Leven in de waarheid: Religieuze vrijheid en katholieke missie in de nieuwe wereldorde

Tertullianus zei eens dat het bloed van de martelaren het zaad van de Kerk is. De geschiedenis heeft laten zien dat dat klopt. En Slowakije is voor ons de ideale plaats om deze woorden vandaag opnieuw te overwegen. Hier, en in geheel Midden- en Oost-Europa, hebben katholieken 50 jaar lang onder de dodelijke regimes van Nazi’s en Sovjets geleden. Zij kennen dus uit bittere ervaring de werkelijke kostprijs van de christelijke getuigenis – en helaas ook de kostprijs van lafhartigheid, collaboratie en zelfbedrog onder de blik van het kwaad.

Ik wil in de eerste plaats voorstellen dat veel katholieken in de Verengide Staten en West-Europa tegenwoordig deze kostprijs simpelweg niet begrijpen. En zij schijnen er ook niet om te geven. Als gevolg zijn velen onverschillig over het het proces in onze landen dat sociale wetenschappers graag ‘secularisatie’ noemen – maar dat in de praktijk het ontkennen van de christelijke wortels en ziel van onze samenleving inhoudt.

Amerikaanse katholieken hebben geen ervaring met de systematische onderdrukking die in uw kerken zo bekend is. Het is waar dat anti-katholieke vooroordelen altijd een rol hebben gespeeld in de Amerikaanse samenleving. Deze hypocrisie kwam in de eerste plaats voort uit de overwegend Protestantse cultuur van mijn land, en nu van haar ‘post-christelijke’ leiders. Maar dit is heel wat anders dan systematische vervolging. Over het algemeen gedijden katholieken in de Verenigde Staten. De reden is simpel. Amerika heeft altijd een algemeen-christelijke en pro-godsdienstige basis gehad, en onze openbare instellingen zijn gesticht als non-sectarisch, niet anti-religieus.

In het hart van de Amerikaanse beleving staat een instinctief ‘Bijbels realisme.’ Vanuit onze Protestantse erfenis hebben we altijd – tenminste tot nu – begrepen dat de zonde bestaat, en dat mannen en vrouwen kunnen worden gecorrumpeerd door macht en welvaart. Amerikanen zijn vaak in de verleiding geweest om hun natie te beschouwen als in het bezit van unieke bestemming, of als speciaal gezalfd door God. Maar in het dagelijks leven hebben we altijd geweten dat de ‘stad van God’ heel wat anders is dan de ‘stad van de mens’. En we passen ervoor op de twee door elkaar te halen.

In zijn Democracy in America, schreef Alexis de Tocqueville: “Despotisme kan bestaan zonder geloof, maar vrijheid niet…” Daarom, “Wat te doen met een volk dat zijn eigen meester is, als het niet gehoorzaam is aan God?”1

De stichters van Amerika waren een diverse groep van praktiserende christenen en deïsten uit de Verlichting. Maar ze stonden bijna allen positief tegenover geloof. Zij geloofden dat een vrij volk niet vrij kon blijven zonder religieus geloof en de waarden die daaruit voortkomen. Zij probeerden Kerk en staat gescheiden en autonoom te houden. Maar hun motieven waren heel anders dan die van de revolutionairen in Europa. De Amerikaanse stichters verwarden de staat niet met de burgermaatschappij. Zij wensten geen radicaal geseculariseerd openbaar leven. Zij hadden niet de bedoeling om godsdienst af te schermen van burgerzaken. Integendeel, zij wilden de vrijheid van burgers garanderen om hun geloof in het openbaar en van harte te beleven, en om hun religieuze overtuigen te gebruiken in het opbouwen van een rechtvaardige maatschappij.

Natuurlijk, we moeten onthouden dat er ook andere grote verschillen bestaan tussen de Amerikaanse en Europese beleving. Europa heeft geleden onder enkele van de vreselijkste oorlogen en geweldadigste regimes in de menselijke geschiedenis. De Verenigde Staten hebben in 150 jaar geen oorlog op hun eigen grondgebied meegemaakt. Amerikanen hebben geen ervaring met platgebombardeerde steden of de instorting van de samenleving, en amper ervaring met armoede, ideologische politiek of honger. Het gevolg is dat het verleden veel Europeanen een wereldsheid en pessimisme heeft gegeven dat heel anders lijkt dan het optimisme dat de Amerikaanse samenleving kenmerkt. Maar deze en andere verschillen veranderen niets aan het feit dat onze wegen naar de toekomst nu samenkomen. Vandaag, in een tijdperk van wereldwijde verbondenheid, zijn de uitdagingen voor katholieken in Amerika vaak dezelfde als in Europa: we staan tegenover een agressief seculier politiek denkbeeld en een materialistisch economisch model dat – in de praktijk zo niet in uitdrukkelijke intentie – leidt tot een nieuw soort atheïsme dat door de staat wordt aangemoedigd.

Anders gezegd: het wereldbeeld dat voortkomt uit de Verlichting, dat leidde tot de grote moordideologieën van de laatste eeuw, is nog steeds zeer in leven. De taal is zachter, de bedoeling lijken vriendelijker, en het aangezicht is sympathieker. Maar de onderliggende aandrang is dezelfde: de droom van een maatschappij los van God; een wereld waarin mannen en vrouwen zo leven dat zij helemaal genoeg aan zichzelf hebben, hun verlangens en noden vervullend door hun eigen vindingrijkheid.

Deze visie gaat uit van een ‘post-christelijke’ wereld beheerst door ratio, technologie en goede sociale samenhang. Religie heeft een plaats in dit wereldbeeld, maar slechts als een persoonlijke lifestyle-keuze. Mensen zijn vrij om te aanbidden en te geloven wat ze willen, zolang ze hun overtuigen maar voor zichzelf houden en niet proberen hun religieuze eigenaardigheden op te dringen aan de raderen van de regering, de economie of de cultuur.

Op het eerste gehoord klinkt dit misschien als een redelijke manier om de huidige maatschappij, met zijn brede palet van ethnische, religieuze en culture tradities, verschillende levensovertuigingen en visies op het bestaan, te organiseren

Maar we worden meteen getroffen door twee ongemakkelijke details.

Ten eerste, ‘vrijheid van geloven’ is absoluut niet hetzelfde als ‘vrijheid van religie’. Vrijheid van religie omvat het recht van prediking, onderwijs, verzameling, organisatie en het in het openbaar aanspreken van de maatschappij en haar aangelegenheden, zowel als individuën en verzameld als geloofsgemeenschappen. Dat is het klassieke begrip van het burgerrecht van het ‘vrij uitoefenen’ van het geloof volgens het Eerste Amendement van de Amerikaanse Grondwet. Het wordt ook duidelijk geïmpliceerd in Artikel 18 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. In contrast is het recht om te geloven een veel kleiner en veel beperkter geheel.

Ten tweede, hoe verhoudt de retoriek van de verlichte seculiere tolerantie zich tot de werkelijke ervaring van gelovige katholieken in Europa en Noord-Amerika in recente jaren?

In de Verenigde Staten, een land dat nog zo’n 80 procent christelijk is, met een hoge mate van geloofsuiting, pogen regeringsinstanties steeds meer te dicteren hoe de Kerkelijke instanties moeten handelen, en hen tot praktijken te dwingen die hun katholieke indentiteit zou vernietigen. Er zijn pogingen geweest om de uiting van bepaalde katholieke overtuigingen als ‘haatsprekerij’ te ontmoedigen en te bestraffen. Onze rechtbanken en wettelijke machten ondernemen nu regelmatig pogingen om het huwelijk en het gezinsleven te ondermijnen, en trachten ons openbare leven van christelijke symboliek en invloedrijke tekenen te ontdoen.

In Europa zien we vergelijkbare neigingen, maar gekenmerkt door een meer openlijke minachting voor het christendom. Kerkleiders zijn in de media verguist en zelfs in de rechtbanken, simpelweg voor het uitdrukken van katholieke leerstellingen. Een aantal jaren geleden, zoals velen van u zich zullen herinneren, werd één van de belangrijkste katholieke politici van onze generatie, Rocco Butiglione, een belangrijke post in de Europese Unie geweigerd vanwege zijn katholieke geloof.

Eerder deze zomer waren we getuige van het soort rancuneus geweld dat op dit continent niet is gezien sinds de dagen van de politiemethoden van Nazi’s en Sovjets: het aartsbisschoppelijk paleis in Brussel overvallen door agenten; bisschoppen negen uur lang vastgehouden en verhoord zonder eerlijk proces; hun persoonlijke computers, mobiele telfoons en documenten ingenomen. Zelfs de graven van de doden van de Kerk werden geschonden in de overval. Voor de meeste Amerikanen zou dit soort berrekende en openbare vernedering van religieuze leiders een schande en een misbruik van de staatsmacht zijn. En dat is niet vanwege de deugden of zonden van specifieke religieuze leiders, omdat we allemaal de plicht hebben rechtvaardige wetten te gehoorzamen. Het is eerder een schande omdat de burgerlijke macht, door diens geweldadigheid, minachting betoont aan de overtuigingen en de gelovigen die de leiders vertegenwoordigen.

Dit is mijn punt: dit zijn niet de daden van regeringen die de Katholieke Kerk als een waardevolle partner in hun plannen voor de 21e eeuw beschouwen. Eerder het tegenovergestelde. Deze daden suggereren een zich ontwikkelende systematische discriminatie van de Kerk die nu onontkoombaar lijkt.

De seculieren van vandaag hebben geleerd van het verleden. Ze zijn behendiger in hun schijnheiligheid; eleganter in hun public relations; slimmer in hun pogingen om de Kerk en individuele gelovigen uit te sluiten van invloed op het morele leven van de maatschappije. In de komende decennia zal het christendom een geloof worden dat steeds minder vrij in het openbaar kan spreken. Een maatschappij waarin geloof wordt verhinderd van levendige uitdrukking in het openbaar is een maatschappij die de staat tot een afgod heeft gemaakt. En als de staat een afgod wordt, worden mannen en vrouwen de offers.

Kardinaal Henri de Lubac schreef eens: “Het is niet waar… dat de mens de wereld kan organiseren zonder God. Wat wel waar is, is dat zonder God, [de mens] het uiteindelijk alleen tegen de mens kan organiseren. Exclusief humanisme is onmenselijk humanisme.”2

Het westen begeeft zich nu gestadig in de richting van het nieuwe ‘onmenselijke humanisme’. En als de Kerk in geloof wil reageren, moeten we de lessen leren die uw kerken leerden onder het totalitarianisme.

Een zicht verzettend katholicisme moet gebasseerd zijn op de woorden van Christus: “De waarheid zal u vrijmaken.”3 Dit vertrouwen heeft u inzicht gegeven in de aard van totalitaire regimes. Het heeft u geholpen nieuwe vormen van discipelschap onder woorden te brengen. De woorden van de Tsjechische leider Václav Havel herlezend als voorbereiding op deze toespraak, werd ik geraakt door het diepgaande christelijk humanisme van zijn suggestie van “leven binnen de waarheid”.4 Katholieken vandaag moeten hun discipelschap en missie precies zo beschouwen: ‘leven binnen de waarheid’.

Leven binnen de waarheid betekent leven volgens Jezus Christus en het Woord van God in de Heilige Schrift. Het betekent het verkondigen van de waarheid van het christelijke Evangelie, niet alleen door middel van onze woorden, maar door ons voorbeeld. Het betekent iedere dag en elk moment leven vanuit de onverwoestbare overtuiging dat God leeft, en dat Zijn liefde de drijvende kracht is van de menselijke geschiedenis en de motor van ieder authentiek menselijk leven. Het betekent geloven dat de waarheden van de Geloofsbelijdenis het waard zijn om voor te lijden en te sterven.

Leven binnen de waarheid betekent ook de waarheid spreken en dingen bij hun ware naam noemen. En dat betekent het blootleggen van de leugens waaronder sommigen anderen dwingen te leven.

Twee van de grootste leugens in de wereld van vandaag zijn deze: één, dat het christendom van relatief weinig belang was in de ontwikkeling van het westen; en twee, dat de westerse waarden en instellingen kunnen worden onderhouden zonder een fundering in christelijke morele principes.

Voor ik over deze twee valsheden spreek, moeten we een moment halthouden om de betekenis van de geschiedenis te overwegen.

Geschiedenis is niet alleen feiten leren. Geschiedenis is een vorm van herinnering, en herinnering is een basis voor eigen identiteit. Feiten zijn waardeloos zonder context of betekenis. De unieke idee en betekenis van de westerse beschaving kan niet worden begrepen zonder de 20 eeuwen van christelijke context te begrijpen waarin deze ontstond. Een volk dat zijn geschiedenis niet kent, kent zichzelf niet. Zij is een volk dat gedoemd is de fouten van hun verleden te herhalen omdat ze niet kunnen doen wat het heden, dat altijd voortkomt uit het verleden, van hen vereist.

Mensen die vergeten wie zij zijn kunnen veel gemakkelijker worden gemanipuleerd. Dit werd op doeltreffende wijze gedemonstreerd in Orwell’s beeld van het ‘herinneringsgat’ in zijn roman 1984. Vandaag worden de geschiedenis van de Kerk en het erfgoed van het westelijke christendom door dat herinneringsgat geduwd. Dit is de eerste leugen die we moeten confronteren.

Het christelijke verleden van het westen wordt soms met de beste bedoelingen gebagatelliseerd, vanuit een verlangen om een vreedzaam samenleven in een pluralistische maatschappije te bevorderen. Maar vaker wordt het gedaan om christenen te marginaliseren en de publieke getuigenis van de Kerk teniet te doen.

De Kerk moet deze leugen benoemen en bestrijden. Als Europeaan of Amerikaan zijn we erfgenaam van een diepgaande christelijke synthese van Grieke filosofie en kunst, Romeins recht en Bijbelse waarheid. Deze synthese was de oorsprong van een christelijke humanisme dat alle westerse beschaving schraagt.

Hier zouden we aan de Duitse Lutherse geleerde en pastor Dietrich Bonhoeffer kunnen denken. Hij schreef de volgende woorden in de maanden voor zijn arrestatie door de Gestapo in 1943: “De eenheid van het westen is niet een idee maar een historische werkelijkheid, waar Christus de enige basis van is.”5

Onze maatschappijen in het westen zijn christelijk van geboorte, en hun overleven hangt af van het uithoudingsvermogen van christelijke waarden. Onze kernprincipes en politieke instanties zijn grotendeels gebasseerd op de moraliteit van het Evangelie en de christelijke visie op mens en regering. We spreken hier niet slechts over christelijke theologie of religieuze ideeën. We spreken over de heipalen van onze maatschappijen – representatieve volksvertegenwoordiging en de scheiding der machten; vrijheid van geloof en geweten; en bovenal, de waardigheid van de menselijke persoon.

Deze waarheid over de essentiële eenheid van het westen kent een uitvloeisel, zoals Bonhoeffer ook opmerkte: Neem Christus weg, en je neem de enige betrouwbare fundering van onze waarden, instellingen en levenswijze weg.

Dit betekent dat we ons niet kunnen ontdoen van onze geschiedenis vanwege een soort oppervlakkige zorg voor het beledigen van onze niet-christelijke buren. Ondanks het geklets van de ‘nieuwe atheïsten’ is er geen risico dat het christendom ooit aan mensen, waar dan ook in het westen, zal worden opgedrongen. De enige ‘belijdende staten’ in de moderne wereld zijn diegene die door Islamitische of atheïstische dictaturen worden overheerst – regimes die het geloof van het christelijke westen in individuele rechten en machtsevenwicht hebben afgewezen.

Ik stel voor dat het verdedigen van de idealen van het westen de enige bescherming is die wij en onze buren hebben tegen nieuwe vormen van onderdrukking – of dat nu van een extremistische Islam komt of van seculiere technocraten.

Maar onverschilligheid over ons christelijke verleden draagt bij aan onverschilligheid over het verdedigen van onze waarden en instellingen in het heden. En dit leidt me naar de tweede grote leugen waarin we tegenwoordig leven – de leugen dat er geen onveranderlijke waarheid is.

Het relativisme is nu de seculiere religie en algemene filosofie van het westen. Wederom kunnen de argumenten voor deze opnie aantrekkelijk lijken. Gezien het pluralisme van de moderne wereld, lijkt het misschien dat de maatschappij zal willen onderstrepen dat geen enkel individu of groep een monopolie heeft op de waarheid; dat wat één persoon als goed en juist beschouwd, niet zo gezien hoeft te worden door een ander; en dat alle culturen en religies als evenwaardig moeten worden gerespecteerd.

Maar in de praktijk zien we dat zonder een geloof in vaststaande morele prinsipes en overstijgende waarheden onze politieke instellingen en taal werktuigen worden in dienst van een nieuw barbarisme. Uit naam van tolerantie tolereren we de wreedste intolerantie; het respect voor andere culturen verwordt tot het minachten van onze eigen cultuur; de leerstelling van ‘leven en laten leven’ rechtvaardigt dat de sterken ten kosten van de zwakken leven.

Deze diagnose doet ons één van de basale onrechtvaardigheden van het moderne westen begrijpen – de misdaad van abortus.

Ik besef dat de legalisering van abortus een kwestie van moderne wetgeving is in bijna ieder land in het westen. In sommige gevallen is die legalisering een reflectie van de wil van de meerderheid en wordt het door wettelijke en democratische middelen bevestigd. En ik weet dat veel mensen, zelfs in de Kerk, het vreemd vinden dat wij, katholieken in Amerika, nog steeds de waardigheid van het ongeboren leven zo’n centrale plaats geven in onze openbare getuigenis.

Laat me uitleggen waarom ik geloof dat abortus de kernzaak van onze tijd is.

In de eerste plaats omdat abortus mede gaat over het leven in de waarheid. Het recht op leven is de basis van ieder ander menselijk recht. Als dat recht niet beschermd word, kan geen enkel recht worden gegarandeerd.

Of, botter gezegd: moord is moord, ongeacht hoe klein het slachtoffer is.

Er is nog een ander waarheid waar vele mensen in de Kerk geen rekening mee houden: de verdediging van pasgeborenen en ongeboren leven is een centraal element geweest in de katholieke identiteit sinds de tijd van de apostelen.

Ik herhaal: vanaf de eerste dagen van de Kerk betekende katholiek zijn dat men weigerde om op welke wijze dan ook mee te werken aan de misdaad van abortus – hetzij door een abortus te laten plegen, er één uit te voeren, of de misdaad mogelijk te maken door handelingen of gebrek daar aan op het politieke en juridische vlak. Verder betekende katholiek zijn dat men zich uitsprak tegen alles dat de waardigheid en heiligheid van het leven, zoals geopenbaard door Jezus Christus, bestrijdt.

Het bewijs is te vinden in de vroegste documenten uit de Kerkgeschiedenis. In onze tijd – waarin de heiligheid van het leven niet alleen wordt bedreigd door abortus, kindermoord en euthanasie, maar ook door embryonaal onderzoek, en de verleiding om door middel van de genwetenschap de zwakken, gehandicapten en zieken te elimineren – is dit aspect van onze katholieke identiteit des te belangrijk voor ons discipelschap.

Mijn bedoeling met het noemen van abortus is dit: de wijdverspreide acceptatie ervan in het westen laat zien dat zonder basis in God of een hogere waarheid onze democratische instellingen heel gemakkelijk wapens kunnen worden tegen onze menselijke waardigheid.

Onze meest gekoesterde waarden kunnen niet met rede alleen worden verdedigd, noch simpelweg vanwege henzelf. Zij hebben geen zelf-onderhoudende of ‘interne’ rechtvaardiging.

Er is geen inherente logische of praktische reden waarom de maatschappij de rechten van de menselijke persoon zou moeten respecteren. Er is nog minder reden om de rechten van hen die een last zouden zijn voor anderen, zoals kinderen in de baarmoeder, stervenden, of geestelijk of lichamelijk gehandicapten, te erkennen.

Als mensenrechten niet van God komen, verworden ze tot willekeurige overeenkomsten van mannen en vrouwen. De staat bestaat om de rechten van de mens te beschermen en zijn welzijn te bevorderen. De staat kan nooit de bron zijn van die rechten. Als de staat zichzelf die macht toewijst kan zelfs een democratie totalitair worden.

Wat is gelegaliseerde abortus anders dan een vorm van intiem geweld dat zichzelf kleed in democratie?De machtswil van de sterken krijgt zo de kracht van de wet om de zwakken te doden.

Dat is waar we naar toe gaan in het westen vandaag. En we zijn er eerder geweest. Slowaken en vele andere Midden- en Oost-European hebben het meegemaakt.

Ik stelde eerder dat de geloofsvrijheid van de Kerk tegenwoordig wordt aangevallen op manieren die niet zijn gezien sinds de Nazi- en communistische tijd. Ik geloof dat we nu in een positie zijn om het waarom beter te begrijpen.

In de jaren ’60 schreef de Amerikaanse geleerde en sociaal-filosoof Richard Weaver: “Ik ben er vast van overtuigd dat relativisme uiteindelijk moet leiden naar een machtsregime.”

Hij had gelijk. Er is een soort ‘innerlijke logica’ die van relativisme naar onderdrukking leidt.

Dit verklaart de paradox van hoe westerse maatschappijen tolerantie en verscheidenheid kunnen prediken terwijl ze katholiek leven agressief ondermijnen en bestraffen. Het dogma van tolerantie kan het geloof van de Kerk, dat sommige ideeën en gedragingen niet moeten worden getolereerd omdat ze ons dehumaniseren, niet tolereren. Het dogma dat alle waarheid relatief is kan de gedachte dat sommige waarheden dat wellicht niet zijn, niet toestaan.

Het katholieke geloof dat het vaste geloof van het westen het meeste irriteert gaat over abortus, sexualiteit en het huwelijk tussen man en vrouw. Dat is geen toeval. Deze christelijke geloofspunten drukken de waarheid uit over de menselijke vruchtbaarheid, betekenis en lotsbestemming.

Deze waarheden zijn subversief in een wereld die ons wil doen geloven dat God niet nodig is en dat het menselijk leven geen inherente aard of doelstelling heeft. Dus moet de Kerk gestraft worden, omdat, ondanks alle zonden en zwakheden van haar volk, zij nog steeds de bruid van Christus is; nog steeds een bron van schoonheid, betekenis en hoop die weigert te sterven – en nog steeds de meest overtuigende en gevaarlijke ketter van de nieuwe wereldorde.

Laat ik samenvatten wat ik gezegd heb.

Mijn eerste punt is dit: Ideeën hebben gevolgen. En slechte ideeën hebben slechte gevolgen. We leven tegenwoordig in een wereld die wordt beheerst door een aantal zeer verwoestende ideeën, waarvan de ergste is dat mannen en vrouwen kunnen leven alsof God er niet toe doet, en alsof de Zoon van God nooit op aarde gelopen heeft. Als gevolg van deze slechte ideeën is de vrijheid van de Kerk om haar missie uit te oefenen in het geding. We moeten begrijpen waarom dat zo is, en we moeten er iets aan doen.

Mijn tweede punt is simpelweg dit: we kunnen ons niet langer veroorloven het debat over de secularisatie – dat eigenlijk het verwijderen van het christendom uit ons cultureel geheugen betekent – te behandelen alsof het een probleem is voor de professionals in de Kerk. De opkomst van een ‘nieuw Europa’ en een ‘volgend Amerika’, die geworteld zijn in iets anders dan de ware feiten van onze christelijke geschiedenis, zal verwoestende gevolgen hebben voor elke serieuze gelovige.

We hoeven en mogen het harde werk van de welgemeende dialoog niet achter ons laten. Verre van dat. De Kerk moet altijd vriendschappen zoeken, gebieden van overeenkomst, en manier om positieve beredeneerde argumenten in te brengen in het publiek debat. Maar het is dwaas om tegenwoordig dankbaarheid of zelfs respect te verwachten van onze leiders. Naïve onvoorzichtigheid is geen evangelische waarde.

In elke periode van de Kerkgeschiedenis is er de verleiding om goed met Caesar om te willen gaan. En het is waar: de Schrift leert ons onze leiders te respecteren en voor hen te bidden. We horen een gezonde liefde te koesteren voor de landen die we ons thuis noemen. Maar we kunnen nooit aan Caesar doen toekomen wat aan God behoort. We moeten eerst God gehoorzamen; de verplichtingen van politieke authoriteiten komen altijd op de tweede plaats. We kunnen niet met het kwaad samenwerken zonder langzaam maar zeker zelf ook slecht te worden. Dit is één van de hardste lessen van de 20e eeuw geweest. En het is een les waarvan ik hoop dat we hem geleerd hebben.

Dit brengt me bij mijn derde en laatste punt van vandaag: We leven in een tijd waarin de Kerk geroepen is een gelovige verzetsbeweging te zijn. We moeten de dingen bij hun ware naam noemen. We moeten het kwaad dat we zien bestrijden. En bovenal moeten we onszelf niet voor de gek houden door te denken dat, door mee te gaan met de stemmen van de secularisatie en ontkerstening, we op de één of andere wijze dingen kunnen beperken of veranderen. Alleen de Waarheid maakt mensen vrij. We moeten apostelen zijn van Jezus Christus en de Waarheid waarvan Hij de belichaming is.

Dus wat betekent dat voor ons als individuele discipelen? Ik heb een paar voorstellen als afsluiting.

Mijn eerste voorstel is wederom afkomstig van die grote getuige van het heidendom van het Derde Rijk, Dietrich Bonhoeffer: “De vernieuwing van de westerse wereld bevindt zich alleen in de goddelijke vernieuwing van de Kerk, die haar brengt naar het gezelschap van de verrezen en levende Jezus Christus.”7

De wereld heeft dringende nood aan een hernieuwd ontwaken van de Kerk in onze daden en in onze openbare en persoonlijke getuigenis. De wereld heeft het nodig dat ieder van ons tot een diepere ervaring van onze Verrezen Heer in het gezelschap van onze medegelovigen komt. De vernieuwing van het westen hangt overweldigend af van onze trouw aan Jezus Christus en Zijn Kerk.

We moeten echt geloven wat we zeggen te geloven. Dan moeten we dat bewijzen door de getuigenis van ons leven. We moeten zo overtuigd zijn van de waarheden van de geloofsbelijdenis dat we branden om deze waarheden uit te dragen, om lief te hebben door middel van deze waarheden, en om deze waarheden te verdedigen, zelfs tot aan ons eigen ongemak en lijden.

Wij zijn ambassadeurs van de levende God in een wereld die op het punt staat Hem te vergeten. Onze taak is om God werkelijk te maken; om het gezicht te zijn van Zijn liefde; om opnieuw de dialoog van de verlossing voor te houden aan de mannen en vrouwen van onze tijd.

De les van de 20e eeuw is dat er geen gemakkelijke genade is. Deze God waarin wij geloven, deze God die de wereld zo heeft liefgehad dat Hij zijn eigen Zoon heeft gezonden om ervoor te lijden en sterven, eist dat wij dat zelfde dappere, offergezinde levenspatroon uitdragen dat Jezus Christus ons laat zien.

De vorm van de Kerk, en de vorm van elk christelijk leven, is de vorm van het kruis. Onze levens moeten een liturgie worden, een zelfgave die de liefde van God en de vernieuwing van de wereld belichaamt.

De grote Slowaake martelaren uit het verleden wisten dit. En zij hielden deze waarheid levend toen het bittere gewicht van haat en totalitarianisme uw volk neerdrukte. Ik denk nu in het bijzonder aan uw dappere bisschoppen, Zalige Vasil Hopko en Pavel Gojdic, en de dappere zuster, Zalige Zdenka Schelingová.

We moeten dit prachtige mandaat van Zuster Zdenka dicht bij ons hart bewaten:

“Mijn offer, mijn heilige Mis, begint in het dagelijk leven. Van het altaar van de Heer ga ik naar het altaar van mijn werk. Ik moet het offer van het altaar in iedere situatie kunnen voortzetten. … Het is Christus die we door onze levens moeten verkondigen, aan Hem bieden we het offer van onze eigen wil aan.”8

Laten we Christus verkondigen met alle energie van ons leven. En laten we elkaar steunen, wat het ook kost, zodat, wanneer we onze afrekening maken met de Heer, we onder de gelovigen en dapperen worden gerekend, en niet de lafaards of ontduikers, of zij die compromissen sloten tot er niets meer over was van hun overtuigingen; of zij die zwegen toen ze het juiste woord op het juiste moment hadden moeten spreken. Dank u. En God zegene u allen.

Noten:

1. Alexis de Tocqueville, Democracy in America, vol. 1, dl. 2, hfst. 9 (New York: Library of America, 2004), 340.

2. Henri de Lubac, The Drama of Atheist Humanism (San Francisco: Ignatius, 1998), 14.

3. Johannes 8:32.

4. Zie Václav Havel, “The Power of the Powerless” (1978), in Open Letters: Selected Writings 1965–1990 (New York: Knopf, 1991), 125–214.

5. Dietrich Bonhoeffer, Ethics (London: SCM, 1983), 72–73.

6. Richard Weaver, “Relativism and the Crisis of our Times” (1961), in In Defense of Tradition: Collected Shorter Writings of Richard M. Weaver, 1929–1963 (Indianapolis: Liberty Fund, 2001), 104.

7. Bonhoeffer, Ethics, 95.

8. Zie “Novena to the Blessed Zdenka Schelingová,” op www.holycrosssisters.org/s_zdenka.html.

One thought on “Leven in de waarheid: Religieuze vrijheid en katholieke missie in de nieuwe wereldorde”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s