet, geschreven in elk menselijk hart, kunnen we de noodzaak herkennen om ons te bekeren van de zonde en de genade van God, ons aangeboden in Jezus Christus, aan te nemen. Om die reden begint Onze Heer Zijn eigen verkondiging van het Koninkrijk van God met de uitdaging:  “Bekeer u! Heb geloof in de goede boodschap” (Marc. 1:15). De roep tot bekering houdt zowel de herinnering aan onze zondigheid en ons falen om Gods wet te bewaren en, tegelijkertijd, het aanbod van Gods vergiffenis in. Daarom zien we de apostelen in hun prediking na Pinksteren, zowel hun toehoorders vermanen om hun zonden, en hen uitnodigen de genade die God hen door de Verrezen Christus wil schenken aan te nemen (Hand. 2:38-40, 3:14-20). In zijn Brief aan de Romeinen, begint de Heilige Paulus zijn uitgebreide weergave van het Evangelie precies met ons te herinneren aan de morele natuurwet, geschreven in ieder menselijk hart, die ons onze zondigheid laat zien en onze behoefte aan verlossing door het geloof in Jezus Christus (vg. Rom. 1-3).

Op deze manier biedt de vasthoudende verkondiging van de morele wet door de Kerk, vooral wat betreft de meest aangevochten kwesties in onze tijd, een essentiële dienst aan haar missie van evangelisatie. Maar deze verkondiging staat altijd in de context van de oproep tot leven in Christus, in wiens genadige Hart, voor ons geopend aan het Kruis, wij de genade vinden om ons te bekeren van onze zonden en te leven in overeenstemming met de geboden van God, en bovenal het eerste gebod van de naastenliefde.

Het pontificaat van Paus Franciscus moet daarom gezien worden als een radicale oproep om ons werk voor de nieuwe evangelisatie te verdubbelen. Radicaal in de zin dat we in onze dialoog met anderen en met de wereld bij het begin moeten beginnen, bij de oproep van Christus tot leven in Hem. Deze oproep van Christus is het goede nieuws van Gods liefde en genade waar onze wereld zo naar verlangt. Tegelijkertijd is het, zoals Simeon aan Onze Heilige Moeder voorspelde toen Onze Heer werd opgedragen in de tempel, ook “een omstreden teken” (Luc. 2:34), in elke tijd en in het bijzonder in onze “post-christelijke” maatschappij. De verkondiging van Jezus Christus kan immers nooit authentiek zijn zonder de verkondiging van Zijn Kruis. Paus Franciscus herinnerde ons hier zeer welsprekend aan in zijn homilie voor de kardinalen electoren op de middag na zijn verkiezing: “Wanneer wij onderweg zijn zonder  het Kruis, wanneer wij zonder het Kruis bouwen en wanneer wij een Christus belijden zonder Kruis, zijn we geen leerlingen van de Heer: dan zijn we werelds, zijn we bisschoppen, priesters, kardinalen, pausen, maar geen leerlingen van de Heer. Ik zou willen dat wij allemaal, na deze dagen van genade, de moed hebben,-  ja de moed! -, om op weg te gaan, te wandelen in tegenwoordigheid van de Heer, met het kruis van de Heer;  de moed om de Kerk op te bouwen op basis van het bloed van de Heer, dat vergoten is aan het Kruis; en de moed om als onze enige heerlijkheid de Gekruisigde Christus te belijden. En zo zal de Kerk vooruit gaan!” (Homilie van Paus Franciscus, 14 maart 2013).

Tegenover een uit de hand lopende ontkerstening in het westen moet de nieuwe evangelisatie, zoals Paus Franciscus onderstreept, duidelijk gegrond zijn in de gekruisigde Christus die als enige de wereld kan overwinnen omwille van de verlossing ervan.

Raymond Leo Burke
Prefect van de Hoogste Rechtbank van de Apostolische Signatuur;
President van de Adviesraad van het Dignitas Humanae Instituut

One thought on “De Radicale Oproep van de Paus tot de Nieuwe Evangelisatie”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s