Homilie bij de Mis met de nieuwgecreërde kardinalen

Beste kardinalen,
Broders bisschoppen en priesters,
Beste broeders en zusters,

Op deze feestdag van de Stoel van Sint Petrus hebben wij het geluk om samen te komen rond het altaar van de Heer samen met de nieuwe kardinalen die ik gisteren heb opgenomen in het College van Kardinalen. Aan hen in de eerste plaats verstrek ik mijn vriendelijke groeten, en ik dank Kardinaal Fernando Filoni voor de hartelijke woorden die hij namens allen tot mij gericht heeft. Ik groet de andere kardinalen en alle aanwezige bisschoppen, evenals de voorname autoriteiten, ambassadeurs, priesters, religieuzen en alle glovigen die uit verschillende delen van de wereld zijn gekomen voor deze blijde gelegenheid, die getekend is met een bijzondere universaliteit.

In de tweede lezing die we zojuist hebben gehoord, vermaant Sint Petrus de “oudsten” van de Kerk om ijverige herders te zijn, aandachtig voor de kudde van Christus (vg. 1 Pet. 5:1-2). Deze woorden zijn in de eerste plaats tot u gericht, mijn beste eerbiedwaardige broeders, die al grote verdiensten hebben laten zien onder het volg van God door uwe wijze en vrijgevige pastorale dienstwerk in veeleisende bisdommen, of door aan het hoofd te staan van de dicasterieën van de Roomse Curie, of in uw dienst aan de Kerk door studie en onderwijs.  De nieuwe waardigheid die u gegeven is is bedoeld als waardering voor het trouwe werk dat u heeft uitgevoerd in de wijngaard van de Heer, om de gemeenschappen en naties te eren waar u vandaan komt en die u zo waardig vertegenwoordigt in de Kerk, om u met nieuwe en belangrijker kerkelijke verantwoordelijkheden te bekleden, en uiteindelijk om van u een aanvullende bereidheid te vragen om ten dienste te staan van Christus en de hele christengemeenschap. Deze bereidheid om het evangelie te dienen is stevig gebasseerd op de zekerheid van het geloof. We weten dat God zijn beloften nakomt en we wachten hoopvol op de vervulling van deze woorden van Sint Petrus: “Wanneer de opperherder verschijnt, zult u de nooit verwelkende krans van de heerlijkheid ontvangen” (1 Pet. 5:4).

De Evganelielezing van vandaag laat Petrus zien, geïnspireerd door God, terwijl hij zijn eigen vaste geloof in Jezus als de Zoon van Goden de beloofde Messias uitdrukt. In antwoord op deze heldere geloofsbelijdenis, die Petrus ook names de andere apostlene doet, onthult Christus de missie die Hij aan hem wil toevertrouwen, namelijk als “rots”, de zichtbare basis waarop de hele geestelijke bouwwerk van de Kerk is gebouwd (vg. Matt. 16:16-19). Deze nieuwe naam, “rots” is geen verwijzing naar het persoonlijke karakter van Petrus, maar kan alleen begrepen worden basis van een dieper aspect, een mysterie: door de taak de Jezus hem oplegt za Simon Petrus iets worden dat, in woorden van “vlees en bloed” , hij niet is. De exegeet Joachim Jeremias heeft laten zien dat op de achtergrond de symbolische taal van “heilige rots” aansweizg is. Wat dit betreft is het nuttig een rabbinische tekst te overwegen, die zegt: “De Heer zei: “Hoe kan ik de wereld schappen, als deze goddeloze mannen in opstand komen tegen mij? “Maar toen God zag dat Abraham geboren moest worden, zij hij: “Zie, ik heb een rots gevonden waarop ik de wereld kan opbouwen en vestigen.” Daarom noemde hij Abraham een rots.” The profeet Jesaja verwijst hiernaar wanneer hij het volk oproep: “kijk naar de rots waaruit u bent gehouwen… Kijk naar Abraham, uw vader” (51: 1-2). Vanwege zijn geloof wordt Abraham, de vader van de gelovigen, gezien als de rots die de schepping steunt. Simon, de eerste die zijn geloof belijdt in Jezus als de Christus en de eerste getuige van de verrijzenis, wordt nu, op basis van zijn hernieuwde geloof, de rots die zal volhouden tegen de verwoestende krachten van het kwaad.

Beste broeders en zusters, deze eavngelietekst die ons verkondigt is wordt nog welsprekender uitgelegd in één van de beroemdste artistieke schatten van deze basiliek: het altaar van de Stoel. Na door het prachtige hoogschip gekomen te zijn, en verder lopend voorbij het dwarsschip, komt de pelgrim bij de apsis en ziet voor hem een enorme bronzen troon die in de lucht lijkt te zweven, maar in werkelijkheid wordt ondersteund door de vier beelden van de grote Kerkvaders uit Oost en West. En boven de troon, omringt door triomferende engelen in de lucht, schijnt de glorie van de Heilige Geest door het ovale raam.. Wat zegt deze beeldende composite ons, dit produkt van het genie van Bernini? Het vertegenwoordigd een visioen van de essentie van de Kerk en de plaats binnen de Kerk van het Petrus-Magisterium.

Het raam van de apsis opent de Kerk naar buiten, naar het geheel van de schepping, terijwl het beeld van de Heilige Geest in de vorm van een duif, God laat zien als de bron van het licht. Maar er is ook een ander aspect aan te wijzen: de Kerk is zelf als een raam, de plek waar God ons nabij komt, waar Hij naar de wereld komt. De Kerk bestaat niet voor zichzelf, zij is niet het eindpunt, maar ze moet naar boven wijzen, voorbij zichzelf, naar het rijk boven. De Kerk is werkelijk zichzelf in zo verre dat zij de Ander, met een hoofdletter “A”, door haar laat schijnen – de Ene waar zij uit voortkomt en waar zij naar toe leidt. De Kerk is de plaats waar God ons “bereikt” en van waar wij naar Hem toe “vertrekken”: zij heeft de taak om, voorbij zichzelf, een wereld te openen die de neiging heeft in zichzelf opgesloten te raken, de taak om het licht dat van boven komt in de wereld te brengen. Zonder dat licht wordt zij onbewoonbaar.

De grote bronzen troon omvat een houten stoel uit de negende eeuw, waarvan lang gedacht werd dat het Sint Petrus’ eigen stoel was en daarom boven dit monumentale altaar werd geplaatst vanwege de grote symbolische waarde ervan. Het drukt de permanente aanwezigheid van de apostel in het leergezag van zijn opvolgers uit. De stoel van Sint Petrus is, zo kunnen we zeggen, de troon van de waarheid die voortkomt uit de opdracht van Christus na de belijdenis in Caesarea Philippi. De stoel van het leergezag herinnert ons ook aan de woorden die de Heer tot Petrus sprak tijdens het Laatste Avondmaal: “Ik heb voor je gebeden dat je geloof niet zou bezwijken; als je eenmaal tot inkeer bent gekomen, sterk dan op jouw beurt je broeders” (Luc. 22:32).

De stoel van petrus roept een andere herinnering op: de bekende uitdrukking uit Sint Ignatius van Antiochië’s brief aan de Romeinen, waarin hij schrijft dat de Kerk van Rome “leidt in liefdadigheid” (Begroeting, PG 5, 801). Het leiden in geloof is werkelijk onverbreklijk verbonden met leiden in liefde. Geloof zonder liefde zo niet langer authentiek christelijk geloof zijn. Maar de woorden van Sint Ignatius hebben nog een ander, veel concreter gevolg: het woord ‘liefdadigheid’ werd in feite ook door de vroege Kerk gebruikt om de Eucharistie aan te duiden. De Eucharistie is de Sacramentum caritatis Christi, waardoor Christus ons allen tot zichzelf blijft halen, zoals hij deed toen hij werd opgeheven aan het Kruis (vg. Joh. 12:32). Daarom is het “leiden in liefdadigheid” het bij elkaar halen van mannen en vrouwen een Eucharistische omhelsing – de omhelsin van Christus – die elk obstakel en elke scheiding voorbijgaat, en zo gemeenschap schept uit allerlei soorten verschillen. Het petrusambt is daarom een primaatschap van liefde in de eucharistische betekenis, dat wil zeggen bekommernis om de universele gemeenschap van de Kerk in Christus. En de Eucharistie is de vorm en de maat van deze gemeenschap, een waarborg dat het trouw zal blijen aan de maatstaf van de traditie van het geloof.

De grote Stoel word gedragen door de Kerkvaders. De twee Oosterse meesters. Sint Johannes Chrysostomus en Sint Athanasius, samen met de Latijnse, Sint Ambrosius en Sint Augustinus, vertegenwoordigen het geheel van de traditie, en vandaar de rijke uitdrukking van het ware geloof van de heilige en ene Kerk. Dit aspect van het altaar leert ons dat liefde op geloof rust. De liefde stort in als de mens niet op God vertrouwt en hem ongehoorzaam is. Alles in de Kerk rust op geloof: de sacramenten, de liturgie, evangelisatie, liefdadigheid. De wet en de autoriteit van de Kerk rusten evenzeer op geloof. De Kerk reguleert zichzelf niet, ze bepaalt haar eigen structuur niet maar ontvangt het van het woord van God, waar ze in geloof naar luistert, terwijl ze probeert het te begrijpen en te leven. Binnen de kerkelijke gemeenschap, hebben de Kerkvaders de functie omtrouw te garanderen aan de heilige Schrift. Zij verzekeren dat de Kerk betrouwbare en solide exegese ontvangt, die in staat is om samen met de Stoe van petrus een stabiel en samenhangend geheel te vormen. De heilige Schrift, met autoriteit geïnterpreteerd door het leergezag in het licht van de Vaders, werpt licht op de reis van de Kerk door de tijd, en schenkt haar een stevige basis temidden van de wisselvalligheden van de geschiedenis.

Na de verschillende elementen van het altaar van de Stoel te hebben overwogen, laat ons naar het geheel kijken. We zien dat het gekenmerkt wordt door een tweezijdige begweging: opstijgend en dalend. Dit is de wederkeigheid tussen geloof en liefde. De Stoel is hier op een prominente plek geplaatst, want dit is de plek waar het graf van Sint Petrus zich bevindt, maar ook dit neigt naar de liefde van God. Geloof is zeker gericht op liefde. Een zelfuichtig geloof zou een onwerkelijk geloof zijn. Wie gelooft in Jezus Christus en de dynamiek van zijn liefde, met zijn bron in de Eucharistie, binnengaat, ontdekt ware vreugde en is in staat om volgens de logica van deze gave te leven. Het ware geloof wordt verlicht door liefde en leidt naar liefde, leidt naar boven, net zoals het altaar van de Stoel omhoog wijst naar het verlichte raam, de glorie van de Heilige Geest, die het ware richtpunt van de blk van de pelgrim vormt als deze over de drempel van de Vaticaanse Basiliek stapt. Dit raam wordt benadrukt door de triomfantelijke engelen en de grote gouden stralen, met een gevoel van overvloedige volledigheid die de rijkdom van de gemeenschap met God uitdrukt. God is geen isolatie, maar glorievolle en vruegdevolle liefde, die zich uitwaarts verspreidt en straalt met licht.

Beste broeders en zusters, de gave van deze liefde is aan ons, aan alle christenen, toevertrouwd. Het is een gave die moet worden doorgegeven aan anderen, door de getuigenis van ons leven. Dit is in het bijzonder jullie taak, beste broeders kardinalen: om te getuigen van de vreugde van de liefde van Christus. We vertrouwen uw kerkelijk dienstwerk nu toe aan de Maagd Maria, die aanwezig was in de apostolische gemeenschap toen deze bijeenkwam in gebed, wachtend op de Heilige Geest (vg, Hand. 1:14). Moge zij, de Moeder van het Mensgeworden Woord, de weg van de Kerk beschermen, het werk van de pastores steunen door haar voorspraak en het gehele College der Kardinalen onder haar hoede nemen. Amen!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s