Homilie in de Kerstnachtmis 2012

Geliefde broeders en zusters!

Steeds opnieuw raakt de schoonheid van dit Evangelie onze harten: een schoonheid die de glorie van de waarheid is. Steeds weer verbaast het ons dat God zichelf tot een kind maakt zodat wij Hem lief kunnen hebben, zodat we Hem kunnen durven liefhebben, en in het volle vertrouwen van een kind laat Hij zichelf in onze armen nemen. Het is alsof God wil zeggen: Ik weet dat Mijn glorie je beangstigd, en dat je jezelf wilt laten gelden tegenover Mijn grootsheid. Dus nu kom Ik tot je als een kind, zodat je Mij kan aannemen en liefhebben.

Ik wordt ook herhaaldelijk geraakt door de bijna terloopse opmerking van de Evangelist dat er geen plaats voor hen was in de herberg. De onontkoombare vraag komt in ons: wat zou er gebeuren als Maria en Jozef bij mij kwamen aankloppen? Zou er plek voor hen zijn? En dan merken we dat de heilige Johannes deze schijnbaar toevallige opmerking over het gebrek aan ruimte in de herberg, waardoor het Heilig Huisgezin tot de stal waren veroordeeld, overneemt; hij verkent het verder en komt tot het hart van de zaak als hij schrijft: “In zijn eigen huis is Hij gekomen, en zijn eigen mensen hebben Hem niet opgenomen” (Joh. 1:11). De grote morele vraag van onze houding naar de daklozen, naar vluchtelingen en migranten, krijgt een diepere dimensie: hebben we echt ruimte voor God als Hijonder ons dak wil komen? Hebben we tijd en plaats voor Hem? Sturen we God zelf eigenlijk niet weg? Dat doen we als we geen tijd voor God heben. Hoe sneller we kunnen gaan, hoe efficiënter onze tijdsbesparende hulpmiddelene worden, hoe minder tijd we hebben. En God? De kwesite van God lijkt nooit dringend te zijn. Onze tijd is al helemaal gevuld. Maar de kwestie gaat nog dieper. Heeft God werkelijk een plaats in ons denken? Ons denkproces is op zo’n wijze vormgegeven dat Hij simpelweg niet zou horen te bestaan. Zelf als Hij aan de deur van ons denken klopt, moet Hij worden wegeredeneerd. Wanneer we het denken serieus willen nemen, moet het op zo’n manier worden vormgegeven dat de “Godshypotese” overbodig wordt. Er is geen plaats voor Hem. Zelfs in onze gevoelens en verlangens is er geen plaats voor Hem. We willen onszelf. We will wat we vast kunnen pakken, we will geluk dat binnen ons bereik is, we willen dat onze plannen en doelstellingen slagen. We zijn zo “vol” van onszelf dat er geen ruimte over is voor God. En dat betekent dat er ook geen ruimte is voor anderen, voor kinderen, voor de armen, voor de vreemde. Door over deze eenvoudige woorden over het gebrek aan ruimte in de herberg na te denken, heben we gezien hoezeer we moeten luisteren naar de vermaning van de heilige Paulus: “Word andere mensen, met een nieuwe gezindheid” (Rom. 12:2). Paulus spreekt over vernieuwing, het openstellen van ons intellect (nous), van de hele manier waarop we de wereld en onszelf beschouwen. De bekering die we nodig hebben moet werkelijk de diepte van onze relatie met de werkelijkheid bereiken. Laten we de Heer bidden dat we waakzaam mogen zijn voor Zijn aanwezigheid, dat we mogen horen hoe Hij zacht maar vasthoudend op de deur van ons wezen en willen klopt. Laten we bidden dat we in onszelf ruimte mogen maken voor Hem, dat we Hem ook in degenen door wie Hij spreekt mogen herkennen: kinderen, de lijdenden, de verlatenen, degenen die buitengesloten zijn en de armen van deze wereld.

Er is nog een ander vers uit het Kerstverhaal waar ik het met u over zou willen hebben – de lofzang van de engelen, waarin zij na de aankondiging van de nieuwgeboren Verlosser zingen: “Glorie aan God in de hoogste hemel, en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij een welgevallen heeft.” God is glorievol. God is puur licht, de schittering van waarheid en liefde. Hij is goed. Hij is de ware goedheid, goedheid par excellence. De engelen rondom Hem beginnen door simpelweg de vreugde van het zien van Gods glorie te verkondigen. Hun lied straalt de vreugde die hen vervult uit. In hun woorden horen we als het ware de klank van de hemel. Het is geen kwestie van de betekenis van dit alles proberen te begrijpen, maar simpelweg de overvloedige vreugde van het zien van de pure glorie van Gods waarheid en liefde. We willen deze vreugde uit laten stralen en ons raken: waarheid bestaat, pure goedheid bestaat, puur licht bestaat. God is goed, en Hij is de opperste macht boven alle machten. Dit alles zal ons vanavond, samen met de engelen en de herders, simpelweg blij moeten maken.

Verbonden met Gods glorie in den hoge is de vrede op aarde onder alle mensen. Waar God niet wordt verheerlijkt, waar Hij wordt vergeten of zelfs ontkent, daar is er ook geen vrede. Tegenwoordig echter doen wijdverbreide denkstromingen het tegenovergestelde gelden: ze zeggen dat godsdiensten, in het bijzonder het monotheïsme, de oorzaak avn het geweld en de oorlogen in de wereld zijn. Wil er vrede zijn, dan moet de mensheid eerst hiervan bevrijdt worden. Het monotheïsme, het geloof in één God, wordt voorgesteld als arrogantie, een bron van intolerantie, omdat het door zijn aard, met zijn bewering dat het de enige waarheid bezit, zichzelf aan iedereen wil opdringen. Het is waar dat, in de loop van de geschiedenis, het monotheïsme gediend heeft als een excuss voor intolerantie en geweld. Het is waar dat godsdient gecorrumpeerd kan worden en daardoor tegengesteld aan zijn diepste essentie, als mensen denken dat zij Gods zaak in eigen handen moeten nemen, en God zo hun eigen privébezit maken. We moeten waakzaam zij voor deze vervormingen van het heilige. Hoewel een zeker misbruik van de religie in de geschiedenis niet te ontkennen valt, is het niet waar dat een ontkenning van God tot vrede zal leiden. Als het licht van God wordt uitgedoofd, geldt dat ook voor de goddelijke waardigheid van de mens. Het menselijk wezen zou dan niet meer het beeld van God zijn, waaraan we eerbeid verschuldigd zijn in ieder persoon, in de zwakken in de vreemde, in de arme. Dan zouden we niet langer broeders en zusters, kinderen van de ene Vader, die aan elkaar toebehoren vanwege die ene Vader, zijn. Het soort arrogant geweld dat dan opkomt, de manier waarom de mens dan de ander veracht en vertrapt: dit hebben we in alle wreedheid gezien in de vorige eeuw. Alleen als het licht van God over en in de mens schijnt, alleen als iedere persoon gewild is, gekend en geliefd door God, is zijn waardigheid onschendbaar, hoe ellendig zijn situatie ook mag zijn. In deze heilige nacht werd God mens; zoals Jesaja had voorspeld is het kind dat hier geboren is “Emmanuel”, God met ons (Jes. 7:14). En door de eeuwen heen, hoewel er religiemisbruik was, is het ook waar dat de krachten van de verzoening en goedheid steeds weer zijn opgekomen vanuit het geloof in de God die mens werd. In de duisternis van zonde en geweld heeft dit geloof een heldere straal van vrede en goedheid laten schijnen, dat nog altijd blijft schijnen.

Christus is dus onze vrede, en Hij verkondigde vrede aan mensen ver weg en nabij (vg. Ef. 2:14, 17). Hoe kunnen wij nu anders dan tot Hem bidden: Ja, Heer, verkondig ook vandaag aan ons de vrede, of we nu ver weg of nabij zijn. Geef ook aan ons vandaag dat zwaarden mogen worden omgesmeed tot ploegscharen (Jes. 2:4). dat in plaats van oorlogswapens, praktische hulp gegeven maag worden aan de lijdenden. Verlicht hen die denken dat zij geweld moeten plegen in Uw naam, dat zij de zinloosheid van geweld mogen zien en Uw ware geziicht leren herkennen. Help ons mensen te worden waarin U “een welgevallen heeft” – mensen volgens uw beeld en zo ook mensen van vrede.

Toen de engelen vertrokken zeiden de herders tegen elkaar: “Kom, we gaan naar Betlehem om te zien wat er is gebeurd en ons door de Heer is bekendgemaakt” (Luc. 2: 15). De herders, zo zegt de Evangelist ons, gingen haastig naar Bethlehem (2:16). Een heilige nieuwsgierigheid zette heen aan om dit kind in een kribbe, waarvan de engel had gezegd dat het de Verlosser was, Christus de Heer, te zien. De grote vreugde waarvan de engel sprak had hun harten geraakt en hen vleugels gegeven.

Laten we naar Bethlehem gaan, zo zegt de liturgie van de Kerk ons vandaag. Trans-eamus staat er in de Latijnse Bijbel: laat ons “over” steken, durven verder te stappen, to “oversteek” te wagen waarmee we uit onze denk- en levensgewoonten stappen, over de puur materiele wereld de echte wereld in, naar God die op Zijn buurt naar ons is overgestoken. Laten we de Heer vragen om ons onze beperkingen te laten overstijgen, ons te helpen Hem te ontmoeten, vooral op het moment dart Hij Zichzelf in onze handen en onze harten stort in de Heilige Eucharistie.

Laten we naar Bethlehem gaan: als we deze woorden, samen met de herders, tegen elkaar zeggen, moeten we niet alleen denken aan de grote “oversteek” naar de levende God, maar ook aan de werkelijke stad Bethlehem en al die plaatse waar de Heer heeft geleefd, gewerkt en geleden. Laten we nu bidden voor de mensen die daar nu leven en lijden. Laten we bidden dat er vrede mag zijn in dat land. Laten we bidden dat Israeli’s en Palestijnen in staat kunnen zijn om hun leven te leven in de vrede van de ene God en in vrijheid. Laten we ook bidden voor de landen in die regio, voor Libanon, Syrië, Irak en hun buurlanden: dat er vrede mag zijn, dat christenen in die landen waar ons geloof is geboren daar kunnen bleven leven, dat christenen en moslims hun landen zij aan zij in de vrede van God mogen opbouwen.

De herders haastten zich. Zij werden gedreven door heilige nieuwsgierigheid en heilige vreugde. In ons geval kom het waarschijnlijk niet vaak voor dat we ons haasten voor de dingen van God. God bevindt zich niet onder de dingen waar haast bij geboden is. De dingen van God kunnen wachten, denken en zeggen we. Maar toch is Hij het meest belangrijke, uiteindelijk het enige werkelijk belangrijke. Waarom zouden ook wij niet kunnen worden gedreven door nieuwsgierigheid om van dichterbij te zien en te weten wat God tegen ons gezegd heeft? Laten we Hem, op dit moment, vragen ons hart te raken met de heilige nieuwsgierigheid en de heilige vreugde van de herders, en laten we zo met vreugde oversteken naar Bethlehem, naar de Heer die ons vandaag wederom komt ontmoeten. Amen.

One thought on “Homilie in de Kerstnachtmis 2012”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s