Over Christelijke Eenheid in 2009

“Als Hij het wil en wij er klaar voor zijn, zal God eenheid scheppen”

Beste broeders en zusters,

We zijn midden in de Gebedsweek voor Eenheid onder de Christenen, een oecumenisch initiatief dat nu al meer dan een eeuw gaande is, en dat ieder jaar weer de aandacht op een bepaald onderwerp vestigt: de zichtbare eenheid onder Christenen, dat gewetensvragen oproept en uitnodigt tot toewijding van iedereen die in Christus geloofd. En dat doet het vooral door de uitnodiging tot gebed, in navolging van Christus zelf, die voor zijn discipelen tot de Vader bid: “Dat ze allen één mogen zijn… zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17:21).

De vasthoudende oproep om te bidden voor volledige eenheid onder de volgelingen van de Heer is een teken van de meest waarachtige en diepgaande vorm van de hele oecumenische zoektocht, want eenheid is bovenal een gave van God. Zoals het Tweede Vaticaans Concilie bevestigd: “dit heilig plan van de verzoening van alle christenen in de eenheid van de éne en enige Kerk van Christus [gaat] de menselijke krachten en talenten te boven” (Unitatis Redintegratio, 24). Daarom is, naast onze pogingen om broederlijke banden te scheppen en de dialoog te bevorderen om de verschillen die onze Kerken en kerkgemeenschappen scheiden te verhelderen en op te lossen, het zelfverzekerd en eensgezind aanroepen van de Heer nodig.

Het thema van dit jaar komt uit het Evangelie volgens Lucas, van de laatste woorden die de Verrezene richtte tegen zijn discipelen: “Jullie zullen hiervan getuigen” (Lc 24:48). Het thema was verzocht door de Pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen samen met de Geloof en Orde Commissie van de Wereldraad van Kerken, van een oecumenische groep in Schotland. Een eeuw geleden vond de Wereldmissieconferentie ter overweging van problemen aangaande de niet-Christelijke wereld plaats in Edinburgh, Schotland, van 13 tot 24 juni 1910.

Eén van de toen besproken problemen was dat van de objectieve moeite die onder verdeelde Christenen ondervonden bij het evangelisch verkondigen in een niet-Christelijke wereld. Als Christenen zich verdeeld presenteren, en zelfs in tegenspraak zijn met elkaar, zal de verkondiging van Christus als de enige Verlosser van de wereld en onze vrede dan nog geloofwaardig zijn voor een wereld die Christus niet kent of zich van Hem hebben afgekeerd, of onverschillig lijkt te staan voor het Evangelie?

Sindsdien is de band tussen eenheid en missie een essentieel onderdeel van de oecumene en haar uitgangspunt geweest. En vanwege deze specifieke bijdrage blijft de Edinburghconferentie één van de belangrijkste referentiepunten van de moderne oecumene. Na Vaticanum II nam de Katholieke Kerk dit standpunt over en bevestigde het vurig: de verdeeldheid tussen de discipelen van Christus “is niet alleen apert in strijd met de wil van Christus, maar ze is ook een ergernis voor de wereld en ze doet afbreuk aan de heilige zaak van de verkondiging van het Evangelie aan alle mensen” (Unitatis Redintegratio, 1).

In deze theologische en spirituele context is het voorgestelde thema van deze week van overweging en gebed de noodzaak van een gezamenlijke getuigenis van Christus. De korte voorgestelde tekst, “Jullie zullen hiervan getuigen”, moet gelezen worden in de context van het hele 24e hoofdstuk van het Evangelie van Lucas.

Laten we kort terugkijken naar de inhoud van dit hoofdstuk. Eerst gaan de vrouwen naar het graf, zien de tekenen van de verrijzenis van Jezus en vertellen wat ze gezien hebben aan de apostelen en de andere discipelen (vers 8); dan verschijnt de Verrezene zelf aan de Emmaüsgangers, aan Simon Petrus en daarna aan “de elf en hun metgezellen” (vers 33). Hij ontsluit hun geest voor de Schriften en zijn verlossende dood en verrijzenis, bevestigend dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden” (vers 47). Aan de discipelen die bijeen zijn en die getuige zijn geweest van zijn missie, beloofd de Verrezen Heer de gave van de Heilige Geest (bijv. vers 49), zodat zij gezamenlijk van Hem kunnen getuigen aan alle volkeren. Vanuit dit gegeven – “hiervan” zullen jullie getuigen (bijv. Lc 24:48), het thema van deze Gebedsweek voor Eenheid – rijzen twee vragen. De eerste: wat zijn de dingen waarvan wij zullen getuigen? De tweede: hoe kunnen we daarvan getuigen?

Kijkend naar de context van het hoofdstuk, gaat het vooral over het kruis en de verrijzenis: De discipelen hebben de Heer gekruisigd gezien, ze zijn de Verrezene en beginnen zo de Schriften te begrijpen die over het geheim van het lijden en de gave van de verrijzenis gaan. Dit is dan het geheim van Christus, van de mensgeworden Zoon van God, die voor ons gestorven is en is verrezen, voor eeuwig leeft en dus de belofte van ons eigen eeuwige leven is.

Maar door Christus – en dit is het centrale punt – kennen we God. Christus is bovenal de openbaring van God. In alle tijden hebben mensen het bestaan van God opgemerkt, een enige God, maar één die ver weg is en zich niet laat zien. In Christus laat deze God zich zien; de verre God komt nabij. We getuigen dus, bovenal met het geheim van Christus, van het feit dat God nabij is gekomen. Dit houdt nog wat anders in: Christus is nooit alleen; hij kwam onder ons, stierf alleen, maar stond op uit de dood om iedereen tot zich te trekken. Zoals de Schrift zegt, schiep Christus een lichaam voor zichzelf, verzamelde de hele mensheid tot zich in zijn onsterfelijke werkelijkheid. En dus kennen we de gehele mensheid in Christus die de mensheid tot zich verzameld. Dit alles is dus uiteindelijk heel simpel: we kennen God doordat we Christus kennen, zijn lichaam, het geheim van de Kerk en de belofte van eeuwig leven.

We komen nu bij de tweede vraag: Hoe kunnen we hiervan “getuigen”? We kunnen alleen getuigen door Christus te kunnen en, Christus kennende, ook God te kennen. Maar Christus leren kennen houdt een intellectuele dimensie in – te leren wat we van Christus weten – maar het is altijd veel meer dan een intellectueel proces: het is een existentieel proces, het is een proces van het openstellen van mijn ‘ik’, van mijn verandering vanwege de aanwezigheid en kracht van Christus, en dus is het ook een proces van openstellen voor alle anderen, die het lichaam van Christus moeten zijn. Zo is het duidelijk dat Christus kennen, als intellectueel en bovenal existentieel proces, een proces is dat ons tot getuigen maakt. In andere woorden, we kunnen alleen getuigen zijn als we Christus uit de eerste hand kennen, en niet alleen via anderen – vanuit ons eigen leven, vanuit onze persoonlijke ontmoeting met Christus. Als we hem werkelijk vinden in ons geloofsleven, worden we getuigen en kunnen we bijdragen aan de vernieuwing van de wereld en het eeuwig leven.

De Katechismus van de Katholieke Kerk geeft ook een indicatie van waar we van getuigen. De Kerk heeft de hoofdpunten van wat de Heer ons als Openbaring heeft gegeven verzameld en samengevat in de “geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel [die] haar grote autoriteit [ontleend] aan het feit dat zij de vrucht is van de twee eerste oecumenische concilies (325 en 381)” (KKK, n. 195). De Kathechismus legt uit dat dit Symbool gemeenschappelijk bezeten word door “de grote kerken van oost en west” (idem). Daarom vinden we in dit Symbool we geloofswaarheden die Christenen samen kunnen belijden en getuigen zodat de wereld kan geloven, en de wil laten zien, met het verlangen en de toewijding om bestaande verschillen te overwinnen, om samen naar volledige eenheid te streven, de eenheid van het Lichaam van Christus.

De Gebedsweek voor de Eenheid onder de Christenen zet ons aan om andere belangrijke aspecten van de oecumene te overwegen – vooral de grote vooruitgang die geboekt werd in de verhoudingen tussen Kerken en kerkgemeenschappen na de Edinburghconferentie van een eeuw geleden. De moderne oecumenische beweging heeft zich zo ontwikkeld dat, in de loop van de vorige eeuw, het in een belangrijk onderdeel van het leven van de Kerk is geworden in het in herinnering brengen van het probleem van de eenheid onder alle Christenen en ook in het ondersteunen van de groei van onderlinge verbintenissen. Dat houdt niet alleen broederlijke relaties tussen Kerken en kerkgemeenschappen onderling in, als antwoord op het gebod van de liefde, maar het stimuleert ook theologisch onderzoekt. Meer nog, het heeft betrekking op het praktische leven van de Kerken en kerkgemeenschappen in onderwerpen die raakvlakken hebben met de pastorale zorg en het sacramentele leven, zoals bijvoorbeeld de wederzijdse dooperkenning, zaken rond gemengde huwelijken, gedeeltelijk zaken van comunicatio in sacris in goed-gedefiniëerde situaties. In de nasleep van deze oecumenische geest zijn er ook contacten gelegd met de Pinkstergemeenten en evangelische en charismatische bewegingen om meer wederzijdse kennis te verkrijgen, ook al zijn er nog steeds serieuze problemen op dit gebied.

Sinds Vaticanum II heeft de Katholieke Kerk broederlijke banden gelegd met alle Kerken van het Oosten en de kerkgemeenschappen van het westen; in de meesten gevallen bilaterale theologische dialogen die hebben geleid tot het ontdekken van vergelijkbare meningen en zelfs overeenkomsten op verschillende punten, en zo de eenheidsbanden versterkt.

In het jaar dat net voorbij is is er positieve vooruitgang geboekt in deze dialogen. Met de Orthodoxe Kerken zijn we de Gemengde International Commissie voor de Theologische Dialoog begonnen tijdens de 11e plenaire sessie in Paphos, Cyprus, in oktober 2009. Deze commissie is begonnen met het bestuderen van een cruciaal onderwerp van de Kerk in het eerste millennium, dat wil zeggen, toen de Christenen van Oost en West nog in volledige communie waren. Deze studie zal later worden uitgebreid naar het tweede millennium. Ik heb Katholieken al vaker gevraagd om te bidden voor deze kwetsbare dialoog, die belangrijk is voor de hele oecumenische beweging. Op vergelijkbare wijze is de Gemengde Commissie in gesprek met de Oude Orthodoxe Kerken van het Oosten (Koptisch, Ethiopisch, Syrisch, Armeens), begonnen in de week van 26 tot 30 januari van vorig jaar. Deze belangrijke initiatieven bewijzen dat er op het moment een gemeende en hoopvolle dialoog is met alle Kerken van het Oosten die niet in volledige communie met Rome zijn, trouw aan hun eigen identiteit.

De resultaten van verschillende dialogen van de laatste veertig jaar, met name die met de Anglicaanse Communie, de Lutherse Wereldfederatie, met de Wereldbond van Hervormde/Gereformeerde Kerken en met de Methodistische Wereldraad zijn dit jaar samen met de kerkgemeenschappen van het Westen bestudeerd. De pauselijke Raad ter Bevordering van de Eenheid van de Christenen heeft de punten waarop overeenstemming is bereikt bestudeerd en tegelijkertijd de bestaande problemen geïndentificeerd, waarover een nieuwe fase van ontmoetingen zullen moeten worden begonnen.

Van de recente gebeurtenissen zou ik de herdenking van de tiende verjaardag van de Gemeenschappelijk Verklaring over de Rechtvaardigingsleer, samen gevierd door Katholieken en Lutheranen op 31 oktober 2009, willen noemen; om de voortgezette dialoog te bevorderen, evenals het bezoek aan Rome van de aartsbisschop van Canterbury, Dr. Rowan Williams, die gesprekken heeft gevoerd over de bijzondere situatie van de Anglicaanse Communie. De gezamenlijk toewijding aan het voortzetten van de banden en de dialoog is een positief teken, die laat zien hoe intens het verlangen naar eenheid is, ondanks alle problemen. Zo zien we dat er een verantwoordelijkheid is om alles dat mogelijk is te doen om eenheid te verkrijgen, maar dat er een andere verantwoordelijkheid is, die van de goddelijke handeling, want alleen God kan eenheid geven aan zijn Kerk. Een ‘zelfgemaakte’ eenheid zou menselijk zijn, maar we willen de Kerk van God, gemaakt door God, die – als hij wil en wij er klaar voor zijn – eenheid zal scheppen.

We moeten ook de echte vooruitgang die in deze tijd, en in de laatste vijftig jaar, geboekt werd in samenwerking en broederschap niet vergeten. Tegelijkertijd moeten we onthouden dat het oecumenisch streven geen lineair proces is. In werkelijkheid verliezen oud problemen, producten van hun tijd, aan kracht, terwijl er in onze tijd nieuwe problemen en moeilijkheden ontstaan. Daarom moeten we altijd voorbereid zijn op een reinigingsproces, waarin de Heer ons voorbereid op vereniging.

Beste broeders en zusters, vanwege de ingewikkelde oecumenische realiteit, vanwege de bevordering van de dialoog, en om het Christenen in onze tijd mogelijk te maken te kunnen getuigen aan de wereld, trouw aan Christus, vraag ik om ieder’s gebed. Moge de Heer ons roepen dat deze week met speciale kracht wordt aangeheven, en dat van alle Christenen, horen.

One thought on “Over Christelijke Eenheid in 2009”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s