Interview met Aleteia

cardinal_robertsarahEminentie, in uw boek God of Niets, heeft u het verschillende keren over de “liturgische strijd” die katholieken al decennialang verdeeld. U zegt dat deze strijd bijzonder ongelukkig is omdat katholieken juist op dit gebied één moeten zijn. Hoe overwinnen we deze verdeeldheid en verenigen we alle katholieken in de aanbidding van God?

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft ons nooit gevraagd het verleden af te wijzen en de Mis van St.-Pius V, die vele heiligen heeft voortgebracht, achter ons te laten, noch het Latijn te verwerpen. Maar tegelijkertijd moeten we de liturgische hervorming die het Concilie zelf heeft nagestreefd bevorderen. De liturgie is de bijzondere plaats waar we God van aangezicht tot aangezicht ontmoeten, Hem ons hele leven voorleggen en een volledig offer tot zijn glorie brengen. We kunnen geen liturgie vieren terwijl we de wapenen opnemen: met wapens van haat, strijd en verwijt op onze schouders. Jezus heeft zeld gezegd: “Ga je eerst verzoenen met je broeder, en kom dan terug om je offergave te brengen”. In deze ontmoeting van aangezicht tot aangezicht met God moet ons haar zuiver zijn, vrij van alle haat, alle wrok. Ieder moet uit zijn hart alles verwijderen dat een schaduw kan werpen op deze ontmoeting. Dit houdt het respecteren van ieder’s gevoeligheden in.

Is dit niet juist wat Benedictus XVI wilde?

Ja, dat is de betekenis van het motu proprio Summorum Pontificum. Benedictus XVI heeft veel energie en hoop in dit werk gestoken. Helaas was hij niet volledig succesvol omdat mensen vasthielden aan hun eigen ritus en elkaar wederzijds buitensloten. In de Kerk moet iedereen kunnen vieren volgens zijn eigen gevoeligheid. Dat is één van de voorwaarden van verzoening. Er moet aandacht zijn voor de schoonheid van de liturgie, de heiligheid ervan. De Eucharistie is geen maaltijd met vrienden, het is een heilig mysterie. Als het met ijver en schoonheid wordt gevierd zal er zeker een bepaald begrip worden gekweekt. Maar we moeten niet vergeten dat God degene is die verzoent, en dat zal tijd kosten.

In een hoofdstuk over de pausen noemt u de kritiek die zij ontvingen, zelfs van binnen de Kerk. Franciscus is geen uitzondering: sommige katholieken hebben kritiek over zijn stijl, wat hij doet, wat hij zegt, zijn uitdrukkingen… Er is een gevoel dat een vleugel van de Kerk  hem niet vertrouwt met het erfgoed van het geloof. Wat zou de houding van gelovigen naar de paus moeten zijn? Kan een katholiek kritiek hebben op de opvolger van Petrus?

Het antwoord is heel eenvoudig, en het is dit: wat moet men denken van een zoon of dichter die in het openbaar kritiek heeft op zijn vader of moeder? Hoe kan men respect voor hem opbrengen? De paus is onze vader. Wij zijn hem respect, liefde en vertrouwen schuldig (ook al lijkt hij geen last te hebben van kritiek). Bij het lezen van bepaalde documenten of verklaringen kan men het idee krijgen dat hij de leer niet respecteert. Persoonlijk vertrouw ik hem volledig en ik raad alle christenen aan hetzelfde te doen. Je moet kalm en rustig blijven als hij de boot bestuurd. Jezus is met hem, die tegen Petrus zei: “Ik heb gebeden dat je geloof je broeders mag sterken”. Een conclaaf is een handeling van God, het is God die de Kerk een paus schenkt. God heeft ons Franciscus gegeven om vandaag de Kerk te leiden.

Wat kunnen we zeggen tegen degenen die zeggen dat hij niet “de keuze van de Heilige Geest” was?

Ik stel hen deze vraag: hebben zij rechtstreeks contact met de Heilige Geest?

Over de “machten in Europa die katholieken ervan willen weerhouden hun vrijheid uit te oefenen”, schrijft u: “Manif pour tous is een voorbeeld van initiatieven die noodzakelijk zijn. Het was een uiting van de geest van het christendom”. Eminentie, steunt u de christenen die met duizenden de straat opgingen om hun toewijding aan het gezin en het feit dat elk kind en vader en moeder nodig heeft te laten zien?

Onze missie als christenen is te getuigen van ons geloof. We weten dat het gezin een realiteit is door God gewild is. We weten wat het betekent voor de Kerk en de maatschappij; zonder het gezin is er geen toekomst, voor de één of voor de ander. Manif pour tous is dus een manier waarop christenen die deze realiteit verdedigen van hun geloof kunnen getuigen. Zonder aarzeling bevestig ik dat ik dit evenement in zijn verschillende vormen volledig steun. Het is een uitdrukking van trouw aan de Kerk en aan het geloof.

Maar op het eerste gezicht lijkt het mislukt te zijn!

Christus leek ook een mislukking: na drie jaar in het openbaar werd Hij vermoordt, in het graf gelegd en het graf werd afgesloten! Maar Hij is verrezen en heeft het kwaad overwonnen. Manif pour tous, en de verschillende uitdrukkingen ervan, konden politieke beslissingen niet voorkomen. Maar het heeft wele en grote overwinning behaald: het heeft gezinnen nieuw leven ingeblazen. Dat is de grootste winst ervan. En daarom moet het doorgaan. Dit is geen losse actie. We moeten blijven schrijven, naar buiten treden en demonstreren! En we moeten hechte huizen bevorderen die verzekeren dat de liefde blijft voortbestaan en niet sterft.

Wat bedoelt u?

Liefde is als een bloem in de woestijn. Die moeten we water geven en beschermen om te voorkomen dat dieren ervan eten. Hoe beschermen we de liefde? Met dagelijkse aandacht. Hoe geven we het water? Met vergeving. We moeten ook voor deze plant zorgen, door gebed, toewijding en dialoog. Zonder dit sterft de plant, de liefde. Een plant kan niet overleven als hij niet onderhouden wordt. Echter, God is de grote tuinman. Als een gezin Hem afwijst, houdt het niet vol. Demonstreren is goed. Maar we moeten voor onze gezinnen zorgen. We moeten ervoor zorgen dat de liefde, dat kostbare geschenk, in leven blijft in de harten van echtgenoten en in het gezin geleefd wordt.

In Europa is de groei en radicalisatie van de Islam een bron van zorg. U komt uit een overwegend Islamitisch land waar christenen en moslims in vrede samen leven, en u spreekt over de Islam as “een religie van vrede en broederschap”. Wat zijn uw gedachten hierover?

Waar komt onze angst vandaan? De Islam is al heel lang in Europa aanwezig en niemand is er ooit bang voor geweest. Het is waar dat er minder moslims waren. Maar het geloof was toen sterker. Het gevoel van dreiging bestond niet, of slechts marginaal. In Guinee is de bevolking voor 5% katholiek en 73% moslim. Maar we zijn niet bang voor elkaar. We stimuleren elkaar juist door trouw aan ons geloof. Tegenover de moslims, voor wie het belang van gebed en directe communicatie met God essentieel is, moeten christenen zichzelf afvragen: Ik geloof in de ware God, kenbaar door Christus: ben ik zo vurig als de moslims? Vast ik? God is niet iemand met wie je soms contact hebt, als je tijd hebt. Hij moet de eerste zijn: in het gezin, in de maatschappij… Alle christenen zijn geroepen om hun relatie met Hem te laten groeien. Gebed is ook nodig, van beide kanten, om iedereen in vrede te laten leven.

Wat dit betreft, u vertelt vaak een Islamitische legende…

Ja, het verhaal van een herderin die als een beetje gek werd beschouwd. Haar schapen leefden vredig samen met de wolven. Gevraagd om een uitleg, zei ze: “Ik heb mijn relatie met God verbeterd, en God heeft de relatie tussen de wolven en mijn schapen verbeterd.” Door gebed geeft God vrede tussen mensen.

Dat staat heel ver van het gewelddadige gedrag van de radicale Islam. Hij verklaart u dat?

De spotprenten tegen de Islam (onder andere) bevorderen broederlijk samenleven niet. Zoals de paus heeft gezegd, we moeten het geloof van anderen niet beledigen. We hebben het recht niet, alleen omdat we het geloof van iemand niet delen, om het te beledigen en karikaturiseren. Dat moet stoppen! Maar ware moslims hebben nooit iemand gedood. Degenen die in de naam van God onthoofden, kruisigen of afslachten projecteren al hun geweld op een beeld dat zij van God gemaakt hebben. In mijn land zijn de moslims geschokt door deze misdaden en deze schepsels die alleen in naam mensen zijn.

Denkt u dat het westen met vuur speelt in haar omgang met de Islam?

Zoals Benedictus XVI, die zich hier zorgen over maakte, opmerkte: God is nog nooit zo sterk afgewezen als nu. Als het westen niet terugkeert naar haar christelijke cultuur en waarden kan de situatie levensbedreigend worden. Maar ik denk dat de tijd zal komen dat westerlingen zich zullen realiseren dat ze niet kunnen blijven leven zonder God. Wat dat betreft kan Afrika helpen.

In uw boek spreekt u veel over Afrika, haar leed, het ideologische kolonialisme waar zij onderwerp van is, maar ook haar waarden. Wat kan, volgens u, Afrika aan de wereld en de Kerk van nu geven?

God heeft Afrika steeds in Zijn heilsplan betrokken. Afrika heeft Jezus gered ten tijde van de vlucht naar Egypte. Het was een Afrikaan, Simon van Cyrene, die Hem hielp Zijn kruis te dragen. Afrika heeft veel geleden. Haar waarden werden ontkent (en dat worden ze nog steeds, door wat Franciscus ideologisch kolonialisme noemt, en in het bijzonder betreffende de gender-theorie). Het heeft de slavernij ondergaan. Het lijden van de Afrikanen zette Johannes Paulus II er toe te zeggen dat hun namen geschreven staan “in de handen van Christus, doorboord door de nagels van de kruisiging”. Maar in een paar decennia heeft de Kerk zich daar zeer ontwikkeld, met vele roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven, waardoor de zalige Paulus VI het het “nieuwe thuisland van Christus” te noemen. En omdat Afrikanen zeer religieus zijn en niet van God gescheiden kunnen worden, zijn zij degenen die God aan de wereld zullen teruggeven.

Misschien zal Afrika de volgende paus aan de Kerk geven?

(Lachend) Wat een vraag! (Na enig nadenken) Het is God die de paus schenkt…