On Corpus Christi, Cardinal Woelki returns to the debate

The Church celebrated the feast of the Eucharist, Corpus Christi, today. She reflects on and celebrates the wondrous presence of Christ among us in the Blessed Sacrament He has given to the Church. In Germany on this day, it is hard not to think of the recent debates surrounding that sacrament, and especially the question of who can receive it. In Cologne, Cardinal Rainer Maria Woelki, spoke about the situation at the end of the Mass he celebrated in the square in front of the city’s cathedral. He revealed what lies at the basis of his difficulties with the proposal to allow non-Catholics to receive Communion:

fronleichnam-2018_51

“Some think, “What’s the point? That’s nonsense.” Others even think, “It’s a puppet show.” I think: This is about life and death. This is about death and resurrection. This is about eternal life, this is about Christ. This is about His Church and hence this is about the essence. And that is why we must fight for it and find the right way. Not just any way, but the way of the Lord, which He shows us, since He alone is the way and the truth and the life.”

We often, sometimes as a matter of course, say that the Eucharist is the source and summit of the life of the Church. But when you really think about what that means, about what the Church teaches and professes about the true presence of the Lord in the Eucharist, the cardinal’s passionate words make a lot of sense.

In his homily, Cardinal Woelki called the Eucharist the greatest mystery of our faith, except for the Holy Trinity. He reminded the faithful in Roncalli Square that by receiving Communion they say “Yes and amen” to the Pope and to the bishop, to the sacramental structure of the Church and to the saints and their veneration. This makes Holy Mass not just “some event” which can be replaced by a Word and Communion service, “no matter how beautiful”. Also worth remembering, especially in the current debate, is this:

“In the first place, what matters is that, in the celebration of the Mass, we have something to give – namely ourselves to God – surrendering ourselves to Him.”

Looking back on the letter sent to Rome by him and six other bishops, Cardinal Woelki said:

“Much has been written and claimed. Among other things, I was said to have secretly turned to Rome, to have secretly written something. In the words of Holy Scripture, I say: I acted openly and freely and have written and said what had to be written and said, in all openness. I say once again: We in Germany do not live on an island of Blesseds. We are not a national church. We are a part of the great universal Church. All our German dioceses are incorporated in the great globe. We are all united with all other Catholic Churches around the world, united under the leadership of the Holy Father. That is why we approach Christ in unity with all other particular churches. In fidelity to the deposit of faith handed down to us by the Apostles.”

Another bishop who mentioned the Communion issue was Essen’s Franz-Josef Overbeck. He said that a “theologically responsible solution” had to be found, but also emphasised that when the salvation of souls in an interdenominational marriage is at stake, Communion must be allowed for both spouses. The question then remains, of course, when this would be the case, and if this isn’t yet covered by the options allowed under the current Code of Canon Law.

Photo credit: Ottersbach (DR)

Advertisements

Robert Kardinaal Sarah: “Naar een authentieke toepassing van Sacrosanctum Concilium”

This is a Dutch translation of Cardinal Robert Sarah’s address on the first day of the Sacra Liturgia conference, held in London from 5 to 8 July. This translation is based on the text as released via the Sacra Liturgia Facebook page. It is not a complete transcript of what Cardinal Sarah said. This is expected to be released sometime next week, after the cardinal has added a few points once he returns to Rome. In due time, this address, as well as the conference’s other papers, will be published in book form.


Dit is een Nederlandse vertaling van de toespraak die Kardinaal Robert Sarah heeft gegeven op de eerste dag van de Sacra Liturgia conferentie, gehouden in Londen van 5 tot 8 juli. Deze vertaling is gebasseerd op de tekst zoals die op de Facebook-pagina van Sacra Liturgia werd gepubliceerd. Het is geen volledige transcriptie van wat Kardinaal Sarah heeft gezegd. Het is de verwachting dat deze in de loop van de komende week wordt uitgegeven, zodra de kardinaal een aantal punten toe heeft kunnen voegen na zijn terugkeer naar Rome. Uiteindelijk zal deze toespraak, samen met alle andere die tijdens de conferentie gehouden zijn, in boekvorm uitgegeven worden.

TOESPRAAK VAN ZIJNE EMINENTIE ROBERT KARDINAAL SARAH:
“NAAR EEN AUTHENTIEKE TOEPASSING VAN SACROSANCTUM CONCILIUM”

IMG_7842

Ik wil in de eerste plaats mijn dank uitspreken aan Zijne Eminentie Vincent Kardinaal Nichols, voor zijn welkom in het Aartsbisdom Westminster en zijn vriendelijke begroetingswoorden. Eveneens wil ik Zijne Excellentie Bisschop Dominique Rey, bisschop van Fréjus-Toulon, danken voor zijn uitnodiging om hier met u aanwezig zijn bij de derde internationale “Sacra Liturgia” conferentie, en vanavond de openingstoespraak te presenteren. Uwe Excellentie, ik feliciteer u met dit internationale initiatief ter bevordering van de studie van het belang van liturgische vorming en viering in het leven en de missie van de Kerk.

In deze toespraak wil ik een aantal overwegingen aan u voorleggen over hoe de westerse Kerk naar een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium kan toewerken. Hiermee wil ik de vraag stellen: “Wat hadden de Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie voor ogen met de liturgische hervorming?” Daarna wil ik bespreken hoe hun bedoelingen na het Concilie zijn toegepast. Uiteindelijk zou ik u een aantal voorstellen willen voorleggen over het liturgisch leven van de Kerk vandaag, zodat onze liturgische praktijk de bedoelingen van de Concilievaders beter kan weergeven.

Het is volgens mij overduidelijk dat de Kerk leert dat de katholieke liturgie de unieke bevoorrechte locus is van het verlossende handelen van Christus in onze huidige wereld, door middel van werkelijke participatie waarin wij Zijn genade en kracht ontvangen die zo nodig zijn voor onze volharding en groei in het christelijk leven. Het is de goddelijke vastgestelde plaats waar wij onze plicht tot het aanbieden van een offer, het Ene Ware Offer, aan God komen vervullen. Het is waar we onze diepgaande behoefte om God te aanbidden verwerkelijken. Katholieke liturgie is iets heiligs, iets dat door haar aard heilig is. Katholieke liturgie is geen gewone menselijke samenkomst.

Ik wil hier een zeer belangrijk feit onderstrepen: God, niet de mens, staat in het hart van de katholieke liturgie. We komen om Hem te aanbidden. De liturgie gaat niet om jou of mij; we vieren er niet onze eigen identiteit of prestaties, verheerlijken of promoten er niet onze eigen cultuur of plaatselijke religieuze gewoontes. De liturgie draait in de allereerste plaats om God en wat Hij voor ons gedaan heeft. In Zijn Goddelijke Voorzienigheid heeft de Almachtige God de Kerk gesticht en de heilige liturgie ingesteld waarmee wij Hem ware aanbidding kunnen opdragen in overeenstemming met het Nieuwe Verbond dat Christus gebracht heeft.Hierdoor, door het binnengaan van de vereisten van de heilige riten die in de traditie van de Kerk zijn ontwikkeld, krijgen wij onze ware identiteit en betekenis als zonen en dochters van de Vader.

Het is van essentieel belang dat we dit specifieke karakter van de katholieke eredienst begrijpen, want in recente decennia hebben we vele liturgische vieringen gezien waarin mensen, persoonlijkheid en menselijke prestaties te prominent aanwezig waren, bijna tot uitsluiting van God. Zoals Kardinaal Ratzinger ooit schreef: “Als de liturgie in de eerste plaats een werkplaats voor ons eigen handelen lijkt, dan wordt het essentiële vergeten: God. Het vergeten van God is het meest dreigende gevaar van onze tijd” (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 593). 

We moeten volkomen duidelijk zijn over de aard van de katholieke eredienst als we de Constutitie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie op de juiste wijze willen lezen en als we deze getrouw willen uitvoeren.

Al vele jaren voor het Concilie, in zowel missielanden als in de meer ontwikkelde gebieden, was er veel discussie over de mogelijkheid om het gebruik van de volkstalen in de liturgie uit te breiden, vooral voor de lezingen uit de Heilige Schrift, alsook voor een aantal andere onderdelen van het eerste deel van de Mis (wat we nu de “dienst van het Woord” noemen) en de liturgische zang. De Heilige Stoel had al meerdere keren toestemming gegeven voor het gebruik van de volkstaal in het toedienen van de sacramenten. Dit is de context waarin de Concilievaders spraken over de mogelijke positieve oecumenische of missionaire gevolgen van liturgische hervorming. Het is waar dat de volkstaal een positieve plaats heeft in de liturgie. Hier zochten de Vaders naar, niet naar de protestantisering van de Heilige Liturgie of instemmend met haar onderwerping aan een valse inculturisatie.

Ik ben een Afrikaan. Laat me dit duidelijk maken: de liturgie is niet de plaats om mijn cultuur te promoten. Het is veeleer de plaats waar mijn cultuur gedoopt wordt, waar mijn cultuur in het goddelijke wordt opgenomen. Door de liturgie van de Kerk (die missionarissen door heel de wereld hebben meegedragen) spreekt God tot ons, verandert Hij ons en stelt ons in staat deel te nemen in Zijn goddelijk bestaan. Als iemand christen wordt, als iemand in volledige eenheid met de katholieke kerk komt, ontvangt hij iets meer, iets dat hem verandert. Zeker, culturen en andere christenen brengen gaven met zich mee in de Kerk – de liturgie van de Ordinariaten voor Anglicanen die nu in volle eenheid met de Kerk zijn is hier een prachtig voorbeeld van. Maar zij brengen deze gaven met nederigheid, en de Kerk, in haar moederlijke wijsheid, maakt er gebruik zoals zij dat goed acht.

Eén van de duidelijkste en mooiste uitdrukking van de bedoelingen van de Concilievaders is te vinden aan het begin van het tweede hoofdstuk van de Constitutie, dat het mysterie van de Hoogheilige Eucharistie behandelt. In nummer 48 lezen we:

“Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van ‘s Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte Gods alles in allen moge zijn.”

Broeders en zusters, dit is wat de Concilievaders wilden. Jazeker, ze discussieerden en stemden over specifieke manieren om hun bedoelingen toe te passen. Maar laat ons glashelder zijn: de rituele hervormingen in de Constitutie, zoals het herstel van het gebed van de gelovigen tijdens de Mis (n. 53), de uitbreiding van de concelebratie (n. 57) of een aantal van haar beleidslijnen zoals de vereenvoudiging verlangd in nummers 34 en 50, zijn alle ondergeschikt aan de fundamentele bedoelingen van de Concilievaders die ik zojuist heb omschreven. Het zijn middelen tot een doel, en het is het doel dat wij moeten behalen.

Als we naar een authentiekere toepassing van Sacrosanctum Concilium willen toewerken, dan moeten we op de allereerste plaats deze einddoelen in het oog houden. Misschien dat, als we ze met een frisse blik en met het voordeel van de ervaring van de laatste vijf decennia bestuderen, we sommige rituele hervormingen en bepaalde liturgische beleidslijnen in een ander licht zullen zien. Als sommige van deze nu moeten worden heroverwogen, om zo “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren” en “alle mensen tot de Kerk te roepen”, laat ons dan de Heer vragen ons de liefde en de nederigheid en wijsheid te schenken om dit te doen.

Ik noem deze mogelijkheid om opnieuw naar de Constitutie en de hervorming die volgde op de publicatie ervan te kijken, omdat ik niet denk dat we vandaag zelfs ook maar de eerste paragraaf van Sacrosanctum Concilium eerlijk kunnen lezen en tevreden kunnen zijn dat we de doelstellingen ervan hebben bereikt. Broeders en zusters, waar zijn de gelovigen waarover de Concilievaders spraken? Vele gelovigen zij nu ongelovig: ze komen helemaal niet meer naar de liturgie. In de woorden van de heilige Johannes Paulus II: vele christenen leven in een staat van “stille afvalligheid;” zij “leven alsof God niet bestaat” (Apostolische Exhortatie Ecclesia in Europa, 28 juni 2003, 9). Waar is de eenheid die het Concilie hoopte te bereiken? We hebben het nog niet bereikt. Hebben we werkelijk vooruitgang geboekt in het roepen van alle mensen tot de Kerk? Ik denk het niet. En toch hebben we heel veel in de liturgie gedaan!

In mijn 47 jaar als priester en na meer dan 36 jaar aan bisschoppelijk dienstwerk kan ik verklaren dat vele katholieke gemeenschappen en individuen de liturgie, zoals hervormd na het Concilie, met geestdrift en vreugde leven en vieren, en er veel van, zo niet al, het goede uit halen dat de Concilievaders verlangden. Dit is een grote vrucht van het Concilie. Maar uit mijn ervaring – nu ook als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten – weet ik ook dat er vele vervormingen van de liturgie in heel de Kerk van vandaag bestaan, en er zijn vele situaties die verbeterd kunnen worden zodat de doelstellingen van het Concilie behaald kunnen worden. Voor ik over een aantal mogelijke verbeteringen spreek, laten we bedenken wat er gebeurde na de publicatie van de Constitutie over de Heilige Liturgie.

Terwijl het officiele hervormingswerk plaatsvondt ontstonden er een aantal zeer ernstige verkeerde interpretaties van de liturgie en deze schoten wortel in verschillende plaatsen in de wereld. Deze misbruiken van de Heilige Liturgie ontwikkelden zich vanwege een foutief begrip van het Concilie en resulteerden in liturgische vieringen die subjectief waren en meer gericht op de verlangens van de individuele gemeenschap dan op de offerdienst van de Almachtige God. Mijn voorganger als Prefect van de Congregatie, Francis Kardinaal Arinze, noemde dit ooit eens “de doe-het-zelf Mis”. De heilige Johannes Paulus II vond het zelfs noodzakelijk het volgende te schrijven in zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia (17 april 2003):

“Deze dienst van de verkondiging van de kant van het Leergezag heeft een antwoord gekregen in de innerlijke groei van de christelijke gemeente. Zonder twijfel heeft de liturgiehervorming van het Concilie in hoge mate bijgedragen aan een bewustere, actievere en vruchtbaarder deelname aan het heilig Offer van het Altaar van de kant van de gelovigen. Op veel plaatsen is Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament ook een belangrijke dagelijkse praktijk en wordt een onuitputtelijke bron van heiligheid. De vrome deelname van de gelovigen aan de eucharistische processie op Sacramentsdag is een genade van de Heer die ieder jaar vreugde brengt aan hen die eraan deelnemen. Andere positieve tekenen van geloof in en liefde voor de Eucharistie zouden nog genoemd kunnen worden.

Helaas is er naast dit licht ook schaduw. Op sommige plaatsen is de praktijk van de eucharistische Aanbidding vrijwel volledig verwaarloosd. In verschillende delen van de Kerk zijn misbruiken opgetreden, die lijden tot verwarring met betrekking tot het gezonde geloof en de katholieke leer ten aanzien van dit wonderbaarlijke Sacrament. Soms komt men een uiterst verengd begrip van het eucharistische mysterie tegen. Beroofd van zijn betekenis als offer wordt het gevierd als ware het eenvoudigweg een broederlijke maaltijd. Daarenboven wordt van tijd tot tijd de noodzaak van het ambtelijke priesterschap dat wortelt in de apostolische opvolging verduisterd en de sacramentaliteit van de Eucharistie wordt teruggebracht tot louter werkdadigheid in de verkondiging. Dit heeft hier en daar geleid tot oecumenische initiatieven die hoewel edel in hun motieven, toegeven aan eucharistische praktijken die in tegenspraak zijn met de discipline waarmee de Kerk haar geloof uitdrukt. Kunnen wij anders dan onze diepe droefheid over dit alles uitdrukken? De Eucharistie is een te groot geschenk dan dat wij dubbelzinnigheid en verschraling van de betekenis zouden kunnen dulden.

Ik vertrouw erop dat deze encycliek er effectief aan kan bijdragen om de schaduwen van onaanvaardbare doctrines en praktijken te verdrijven, opdat de Eucharistie verder moge stralen in heel de glans van haar mysterie (n. 10).”

Hier bestond ook een pastorale werkelijkheid: om goede redenen of niet, sommige mensen konden of wilden niet deelnemen aan de hervormde riten. Zij bleven weg of namen alleen deel aan de niet-hervormde liturgie waar ze die konden vinden, zelfs als de viering ervan niet was toegestaan. Zo werd de liturgie een uitdrukking van verdeeldheid in de Kerk, in plaats van één van katholieke eenheid. Het Concilie wilde niet dat de liturgie ons van elkaar scheidde! De heilige Johannes Paulus II werkte aan het genezen van deze verdeling, met de hulp van Kardinaal Ratzinger die, als Paus Benedictus XVI, de nodige interne verzoening in de Kerk wilde faciliteren door in zijn Motu Proprio Summorum Pontificum (7 juli 2007) te bepalen dat de oudere vorm van de Romeinse ritus zonder beperkingen beschikbaar moet zijn voor die individuen en groepen die uit haar rijkdom willen putten. In Gods Voorzienigheid is het nu mogelijk onze katholieke eenheid te vieren met respect voor, en zelfs vreugde in, een legitieme diversiteit van de rituele praktijk.

We mogen dan een hele nieuwe, moderne liturgie in de volkstaal hebben opgebouwd, maar als we niet de juiste basis hebben gelegd – als onze seminaristen en geestelijkheid niet “diep doordrongen zijn van de geest en de kracht van de liturgie”, zoals het Concilie vroeg – dan kunnen zij zelf de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd niet vormen. We moeten de woorden van het Concilie zelf zeer serieus nemen: het zou “kansloos” zijn te hopen op een liturgische vernieuwing zonder een grondige liturgische vorming. Zonder deze essentiële vorming zouden geestelijken zelfs schade toebrengen aan het geloof van mensen in het eucharistisch mysterie.

Ik wil niet bovenmatig pessimistisch overkomen, en ik zeg nogmaals: er zijn vele, vele gelovige mannelijke en vrouwelijke leken, vele geestelijken en religieuzen voor wie de liturgie zoals hervormd na het Concilie een bron van veel geestelijke en apostolische vruchten is, en daar dank ik de Almachtige God voor. Maar ik denk dat u het met mij eens zal zijn, zelfs op basis van mijn korte analyse hierboven, dat we beter kunnen doen, zodat de Heilige Liturgie werkelijk de bron en het hoogtepunt van het leven en de missie van de Kerk wordt, nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zoals de Concilievaders zozeer verlangden.

Gezien de fundamentele verlangens van de Concilievaders en de verschillende situaties die na het Concilie zichtbaar zijn geworden, zou ik een aantal praktische overwegingen willen presenteren over hoe we Sacrosanctum Concilium vandaag beter kunnen toepassen. Ook al dien ik als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, ik doe dit in alle nederigheid als een priester en een bisschop in de hoop dat dit een volwassen reflectie en studie en goed liturgisch handelen in heel de Kerk zal bevorderen.

Het zal geen verrassing zijn wanneer ik zeg dat we in de eerste plaats de kwaliteit en diepgang van onze liturgische vorming moeten onderzoeken, hoe we de geest en kracht van de liturgie overbrengen op onze geestelijken, religieuzen en lekengelovigen. Te vaak nemen we aan dat onze wijdingskandidaten voor het priesterschap of het permanente diaconaat genoeg over de liturgie “weten”. Maar het Concilie drong hierin niet aan op kennis, hoewel de Constitutie natuurlijk het belang van liturgiestudie onderstreepte (zie n. 15-17). Nee, de eerste en essentiële liturgische vorming is meer een onderdompeling in de liturgie, in het diepe mysterie van God, onze liefhebbende Vader. Het is een kwestie van de liturgie beleven in al haar rijkdom, zodat we, na gedronken te hebben uit haar bron, altijd dorsten naar haar verrukkingen, haar orde en schoonheid, haar stilte en bezinning, haar verheerlijking en aanbidding, haar vermogen ons ten diepste te verbinden met Hem die in en door de riten van de Kerk werkt.

Als we hier zorg voor dragen, als onze nieuwe priesters en diakens werkelijk dorsten naar de liturgie, zullen zij op hun beurt in staat zijn degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd te vormen – zelfs als de liturgische situatie en mogelijkheden van hun kerkelijke missie bescheidener zijn dan die van het seminarie of de kathedraal. Ik weet van vele priesters in zulke omstandigheden die hun mensen vormen in de geest en kracht van de liturgie, en wier parochies voorbeelden zijn van grote liturgische schoonheid. We moeten niet vergeten dat waardige eenvoud niet hetzelfde is als reductief minimalisme of een verwaarloosde en vulgaire stijl. Zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, leert in zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium: “De Kerk evangeliseert en evangeliseert zichzelf met de schoonheid van de liturgie, die ook viering is van de evangeliserende activiteit en bron van een hernieuwde impuls tot zelfgave.” (n. 24)

Ten tweede denk ik dat het zeer belangrijk is dat we duidelijk zijn over de aard van liturgische participatie, van de participatio actuosa waar het Concilie toe opriep. Hierover is veel verwarring geweest in de laatste decennia. Nummer 48 van de Constitutie zegt: De Kerk wil “dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling.” Het Concilie beschouwt participatie als voornamelijk intern, voortkomend uit een goed begrip van de riten en gebeden. Zeker, de Concilievaders vragen de gelovigen te zingen, de priester te antwoorden, liturgische taken op zich te nemen die rechtmatig de hunne zijn, maar staan erop dat allen zich bewust zijn van wat ze doen, “godvruchtig en actief”.

Als we het belang van de internisalisatie van onze liturgische participatie begrijpen zullen we het luidruchtige en gevaarlijke liturgische activisme, dat in de laatste decennia zo prominent aanwezig is geweest, vermijden. We gaan niet naar de liturgie om op te treden, om dingen te doen zodat anderen het kunnen zien: we gaan om verbonden te worden met het handelen van Christus door een internalisatie van de uitwendige liturgische riten, gebeden, tekenen en symbolen. Wellicht dat degenen die geroepen zijn tot liturgisch dienstwerk dit zich beter moeten herinneren dan anderen! Maar we moeten anderen ook vormen, in het bijzonder onze kinderen en jonge mensen, in de ware betekenis van liturgische participatie, in de ware manier om de liturgie te bidden.

Ten derde, ik heb gesproken over het feit dat een aantal hervormingen die na het Concilie zijn ingevoerd mogelijk zijn samengesteld volgens de tijdsgeest en dat er een groeiende hoeveelheid studie door trouwe zonen en dochters van de Kerk is geweest, waarin wordt gevraagd of wat was ingevoerd werkelijk de doelstellingen van de Constitutie toepaste, of dat ze er in werkelijkheid aan voorbij gingen. Deze studie vindt soms plaats onder de noemer “hervorming van de hervorming” en ik weet dat EH Thomas Kocik over deze kwestie een doorwrochte studie heeft gepresenteerd tijdens de Sacra Liturgia conferentie in New York, een jaar geleden.

Ik denk niet dat we de mogelijkheid of de wenselijkheid van een officiële hervorming van de liturgische hervorming kunnen afwijzen, omdat haar voorstanders een aantal belangrijke beweringen doen in hun pogingen trouw te zijn aan de nadruk van het Concilie in nummer 23 van de Constitutie “om de gezonde traditie te bewaren en toch de weg te openen voor een gewettigde vooruitgang”, en dat “vernieuwingen niet plaats hebben, tenzij deze door een werkelijk en duidelijk nut van de Kerk worden vereist, waarbij men er op dient te letten, dat de nieuwe vormen als het ware organisch voortkomen uit de reeds bestaande vormen.”

Ik kan meedelen dat, toen ik afgelopen april door de Heilige Vader in audiëntie werd ontvangen, Paus Franciscus mij vroeg de kwestie van een hervorming van een hervorming te bestuderen en hoe beide vormen van de Romeinse ritus te verrijken. Dat zal een fijngevoelig werk zijn en ik vraag om uw geduld en gebed. Maar als we Sacrosanctum Concilium beter willen toepassen, als we willen bereiken wat het Concilie verlangde, dan is dit een serieuze kwestie die zorgvuldig moet worden bestudeerd en behandeld met de nodige duidelijkheid en voorzichtigheid.

Wij priesters, wij bisschoppen dragen een grote verantwoordelijkheid. Hoe leidt ons goede voorbeeld tot goed liturgisch handelen; hoe kwetst onze onachtzaamheid of wangedrag de Kerk en haar heilige liturgie!

Wij priesters moeten in de allereerste plaats aanbidders zijn. Onze mensen zien het verschil tussen een priester die met geloof viert en één die haastig viert, veel op zijn horloge kijkt, bijna alsof hij zo snel mogelijk weer terug naar de televisie wil! Priesters, we kunnen niets belangrijkers doen dan de heilige mysteries te vieren: laten we oppassen voor de verleiding van liturgische luiheid, want dat is een verleiding van de duivel.

We moeten onthouden dat wij niet de makers van de liturgie zijn. Wij zijn haar nederige bedienaars, onderworpen aan haar discipline en wetten. Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om degenen die ons bijstaan in liturgische functies te vormen in zowel de geest en kracht van de liturgie en zeker ook haar regels. Ik heb soms priesters een stap terug doen zetten om buitengewone bedienaars de Heilige Communie uit te laten delen: dit is fout, het is een ontkenning van het priesterlijk dienstwerk evenals een klerikalisering van de leken. Wanneer dit gebeurt is het een teken dat de vorming verkeerd is gegaan, en dat het gecorrigeerd moet worden.

Ik heb ook priesters en bisschoppen gezien die, gekleed om de Heilige Mis te vieren, telefoons en camera’s tevoorschijn haalden en in de heilige liturgie gebruikten. Dit is een verschrikkelijke aanklacht tegen het begrip dat zij hebben over wat ze doen als ze de liturgische gewaden aantrekken, dus zich als een alter Christus kleden – en nog meer, als ipse Christus, als Christus zelf. Dit is heiligschennis. Geen bisschop, priester of diaken die is gekleed voor het liturgisch dienstwerk of aanwezig op het priesterkoor moet foto’s nemen, zelfs niet tijdens grote geconcelebreerde Missen. Dit priesters dit vaak doen tijdens zulke Missen, of met elkaar praten of nonchalant zitten, is volgens mij een teken dat wij opnieuw moeten nadenken over de gepastheid van deze Missen, vooral als het priesters aanzet tot zulk schandalig gedrag dat het gevierde mysterie zo onwaardig is, of als de grootte van deze geconcelebreerde vieringen tot het risico van ontheiliging van de heilige Eucharistie leidt.

Ik wil een beroep doen aan alle priester. U heeft misschien mijn artikel in L’Osservatore Romano van een jaar geleden (12 juni 2015) gelezen, of mijn interview met het tijdschrift Famille Chrétienne in mei van dit jaar. Bij beide gelegenheden heb ik gezegd dat ik denk dat het heel belangrijk is dat we zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting, van priesters en gelovigen samen in dezelfde richting – naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt, in die delen van de liturgische riten waarin we ons tot God richten. Dit is toegestaan onder de huidige liturgische regels. Het is volledig legitiem in de moderne ritus. Ik denk dat het een heel belangrijke stap is om te verzekeren dat in onze vieringen de Heer werkelijk in het centrum staat.

En dus, beste priesters, vraag ik u dit waar mogelijk toe te passen, voorzichtig en met de nodige catechese, zeker, maar ook met het zelfvertrouwen van een herder dat dit iets goeds is voor de Kerk, iets goeds voor onze mensen. Uw eigen pastorale oordeel zal bepalen hoe en wanneer dit mogelijk is, maar wellicht is de eerste zondag van de Advent van dit jaar, wanneer we uitkijken naar “de Heer die zal komen” en “die niet aarzelt”, een hele goede tijd om dit te doen. Beste priesters, we zouden opnieuw moeten luisteren naar de klaagzang van God zoals verkondigd door de profeet Jeremia: “ze hebben Mij de rug toegekeerd” (2:27). Laat ons weer naar de Heer terugkeren!

Ik zou ook een beroep willen doen op mijn broeders bisschoppen: leidt u alstublieft uw priesters en mensen op deze manier naar de Heer, in het bijzonder in grote vieringen in uw bisdommen en in uw kathedraal. Vorm uw seminaristen alstublieft in de werkelijkheid dat we niet tot het priesterschap geroepen zijn om zelf in het hart van de liturgische eredienst te staan, maar om de gelovigen van Christus als medegelovigen naar Hem te leiden. Maak deze eenvoudige maar diepgaande hervorming alstublieft mogelijk in uw bisdommen, uw kathedralen, uw parochies en uw seminaries.

Wij bisschoppen hebben een grote verantwoordelijkheid, en ooit zullen we ons voor de Heer moeten verantwoorden over ons beheer. Wij bezitten niets! Zoals de heilige Paulus ons leert, wij zijn slechts “helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen” (1 Kor. 4:1). Wij hebben de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de heilige werkelijkheid van de liturgie wordt gerespecteerd in onze bisdommen en dat onze priesters en diakens zich niet alleen aan de liturgische voorschriften houden, maar de geest en de kracht van de liturgie waaruit deze voortkomen kennen. Ik was zeer bemoedigd door het lezen van de presentatie getiteld “The Bishop: Governor, Promoter and Guardian of the Liturgical Life of the Diocese”, gegeven voor de Sacra Liturgia conferentie in Rome in 2013 door aartsbisschop Alexander Sample van Portland in Oregon in de VS, en ik raad mijn broeders bisschoppen op broederlijke wijze aan zijn overwegingen zorgvuldig te bestuderen.

Hier herhaal ik wat ik elders heb gezegd: dat Paus Franciscus mij heeft gevraagd het liturgisch werk voort te zetten dat Paus Benedictus begonnen is (zie: Boodschap aan Sacra Liturgia 2015, New York City). Het feit dat we een nieuwe paus hebben betekent niet dat de visie van zijn voorganger nu niet langer geldig is. Integendeel, zoals we weten heeft onze Heilige Vader Paus Franciscus het grootste respect voor de liturgische visie en maatregelen die Paus Benedictus heeft uitgevoerd in opperste trouw aan de wensen en doelstellingen van de Concilievaders.

Staat u mij, voor ik afrond, toe een aantal andere kleine manieren te noemen die ook bij kunnen dragen aan een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium. Eén daarvan is dat we de liturgie moeten zingen, we moeten de liturgische teksten zingen, met respect voor de liturgische tradities van de Kerk en ons verheugend in de schatkist aan gewijde muziek die de onze is, in het bijzonder die muziek die hoort bij de Romeinse ritus, het Gregoriaans. We moeten gewijde liturgische muziek zingen, en niet slechts religieuze muziek of, erger, wereldse muziek.

We moeten de juiste balans vinden tussen de volkstalen en het gebruik van het Latijn in de liturgie. Het Concilie heeft nooit de bedoeling gehad dat de Romeinse ritus volledig in de volkstaal gevierd zou worden. Maar het wilde wel een breder gebruik ervan toestaan, in het bijzonder voor de lezingen. Tegenwoordig zou het mogelijk moeten zijn, vooral door moderne druktechnieken, om voor ieder het begrijpen van het Latijn te vergemakkelijken, wellicht voor de liturgie van de Eucharistie, en dit is natuurlijk met name gepast bij internationale samenkomsten waar de plaatselijke volkstaal door velen niet verstaan wordt. En wanneer de volkstaal gebruikt wordt moet het natuurlijk een juiste vertaling van het originele Latijn zijn, zoals Paus Franciscus recent aan mij heeft bevestigd.


Tussenkomst van Bisschop Rey

Met grote vreugde hebben we vandaag gehoord dat onze Heilige Vader, Paus Franciscus, u heeft gevraagd een studie te beginnen van de liturgische hervorming na het Concilie, en mogelijkheden te verkennen van wederzijdse verrijking tussen de oudere en nieuwere vormen van de Romeinse ritus, oorspronkelijk besproken door Paus Benedictus XVI.

Uwe Eminentie, uw oproep dat wij “zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting” in onze liturgische vieringen, “naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt,” is een uitnodiging tot een radicale herontdekking van iets dat aan de wortel ligt van de christelijke liturgie. Het roept ons op om wederom te beseffen dat, in al onze liturgische vieringen, de christelijke liturgie in essentie gericht is op Christus, wiens komst wij met vreugdevolle hoop afwachten.

Uwe Eminentie, ik ben slechts één bisschop van één bisdom in het zuiden van Frankrijk. Maar als antwoord op uw oproep wil ik nu aankondigen dat, in ieder geval op de laatste zondag van de Advent van dit jaar, in mijn viering van de heilige Eucharistie in mijn kathedraal en bij andere gelegenheden zoals het past, ik ad orientem zal vieren – in de richting van de Heer die komt. Voor de Advent zal ik een brief schrijven aan mijn priesters en mensen over deze kwestie om mijn beslissing toe te lichten. Ik zal hen aanmoedigen mijn voorbeeld te volgen. Ik zal hen vragen mijn persoonlijke getuigenis, als eerste herder van het bisdom, te ontvangen in de geest van iemand die zijn volk wil oproepen om hierdoor het primaatschap van de genade in hun liturgische vieringen te herontdekken. Ik zal uitleggen dat deze verandering ons zal helpen de fundamentele aard van de christelijke eredienst te herinneren: dat het steeds op de Heer gericht moet zijn.


Kardinaal Sarah, Addendum

We moeten ervoor zorgen dat aanbidding het hart is van onze liturgische vieringen. Te vaak maken we niet de beweging van viering naar aanbidding, maar als we dat niet doen ben ik bang dat we niet altijd volledig intern hebben deelgenomen aan de liturgie. Twee lichaamshoudingen zijn hier nuttig, zelf onmisbaar. De eerste is stilte. Als ik nooit stil ben, als de liturgie mij geen ruimte geeft voor stil gebed en bezinning, hoe kan ik dan Christus aanbidden, hoe ik mij dan in mijn hart en ziel met Hem verbonden voelen? Stilte is zeer belangrijk, en niet alleen voor en na de liturgie.

Zo is ook het knielen bij de consecratie (tenzij ik ziek ben) van belang. In het westen is dit een lichamelijke handeling van aanbidding die ons nederig maakt voor onze Heer en God. Het is in zichzelf een gebedshandeling. Waar knielen en buigen uit de liturgie zijn verdwenen moeten ze worden teruggebracht, in het bijzonder in verband met het ontvangen van onze Heer in de heilige communie. Beste priesters, vorm uw mensen, waar mogelijk en met pastorale prudentie, zoals ik eerder zei, in deze prachtige handeling van aanbidding en liefde. Laat ons wederom neerknielen in aanbidding en liefde voor de Eucharistische Heer!

In verband met het geknield ontvangen van de heilige communie  wil ik verwijzen naar de brief van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten uit 2002, die duidelijk maakt dat “elke weigering van de Heilige Communie aan één van de gelovigen op basis van zijn of haar knielende houding is een ernstige overtreding van één van de meest fundamentele rechten van de christengelovigen” (Brief, 1 juli 2002, Notitiae, n. 437, nov-dec 2002, p. 583).

Het correct kleden van alle liturgische bedienaren op het priesterkoor, inclusief de lectoren, is ook van groot belang, wil dit dienstwerk als authentiek beschouwd worden en wil het uitgevoerd worden met het decorum passend bij de heilige liturgie – ook de bedienaren zelf dienen de juiste eerbied te tonen voor de mysteries die zij toedienen.

Dit zijn enkele voorstellen: ik ben er zeker van dat er vele andere gedaan kunnen worden. Ik leg ze u voor als mogelijke manieren om verder te gaan naar “de juiste manier om de liturgie innerlijk en uiterlijk te vieren”, dat natuurlijk het verlangen was dat Kardinaal Ratzinger aan het begin van zijn grootse werk, De Geest van de Liturgie, uitdrukte (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 4). Ik moedig u aan om alles te doen dat u kunt om dit doel te realiseren, dat volledig in overeenstemming is met dat van de Constitutie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie.

 

 

A photo post – Corpus Christi procession in Warfhuizen

Yesterday I took part in the annual procession at the shrine of Our Lady of the Garden Enclosed in Warfhuizen. Usually held in May, practical reasons had it pushed back to June 6, the eve of Corpus Christi (moved to the nearest Sunday in the Netherlands). The procession was preceded by a Mass in the small shrine, celebrated by Father Arjen Jellema, who also carried the Blessed Sacrament in the procession, and the hermit residing at the shrine, Brother Hugo, served as deacon (considering he is a deacon, and a priest come September).

I was pious decoration at the Mass, but announced the presence of the Lord in the procession by continuously ringing altar bells, positioned as I was before the two thurifiers and the Sacrament.

The photos below appear courtesy of Marjo Antonissen Steenvoorde and the student chaplaincy of St. Augustine from Groningen.

mass warfhuizen brother hugoBrother Hugo reads the Gospel

mass warfhuizen
Father Jellema gives the homily

mass warfhuizenMass was celebrated ad orientem, a necessity in the small shrine of Our Lady of the Garden Enclosed

procession warfhuizenLining up the acolytes, servers, deacon hermit, visiting Old Catholic priest and – not least! – the Blessed Sacrament for the procession

procession warfhuizen

procession warfhuizen

procession warfhuizenAn altar of repose was set up at a local farmstead, where a short period of Adoration took place

procession warfhuizen

procession warfhuizen
mass procession
The two thurifers went ahead of the Blessed Sacrament, but did so walking backwards, focussed on the reason for their incensing
procession warfhuizen

adoration warfhuizen

Back at the shrine, there was Adoration

adoration warfhuizen

Father Jellema blesses the faithful with the Blessed Sacrament

Corpus Christi – The Eucharist as source and summit

While it is celebrated in the Netherlands next Sunday, today is the actual day of the Solemnity of the Most Holy Body and Blood of Christ, Corpus Christi, the feast day devoted to one of the most mysterious truths of our faith: the Real Presence of Our Lord in the consecrated bread and wine.

My parish priest asked my to translate his homily for the feast day for use in the English-language Mass on Saturday, and I was given his permission to share it here in my blog (in a slightly edited form).

eucharist“”What is the Holy Mass, the celebration of the Eucharist?”, was the question asked in a Catholic group. Silence. “We come together to pray”, someone eventually mumbled. “To honour God”, someone added, “and to ask for His assistance”.

That is all true, but we always do that when we pray, in Vespers or Adoration or whatever communal prayer we have. But what is the unique element of a Mass? Why is Holy Mass the central and most characteristic celebration of the Catholic Church and, by the way, also of the Orthodox Churches of the East? Because in it we remember the Easter of Jesus – His death and resurrection – and make it present in the signs of bread and wine. It is the celebration of the heart of our faith.

Maundy Thursday, Good Friday, Easter, they come together in the Eucharist. The one sacrifice on the Cross of Good Friday remains present among us in the signs of bread and wine, as at the Last Supper Jesus said about the bread: “Take this, all of you, and eat of it: for this is my body which will be given up for you”, and about the chalice of wine: “Take this, all of you, and drink from it: for this is the chalice of my blood, which will be poured out for you and for many for the forgiveness of sins”.  And so, the next day He gave up His Body and Blood for us on the Cross. And at the Last Supper, Jesus added: “Do this in memory of me.”

He wanted the one sacrifice on the Cross – literally the crucial moment in the history of God with people – to remain among us in this way, sacramentally, which means in signs but also real, as each sacrament achieves in signs (for example, the water at Baptism) what it indicates.

All sacraments, the entire sacramental life of the Church, is contained in the Lord’s sacrifice on the Cross, in the Eucharistic sacrifice that our Saviour established in the night that He was betrayed, to let the sacrifice continue through all the ages, until He comes again.

That is why the Eucharist is source and summit of all the sacraments, of all of Christian life. Everything flows from it and everything leads back to it. It is supper and  sacrifice. Bread and wine are at the heart of creation. They contain what the earth has to offer. Bread gives life and existence to man, wine gives him joy. Gifts of creation, work of our hands and from them we offer to God – a sacrifice, but the true sacrifice is the gift of self.

At the multiplication of loaves it already became clear how Jesus saves all from distress and gives in abundance. At the wedding at Cana it was the same: abundance and the best – the new, second creation already shows itself. All lines come together at the Last Supper: the lines of bread and wine, of supper and sacrifice, of gift and gift of self, of creation and salvation, of past, present and future – until He comes again.

Christ is truly present in the Eucharist, through the power of His word and the Holy Spirit, as the Spirit is continuously implored, and especially through the laying on of hands to bring to life, in the Eucharist, and at ordinations. Of course Christ is present in the Church in many ways: in His word, in her prayer (“where two or three are gathered in My name…”), also in the poor, the sick and prisoners (“what you have done for the least of Mine…”), in the sacraments, in the person of the priest.  But nowhere in that intense way as in bread and wine. In bread and wine Christ himself is completely present. That is why we kneel at the Eucharistic prayer, and the priest kneels after the words of consecration: not for bread and wine, but for Christ in the signs of bread and wine – through Christ’s own words.

When we have received Him like this in Holy Communion, we abide with Him in a silent and intimate conversation. Yes, we believe in the continuing presence of Jesus in the Blessed Hosts that remain and which have traditionally been given to the sick and which are again given at the next Mass. Since the 13th century that was expanded into the adoration of the Eucharistic Lord in the monstrance. We will conclude this Eucharist with a short time of silent adoration and a blessing with the Blessed Sacrament.

Amen.”

Father Rolf Wagenaar is parish priest of St. Martin’s parish in Groningen and cathedral administrator of the Cathedral of Saints Joseph and Martin, Diocese of Groningen-Leeuwarden.

Making Christ visible in the world – a new priest’s first acts

Tomorrow Cardinal Wim Eijk will ordain Deacon Joost Baneke to the priesthood. In an interview for diocesan magazine Op Tocht, the nestor of the latest class of new priests stresses the importance of making our faith visible, not just as a task for himself as a future priest, but for all of us. In essence, showing our faith is nothing less than making Christ visible in the world. In that sense, the transferred feast of Corpus Christi, which we celebrate in the Netherlands on Sunday, is ideal for Deacon Baneke’s first Mass (for which he has something extra planned as well, we read…).

Joost%20Baneke%20kl“It may sound strange, but when I wear my black deacon’s or priest’s clothing and collar, it gives me a sense of freedom. It is simple and clear, and who I am as a person does not really matter as much. In a sense I am clothed in Christ, that’s how I experience it. But sometimes it also triggers aversion in people. Why should we, even with a certain pride, not show in our clothing who we are and what we represent? I have heard several people say that, since the election of the current Pope, they are no longer ashamed of being Catholic. I find that fascinating: why that shame? I think we can show more of our Catholicism. That is what this Pope does very clearly, he does not hide his light under a bushel. That is why I have the intention of organising a procession on Corpus Christi, on the occasion of my first Holy Mass. It suits the Catholic traditions of Soest, the town I live in, which has one of the oldest Catholic fraternities in our country. There are conflicting reactions to the plan, but I think: let’s express our faith and give it room, let’s go literally out into the streets, into the world.

What’s more, when you organise such a manifestation, you may certainly try to achieve more unity among Christians by inviting faithful of other communities and think about the role they can play. It’s after all not about us, but about making Christ visible, and all Christians can take part in that. When you consider that there was a prohibition on processions in the Netherlands until the 1990s, such a tour through the fields of our parish also fits well with the thought of giving our faith room.”

 

For Corpus Christi, prayer around the world

pope benedict xvi“The act of adoration outside Mass prolongs and intensifies all that takes place during the liturgical celebration itself. Indeed, “only in adoration can a profound and genuine reception mature. And it is precisely this personal encounter with the Lord that then strengthens the social mission contained in the Eucharist, which seeks to break down not only the walls that separate the Lord and ourselves, but also and especially the walls that separate us from one another.” [1]

 “The  bread I will give is my flesh, for the life of the world” (Jn 6:51). In  these words the Lord reveals the true meaning of the gift of his life for all  people. These words also reveal his deep compassion for every man and woman.

Our communities, when they  celebrate the Eucharist, must become ever more conscious that the sacrifice of  Christ is for all, and that the Eucharist thus compels all who believe in him to  become “bread that is broken” for others, and to work for the building of a  more just and fraternal world.”

Pope Benedict XVI, Sacramentum caritatis, N. 66 and 88.

These words about the value of Adoration of the Blessed Sacrament by Pope emeritus Benedict XVI open a prayer card issued by the Dutch bishops on the occasion of the Feast of Corpus Christi, this June 2nd. This year the day will be marked with a worldwide Holy Hour of Adoration, as called for by Benedict XVI as he opened the Year of Faith. The power of prayer before the physical Lord should never be underestimated, but a simultaneous effort should be truly significant.

The prayer card continuous with a Gospel passage that reflects this same unified nature of the Church:

green-grapes-on-vine“I am the true vine, and my Father is the vinedresser. Every branch in me that bears no fruit he cuts away, and every branch that does bear fruit he prunes to make it bear even more. You are clean already, by means of the word that I have spoken to you. Remain in me, as I in you. As a branch cannot bear fruit all by itself, unless it remains part of the vine, neither can you unless you remain in me.

I am the vine, you are the branches. Whoever remains in me, with me in him, bears fruit in plenty; for cut off from me you can do nothing. Anyone who does not remain in me is thrown away like a branch — and withers; these branches are collected and thrown on the fire and are burnt.

If you remain in me and my words remain in you, you may ask for whatever you please and you will get it. It is to the glory of my Father that you should bear much fruit and be my disciples. I have loved you just as the Father has loved me. Remain in my love.

If you keep my commandments you will remain in my love, just as I have kept my Father’s commandments and remain in his love. I have told you this so that my own joy may be in you and your joy be complete.

Gospel of John 15:1-11

Finally, a short prayer by Saint Ignatius of Loyola, perhaps chosen not entirely by coincidence, as he is the founder of the Society of Jesus, the Jesuit Order of which Pope Francis was a member:

Take, Lord, and receive all my liberty,
my memory, my understanding
and my entire will,
All I have and call my own.

You have given all to me.
To you, Lord, I return it.

Everything is yours; do with it what you will.
Give me only your love and your grace.
That is enough for me.

Suscipe, St. Ignatus of Loyola

[1] Benedict XVI, Address to  the Roman Curia (22 December 2005): AAS 98 (2006), 45.

Photo credit: [1] AP Photo/Pier Paolo Cito

Adoration – the environment of our Communion

“At the moment of adoration, we are all on the same plane, kneeling before the Sacrament of Love. The common and ministerial priesthoods are united in Eucharistic worship. It is a very beautiful and significant experience, which we have experienced several times in Saint Peter’s Basilica, and also in the unforgettable vigils with young people – I recall, for example, those of Cologne, London, Zagreb, Madrid. It is evident to all that these moments of Eucharistic vigil prepare the celebration of the Holy Mass, prepare hearts for the encounter, so that it is more fruitful. To be all together in prolonged silence before the Lord present in his Sacrament, is one of the most genuine experiences of our being Church, which is accompanied in a complementary way with the celebration of the Eucharist, listening to the Word of God, singing, approaching together the table of the Bread of life. Communion and contemplation cannot be separated, they go together. To really communicate with another person I must know him, I must be able to be in silence close to him, to hear him and to look at him with love. True love and true friendship always live of the reciprocity of looks, of intense, eloquent silences full of respect and veneration, so that the encounter is lived profoundly, in a personal not a superficial way. And, unfortunately, if this dimension is lacking, even sacramental communion itself can become, on our part, a superficial gesture. Instead, in true communion, prepared by the colloquy of prayer and of life, we can say to the Lord words of confidence as those that resounded a short while ago in the Responsorial Psalm:

“O Lord, I am thy servant; I am thy servant, the son of thy handmaid.
Thou hast loosed my bonds.
I will offer to thee the sacrifice of thanksgiving
and call on the name of the Lord”
(Psalm 115:16-17).”

Pope Benedict XVI
Homily for Corpus Christi, 7 June 2012

Photo credit: author’s own, Father Hans Pauw displays the Blessed Sacrament for Adoration during a meeting of young people of the Archdiocese of Utrecht, 10 June 2012.