Notitie met pastorale aanbevelingen voor het Jaar van het Geloof

CONGREGATIE VOOR DE GELOOFSLEER
Notitie met pastorale aanbevelingen voor het Jaar van het Geloof

Introductie

Met de Apostolische Brief Porta fidei van 11 oktober 2011, riep Paus Benedictus XVI  een Jaar van het Geloof uit. Dit jaar zal beginnen op 11 oktober 2012, op de 50e verjaardag van de opening van het Tweede Oecumenisch Vaticaans Concilie, en worden afgesloten op 24 november 2013, het Hoogfeest van onze Heer Jezus Christus, Koning van het Heelal.

Dit jaar zal een goede gelegenheid voor de gelovigen zijn om met meer diepgang te begrijpen dat de basis van het christelijk geloof “de ontmoeting met een gebeurtenis, met een Persoon die aan ons leven een nieuwe horizon en daarmee zijn definitieve richting gaf” is.1 Gebaseerd op de ontmoeting met de Verrezen Christus, kan het geloof worden herontdekt in haar geheel en in al haar luister. “Ook in onze tijd is het geloof een gave om te herontdekken, te ontwikkelen en van te getuigen” omdat de Heer “het ieder van ons vergunt om de schoonheid en de vreugde van het christen-zijn te leven”.2

Het begin van het Jaar van het Geloof valt samen met de verjaardagen van twee grote gebeurtenissen die het leven van de Kerk in onze tijd hebben gekenmerkt: de vijftigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie, bijeengeroepen door de Zalige Paus Johannes XXIII (11 oktober 1962), en de twintigste van de uitvaardiging van de Katechismus van de Katholieke Kerk, aan de Kerk gegeven door de Zalige Paus Johannes Paulus II (11 oktober 1992).

Het Concilie wilde, volgens Paus Johannes XXIII, “de katholieke leer in haar geheel, onverminderd en niet verwrongen doorgeven,” op zo’n manier dat “deze veilige en onveranderlijke leer, waaraan men een trouwe onderdanigheid dient te bewijzen,” wordt onderzocht en verklaart, “dat zij aan onze tijd wordt aangepast”.3 In dit opzicht blijven de openingswoorden van de Dogmatische Consitutie Lumen gentium van het grootste belang: “Omdat Christus het licht is van de volken, heeft dit heilig Concilie, in de Heilige Geest vergaderd, het vurig verlangen om, door de verkondiging van het Evangelie aan heel de schepping (vg. Mc 16:15), alle mensen te verlichten door zijn helder licht, dat uitstraalt over het gelaat van de Kerk.” 4 Beginnend met het licht van Christus, dat zuivert, verlicht en heiligt in de viering van de heilige liturgie (vg. Constitutie, Sacrosanctum Concilium)  en met Zijn heilig woord (vg. Dogmatische Constitutie Dei Verbum), wilde het Concilie uitwijden over de innerlijke aard van de Kerk (vg. Dogmatische Constitutie, Lumen gentium) en haar relatie met de huidige wereld (vg. Pastorale Constitutie, Gaudium et spes).  Rondom deze vier Constituties, de ware pijlers van het Concilie, zijn de Decreten en Verklaringen gerangschikt die een aantal van de grote uitdagingen van de tijd aankaarten.

Na het Concilie begon de Kerk – onder de zekere leiding van het Magisterium en in continuïteit met de gehele Traditie – met het verzekeren van de ontvangst en toepassing van de leer van het Concilie in al haar rijkdom. Om te assisteren bij de juiste ontvangst van het Concilie, hebben de pausen regelmatig de Bisschoppensynode5, voor het eerst in 1965 opgericht door de Dienaar Gods Paulus VI, bijeen geroepen, en de Kerk duidelijke leiding geboden door de verschillende post-Synodale Apostolische Exhortaties. De volgende Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode, te houden in oktober 2012, heeft als thema: De Nieuwe Evangelisatie voor het Doorgeven van het Christelijk Geloof.

Vanaf het begin van zijn pontificaat heeft Paus Benedictus XVI doelgericht gestreeft naar een juist begrip van het Concilie, als onjuist de zogeheten “hermeneutiek van discontinuïteit en scheuring” afgewezen en bevorderd wat hijzelf aangeduid heeft als “de “hermeneutiek van de hervorming”, die een vernieuwing van het ene subject Kerk, die de Heer ons geschonken heeft, doorvoert in een blijvende continuïteit. De Kerk is een subject dat met de tijd meegroeit en zich verder ontwikkelt, daarbij steeds zich zelf blijft, het Volk Gods als een subject op zijn weg.”6

De Katechismus van de Katholieke Kerk is, in dit verband, zowel een “authentieke vrucht van het Tweede Vaticaans Concilie”7 als een werktuig dat helpt in de ontvangst ervan. De Buitengewone Bisschoppensynode van 1985, bijeengeroepen ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de sluiting van het Tweede Vaticaans Concilie en om haar ontvangst te peilen, stelde de voorbereiding van een Katechismus voor om het Volk van God een compendium te bieden van de gehele katholieke leer en een vast referentiepunt voor plaatselijke katechismussen. Paus Johannes Paulus II nam dit voorstel aan als een verlangen dat ” volledig beantwoord aan een werkelijke nood van de universele Kerk en van de particuliere Kerken.”8 Samengesteld in samenwerking met het gehele episcopaat van de Katholieke Kerk drukt deze Katechismus werkelijk uit “wat men een “symfonie” van het geloof kan noemen.”9

The Katechismus omvat “iets nieuws en iets ouds (vg, Matt. 13:52): het geloof, dat altijd hetzelfde blijft en dat tevens de bron is van telkens nieuw licht. Om deze dubbele taak te vervullen, sluit de Katechismus van de Katholieke Kerk enerzijds aan bij de “oude”, traditionele volgorde, gehanteerd in de katechismus van de heilige Pius V, door de inhoud in vier delen te verwoorden: het credo; de heilige liturgie met daarin de sacramenten op de eerste plaats; het christelijk handelen uiteengezet met de geboden als uitgangspunt; en tenslotte het christelijk gebed. Maar tegelijk is de inhoud vaak op een “nieuwe” wijze uitgedrukt als antwoord op de vragen van onze tijd.”10, Deze Katechismus is “een betrouwbare leidraad bij het geloofsonderricht … en een krachtig en een geschikt middel voor de kerkelijke gemeenschap.”11  De geloofsinhoud vind “in de Katechismus van de Katholieke Kerk haar systematische en organische synthese. Hier duikt namelijk de rijkdom op van de leer die de Kerk verzameld, bewaard en aangeboden heeft in de loop van haar tweeduizendjarige geschiedenis. Van de Heilige Schrift tot de Kerkvaders, van de Meesters in theologie tot de Heiligen die de eeuwen zijn doorgegaan, biedt de Katechismus een permanente herinnering aan de talrijke manieren waarin de Kerk over het geloof heeft nagedacht en vooruitgang heeft gemaakt in de doctrine, om de gelovigen in hun geloofsleven zekerheid te bieden.”12

Het Jaar van het Geloof is bedoeld om bij te dragen aan een hernieuwde bekering tot de Heer Jezus en aan de herontdekking van het geloof, zodat de leden van de Kerk geloofwaardige en vreugdevolle getuigen zullen zijn van de Verrezen Heer in de wereld van vandaag – in staat om de vele mensen die zoeken naar de “deur van het geloof” te leiden. Deze “deur” opent wijd de blik van de mens op Jezus Christus, aanwezig onder ons “alle dagen, tot aan de voleinding van de wereld” (Matt. 28:20). Hij laat ons zien hoe “de kunst van het leven” geleerd wordt “in een intense verhouding met hem.”13 “Door Zijn liefde trekt Jezus Christus de mensen van alle generaties tot zich: in alle tijden roept Hij de Kerk bijeen door haar de verkondiging van het Evangelie toe te vertrouwen; dit is een altijd nieuwe opdracht. Daarom is ook vandaag voor de nieuwe evangelisatie een overtuigder engagement van de Kerk nodig, om de vreugde van het geloven te herontdekken en opnieuw het enthousiasme te vinden dat het geloof meedeelt.”14

Op uitnodiging van Paus Benedictus XVI15,heeft de Congregatie voor de Geloofsleer, in overleg met de bevoegde Dicasterieën van de Heilige Stoel en met de bijdrage van de Commissie van Voorbereiding voor het Jaar van het Geloof 16, deze Notitie opgesteld, met een aantal adviezen voor het beleven van deze tijd van genade, zonder andere initiatieven uit te sluiten waartoe de Heilige Geest pastores and gelovigen in verschillende delen van de wereld zal inspireren.

AANBEVELINGEN

“Ik weet wie ik mijn vertrouwen heb geschonken” (2 Tim 1:12). Deze woorden van de heilige Paulus helpen ons te begrijpen dat geloof “op de eerste plaats een zich persoonlijk bekennen van de mens tot God [is]; het is tegelijkertijd, en hiermee onlosmakelijk verbonden, de vrije instemming met geheel de waarheid die God geopenbaard heeft.”.17 Geloof dat een persoonlijk vertrouwen in de Heer is en het geloof dat we in het Credo belijden zijn onafscheidelijk; zij richten zich op elkaar en ze hebben elkaar nodig. Er bestaat een diepgaande band tussen het geleefde geloof en zijn inhoud. Het geloof van de Getuigen en de Belijders is ook het geloof van de Apostelen en de Kerkleraren.

De volgende aanbevelingen voor het Jaar van het Geloof willen zo zowel de ontmoeting met Christus bevorderen door authentieke getuigenissen van het geloof, als het steeds grotere begrip van de inhoud ervan. Deze voorstellen zijn bedoeld als voorbeelden om een parate reactie aan te moedigen op de uitnodiging van de Heilige Vader om dit Jaar van het Geloof volledig als een “tijd van genade” 18 te beleven. De vreugdevolle herontdekking van het geloof kan ook bijdragen aan het herstel van eenheid en communie tussen de verschillende lichamen die de grote familie van de Kerk vormen.

I. Op het niveau van de Universele Kerk

1. De belangrijkste kerkelijke gebeurtenis aan het begin van het Jaar van het Geloof zal de dertiende Algemene Vergadering van de Bisschoppensynode zijn, bijeengeroepen door Paus Benedictus XVI in oktober 2012, gewijd aan De Nieuwe Evangelisatie voor het Doorgeven van het Christelijk Geloof. Tijdens deze Synode, op 11 oktober 2012, zal er een plechtige viering van het begin van het Jaar van het Geloof plaatsvinden, in herinnering aan de vijftigste verjaardag van de opening van het Tweede Vaticaans Concilie.

2. In het Jaar van het Geloof dienen pelgrimstochten van de gelovigen naar de Stoel van Petrus te worden aangemoedigd, om het geloof in God de Vader, Zoon en Heilige Geest te belijden, in eenheid met hem die vandaag geroepen is zijn broeders en zusters in het geloof te sterken (vg, Luc. 22:32). Het is ook belangrijk om pelgrimstochten naar het Heilige Land, de plaats die als eerste getuige was van de aanwezigheid van Jezus, de Verlosser, en Maria, zijn Moeder, aan te moedigen.

3. Tijdens dit Jaar zal het nuttig zijn de gelovigen uit te nodigen zich met bijzondere devotie tot Maria te keren, het model van de Kerk, “die als een toonbeeld van deugden schittert voor heel de gemeenschap van de uitverkorenen”.19 Daarom dient ieder initiatief dat de gelovigen helpt de speciale rol van Maria in het mysterie van de verlossing te herkennen, haar lief te hebben en na te volgen als een model van geloof en deugdzaamheid, te worden aangemoedigd. Hiertoe is het gepast om pelgrimstochten, vieringen en samenkomsten te organiseren naar of in de grote Maria-heiligdommen.

4. De volgende Wereldjongerendag, in Rio de Janeiro in juli 2013, zal een bijzondere gelegenheid bieden voor jongeren om de vreugde te ervaren die voortkomt uit het geloof in de Heer Jezus en de eenheid met de Heilige Vader, in de grote familie van de Kerk.

5. Het is te hopen dat vele symposia, conferenties en grote samenkomsten zullen worden georganiseerd, zelfs op internationaal niveau, om ontmoetingen met authentieke getuigen van het geloof aan te moedigen en begrip van de inhoud van de katholieke leer te bevorderen. Gezien hoe, ook vandaag, het Woord van God blijft groeien en zich verspreiden, zal het belangrijk zijn om getuigenis te geven dat in Jezus Christus “elke kwelling en elke verzuchting van het mensenhart haar voltooiing”20 vindt en dat geloof “een nieuw criterium van verstaan en handelen [wordt] dat heel het leven van de mens verandert.”21 Een aantal conferenties zullen specifiek gewijd moeten worden aan de herontdekking van de leerstellingen van het Tweede Vaticaans Concilie.

6. Het Jaar van het Geloof zal een bijzonder gelegenheid zijn voor alle gelovigen om hun kennis van de belangrijkste documenten van het Tweede Vaticaans Concilie en hun studie van de Katechismus van de Katholieke Kerk te verdiepen. Dit geld in het bijzonder voor kandidaten voor het priesterschap, speciaal tijdens hun propedeutisch jaar of in het eerste jaar van hun theologische studies, voor novicen in Instituten van Gewijd Leven of Gemeenschappen van Apostolisch Leven, evenals voor hen die zich bevinden in een onderscheidingsperiode voor het toetreden tot een Kerkelijke Vereniging of Beweging.

7. Dit Jaar zal een gunstige tijd zijn voor een meer oplettende ontvangst van homilieën, catecheses en andere toespraken en documenten van de Heilge Vader. Pastores, gewijde personen en de lekengelovigen worden uitgenodigd hun werk te hernieuwen in effectieve en hartelijke trouw aan de leer van de Opvolger van Petrus.

8. Tijdens het Jaar van het Geloof zijn er, in samenwerking met de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid der Christenen, verschillende oecumenische initiatieven gepland, gericht op “het herstel der eenheid onder alle christenen” dat “één van de voornaamste doelstellingen van het tweede heilig Vaticaans Oecumenisch Concilie”22 is. Specifiek zal er een plechtige oecumenische viering zijn waarin alle gedoopten hun geloof in Christus zullen herbevestigen.

9. Een Secretariaat om alle verschillende initiatieven van de verschillende Dicasterieën van de Heilie Stoel, of andere evenementen van belang voor de Universele Kerk, zal coördineren zal worden opgericht binnen de Pauselijke Raad voor de Nieuwe Evangelisatie. Dit Secretariaat zal tijdig worden geïnformeerd over de belangrijkste gebeurtenissen en kan ook gepaste initiatieven voorstellen. Het Secretariaat zal een website openen met het doel om nuttige informatie beschikbaar te stellen om het Jaar van het Geloof effectiever te beleven.

10. Aan het einde van dit Jaar, op het Hoogfeest van Onze Heer Jezus Christus, Koning van het Heelal, zal er een Eucharistie worden gevierd door de Heilige Vader, waarbij een plechtige hernieuwing van de geloofsbelijdenis plaats zal vinden.

II. Op het niveau van de Bisschoppenconferenties23

1. Bisschoppenconferenties, in het licht van de specifieke missie van de bisschoppen als leraren en “herauten van het geloof,”24 kunnen een studiedag wijden aan het onderwerp ‘geloof’, de persoonlijke getuigenis ervan, en het overbrengen aan nieuwe generaties.

2. De herpublicatie in paperback en voordelige uitgaven van de Documenten van het Tweede Vaticaans Concilie,  de Katechismus van de Katholieke Kerk en het Compendium ervan dient te worden aangemoedigd, evenals als de verdere verspreiding van deze teksten met electronische middelen en moderne technologieën.

3. Een hernieuwde poging de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie en de Katechismus van de Katholieke Kerk in talen die een vertaling missen uit te brengen is wenselijk. Liefdadige steun om vertalingen in de lokale talen van missielanden, waar de plaatselijke Kerken zich de uitgaven niet kunnen veroorloven, mogelijk te maken, dient te worden aangemoedigd. Dit dient te gebeuren onder leiding van de Congregatie voor de Evangelisatie van de Volkeren.

4. Pastores dienen televisie- en radiouitzendingen, films en uitgaven over het geloof, haar principes en inhoud, evenals het kerkelijk belang van het Tweede Vaticaans Concilie, aan te moedigen. Dit dient te gebeuren met gebruik van de nieuwe vormen van communicatie, zeker op het volksniveau, om deze beschikbaar te stellen voor een groter publiek.

5. De Heiligen en Zaligen zijn authentieke getuigen van het geloof.25 Het is daarom raadzaam dat Bisschoppenconferenties de kennis van de plaatselijke Heiligen van hun grondgebied verspreiden, ook door middel van moderne vormen van communicatie.

6. De huidige wereld is gevoelig voor de relatie tussen geloof en kunst. Daarom wordt het aangeraden dat Bisschoppenconferenties het catechetisch potentieel – mogelijk in oecumenishce samenwerking – van het artistieke erfgoed van het gebied van hun pastorale zorg maximaal benutten.

7. Onderwijzers in centra van theologisch onderwijs, seminaries en katholieke universiteiten moeten worden aangemoedigd om in hun onderwijs de relevantie binnen hun verschillende werkvelden te laten zien van de inhoud van de Katechismus van de Katholieke Kerk en van de implicaties die daaruit voortkomen.

8. Het zal nuttig zijn om pamfletten en folders voor te bereiden van een apologetische aard (vg 1 Pet 3:15), wat zal moeten gebeuren in samenwerking met theologen en auteurs. Elke gelovige zal dan in staat worden gesteld beter te reageren op vragen die opkomen in moeilijke situaties – hetzij over sekten, of de problemen die te maken hebben met secularisme en relativisme, of vragen die “voortkomen uit een veranderde mentaliteit die, vooral vandaag, het domein van de rationele zekerheden herleidt tot wetenschappelijke en technologische verworvenheden.”26 of met andere specifieke zaken.

9. Het is te hopen dat plaatselijke katechismussen en verschillende katechetische supplementen die gebruikt worden in plaatselijke Kerken worden onderzocht om hun complete overeenkomst met de Katechismus van de Katholieke Kerk27 te verzekeren. Mocht een katechismus of supplement niet totaal overeenkomen met de Katechismus, of mochten er bepaalde lacunes worden ontdekt, dan moeten er nieuwe worden ontwikkelt, volgens het voorbeeld van die Conferenties die dit al gedaan hebben.

10. Het Jaar van het Geloof zal ook een geschikte tijd zijn om, in samenwerking met de Congregatie voor Katholiek Onderwijs, de ratio van vorming voor toekomstige priesters te onderzoeken, en zo te verzekeren dat de inhoud van de Katechismus van de Katholieke Kerk aawezig is in hun theologische studie.

III. Op bisdomsniveau

1. Het is te hopen dat elke specifieke Kerk een viering zal houden voor de opening van het Jaar van het Geloof en een plechtige afsluiting ervan, waarin wij “de gelegenheid hebben het geloof in de verrezen Heer in onze kathedralen en in de Kerk van de hele wereld te belijden.”28 

2. Het is wenselijk dat elk bisdom in de wereld een studiedag over de Katechismus van de Katholieke Kerk organiseert, in het bijzonder voor de priesters, gewijde personen en catechisten. Hiervoor kunnen, bijvoorbeeld, de Oosters-Katholieke Eparchieën een bijeenkomst organiseren met hun priesters om te getuigen van hun specifieke ervaring en liturgische traditie in het ene geloof in Christus. Op deze wijze kunnen ook jonge Kerken in missiegebieden in staat zijn een hernieuwde getuigenis te geven van die vreugde in het geloof die zo vaak kenmerkend voor hen is.

3. Iedere bisschop zou een eigen pastorale brief kunnen wijden aan het onderwerp geloof, met aandacht voor de specifieke pastorale omstandigheden van de gelovigen die aan hem zijn toevertrouwd, en hen herinneren aan het belang van het Tweede Vaticaans Concilie en de Katechismus van de Katholieke Kerk.

4. Het is te hopen dat er in elk bisdom, onder leiding van de bisschop, catechese-evenementen worden georganiseerd, in het bijzonder voor de jeugd en zij die zoeken naar de zin van het leven, om hen de schoonheid van kerkelijk geloof te helpen ontdekken en ontmoetingen met betekenisvolle getuigen van het geloof te bevorderen.

5. Het zou passend zijn voor iedere specifieke Kerk om de ontvangst van het Tweede Vaticaans Concilie en de Katechismus van de Katholieke Kerk in haar eigen leven en missie, in het bijzonder op het gebied van catechese, te beoordelen. Dat zal een kans scheppen voor de vernieuwing van de toewijding aan de kant van de verantwoordelijken voor de catechese in de bisdommen die – gesteund door de catechese-commissies van de Bisschoppenconferenties – de taak hebben te zorgen voor de theologische vorming van catechisten.

6. De voortdurende educatie van de geestelijkheid kan tijdens dit Jaar van het Geloof gericht worden op de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie en de Katechismus van de Katholieke Kerk, en thema’s behandelen als “de verkondiging van de Verrezen Christus”, “de Kerk – sacrament van verlossing”, “de missie van evangelisatie in de wereld van vandaag”, “geloof en ongeloof”, “geloof, oecumene en interreligieuze dialoog”, “geloof en eeuwig leven”, “de hermeneutiek van hervorming in continuïteit” en “de Katechismus in de dagelijkse pastorale zorg.”

7. Bisschoppen worden uigenodigd om boetevieringen te organiseren, in het bijzonder in de Vastentijd, waarin een ieder kan vragen om Gods vergeving, in het bijzonder voor zonden tegen het geloof. Dit Jaar biedt ook een passende gelegenheid waarin allen het Sacrament van Boete met groter geloof en grotere frequentie kunnen benaderen.

8. Het is te hopen dat er een hernieuwde creatieve dialoog tussen geloof en rede zal ontstaan in de academische en artistieke gemeenschappen, door middel van symposia, bijeenkomsten en studiedagen, in het bijzonder op katholieke universiteit, om te laten zien dat “er geen conflict kan zijn tussen geloof en authentieke wetenschap aangezien beide, zij het langs verschillende wegen, op de waarheid gericht zijn.”29

9. Het is ook belangrijk om ontmoetingen te bevorderen met die personen die, “alhoewel zij de gave van het geloof op zich niet erkennen – toch eerlijk op zoek zijn naar de uiteindelijke zin en definitieve waarheid over hun bestaan en deze wereld,”30 met de dialogen van de Voorhof van de Heidenen, gesteund door de Pauselijke Raad voor Cultuur, als voorbeeld.

10. Het Jaar van het Geloof kan een kans zijn om meer aandacht te besteden aan katholieke scholen, die een perfecte plaats zijn om leerlingen een levende getuigenis van de Heer te bieden en hun geloof te voeden. Dat kan gebeuren door gebruik te maken van goede catechetische hulpmiddelen, zoals de Compendium van de Katechismus van de Katholieke Kerk en Youcat.

IV. Op het niveau van parochie/gemeenschap/vereniging/beweging

1. Als voorbereiding op het Jaar van het Geloof worden alle gelovigen uitgenodigd de Apostolische Brief Porta fidei, van Paus Benedictus XVI zorgvuldig te lezen en te overdenken.

2. Het Jaar van het Geloof “zal ook een gunstige gelegenheid zijn om de viering van het geloof in de liturgie te intensifiëren, vooral in de Eucharistie.”31 In de Eucharistie, mysterie van het geloof en bron van de nieuwe evangelisatie, word het geloof van de Kerk verkondigd, gevierd en gesterkt. Alle gelovigen zijn uitgenodigd actief, vruchtbaar en bewust deel te nemen aan de Eucharistie, om authentieke getuigen van de Heer te zijn.

3. Priesters dienen meer aandacht te besteden aan het bestuderen van de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie en de Katechismus van de Katholieke Kerk, en hieruit bronnen voor de pastorale zorg van hun parochies te halen – catechese, preken, voorbereiding op de sacramenten. Ze dienen ook homilie-reeksen te verzorgen over het geloof of over bepaalde specifieke aspecten zoals, bijvoorbeeld, “de ontmoeting met Christus”, “de fundamentele inhoud van de Geloofsbelijdenis”, en “geloof en de Kerk.”32

4. Catechisten dienen zich meer te houden aan de leerstellige rijkdom van de Katechismus van de Katholieke Kerk om, onder leiding van hun pastores, begeleiding te kunnen bieden in het lezen van dit kostbare document aan groepen gelovigen, zo werkend naar een dieper algemeen begrip ervan, met het doel kleine gemeenschappen van geloof te scheppen, en getuigenis te geven van de Heer Jezus.

5. Het is te hopen dat er een hernieuwde toewijding in parochies ontstaat voor de verspreiding van de Katechismus van de Katholieke Kerk, en van andere geschikte bronnen voor gezinnen, die de ware huiskerken zijn en de eerste plaats voor het doorgeven van het geloof. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden tijdens huiszegeningen, de Doop van volwassenen, het Vormsel en Huwelijken. Dit kan bijdragen aan de verdieping van de katholieke leer “in onze huizen en gezinnen, zodat iedereen sterk de vereiste aanvoelt het geloof van altijd beter te kennen en aan de toekomstige generaties door te geven.”33

6. De bevordering van missies en andere programma’s in parochies en op het werk kunnen de gelovigen helpen de gave van het Doopsgeloof en de taak om getuigenis te geven te herontdekken, wetend dat de christelijke roeping “van nature ook een roeping tot het apostolaat”34 is.

7. In deze periode worden leden van Instituten van Gewijd Leven en Gemeenschappen van Apostolisch Leven gevraagd binnen de nieuwe evangelisatie te werken met een hernieuwde eenheid tot de Heer Jezus, elk volgens zijn eigen charisma, trouw aan de Heilige Vader en de juiste leer.

8. Contemplatieve gemeenschappen dienen, tijdens het Jaar van het Geloof, in het bijzonder te bidden voor de vernieuwing van het geloof van het Volk van God en voor een nieuwe impuls in het doorgeven ervan aan de jeugd.

9. Verenigingen en Kerkelijke Bewegingen zijn uitgenodigd specifieke initiatieven te bevorderen die, door de bijdrage van hun passende charisma en in samenwerking met hun plaatselijke pastores, bij zullen dragen aan een bredere beleving van het Jaar van het Geloof. De nieuwe Verenigingen en Kerkelijke Bewegingen zullen, op een creatieve en vrijgevige manier, in staat zijn de meest geschikte manier  te vinden om hun getuigenis van het geloof ten dienste van de Kerk te stellen.

10. Alle gelovigen, geroepen om de gave van het geloof te hernieuwen, moeten proberen hun eigen ervaringen van geloof en liefdadigheid35 door te geven aan hun broeders en zusters van andere religies, met zij die niet geloven, en met hun die gewoon onverschillig zijn. Op die manier zal hopelijk het hele christenvolk een soort missie beginnen naar hen met wie zij leven en werken, wetend dat zij “het nieuws van de verlossing, die bedoeld is voor iedere mens, hebben ontvangen.”36

Conclusie

Geloof “is een levensgezellin waardoor men met steeds nieuwe blik de wonderen kan waarnemen die God voor ons bewerkt. Omdat wij de plicht hebben de tekenen van de tijd in het nu van de geschiedenis te begrijpen, spoort het geloof ieder van ons aan een levend teken te worden van de aanwezigheid van de Verrezene in de wereld.”37 Geloof is zowel een persoonlijke als een  gemeenschappelijke handeling: het is een gave van God die geleefd wordt in de gemeenschap van de Kerk en moet worden doorgegeven aan de wereld. Elk initiatief voor het Jaar van het Geloof moet zijn ontworpen om te helpen in de vreugdevolle herontdekking van het geloof en haar hernieuwde overdracht. De hier gegeven aanbevelingen hebben als doel alle leden van de Kerk uit te nodigen ervoor te zorgen dat dit Jaar een speciale tijd kan zijn waarin wij, als christenen, mogen delen in dat wat ons het meest dierbaar is: Christus Jezus, de Verlosser van de mensheid, Koning van het Heelal, “leidsman en voltooier van ons geloof” (Heb 12:2).

Gegeven in Rome, door de Congregatie voor de Geloofsleer, op 6 januari 2012, het Hoogfeest van de Openbaring van de Heer.

William Kardinaal Levada
Prefect

Luis F. Ladaria, S.I.
Titulair Aartsbisschop van Thibica
Secretaris

____________________________

1 BENEDICTUS XVI, Encycliek Deus caritas est, 25 december 2005, n. 1.

2 ID., Homilie op het Feest van de Doop van de Heer, 10 january 2010.

3 JOHANNES XXIII, Toespraak bij de plechtige opening van het Tweede Oecumenisch Vaticaans Concilie, 11 october 1962.

4 VAT. II, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, n. 1.

5De Algemene Vergaderingen van de Bisschoppensynode hebben de volgende onderwerpen behandeld: Het behoud en de versterking van het Katholieke Geloof, haar integriteit, ijver, ontwikkeling, historische en leerstellige samenhang (1967), Het ambtelijke priesterschap en gerechtigheid in de wereld (1971), Evangelisatie in de moderne wereld (1974), Catechese in onze tijd (1977), Het christelijke gezin (1980), Boete en verzoening in de missie van de Kerk (1983), Roeping en missie van de leken in de Kerk en in de wereld (1987), De vorming van priesters in huidige omstandigheden (1991),  Gewijd leven en haar missie in de Kerk en in de wereld (1994),  De Bisschop: Dienaar van het Evangelie van Jezus Christus voor de hoop van de wereld (2001), De EucharistieL bron en hoogtepunt van het leven en de missie van de Kerk (2006), Het Woord van God in het leven en de missie van de Kerk (2008).

6 BENEDICTUS XVI, Toespraak tot de Roomse Curie, 22 december 2005.

7 ID., Porta fidei, n. 4.

8 JOHANNES PAULUS II, Toespraak bij de sluiting van de Tweede Buitengewone Vergardering van de Bisschoppensynode, 7 december 1985, n. 6.Dezelfde paus zei, in de eerste fase van deze Synode, tijdens het Angelus van 24 november 1985: “Geloof is de eerste basis, het is de hoeksteen, het essentiele criterium voor de vernieuwing dat het Concilie voor ogen had. Van geloof komt gebruik, de stijl van leven en praktosche richting in iedere omstandigheid.”

9 ID., Apostolische Constitutie Fidei depositum, 11 oktober 1992, n. 2.

10 Ibid., n. 3.

11 Ibid., n. 4.

12 BENEDICTUS XVI, Porta fidei, n. 11.

13 ID., Toespraak tot de deelnemers aan de bijeenkomst georganiseerd door de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Nieuwe Evangelisatie, 15 oktober 2011.

14 ID., Porta fidei, n. 7.

15 Cfr. ibid., n. 12.

16 Deze Commissie, gevormd door de Congregatie voor de Geloofsleer volgens het mandaat van de Heilige Vader, Benedictus XVI, heeft als leden: Kadrinalen William Levada, Francis Arinze, Angelo Bagnasco, Ivan Dias, Francis E. George, Zenon Grocholewski, Marc Ouellet, Mauro Piacenza, Jean-Pierre Ricard, Stanisław Ryłko en Christoph Schönborn; Aartsbisschoppen Luis F. Ladaria en Salvatore Fisichella; Bisschoppen Mario Del Valle Moronta Rodríguez, Gerhard Ludwig Müller en Raffaello Martinelli.

17 Katechismus van de Katholieke Kerk, n. 150.

18 BENEDICTUS XVI, Apostolische Brief Porta fidei, n. 15.

19 VAT. II, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, n. 65.

20 BENEDICTUS XVI, Apostolic Brief Porta fidei, n. 13.

21 Ibid., n. 6.

22 VAT. II, Decreet Unitatis redintigratio, n. 1.

23De volgende aanbevelingen voor Bisschoppenconferenties worden ook verstrekt, op dezelfde wijze, aan de Bisschoppensyndoe van Patriarchaleen Aartsepiscopale Kerken, evenals aan de Vergaderingen van andere Oosters Katholieke Kerken sui iuris.

24 VAT. II, Dogmatische Constitutie Lumen gentium, n. 25.

25 BENEDICTUS XVI, Apostolische Brief Porta fidei, n. 13.

26 Ibid., n. 12.

27 JOHANNES PAULUS II, Apostolische Constitutie Fidei depositum, n. 4.

28 BENEDICTUS XVI, Apostolsche Brief Porta fidei, n. 8.

29 Ibid., n. 12.

30 Ibid., n. 10.

31 Ibid., n. 9.

32 Vg. BENEDICTUS XVI, Apostolische Exhortatie Verbum Domini, 30 september 2010, nn. 59-60 en 74.

33 ID., Apostolische Brief Porta fidei, n. 8.

34 VAT. II, Decreet Apstolicam actuositatem, n. 2.

35 Vg. BENEDICTUS XVI, Apostolische Brief Porta fidei, n. 14.

36 VAT. II, Pastorale Constitutie Gaudium et spes, n. 1.

37 BENEDICTUS XVI, Apostolische Brief Porta fidei, n. 15.

One thought on “Notitie met pastorale aanbevelingen voor het Jaar van het Geloof”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s