Homilie bij de zaligverklaring van Paus Johannes Paulus II

Beste broeders en zusters,

Zes jaar geleden waren we hier op dit plein samen voor de begrafenis van Paus Johannes Paulus II. Ons verdriet om zijn verlies was groot, maar nog groter was het gevoel van een enorme genade die over Rome en de hele wereld kwam: een genade die, op een bepaalde wijze, de vrucht was van het hele leven van mijn geliefde voorganger, en in het bijzonder van zijn getuigenis in het lijden. Zelfs toen roken we al de geur van zijn heiligheid, en Gods volk liet op vele manieren hun hoogachting van hem zien. Daarom, en met alle respect voor de kanonieke regels van de Kerk, wilde ik dat zijn zaligverklaringsproces met de redelijke haast zou voortgaan. En nu is de langverwachte dag gekomen; het is snel gekomen omdat dit de Heer aangenaam was: Johannes Paulus II is zalig!

Ik wil u allen vriendelijk groeten die bij deze vreugdevolle gelegenheid in zulke grote getale van over de hele wereld naar Rome zijn gekomen – kardinalen, patriarchen van de Oosterse Katholieke Kerk, broeders bisschoppen en priesters, officiële afvaardigingen, ambassadeurs en burgerautoriteiten, gewijde mannen en vrouwen en lekengelovigen, en ik verstrek die groet aan allen die zich bij ons voegen via radio en televisie.

Vandaag is het de Tweede Zondag van Pasen, die de Zalige Johannes Paulus II de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid heeft genoemd. De datum is gekozen voor de viering van vandaag omdat mijn voorganger, in de voorzienigheid van God, stierf op de vigilie van dit feest. Vandaag is ook de eerste van mei, de Mariamaand, en de liturgische herdenking van Sint Jozef de Arbeider. Al deze elementen verrijken ons gebed, ze helpen ons op onze pelgrimsticht door tijd en ruimte; maar in de hemel vindt er een hele andere viering plaats onder de engelen en heiligen!Maar toch, God is één, en Christus de Heer, die als een brug aarde en hemel verbindt, is dat ook. Om dit moment voelen we ons nabijer dan ooit, delend, als het ware, in de hemelse liturgie.

“Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen” (Joh. 20:29). In het Evangelie van vandaag verkondigt Jezus deze zaligspreking: de zaligspreking van het geloof. Voor ons is het bijzonder treffend omdat we samen zijn om een zaligverklaring te vieren, maar nog meer omdat degene die zalig verklaard wordt een paus is, een opvolger van Petrus, één die geroepen was om zijn broeders in het geloof te bevestigen. Johannes Paulus II is zalig vanwege zijn geloof, een sterk, vrijgevig en apostolisch geloof. We denken meteen ook aan een andere zaligspreking: “Gelukkig ben jij, Simon Barjona; niet vlees en bloed hebben jou dat onthuld, maar mijn Vader in de hemel” (Matt. 16:17). Wat heeft onze hemelse Vader aan Simon onthuld? Dat Jezus de Christus is, de Zoon van de levende God. Vanwege zijn geloof wordt Simon Petrus, de rots waarop Jezus Zijn Kerk kan bouwen. De eeuwige zaligspreking van Johannes Paulus II, in de verkondiging waaran de Kerk zich vandaag verheugd, wordt geheel omvat in deze uitspraken van Jezus: Gelukkig ben jij, Simon” en “Gelukkig zij die zonder gezien te hebben toch tot geloof komen!” Het is de zaligspreking van het geloof, die Johannes Paulus II ook ontving als een gave van God de Vader voor het opbouwen van Christus’ Kerk.

Onze gedachten gaan ook naar nog een andere zaligspreking, één die in ht Evangelie voor alle andere plaatsvindt. Het is de zaligspreking van de Maagd Maria, de Moeder van de Verlosser. Maria, die net zwanger was van Jezus, werd door de Heilige Elizabeth gezegd: “Gelukkige vrouw, zij die gelooft! Wat haar namens de Heer is gezegd, zal in vervulling gaan” (Luc.1:45). De zaligspreking van de het geloof heeft Maria als model, en wij allen verheugen ons dat de zaligverklaring van Johannes Paulus II plaatsvindt op deze eerste dag van de Mariamaand, onder de moederlijke blik van zij die door haar geloof het geloof van de apostelen onderhield en steeds het geloof blijft ondersteunen van hun opvolgers, vooral zij die geroepen zijn de Stoel van Petrus te bezetten. Maria komt niet voor in de verslagen van de verrijzenis van Christus, maar zij is, als het ware, steeds verborgen aanwezig: ze is de Moeder aan wie Jezus elk van Zijn apostelen en de hele gemeenschap toevertrouwd. In het bijzonder zie we hoe de Heiligen Johannes en Lucas de krachtige en moederlijke aanwezigheid van Maria opnemen in de teksten voorafgaand aan de teksten die we vandaag hoorden in het Evangelie en de eerste lezing. In het verslag van de dood van Jezus verschijnt Maria onder het kruis (Joh. 19:25), en aan het begin van de Handelingen van de Apostelen is ze temidden van de leerlingen die in gebed bijeen zijn in de bovenzaal (Hand. 1:14).

De tweede lezing van vandaag spreekt ook tot ons over geloof. Sint Petrus zelf, vervuld met geestelijke enthousiasme, wijst de nieuw-gedoopten op de reden van hun hoop en hun vreugde. Ik bedenk me graag hoe, in deze tekst, aan het begin van zijn Eerste Brief, Petrus geen vermanende taal gebruikt; in plaats daar van spreekt hij over feiten. Hij schrijft “U bent vol van vreugde”, en voegt dan toe: “Hem hebt u lief zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt” (1 Pet. 1:6, 8-9). All werkwoorden staan in de aantonende wijs, omdat er een nieuwe werkelijkheid is aangebroken in de verrijzenis van Christus, een werkelijkheid waar geloof een deur naar opent. “Dit is het werk van de Heer”, zegt de Psalm (118:23), en “een wonder is het in onze ogen”, de ogen van het geloof.

Beste broeders en zusters, vandaag aanschouwen onze ogen, in het volle geestelijk licht van de verrezen Christus, de geliefde en geachte persoon van Johannes Paulus II. Vandaag wordt zijn naam toegevoegd aan de menigte die hij heilig en zalig heeft verklaard gedruende de bijna 27 jaar van zijn pontificaat, waarbij hij op krachtige wijze de universele roeping tot het hoogste christelijk leven, tot heiligheid, benadrukte, zoals dat werd onderwezen in de conciliare Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium. Wij allen, als leden van het volk van God – bisschoppen, priesters, leken en religieuze mannen en vrouwen – maken een pelgrimstocht naar het hemelse thuisland waar de Maagd Maria ons is voorgegaan, verenigd als zij op een unieke en volmaakte wijze was met het mysterie van Christus en de Kerk. Karol Wojtyła nam deel aan het Tweede Vaticaans Concilie, eerst als hulpbisschop en daarna als Aartsbisschop van Kraków. Hij was zich goed bewust dat de beslissing van het Concilie om het laatste hoofdstuk van de Constitutie over de Kerk aan Maria te wijden betekende dat de Moeder van de Verlosser ons wordt voorgehouden als een beeld en model van heiligheid voor iedere christen en voor de gehele Kerk. Dit was het theologische inzicht dat de Zalige Johannes Paulus II als jonge man ontdekte en daarna onderhield en uitwerkte gedurende zijn leven. Een inzicht dat wordt uitgedrukt in het schriftbeeld van de gekruiste Christus met Maria, Zijn Moeder, aan Zijn zijde. Dit icoon uit het Evangelie van Johannes (19:25-27) werd opgenomen in het bisschops- en later pauselijke wapen van Karol Wojtyła: een gouden kruis met de letter “M” er rechtsonder en het motto “Totus tuus“, genomen uit de welbekende woorden van de Heilige Louis Marie Grignion de Montfort, waarin Karol Wojtyła een gidslamp voor zijn leven ontdekte: “Totus tuus ego sum et omnia mea tua sunt. Accipio te in mea omnia. Praebe mihi cor tuum, Maria – Ik behoor volledig aan u toe, en alles wat ik heb is het uwe. Ik neem u aan voor mijn geheeld. Oh Maria, geef mij uw hart” (Verhandeling over de Ware Devotie tot de Heilige Maagd, 266).

In zijn testament schreef de nieuwe zalige: “Toen, op 16 oktober 1978, het Conclaaf van de Kardinalen Johannes Paulus II verkoos, zei de Primaat van Polen, Kardinaal Stefan Wyszynski, tegen mij: ‘De taak van de nieuwe paus zal zijn de Kerk het Derde Millennium in te leiden.'” En de paus voegde daaraan toe: “Ik zou graag nogmaals mijn dankbaarheid aan de Heilige Geest willen uitdrukken voor de grote gave van het Tweede Vaticaans Concilie, waaraan ik mij, samen met de hele Kerk – en in het bijzonder met alle bisschoppen – ik mij schatplichtig voel. Ik bene r van overtuigd dat toekomstige generaties nog lang mogen putten uit de schatten waar dit Concilie van de twintigste eeuw ons mee heeft overspoeld. Als een bisschop die vanaf de eerste tot de laatste dag deel heeft genomen aan het Concilie, wil ik dit grote erfdeel toevertrouwen aan allen die geroepen zijn geweest en zullen worden om het in de praktijk te brengen. Voor mijzelf dank ik de Eeuwige Herder, dioe het mogelijk heeft gemaakt voor mij om dit grootse doel te dienen in de loop van alle jaren van mijn pontificaat”. En wat is dit ‘doel’? Het is hetzelfde dat Johannes Paulus II presenteerde tijdens zijn eerste Mis op het Sint Pietersplein met de onvergetelijke woorden: “Wees niet bang! Open, open wijd de deuren voor Christus!” Wat de nieuw-verkozen paus van iedereen vroeg, deed hijzelf als eerste: maatschappij,cultuur, politieke en economische systemen opende hij voor Christus, en met de kracht van een reus – een kracht die tot hem kwam van God – dwong hij een schijnbaar onontkoombaar getij. Door de getuigenis van zijn gewloof, liefde en apostolische moed, samen met een enorm menselijk charisma, hielp deze voorbeeldige zoon van Polen gelovigen van over de hele wereld om niet bang te zijn om christen genoemd te worden, om tot de Kerk te behoren, om te spreken over het Evangelie. Samengevat: hij hielp ons niet bang te zijn voor de waarheid, want waarheid waarborgt de vrijheid. Om het nog korter te zeggen: hij gaf ons de kracht om in Christus te geloven, want Christus is Redemptor hominis, de Verlosser van de mens. Dit was het onderwerp van zijn eerste encycliek, en de rode draad die door alle andere liep.

Toen Karol Wojtyła bezit nam van de troon van Petrus, brahct hij een diepgaand begrip van het verschil tussen Marxisme en christendom met zicht mee, gebasseerd op hun respectievelijke beeld van de mens. Dit was zijn boodschap: de mens is de weg van de Kerk, en Christus is de weg van de mens. Met deze boodschap, die het grote erfgoed is van het Tweede Vaticaans Concilie en haar ‘roerganger’, de Dienaar Gods Paus Paulus VI, leidde Johannes Paulus II het volk van GHod over de drempel van het Derde MIllennium, dat hij dankzij Christus ‘de drempel van de hoop’ kon noemen. Door de lange voorbereiding van het grote Jubeljaar richtte hi het christendom wederom op de toekomst, de toekomst van God, dat de geschiedenis overstijgt maar er toch direct invloed op heeft. Terecht heroverde hij voor het christendom de impuls van de hoop die op sommige vlakken was gevallen voor het Marxisme en de ideologie van de vooruitgang. Hij gaf het christendom haar ware gezicht terug van een religie van hoop, in de geschiedenis te leven in een ‘Adventsgeest’, in een persoonlijk en gezamenlijk bestaan gericht op Christus, de volheid van de mensheid en de vervulling van al onze verlangens naar gerechtigheid en vrede.

Als laatste, als een persoonlijker noot, wil ik God danken voor de gave om vele jaren met de Zalige Paus Johannes Paulus II te hebben mogen werken. Ik kende en waardeerde hem al eerder, maar drieëntwintig jaar lang, vanaf 1982, toen hij me naar Rome haalde om Prefect van de Congregatie van de Geloofsleer te zijn, was ik aan zijn zijde en kwam hem des te hoger te achten. Mijn eigen dienstwerk werd ondersteund door zijn geestelijke diepgang en de rijkdom van zijn inzichten. Zijn getuigenis van gebed was steeds indrukwekkend en verheffend voor mij: hij bleef diep verbonden met God, zelfs temidden van de vele eisen van zijn dienstwerk. Toen, ook, was er zijn getuigenis in het lijden: de Heer nam hem geleidelijk alles af, maar hij bleef toch de ‘rots’, zoals Christus verlangde. Zijn diepgaande nederigheid, gegrond in de nabijheid van Christus, maakte het hem mogelijk de Kerk te blijven leiden en de wereld de boodschap te geven die steeds sprekender werd naarmate zijn fysieke kracht afnam. Op deze manier leefde hij op buitengewone wijze de roeping van elke priester en bisschop, om steeds verder één te worden met Jezus, die hij dagelijks ontving en offerde in de Eucharistie.

Zalig ben jij, geliefde Paus Johannes Paulus II, omdat je geloofde! Blijf, zo bidden wij, het geloof van God’s volk vanuit de hemel ondersteunen. Amen.

2 thoughts on “Homilie bij de zaligverklaring van Paus Johannes Paulus II”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s