In Hac Tanta

ENCYCLIEK VAN PAUS BENEDICTUS XV
OVER DE HEILIGE BONIFATIUS
AAN ZIJNE EMINENTIE KARDINAAL HARTMANN,
AARTSBISSCHOP VAN KEULEN,
EN AAN DE ANDERE AARTSBISSCHOPPEN VAN DUITSLAND.

Geliefde Zoon en Eerbiedwaardige Broeders,
Gegroet en de Apostolische Zegen.

We bevinden ons temidden van vele beproevingen en moeilijkheden, “en afgezien van al het andere: wat dagelijks op mij afkomt is de zorg voor alle gemeenten,” [1] om de woorden van de Apostel te gebruiken. Wij hebben deze onverwachte gebeurtenissen nauwkeurig gevolgd, deze uitingen van chaos en van anarchie die recent onder u en in omringende landen hebben plaatsgevonden. Zij blijven ons in spanning houden.

2. In deze duistere tijden is de herinnering aan de heilige Bonifatius, die twaalf eeuwen geleden de verlossing naar Duitsland bracht, een lichtstraal en een boodschap van hoop en vreugde. Wij herdenken de eeuwenoude eenheid van het Duitse volk met de Apostolische Stoel. Deze eenheid plantte de eerste zaden van het geloof in uw land en hielp hen te groeien. Nadat de Roomse Stoel Bonifatius deze wetgeving toevertrouwde, verrijkte hij deze door de uitzonderlijke glorie van zijn daden en, uiteindelijk, door het bloed van het martelaarschap.

3. Nu, twaalf eeuwen later, zijn wij van mening dat u zo veel mogelijk vieringen moet voorbereiden om dit nieuwe tijdperk van christelijke beschaving te gedenken. Dit tijdperk is begonnen met de missie en de verkondiging van Bonifatius, en daarna voortgezet door zijn leerlingen en opvolgers. Uit dezen kwam de verlossing en de welvaart van Duitsland voort.

4. Een ander doel van de vieringen is het vervolmaken van de huidige tijd en het hervinden van religieuze eenheid en vrede voor de toekomst. Dit is het grootste goed en zij komt alleen voort uit Christus die de Kerk opdroeg het christelijk geloof en de naastenliefde te bewaren, te verspreiden en te verdedigen. Hierom is het noodzakelijk dat de Apostolische Stoel één is met de gelovigen. Bonifatius is de volmaakte voorbode en het model van deze eenheid. Dit leidde tot nauwe vriendschapsbanden tussen de Roomse Stoel en uw natie. Door het vieren van deze eenheid en volmaakte harmonie, wensen wij vurig dat zij opnieuw gevestigd worden onder alle volkeren, zodat Christus “alles in allen” kan zijn. [2]

5. Met vreugde gedenken wij die zaken die zo getrouw zijn opgetekend door de schrijvers van die verre tijd. Onder hen de bisschop Willibald, tijdgenoot van Bonifatius, die van de deugden en daden van deze heilige man verhaaldde en het begin van zijn missie naar het Duitse volk beschreef. Hij had zich sinds zijn jeugd in Duitsland toegewijd aan het religieuze leven, en hij maakte de gevaren van het apostolisch leven onder barbaarse volkeren mee. Daarom begreep hij dat hij geen blijvende vruchten zou oogsten zonder de instemming en goedkeuring van de Apostolische Stoel en tenzij hij zijn missie en mandaat daarvan ontving.

6. Na de titel van abt na zich te hebben neergeled, zei hij zijn monniken, zijn broeders, vaarwel, ondanks hun aandringen en hun tranen. Hij vertrok en reisde over land door vele landen en via de onbekende routes van de zee, en bereikte gelukkig de Stoel van de Apostel Petrus. Daar sprak hij de eerbiedwaardige paus, Gregorius II, toe, “deed aan hem verslag van zijn reis, zijn reden om naar Rome te komen, en het verlangen dat hem al zo lang had geteisterd.” De heilige Paus, met “glimlachend gelaat en ogen vol van goedheid,” omhelsde de heilige. Hij sprak niet slechts één keer met hem, maar “iedere dag hield hij belangrijke discussies met hem.” [3] Uiteindelijk, met de fraaiste taal en officiële brieven, verleende hij hem de missie om het Evangelie aan het Duitse volk te verkondigen.

7. In deze brieven [4], legde de paus het doel en het belang van het mandaat duidelijker uit dan de schrijvers van die tijd, die spraken over de missie “van de Apostolische Stoel” of “van de Apostolische Paus”. De woorden die hij gebruikte zijn zo ernstig en gezaghebbend dat we zelden meer veelzeggende termen tegenkomen: “Het beoogde doel van uw religieuze ijver en uw bewezen geloof zijn ons duidelijk geworden. Zij zijn zodanig dat zij ons dwingen u te gebruiken als mede-dienstwerker om het goddelijk woord te verspreiden dat de genade van God ons heeft toevertrouwd.” Toen prees hij zijn kennis, zijn karakter en zijn ondernemen. Door de hoogste autoriteit van de Apostolische Stoel die Bonifatius zelf had ingeroepen, besloot hij plechtig: “Daarom, in de naam van de onscheidbare drieëenheid en door de onwankelbare autoriteit van de heilige Petrus, herbevestigen wij de zuiverheid van uw geloof en bevelen dat, door de genade en onder de bescherming van God … u zich naar deze mensen haast die in dwaling leven. Onderwijs hen over het dienstwerk van het koninkrijk van God door hen kennis te laten maken met de naam van Christus, onze Heer.” Als laatste waarschuwde hij hem de regels van de Heilige Stoel aangaande de riten in zijn toediening van de sacramenten aan te houden en om ten allen tijden een beroep te doen op de paus. Wie zou uit deze plechtige brief niet de goede wil en liefde van de heilige paus herkennen, en zijn vaderlijke zorg voor de Duitsers, naar wie hij iemand zond die hem zo lief was?

8. Zijn beleving van zijn missie en zijn liefde voor Christus dwongen deze heilige apostel steeds tot handelen. Het gaf hem troost in zijn beproevingen, verhief hem in zijn ontmoedigingen, en gaf hem zelfvertrouwen als hij wanhoopte over zijn kracht. Vanaf zijn aankomst in Frygië en in Thuringen was dit duidelijk toen, volgens een schrijver uit die tijd: “hij, de opdracht van de paus uitvoerend, over religie sprak tegenover de senatoren en de hoofden van de bevolking en hen de ware weg van kennis en het heldere licht van begrip liet zien” [5]. Zijn ijver weerhield hem van luiheid en van zelfs maar denken aan rust of op één plaats blijven, als in een prachtige haven. Het zette hem aan moeilijkheden en het nederigste werk aan te pakken, alleen om de glorie van God en de redding van zielen te verkrijgen of te vergroten.

9. Meteen vanaf het begin van zijn missie hield hij door middel van brieven en boodschappers contact met de Heilige Stoel. Op die manier “liet hij aan de eerbiedwaardige apostolische vader alles weten wat de genade van God door hem tot stand bracht,” en hij “zocht advies van de Heilige Stoel in kwesties die de dagelijkse behoeften van de Kerk van God en het welzijn van de mensen aangingen” [6].

10. Bonifatius was voortreffelijk in zijn unieke gevoel voor toewijding. Als een oude man onthulde hij deze kwaliteit in een brief aan Paus Zacharias: “Met toestemming en in opdracht van Paus Gregorius, verplichtte ik mij er bijna dertig jaar geleden door middel van een eed toe om in een intieme relatie met en ten dienste van de Apostolische Stoel te leven. Op deze manier konden wij de Heer samen in vreugde loven, en kon ik de kracht van zijn advies in sombere tijden ontvangen” [7].

11. Hier en daar vinden we tweetallen documenten die bewijs leveren voor de ononderbroken uitwisseling van brieven en de uitzonderlijke wilsovereenkomst tussen deze dappere verkondiger en de Heilige Stoel, een overeenkomst de door vier opeenvolgende pausen werd voortgezet. De pausen hielpen en begunstigden hem steeds. Op zijn beurt verwaarloosde Bonifatius niets, en gaf niets van zijn ijver prijs om de missie uit te voeren die hij van de pausen die hij eerbiedigde en als een zoon liefhad had ontvangen.

12. Paus Gregorius, bewust van wat Bonifatius bereikt had, besloot hem de hoogste graad van het priesterschap te verlenen en hem tot bisschop van de gehele provincie van Duitsland te verheffen. Bonifatius, die eerder deze eer van zijn goede vriend Willibald has afgewezen, “accepteerde en gehoorzaamde omdat hij niet tegen het verlangen van zo’n grote paus durfde in te gaan” [8]. Aan deze grote eer voegde de paus nog een andere bijzonder gunst toe die opmerkelijk is voor het Duitse nageslacht, toen hij voor eeuwig de vriendschap van de Heilige Stoel verleende aan Bonifatius en aan allen onder zijn zorg. Gregorius had al bewijs gegeven van deze vriendschap toen hij aan koningen, aan prinsen, aan bisschoppen, aan abten, aan de gehele geestelijkheid, en aan het volk, of zij nu barbaren of nieuwe bekeerlingen waren, schreef. Hij nodigde hen uit “om hun goedkeuring en hun medewerking te verlenen aan zo’n grote dienaar van God, gestuurd door de Katholieke en Apostolische Kerk om de naties te verlichten” [9].

13. Deze bijzondere vriendschap tussen Bonifatius en de Heilige Stoel werd door de volgende paus, Gregorius III, bevestigd, toen Bonifatius hem boodschappers stuurde ter gelegenheid van zijn verkiezing. “De boodschappers lieten aan de nieuwe paus het vriendschapsverbond zien tussen zijn voorganger en Bonifatius en zijn metgezellen” en “de boodschappers verzekerden hem dat hij in de toekomst kon vertrouwen op zijn nederige dienaar.” Uiteindelijk vroegen zij “zoals hen was geïnstrueerd, dat de dienaar van de paus wederom vriendschap en eenheid met de heilige paus en de Apostolische Stoel mocht genieten” [10]. De paus ontving de boodschappers goedgunstig en gaf hen nieuwe onderscheidingen voor Bonifatius, waaronder “het pallium van een aartsbisschop. Toen zond hij hen, beladen met geschenken en relieken van heiligen, terug naar hen eigen land.”

14. Wij kunnen bijna geen uitdrukking geven aan “de dankbaarheid van deze apostel voor deze tekenen van vriendschap, noch de troost die de waardering van de paus hem bracht. Aangezet door de kracht van de goddelijke genade” [11] ontving de heilige man de kracht en het hart om de grootste en moeilijkste dingen te ondernemen: nieuwe kerken bouwen, ziekenhuizen, kloosters en vestingen; naar nieuwe landen reizen om het Evangelie te verkondigen; nieuwe bisdommen oprichten en oude te hervormen, de gebreken, schisma’s en dwalingen verwijderend; overal de ware leer en waarden zaaien, de zaden van het christelijk geloof en leven; en zelfs barbaarse volkeren, wild gemaakt door onmenselijkheid, civiliseren. Dit bereikte hij door middel van vrome leerlingen en vele personen ontboden vanuit Engeland.

15. Hoewel al veredeld door wonderbaarlijke en heilige werken, en ondanks aanvallen, ongeluk, zorgen en gevorderde leeftijd, gaf hij niet toe aan trots of de liefde voor ontspanning. Hij hield altijd zijn missie en de opdracht van de paus in gedachten. Zo, “vanwege zijn intieme band met de paus en de hele geestelijkheid, kwam hij voor een derde keer naar Rome, in gezelschap van zijn leerlingen, om met de Apostolische Vader te spreken en zichzelf aan te bevelen voor het gebed van de heiligen omdat hij al op gevorderde leeftijd was” [12]. Ook deze keer ontving de paus hem hoffelijk en “overgoot hem opnieuw met geschenken en relieken van de heiligen”. De paus gaf hem ook kostbare en belangrijke aanbevelingsbrieven, waarvan een aantal tot ons zijn gekomen.

16. De twee Gregorii werden opgevolgd door Zacharias, erfgenaam van hun pontificaten en van hun zorg voor de Duitsers en hun apostel. Hij nam geen genoegen met het hernieuwen van de aloude eenheid, maar vergrootte deze door meer vertrouwen een goede wil naar Bonifatius te tonen. Bonifatius handelde op dezelfde wijze naar Zacharias, zoals het aantal boodschappers en vriendelijke brieven die werden uitgewisseld ons laten zien. De paus richtte zich onder andere met deze vriendelijke woorden tot zijn vertegenwoordiger: “Geliefde broeder, weet dat wij u zozeer koesteren dat wij u elke dag bij ons zouden willen hebben, om onze medewerker, als dienstwerker van God, en rentmeester van de Kerken van Christus, te zijn” [13]. Het was daarom gepast dat de apostel van Duitsland een aantal jaren voor zijn dood aan Paus Stefanus, de opvolger van Zacharias, schreef: “de leerling van de Roomse Kerk vraagt vastberaden en vanuit de bodem van zijn hart om vriendschap en eenheid met de Heilige Stoel” [14].

17. Bewogen door een zeer sterk geloof en brandend van liefde en medelijden lijkt Bonifatius zijn unieke en trouwe band met de Heilige Stoel in de eerste plaats te hebben geput uit het contemplatieve leven van de kloosters in zijn eigen land. Later, toen hij op het punt stond de moeilijkheden van het apostolisch bestaan op zich te nemen, beloofde hij deze trouw in Rome door een eed bij het graf van de heilige Petrus, prins der apostelen. Hij spreidde deze trouw ten toon temidden van gevaren en strijd als het teken van zijn apostelschap en de regel van zijn missie. Hij liet nooit af deze trouw aan allen voor wie hij een vader in Christus was aan te raden. Hij was in feite zo plichtsgetrouw dat hij het hen wilde nalaten als een erfgoed.

18. Daarom, op gevorderde leeftijd en uitgeput door zijn werk, sprak hij zeer nederig over zichzelf: “ik ben de minste en slechtste van de vertegenwoordigers die de Roomse Katholieke en Apostolische Kerk heeft uigezonden om het Evangelie te verkondigen” [15]. Maar hij hield deze Roomse missie in hoog aanzien en noemde zichzelf graag “de Duitse vertegenwoordiger van de Heilige Roomse Kerk”. Hij wilde de toegewijde dienaar van de pausen zijn, en hun nederige en trouwe leerling.

19. Hij hield vast in gedachten en hield zich nauwkeurig aan wat de martelaar Cyprianus, getuige van de aloude traditie van de Kerk, bevestigde: “er is één God en één Christus; er is één Kerk en één die gesticht is op Petrus door het woord van de Heer”  [16]. Dat is ook wat de grote Kerkleraar Ambrosius verkondigde: “Waar Petrus is, daar is de Kerk. Waar de Kerk is, daar is geen dood, maar eeuwig leven” [17]. En als laatste leerde Hieronymus zeer wijs: “Het welzijn van de Kerk hangt af van de waardigheid van het pausschap. Als we de paus geen soevereine en onafhankelijke macht geven, zullen er zoveel schisma’s in de Kerk zijn als er priesters zijn” [18].

20. De tragische geschiedenis van oude onenigheden bewijst dit. Het kwaad dat uit hen voortkwam bevestigd het. Het doet weinig goed om dit kwaad nu in herinnering te brengen, nu we gebukt gaan onder nieuwe rampen en bloederige slachtpartijen. We moeten ze allemaal betreuren en, indien mogelijk, in de eeuwige vergetelheid achterlaten.

21. Laten we in plaats daarvan de oude eenheid die Bonifatius, de eerste apostel van Duitsland, en de Duitsers zelf aan de Heilige Stoel verbond vieren. Zijn missie was de bron van geloof, van welvaart, en van beschaving voor de Duitsers. We kunnen denken aan vele andere waardevolle details; maar we hebben genoeg gezegd – misschien zelfs teveel – want het is welbekend dat een lange toespraak vol van bewijzen niet nodig is. Wij deelden deze oude herinneringen graag met u om troost te brengen om het heden moediger te dragen. Wij zijn gesterkt door de hoop op toekomstige eenheid en verbintenis met de Kerk in “de volheid van de vrede en de banden van de naastenliefde”.

22. Het doet ons goed de voorbeelden en de buitengewonde deugden van Bonifatius te gedenken, en in het bijzonder de vriendschap en eenheid die wij in deze brief willen vieren. Ja, hij leeft onder u; hij leeft in glorie. Hij leeft als “de vertegenwoordiger van de Rooms-Katholieke Kerk voor Duitsland”.  Hij voert nog altijd zijn missie uit door zijn gebed, zijn voorbeeld en de herinnering aan zijn werken, waardoor “hij die dood is nog steeds spreekt”. Als een trouwe profeet en voorbode van Onze Heer een Verlosser Jezus lijkt hij zijn volk aan te sporen en uit te nodigen tot eenheid met de Roomse Kerk. Christus zelf smeekt zijn volk “één te zijn”.

23. Hij nodigt de trouwe leerlingen uit om zich sterker en met meer liefde aan de Kerk vast te houden. Hij nodigt hen die zich hebben afgescheiden van eenheid uit om terug te keren naar de Kerk, na de oude haat, rivaliteit en vooroordelen te hebben afgezworen. Hij nodigt alle gelovigen in Christus, oud en nieuw, uit om vol te houden in de eenheid van geloof en wil. Uit deze eenheid zullen goddelijke liefde en de harmonie van de menselijke samenleving opbloeien.

24. Wie zou niet luisteren naar deze uitnodiging en deze aansporing van de Heilige Vader? Wij zou deze vaderlijke leer, deze voorbeelden, deze woorden, verachten? Want, in de woorden van een oude schrijver, uw landgenoot, wiens woorden zo helder en zo gepast zijn in de tijd dat u het eeuwfeest viert van de missie van Bonifatius in uw land: “Als, volgens de apostel, we onze vaders in het vlees als leraren hadden en wij hen eerden, zouden we dan niet des te meer onze geestelijke vaders moeten gehoorzamen? Het is niet alleen God die onze geestelijke vader is maar ook al diegenen wiens wijsheid en voorbeeld ons de waarheid leren en ons aanzetten stevig vast te houden aan het geloof. Abraham wordt de vader van alle gelovigen genoemd vanwege zijn geloof en trouw, die een voorbeeld voor allen zijn; op dezelfde wijze kan Bonifatius de vader van de Duitsers worden genoemd omdat hij hen naar Christus leidde door zijn verkondiging, hen vormde door zijn voorbeeld, en zijn leven voor hen gaf, en hen zo het grootste bewijs van liefde gaf dat iemand kan geven” [19].

25. Bonifatius beperkte zijn uitzonderlijke naastenliefde niet tot Duitsland, maar omvatte er alle mensen mee, zelfs degenen die vijanden van elkaar waren. Zo omhelste de apostel van Duitsland in liefde het buurland van de Franken. Hij werd hun wijze hervormer en zijn metgezellen, “afstammelingen van het Engelse volk”, aan wie “hij, hun landgenoot, de vertegenwoordiger van de universele Kerk en de dienaar van de Heilige Stoel”, de taak gaf om het Katholieke geloof te verspreiden. Dit geloof werd eerst verkondigt aan de Engelsen door de vertegenwoordigers van de heilige Gregorius de Grote, die gestuurd waren om het onder de Saksen en de volkeren van hetzelfde ras te stichten. Bonifatius adviseerde zijn landgenoten “de eenheid in liefde” te bewaren [20].

26. Omdat de naastenliefde – om maar weer de woorden te gebruiken van dezelfde schrijver die we hierboven prezen – “het begin en einde is van alle goede dingen, moeten we het ook de grenzen van ons handelen laten bepalen” [21], geliefde zoon en eerbiedwaardige broeders. Wij verlangen naar de dag wanneer de rechten van de almachtige God en van de Kerk, hun wetten, hun aanbidding en hun autoriteit in deze getroubleerde wereld zullen worden hersteld. We hopen dat de christelijke naastenliefde dan een einde zal maken aan oorlogen en vurige haat, meningsverschillen, schisma’s en de dwalingen die overal doordringen. Moge het de volkeren verbinden door een stabieler verbond dan de voorbijgaande pacten van mensen. De bijzondere middelen voor dit doel zijn de eenheid van geloof en de aloude band met de Heilige Stoel. De Heilige Stoel is gesticht door Christus als de basis van zijn gezin op aarde en werd gewijd door de waarden, de wijsheid, het handelen van zo vele heiligen en martelaren, zoals Bonifatius.

27. Wanneer deze eenheid van geloof en harten in heel de wereld tot stand is gekomen, zal wat Paus Clemens aan de Korinthiërs schreef van toepassing zijn voor het gehele christendom: “U zou ons grote vreugde schenken als u, in gehoorzaamheid aan ons, zou stoppen met uw onwettige rivaliteit, zoals wij in deze vermaning voor vrede en harmonie hebben geadviseerd” [22].

28. Moge de apostel en martelaar Bonifatius ons allen helpen dit te bereiken, maar in het bijzonder de volkeren die, hetzij door ras of keuze, rechtmatig de zijne zijn, en in de hemel vervolmaken waar hij onophoudelijk voor heeft gewerk op aarde: “Ik houd niet op allen die God mij gegeven heeft tijdens mijn missie, als toehoorders of als leerlingen, uit te nodigen en aan te zetten om gehoorzaam te zijn aan de Heilige Stoel” [23].

29. In de tussentijd, als een teken van hoop en van goede reslutaten van uw vieringen, geven wij u met liefde de apostolische zegen. En om nog meer belang te hechten aan dit feest, schenken wij u de volgende gunsten uit de heilige schat van de Kerk:

I. Op elke dag in de aankomende maanden juni en juli, met uitzondering van die van Pinksteren, Corpus Christi, en van de heilige apostelen Petrus en Paulus, in alle kerken en openbare oratoria in Duitsland, waar het eeuwfeest gevierd zal worden, zal elke priester de Mis van de heilige kunnen vieren, hetzij tijdens de driedaagse vasten of op de dag van de viering.

II. Op de dag van het feest zal de bisschop of zijn vertegenwoordiger de pauselijke zegen kunnen toedienen.

III. Wie de kerken van Duitsland bezoekt op de dag van het eeuwfeest zal een volle aflaat toties quoties verkrijgen.

Gegeven te Rome, te Sint-Pieter op de 14e dag van de maand mei in het jaar 1919, het vijfde jaar van ons Pontificaat.

BENEDICTUS XV

———————————————-

[1] 2 Kor 11:28

[2] Kol. 3:1

[3] Willibald, Vita S. Bonifadi, hfts. 5, pp. 13-14.

[4] Bonifatius, brief Exigit manifestata, 12 (2).

[5] Vita S. Bonifadi, hfst. 6, p. 16.

[6] Idem, hfst. 7, p. 19.

[7] Brief 59 (57).

[8] Vita S. Bonifadi, hfst. 7, p. 21.

[9] Bonifatius, brief Sollicitudinem nimiam, 17 (6).

[10] Vita S. Bonifadi, chfst. 8, p. 25.

[11] Idem, hfst. 8, pp. 25ff.

[12] Idem, hfst. 9, pp. 27ff.

[13] Bonifatius, brief Susceptis, 51 (50).

[14] Brief 78.

[15] Brief 67 (22).

[16] Caecilius Cyprianus, brief 43, p. 5.

[17] Enarr. in Ps. 40, n. 30.

[18] Contra. Lucif., 9.

[19] Othlonus de Monnik, Vita S. Bonifadi, bk. 1, laatste hoofdstuk. 20.

[20] Bonifatius, brief 39 (36).

[21] Idem.

[22] St. Clem. Rom., Ep. I ad Corinthios, 63.

[23] Brief 50 (49).

One thought on “In Hac Tanta”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s