Robert Kardinaal Sarah: “Naar een authentieke toepassing van Sacrosanctum Concilium”

This is a Dutch translation of Cardinal Robert Sarah’s address on the first day of the Sacra Liturgia conference, held in London from 5 to 8 July. This translation is based on the text as released via the Sacra Liturgia Facebook page. It is not a complete transcript of what Cardinal Sarah said. This is expected to be released sometime next week, after the cardinal has added a few points once he returns to Rome. In due time, this address, as well as the conference’s other papers, will be published in book form.


Dit is een Nederlandse vertaling van de toespraak die Kardinaal Robert Sarah heeft gegeven op de eerste dag van de Sacra Liturgia conferentie, gehouden in Londen van 5 tot 8 juli. Deze vertaling is gebasseerd op de tekst zoals die op de Facebook-pagina van Sacra Liturgia werd gepubliceerd. Het is geen volledige transcriptie van wat Kardinaal Sarah heeft gezegd. Het is de verwachting dat deze in de loop van de komende week wordt uitgegeven, zodra de kardinaal een aantal punten toe heeft kunnen voegen na zijn terugkeer naar Rome. Uiteindelijk zal deze toespraak, samen met alle andere die tijdens de conferentie gehouden zijn, in boekvorm uitgegeven worden.

TOESPRAAK VAN ZIJNE EMINENTIE ROBERT KARDINAAL SARAH:
“NAAR EEN AUTHENTIEKE TOEPASSING VAN SACROSANCTUM CONCILIUM”

IMG_7842

Ik wil in de eerste plaats mijn dank uitspreken aan Zijne Eminentie Vincent Kardinaal Nichols, voor zijn welkom in het Aartsbisdom Westminster en zijn vriendelijke begroetingswoorden. Eveneens wil ik Zijne Excellentie Bisschop Dominique Rey, bisschop van Fréjus-Toulon, danken voor zijn uitnodiging om hier met u aanwezig zijn bij de derde internationale “Sacra Liturgia” conferentie, en vanavond de openingstoespraak te presenteren. Uwe Excellentie, ik feliciteer u met dit internationale initiatief ter bevordering van de studie van het belang van liturgische vorming en viering in het leven en de missie van de Kerk.

In deze toespraak wil ik een aantal overwegingen aan u voorleggen over hoe de westerse Kerk naar een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium kan toewerken. Hiermee wil ik de vraag stellen: “Wat hadden de Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie voor ogen met de liturgische hervorming?” Daarna wil ik bespreken hoe hun bedoelingen na het Concilie zijn toegepast. Uiteindelijk zou ik u een aantal voorstellen willen voorleggen over het liturgisch leven van de Kerk vandaag, zodat onze liturgische praktijk de bedoelingen van de Concilievaders beter kan weergeven.

Het is volgens mij overduidelijk dat de Kerk leert dat de katholieke liturgie de unieke bevoorrechte locus is van het verlossende handelen van Christus in onze huidige wereld, door middel van werkelijke participatie waarin wij Zijn genade en kracht ontvangen die zo nodig zijn voor onze volharding en groei in het christelijk leven. Het is de goddelijke vastgestelde plaats waar wij onze plicht tot het aanbieden van een offer, het Ene Ware Offer, aan God komen vervullen. Het is waar we onze diepgaande behoefte om God te aanbidden verwerkelijken. Katholieke liturgie is iets heiligs, iets dat door haar aard heilig is. Katholieke liturgie is geen gewone menselijke samenkomst.

Ik wil hier een zeer belangrijk feit onderstrepen: God, niet de mens, staat in het hart van de katholieke liturgie. We komen om Hem te aanbidden. De liturgie gaat niet om jou of mij; we vieren er niet onze eigen identiteit of prestaties, verheerlijken of promoten er niet onze eigen cultuur of plaatselijke religieuze gewoontes. De liturgie draait in de allereerste plaats om God en wat Hij voor ons gedaan heeft. In Zijn Goddelijke Voorzienigheid heeft de Almachtige God de Kerk gesticht en de heilige liturgie ingesteld waarmee wij Hem ware aanbidding kunnen opdragen in overeenstemming met het Nieuwe Verbond dat Christus gebracht heeft.Hierdoor, door het binnengaan van de vereisten van de heilige riten die in de traditie van de Kerk zijn ontwikkeld, krijgen wij onze ware identiteit en betekenis als zonen en dochters van de Vader.

Het is van essentieel belang dat we dit specifieke karakter van de katholieke eredienst begrijpen, want in recente decennia hebben we vele liturgische vieringen gezien waarin mensen, persoonlijkheid en menselijke prestaties te prominent aanwezig waren, bijna tot uitsluiting van God. Zoals Kardinaal Ratzinger ooit schreef: “Als de liturgie in de eerste plaats een werkplaats voor ons eigen handelen lijkt, dan wordt het essentiële vergeten: God. Het vergeten van God is het meest dreigende gevaar van onze tijd” (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 593). 

We moeten volkomen duidelijk zijn over de aard van de katholieke eredienst als we de Constutitie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie op de juiste wijze willen lezen en als we deze getrouw willen uitvoeren.

Al vele jaren voor het Concilie, in zowel missielanden als in de meer ontwikkelde gebieden, was er veel discussie over de mogelijkheid om het gebruik van de volkstalen in de liturgie uit te breiden, vooral voor de lezingen uit de Heilige Schrift, alsook voor een aantal andere onderdelen van het eerste deel van de Mis (wat we nu de “dienst van het Woord” noemen) en de liturgische zang. De Heilige Stoel had al meerdere keren toestemming gegeven voor het gebruik van de volkstaal in het toedienen van de sacramenten. Dit is de context waarin de Concilievaders spraken over de mogelijke positieve oecumenische of missionaire gevolgen van liturgische hervorming. Het is waar dat de volkstaal een positieve plaats heeft in de liturgie. Hier zochten de Vaders naar, niet naar de protestantisering van de Heilige Liturgie of instemmend met haar onderwerping aan een valse inculturisatie.

Ik ben een Afrikaan. Laat me dit duidelijk maken: de liturgie is niet de plaats om mijn cultuur te promoten. Het is veeleer de plaats waar mijn cultuur gedoopt wordt, waar mijn cultuur in het goddelijke wordt opgenomen. Door de liturgie van de Kerk (die missionarissen door heel de wereld hebben meegedragen) spreekt God tot ons, verandert Hij ons en stelt ons in staat deel te nemen in Zijn goddelijk bestaan. Als iemand christen wordt, als iemand in volledige eenheid met de katholieke kerk komt, ontvangt hij iets meer, iets dat hem verandert. Zeker, culturen en andere christenen brengen gaven met zich mee in de Kerk – de liturgie van de Ordinariaten voor Anglicanen die nu in volle eenheid met de Kerk zijn is hier een prachtig voorbeeld van. Maar zij brengen deze gaven met nederigheid, en de Kerk, in haar moederlijke wijsheid, maakt er gebruik zoals zij dat goed acht.

Eén van de duidelijkste en mooiste uitdrukking van de bedoelingen van de Concilievaders is te vinden aan het begin van het tweede hoofdstuk van de Constitutie, dat het mysterie van de Hoogheilige Eucharistie behandelt. In nummer 48 lezen we:

“Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van ‘s Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte Gods alles in allen moge zijn.”

Broeders en zusters, dit is wat de Concilievaders wilden. Jazeker, ze discussieerden en stemden over specifieke manieren om hun bedoelingen toe te passen. Maar laat ons glashelder zijn: de rituele hervormingen in de Constitutie, zoals het herstel van het gebed van de gelovigen tijdens de Mis (n. 53), de uitbreiding van de concelebratie (n. 57) of een aantal van haar beleidslijnen zoals de vereenvoudiging verlangd in nummers 34 en 50, zijn alle ondergeschikt aan de fundamentele bedoelingen van de Concilievaders die ik zojuist heb omschreven. Het zijn middelen tot een doel, en het is het doel dat wij moeten behalen.

Als we naar een authentiekere toepassing van Sacrosanctum Concilium willen toewerken, dan moeten we op de allereerste plaats deze einddoelen in het oog houden. Misschien dat, als we ze met een frisse blik en met het voordeel van de ervaring van de laatste vijf decennia bestuderen, we sommige rituele hervormingen en bepaalde liturgische beleidslijnen in een ander licht zullen zien. Als sommige van deze nu moeten worden heroverwogen, om zo “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren” en “alle mensen tot de Kerk te roepen”, laat ons dan de Heer vragen ons de liefde en de nederigheid en wijsheid te schenken om dit te doen.

Ik noem deze mogelijkheid om opnieuw naar de Constitutie en de hervorming die volgde op de publicatie ervan te kijken, omdat ik niet denk dat we vandaag zelfs ook maar de eerste paragraaf van Sacrosanctum Concilium eerlijk kunnen lezen en tevreden kunnen zijn dat we de doelstellingen ervan hebben bereikt. Broeders en zusters, waar zijn de gelovigen waarover de Concilievaders spraken? Vele gelovigen zij nu ongelovig: ze komen helemaal niet meer naar de liturgie. In de woorden van de heilige Johannes Paulus II: vele christenen leven in een staat van “stille afvalligheid;” zij “leven alsof God niet bestaat” (Apostolische Exhortatie Ecclesia in Europa, 28 juni 2003, 9). Waar is de eenheid die het Concilie hoopte te bereiken? We hebben het nog niet bereikt. Hebben we werkelijk vooruitgang geboekt in het roepen van alle mensen tot de Kerk? Ik denk het niet. En toch hebben we heel veel in de liturgie gedaan!

In mijn 47 jaar als priester en na meer dan 36 jaar aan bisschoppelijk dienstwerk kan ik verklaren dat vele katholieke gemeenschappen en individuen de liturgie, zoals hervormd na het Concilie, met geestdrift en vreugde leven en vieren, en er veel van, zo niet al, het goede uit halen dat de Concilievaders verlangden. Dit is een grote vrucht van het Concilie. Maar uit mijn ervaring – nu ook als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten – weet ik ook dat er vele vervormingen van de liturgie in heel de Kerk van vandaag bestaan, en er zijn vele situaties die verbeterd kunnen worden zodat de doelstellingen van het Concilie behaald kunnen worden. Voor ik over een aantal mogelijke verbeteringen spreek, laten we bedenken wat er gebeurde na de publicatie van de Constitutie over de Heilige Liturgie.

Terwijl het officiele hervormingswerk plaatsvondt ontstonden er een aantal zeer ernstige verkeerde interpretaties van de liturgie en deze schoten wortel in verschillende plaatsen in de wereld. Deze misbruiken van de Heilige Liturgie ontwikkelden zich vanwege een foutief begrip van het Concilie en resulteerden in liturgische vieringen die subjectief waren en meer gericht op de verlangens van de individuele gemeenschap dan op de offerdienst van de Almachtige God. Mijn voorganger als Prefect van de Congregatie, Francis Kardinaal Arinze, noemde dit ooit eens “de doe-het-zelf Mis”. De heilige Johannes Paulus II vond het zelfs noodzakelijk het volgende te schrijven in zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia (17 april 2003):

“Deze dienst van de verkondiging van de kant van het Leergezag heeft een antwoord gekregen in de innerlijke groei van de christelijke gemeente. Zonder twijfel heeft de liturgiehervorming van het Concilie in hoge mate bijgedragen aan een bewustere, actievere en vruchtbaarder deelname aan het heilig Offer van het Altaar van de kant van de gelovigen. Op veel plaatsen is Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament ook een belangrijke dagelijkse praktijk en wordt een onuitputtelijke bron van heiligheid. De vrome deelname van de gelovigen aan de eucharistische processie op Sacramentsdag is een genade van de Heer die ieder jaar vreugde brengt aan hen die eraan deelnemen. Andere positieve tekenen van geloof in en liefde voor de Eucharistie zouden nog genoemd kunnen worden.

Helaas is er naast dit licht ook schaduw. Op sommige plaatsen is de praktijk van de eucharistische Aanbidding vrijwel volledig verwaarloosd. In verschillende delen van de Kerk zijn misbruiken opgetreden, die lijden tot verwarring met betrekking tot het gezonde geloof en de katholieke leer ten aanzien van dit wonderbaarlijke Sacrament. Soms komt men een uiterst verengd begrip van het eucharistische mysterie tegen. Beroofd van zijn betekenis als offer wordt het gevierd als ware het eenvoudigweg een broederlijke maaltijd. Daarenboven wordt van tijd tot tijd de noodzaak van het ambtelijke priesterschap dat wortelt in de apostolische opvolging verduisterd en de sacramentaliteit van de Eucharistie wordt teruggebracht tot louter werkdadigheid in de verkondiging. Dit heeft hier en daar geleid tot oecumenische initiatieven die hoewel edel in hun motieven, toegeven aan eucharistische praktijken die in tegenspraak zijn met de discipline waarmee de Kerk haar geloof uitdrukt. Kunnen wij anders dan onze diepe droefheid over dit alles uitdrukken? De Eucharistie is een te groot geschenk dan dat wij dubbelzinnigheid en verschraling van de betekenis zouden kunnen dulden.

Ik vertrouw erop dat deze encycliek er effectief aan kan bijdragen om de schaduwen van onaanvaardbare doctrines en praktijken te verdrijven, opdat de Eucharistie verder moge stralen in heel de glans van haar mysterie (n. 10).”

Hier bestond ook een pastorale werkelijkheid: om goede redenen of niet, sommige mensen konden of wilden niet deelnemen aan de hervormde riten. Zij bleven weg of namen alleen deel aan de niet-hervormde liturgie waar ze die konden vinden, zelfs als de viering ervan niet was toegestaan. Zo werd de liturgie een uitdrukking van verdeeldheid in de Kerk, in plaats van één van katholieke eenheid. Het Concilie wilde niet dat de liturgie ons van elkaar scheidde! De heilige Johannes Paulus II werkte aan het genezen van deze verdeling, met de hulp van Kardinaal Ratzinger die, als Paus Benedictus XVI, de nodige interne verzoening in de Kerk wilde faciliteren door in zijn Motu Proprio Summorum Pontificum (7 juli 2007) te bepalen dat de oudere vorm van de Romeinse ritus zonder beperkingen beschikbaar moet zijn voor die individuen en groepen die uit haar rijkdom willen putten. In Gods Voorzienigheid is het nu mogelijk onze katholieke eenheid te vieren met respect voor, en zelfs vreugde in, een legitieme diversiteit van de rituele praktijk.

We mogen dan een hele nieuwe, moderne liturgie in de volkstaal hebben opgebouwd, maar als we niet de juiste basis hebben gelegd – als onze seminaristen en geestelijkheid niet “diep doordrongen zijn van de geest en de kracht van de liturgie”, zoals het Concilie vroeg – dan kunnen zij zelf de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd niet vormen. We moeten de woorden van het Concilie zelf zeer serieus nemen: het zou “kansloos” zijn te hopen op een liturgische vernieuwing zonder een grondige liturgische vorming. Zonder deze essentiële vorming zouden geestelijken zelfs schade toebrengen aan het geloof van mensen in het eucharistisch mysterie.

Ik wil niet bovenmatig pessimistisch overkomen, en ik zeg nogmaals: er zijn vele, vele gelovige mannelijke en vrouwelijke leken, vele geestelijken en religieuzen voor wie de liturgie zoals hervormd na het Concilie een bron van veel geestelijke en apostolische vruchten is, en daar dank ik de Almachtige God voor. Maar ik denk dat u het met mij eens zal zijn, zelfs op basis van mijn korte analyse hierboven, dat we beter kunnen doen, zodat de Heilige Liturgie werkelijk de bron en het hoogtepunt van het leven en de missie van de Kerk wordt, nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zoals de Concilievaders zozeer verlangden.

Gezien de fundamentele verlangens van de Concilievaders en de verschillende situaties die na het Concilie zichtbaar zijn geworden, zou ik een aantal praktische overwegingen willen presenteren over hoe we Sacrosanctum Concilium vandaag beter kunnen toepassen. Ook al dien ik als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, ik doe dit in alle nederigheid als een priester en een bisschop in de hoop dat dit een volwassen reflectie en studie en goed liturgisch handelen in heel de Kerk zal bevorderen.

Het zal geen verrassing zijn wanneer ik zeg dat we in de eerste plaats de kwaliteit en diepgang van onze liturgische vorming moeten onderzoeken, hoe we de geest en kracht van de liturgie overbrengen op onze geestelijken, religieuzen en lekengelovigen. Te vaak nemen we aan dat onze wijdingskandidaten voor het priesterschap of het permanente diaconaat genoeg over de liturgie “weten”. Maar het Concilie drong hierin niet aan op kennis, hoewel de Constitutie natuurlijk het belang van liturgiestudie onderstreepte (zie n. 15-17). Nee, de eerste en essentiële liturgische vorming is meer een onderdompeling in de liturgie, in het diepe mysterie van God, onze liefhebbende Vader. Het is een kwestie van de liturgie beleven in al haar rijkdom, zodat we, na gedronken te hebben uit haar bron, altijd dorsten naar haar verrukkingen, haar orde en schoonheid, haar stilte en bezinning, haar verheerlijking en aanbidding, haar vermogen ons ten diepste te verbinden met Hem die in en door de riten van de Kerk werkt.

Als we hier zorg voor dragen, als onze nieuwe priesters en diakens werkelijk dorsten naar de liturgie, zullen zij op hun beurt in staat zijn degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd te vormen – zelfs als de liturgische situatie en mogelijkheden van hun kerkelijke missie bescheidener zijn dan die van het seminarie of de kathedraal. Ik weet van vele priesters in zulke omstandigheden die hun mensen vormen in de geest en kracht van de liturgie, en wier parochies voorbeelden zijn van grote liturgische schoonheid. We moeten niet vergeten dat waardige eenvoud niet hetzelfde is als reductief minimalisme of een verwaarloosde en vulgaire stijl. Zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, leert in zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium: “De Kerk evangeliseert en evangeliseert zichzelf met de schoonheid van de liturgie, die ook viering is van de evangeliserende activiteit en bron van een hernieuwde impuls tot zelfgave.” (n. 24)

Ten tweede denk ik dat het zeer belangrijk is dat we duidelijk zijn over de aard van liturgische participatie, van de participatio actuosa waar het Concilie toe opriep. Hierover is veel verwarring geweest in de laatste decennia. Nummer 48 van de Constitutie zegt: De Kerk wil “dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling.” Het Concilie beschouwt participatie als voornamelijk intern, voortkomend uit een goed begrip van de riten en gebeden. Zeker, de Concilievaders vragen de gelovigen te zingen, de priester te antwoorden, liturgische taken op zich te nemen die rechtmatig de hunne zijn, maar staan erop dat allen zich bewust zijn van wat ze doen, “godvruchtig en actief”.

Als we het belang van de internisalisatie van onze liturgische participatie begrijpen zullen we het luidruchtige en gevaarlijke liturgische activisme, dat in de laatste decennia zo prominent aanwezig is geweest, vermijden. We gaan niet naar de liturgie om op te treden, om dingen te doen zodat anderen het kunnen zien: we gaan om verbonden te worden met het handelen van Christus door een internalisatie van de uitwendige liturgische riten, gebeden, tekenen en symbolen. Wellicht dat degenen die geroepen zijn tot liturgisch dienstwerk dit zich beter moeten herinneren dan anderen! Maar we moeten anderen ook vormen, in het bijzonder onze kinderen en jonge mensen, in de ware betekenis van liturgische participatie, in de ware manier om de liturgie te bidden.

Ten derde, ik heb gesproken over het feit dat een aantal hervormingen die na het Concilie zijn ingevoerd mogelijk zijn samengesteld volgens de tijdsgeest en dat er een groeiende hoeveelheid studie door trouwe zonen en dochters van de Kerk is geweest, waarin wordt gevraagd of wat was ingevoerd werkelijk de doelstellingen van de Constitutie toepaste, of dat ze er in werkelijkheid aan voorbij gingen. Deze studie vindt soms plaats onder de noemer “hervorming van de hervorming” en ik weet dat EH Thomas Kocik over deze kwestie een doorwrochte studie heeft gepresenteerd tijdens de Sacra Liturgia conferentie in New York, een jaar geleden.

Ik denk niet dat we de mogelijkheid of de wenselijkheid van een officiële hervorming van de liturgische hervorming kunnen afwijzen, omdat haar voorstanders een aantal belangrijke beweringen doen in hun pogingen trouw te zijn aan de nadruk van het Concilie in nummer 23 van de Constitutie “om de gezonde traditie te bewaren en toch de weg te openen voor een gewettigde vooruitgang”, en dat “vernieuwingen niet plaats hebben, tenzij deze door een werkelijk en duidelijk nut van de Kerk worden vereist, waarbij men er op dient te letten, dat de nieuwe vormen als het ware organisch voortkomen uit de reeds bestaande vormen.”

Ik kan meedelen dat, toen ik afgelopen april door de Heilige Vader in audiëntie werd ontvangen, Paus Franciscus mij vroeg de kwestie van een hervorming van een hervorming te bestuderen en hoe beide vormen van de Romeinse ritus te verrijken. Dat zal een fijngevoelig werk zijn en ik vraag om uw geduld en gebed. Maar als we Sacrosanctum Concilium beter willen toepassen, als we willen bereiken wat het Concilie verlangde, dan is dit een serieuze kwestie die zorgvuldig moet worden bestudeerd en behandeld met de nodige duidelijkheid en voorzichtigheid.

Wij priesters, wij bisschoppen dragen een grote verantwoordelijkheid. Hoe leidt ons goede voorbeeld tot goed liturgisch handelen; hoe kwetst onze onachtzaamheid of wangedrag de Kerk en haar heilige liturgie!

Wij priesters moeten in de allereerste plaats aanbidders zijn. Onze mensen zien het verschil tussen een priester die met geloof viert en één die haastig viert, veel op zijn horloge kijkt, bijna alsof hij zo snel mogelijk weer terug naar de televisie wil! Priesters, we kunnen niets belangrijkers doen dan de heilige mysteries te vieren: laten we oppassen voor de verleiding van liturgische luiheid, want dat is een verleiding van de duivel.

We moeten onthouden dat wij niet de makers van de liturgie zijn. Wij zijn haar nederige bedienaars, onderworpen aan haar discipline en wetten. Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om degenen die ons bijstaan in liturgische functies te vormen in zowel de geest en kracht van de liturgie en zeker ook haar regels. Ik heb soms priesters een stap terug doen zetten om buitengewone bedienaars de Heilige Communie uit te laten delen: dit is fout, het is een ontkenning van het priesterlijk dienstwerk evenals een klerikalisering van de leken. Wanneer dit gebeurt is het een teken dat de vorming verkeerd is gegaan, en dat het gecorrigeerd moet worden.

Ik heb ook priesters en bisschoppen gezien die, gekleed om de Heilige Mis te vieren, telefoons en camera’s tevoorschijn haalden en in de heilige liturgie gebruikten. Dit is een verschrikkelijke aanklacht tegen het begrip dat zij hebben over wat ze doen als ze de liturgische gewaden aantrekken, dus zich als een alter Christus kleden – en nog meer, als ipse Christus, als Christus zelf. Dit is heiligschennis. Geen bisschop, priester of diaken die is gekleed voor het liturgisch dienstwerk of aanwezig op het priesterkoor moet foto’s nemen, zelfs niet tijdens grote geconcelebreerde Missen. Dit priesters dit vaak doen tijdens zulke Missen, of met elkaar praten of nonchalant zitten, is volgens mij een teken dat wij opnieuw moeten nadenken over de gepastheid van deze Missen, vooral als het priesters aanzet tot zulk schandalig gedrag dat het gevierde mysterie zo onwaardig is, of als de grootte van deze geconcelebreerde vieringen tot het risico van ontheiliging van de heilige Eucharistie leidt.

Ik wil een beroep doen aan alle priester. U heeft misschien mijn artikel in L’Osservatore Romano van een jaar geleden (12 juni 2015) gelezen, of mijn interview met het tijdschrift Famille Chrétienne in mei van dit jaar. Bij beide gelegenheden heb ik gezegd dat ik denk dat het heel belangrijk is dat we zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting, van priesters en gelovigen samen in dezelfde richting – naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt, in die delen van de liturgische riten waarin we ons tot God richten. Dit is toegestaan onder de huidige liturgische regels. Het is volledig legitiem in de moderne ritus. Ik denk dat het een heel belangrijke stap is om te verzekeren dat in onze vieringen de Heer werkelijk in het centrum staat.

En dus, beste priesters, vraag ik u dit waar mogelijk toe te passen, voorzichtig en met de nodige catechese, zeker, maar ook met het zelfvertrouwen van een herder dat dit iets goeds is voor de Kerk, iets goeds voor onze mensen. Uw eigen pastorale oordeel zal bepalen hoe en wanneer dit mogelijk is, maar wellicht is de eerste zondag van de Advent van dit jaar, wanneer we uitkijken naar “de Heer die zal komen” en “die niet aarzelt”, een hele goede tijd om dit te doen. Beste priesters, we zouden opnieuw moeten luisteren naar de klaagzang van God zoals verkondigd door de profeet Jeremia: “ze hebben Mij de rug toegekeerd” (2:27). Laat ons weer naar de Heer terugkeren!

Ik zou ook een beroep willen doen op mijn broeders bisschoppen: leidt u alstublieft uw priesters en mensen op deze manier naar de Heer, in het bijzonder in grote vieringen in uw bisdommen en in uw kathedraal. Vorm uw seminaristen alstublieft in de werkelijkheid dat we niet tot het priesterschap geroepen zijn om zelf in het hart van de liturgische eredienst te staan, maar om de gelovigen van Christus als medegelovigen naar Hem te leiden. Maak deze eenvoudige maar diepgaande hervorming alstublieft mogelijk in uw bisdommen, uw kathedralen, uw parochies en uw seminaries.

Wij bisschoppen hebben een grote verantwoordelijkheid, en ooit zullen we ons voor de Heer moeten verantwoorden over ons beheer. Wij bezitten niets! Zoals de heilige Paulus ons leert, wij zijn slechts “helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen” (1 Kor. 4:1). Wij hebben de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de heilige werkelijkheid van de liturgie wordt gerespecteerd in onze bisdommen en dat onze priesters en diakens zich niet alleen aan de liturgische voorschriften houden, maar de geest en de kracht van de liturgie waaruit deze voortkomen kennen. Ik was zeer bemoedigd door het lezen van de presentatie getiteld “The Bishop: Governor, Promoter and Guardian of the Liturgical Life of the Diocese”, gegeven voor de Sacra Liturgia conferentie in Rome in 2013 door aartsbisschop Alexander Sample van Portland in Oregon in de VS, en ik raad mijn broeders bisschoppen op broederlijke wijze aan zijn overwegingen zorgvuldig te bestuderen.

Hier herhaal ik wat ik elders heb gezegd: dat Paus Franciscus mij heeft gevraagd het liturgisch werk voort te zetten dat Paus Benedictus begonnen is (zie: Boodschap aan Sacra Liturgia 2015, New York City). Het feit dat we een nieuwe paus hebben betekent niet dat de visie van zijn voorganger nu niet langer geldig is. Integendeel, zoals we weten heeft onze Heilige Vader Paus Franciscus het grootste respect voor de liturgische visie en maatregelen die Paus Benedictus heeft uitgevoerd in opperste trouw aan de wensen en doelstellingen van de Concilievaders.

Staat u mij, voor ik afrond, toe een aantal andere kleine manieren te noemen die ook bij kunnen dragen aan een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium. Eén daarvan is dat we de liturgie moeten zingen, we moeten de liturgische teksten zingen, met respect voor de liturgische tradities van de Kerk en ons verheugend in de schatkist aan gewijde muziek die de onze is, in het bijzonder die muziek die hoort bij de Romeinse ritus, het Gregoriaans. We moeten gewijde liturgische muziek zingen, en niet slechts religieuze muziek of, erger, wereldse muziek.

We moeten de juiste balans vinden tussen de volkstalen en het gebruik van het Latijn in de liturgie. Het Concilie heeft nooit de bedoeling gehad dat de Romeinse ritus volledig in de volkstaal gevierd zou worden. Maar het wilde wel een breder gebruik ervan toestaan, in het bijzonder voor de lezingen. Tegenwoordig zou het mogelijk moeten zijn, vooral door moderne druktechnieken, om voor ieder het begrijpen van het Latijn te vergemakkelijken, wellicht voor de liturgie van de Eucharistie, en dit is natuurlijk met name gepast bij internationale samenkomsten waar de plaatselijke volkstaal door velen niet verstaan wordt. En wanneer de volkstaal gebruikt wordt moet het natuurlijk een juiste vertaling van het originele Latijn zijn, zoals Paus Franciscus recent aan mij heeft bevestigd.


Tussenkomst van Bisschop Rey

Met grote vreugde hebben we vandaag gehoord dat onze Heilige Vader, Paus Franciscus, u heeft gevraagd een studie te beginnen van de liturgische hervorming na het Concilie, en mogelijkheden te verkennen van wederzijdse verrijking tussen de oudere en nieuwere vormen van de Romeinse ritus, oorspronkelijk besproken door Paus Benedictus XVI.

Uwe Eminentie, uw oproep dat wij “zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting” in onze liturgische vieringen, “naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt,” is een uitnodiging tot een radicale herontdekking van iets dat aan de wortel ligt van de christelijke liturgie. Het roept ons op om wederom te beseffen dat, in al onze liturgische vieringen, de christelijke liturgie in essentie gericht is op Christus, wiens komst wij met vreugdevolle hoop afwachten.

Uwe Eminentie, ik ben slechts één bisschop van één bisdom in het zuiden van Frankrijk. Maar als antwoord op uw oproep wil ik nu aankondigen dat, in ieder geval op de laatste zondag van de Advent van dit jaar, in mijn viering van de heilige Eucharistie in mijn kathedraal en bij andere gelegenheden zoals het past, ik ad orientem zal vieren – in de richting van de Heer die komt. Voor de Advent zal ik een brief schrijven aan mijn priesters en mensen over deze kwestie om mijn beslissing toe te lichten. Ik zal hen aanmoedigen mijn voorbeeld te volgen. Ik zal hen vragen mijn persoonlijke getuigenis, als eerste herder van het bisdom, te ontvangen in de geest van iemand die zijn volk wil oproepen om hierdoor het primaatschap van de genade in hun liturgische vieringen te herontdekken. Ik zal uitleggen dat deze verandering ons zal helpen de fundamentele aard van de christelijke eredienst te herinneren: dat het steeds op de Heer gericht moet zijn.


Kardinaal Sarah, Addendum

We moeten ervoor zorgen dat aanbidding het hart is van onze liturgische vieringen. Te vaak maken we niet de beweging van viering naar aanbidding, maar als we dat niet doen ben ik bang dat we niet altijd volledig intern hebben deelgenomen aan de liturgie. Twee lichaamshoudingen zijn hier nuttig, zelf onmisbaar. De eerste is stilte. Als ik nooit stil ben, als de liturgie mij geen ruimte geeft voor stil gebed en bezinning, hoe kan ik dan Christus aanbidden, hoe ik mij dan in mijn hart en ziel met Hem verbonden voelen? Stilte is zeer belangrijk, en niet alleen voor en na de liturgie.

Zo is ook het knielen bij de consecratie (tenzij ik ziek ben) van belang. In het westen is dit een lichamelijke handeling van aanbidding die ons nederig maakt voor onze Heer en God. Het is in zichzelf een gebedshandeling. Waar knielen en buigen uit de liturgie zijn verdwenen moeten ze worden teruggebracht, in het bijzonder in verband met het ontvangen van onze Heer in de heilige communie. Beste priesters, vorm uw mensen, waar mogelijk en met pastorale prudentie, zoals ik eerder zei, in deze prachtige handeling van aanbidding en liefde. Laat ons wederom neerknielen in aanbidding en liefde voor de Eucharistische Heer!

In verband met het geknield ontvangen van de heilige communie  wil ik verwijzen naar de brief van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten uit 2002, die duidelijk maakt dat “elke weigering van de Heilige Communie aan één van de gelovigen op basis van zijn of haar knielende houding is een ernstige overtreding van één van de meest fundamentele rechten van de christengelovigen” (Brief, 1 juli 2002, Notitiae, n. 437, nov-dec 2002, p. 583).

Het correct kleden van alle liturgische bedienaren op het priesterkoor, inclusief de lectoren, is ook van groot belang, wil dit dienstwerk als authentiek beschouwd worden en wil het uitgevoerd worden met het decorum passend bij de heilige liturgie – ook de bedienaren zelf dienen de juiste eerbied te tonen voor de mysteries die zij toedienen.

Dit zijn enkele voorstellen: ik ben er zeker van dat er vele andere gedaan kunnen worden. Ik leg ze u voor als mogelijke manieren om verder te gaan naar “de juiste manier om de liturgie innerlijk en uiterlijk te vieren”, dat natuurlijk het verlangen was dat Kardinaal Ratzinger aan het begin van zijn grootse werk, De Geest van de Liturgie, uitdrukte (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 4). Ik moedig u aan om alles te doen dat u kunt om dit doel te realiseren, dat volledig in overeenstemming is met dat van de Constitutie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie.

 

 

As the rumours continue, Cardinal Sarah comes to the CDW

cardinal_robertsarahThe first ripple of an expected major shake-up of the Curia arrived today, as Pope Francis appointed a new prefect of the Congregation for Divine Worship and the Discipline of the Sacrament, the dicastery that oversees all expressions of worship in the Church, most importantly the liturgy, as well as the sacraments. He is Cardinal Robert Sarah, the Guinean prelate who was once one of the youngest bishops ever, as St. Pope John Paul II appointed him Archbishop of Conakry at the age of just 34 in 1979.

Cardinal Sarah follows in the footsteps of Cardinal Antonio Cañizares Llovera, wh returned to his native Spain as Archbishop of Valencia in August, but perhaps even more so in those of Cardinal Francis Arinze, who led the Congregation from 2002 to 2008. Cardinal Sarah is the second African to lead this office since it was created as the Sacred Congregation of Rites in 1588.

Cardinal Sarah previously led the Pontifical Council “Cor Unum”, which coordinates the Church’s efforts in aid and charity, and which is expected to be merged with various other dicasteries soon. Pope Benedict XVI made him a cardinal in 2010. Before that, Cardinal Sarah was the Archbishop of Conakry in Guinea from 1979 to 2001 and Secretary of the Congregation for the Evangelisation of Peoples from 2001 to 2010.

The appointment of Cardinal Sarah is unavoidably notable in the light of the Synod of Bishops and the impression of Pope Francis’ priorities. Cardinal Sarah, like many of his African colleagues, has little time for deviations of the Church’s  teaching nor, especially important in his new function, for the western tendency for liturgical experimentation.

For the Congregation for Divine Worship, or CDW for short, this means the start of a new era in leadership. After the departure of Cardinal Cañizares, the Congregation also saw two of its undersecretaries, British Father Anthony Ward and Spanish Msgr. Juan Miguel Ferrer Grenesche, resign, leaving only the secretary, English Archbishop Arthur Roche. Pope Francis did appoint a new undersecretary, Italian Fr. Corrado Maggioni, earlier this month, and with Cardinal Sarah the Congregation seems to be off to a new and refreshed start.

Cardinal Sarah is a hands-on kind of man, and in his previous duties for “Cor Unum” he frequently travelled to those places where the Church’s aid was most needed. In the photo below he is seen visiting the Philippines after Typhoon Yolanda hit last year. The upcoming papal visit, by the way, was in part inspired by the same disaster.

sarah

Cardinal Sarah’s name was not among those most frequently mentioned for the CDW top spot. Many were the fears that the position would go to Archbishop Piero Marini, erstwhile MC for St. John Paul II and the first years of Benedict XVI and generally considered rather a liberal. It just goes to show that the eyes and focus of Pope Francis are elsewhere, on the world’s peripheries, and the young and growing Church of Africa may yet harbour more surprises.

The simple logic of Cardinal Arinze

At 81, Cardinal Francis Arinze is still a joy to listen to. In this video, courtesy of LifeSiteNews, he explains the inherent logic of the Church’s position on abortion and Holy Communion for those who publicly support it. In the second part of the video he also speaks about Blessed Cyprian Michael Iwene Tansi and his personal recollections.

The video speaks for itself, really.

Stats for February 2013

In the middle of the month we had the momentous announcement and we ended up with the actual vacant see of Rome. With 10,148 page views, I am happy to see that my thoughts about this historic period in the Church were read and appreciated by many. Readers from The Spectator in the UK found their way here (nice to see you here!), as did many others via blogs and social media. Fr. Roderick’s sharing my blog post about the Pope’s last general audience also caused a spike in the page views, so thanks very much for that!

Anyway, on to the top 10, which may be a bit different than expected.

1: Cardinal watch: Cardinal Arinze turns 80 251
2: Countdown to papal Twitter launch 145
3: Boodschap voor de Vastentijd 2013 102
4: The pope who resigned – St. Celestine V 98
5: ‘Bel Giorgio’ takes over the household 91
6: One cardinal stays at home – Indonesia’s Darmaatmadja not attending the conclave 89
7: Distancing – how not to disagree & Risky business – German bishops allow abortive drugs, but only when they’re not abortive 83
8: The final farewell 80
9: Obsession, but on whose part? 75
10: The bishop in the Eucharistic Prayer – a first step? 70

Looking back at the year: 2012 in review

It’s been quite the year for the Church in the world, in the Netherlands and here on the blog. In this post, I want to look back briefly on what has transpired. What happened before will, in many cases, have its effect on what will happen in the coming year.

The variety of events has been great, but if we had to characterise 2012, we can of course list the major stories: the two consistories for the creation of new cardinals, the ongoing abuse crisis and the efforts in the Netherlands and Rome to deal with it, the Synod of Bishops, the start of the Year of Faith, the retirements, appointments and deaths, the local stories in my neck of the woods and the (mis)representation of the Church in the wider world. These can all characterise the year for the Catholic Church. But since there are as many interpretations as there are readers, I’ll limit myself to presenting the major stories on my blog per month.

For this blog, it has been a good year. With 87,017 views it has been the best year yet, and I am happy to note that I have been able to provide stories, opinions and translations that have been picked up well by other bloggers and media. The pope’s letter to the German bishops on the new translation of the Roman missal, for which I was able to create an English working translation; the Dutch translation of the Christmas address to the Curia; a German interview with Archbishop Müller and my list of surviving Vatican II Council Fathers are examples of this. Both local and international media picked these up, resulting in increased interest for my blog. For that, thank you.

But now, let’s once more go over 2012 and look back on what happened in that year:

TscherrigJanuary:
Pope Benedict announces a consistory. The list of 22 new cardinals includes the archbishop of Utrecht.
CDF releases a note with recommendations for the Year of Faith.
Archbishop Tscherrig (pictured) leaves Scandinavia for Argentina.
Cardinal Zen Ze-Kiun turns 80.
– In the abuse crisis, soon-to-be Cardinal Eijk speaks before a parliamentary commission.
Bishop Jan Liesen is installed as bishop of Breda (Installation homily here).

german cardinal Rainer Maria Woelki (R)February:
Dutch-born South-African Bishop Everardus Baaij passes away.
Cardinal Levada opens a major symposium on sexual abuse in Rome.
– At the same symposium, Msgr. Charles Scicluna tells it like it is.
The bishops of Belgium reply to a modernist movement among priests and laity.
Cardinal-designate Eijk is interviewed by Zenit.
Cardinal-designate Dolan delivers a landmark address about the new evangelisation.
22 new cardinals are created in the consistory of 18 February (new Cardinal Eijk pictured).
Responsibilities within the Dutch bishops’ conference are reshuffled.
In Germany, Bishop Reinelt retires.
Dominik Schwaderlapp is appointed as auxiliary bishop of Cologne.
In Mainz, Bishop Guballa passes away after a long sickbed.
Cardinal Eijk returns home with a pastoral letter on the Eucharist.

Pope Shenouda IIIMarch:
Cardinal Eijk announces that he will be keeping a closer eye on the celebration of the liturgy.
Cardinal Quezada Toruño turns 80.
Cardinal Sánchez passes away.
Cardinal Simonis speaks to Zenit about the Second Vatican Council.
Copenhagen’s Bishop emeritus Martensen passes away.
The Dutch bishops respond to a new horrible chapter in the abuse crisis.
Coptic Pope Shenouda II (pictured) passes away.
The Diocese of Haarlem-Amsterdam makes public all the cases concerning sexual abuse by clergy.
A new presidency for the COMECE.
The Dutch bishops issue a letter concerning the celebration of the Easter Triduum, and the need to return its focus to the Eucharist.
Pope Benedict visits Mexico and Cuba.
Bishop Schwaderlapp is consecrated.

aponte martínezApril:
Cardinal Egan turns 80.
In the Diocese of Groningen-Leeuwarden, the vicar general announces he will enter a monastery.
– In a letter to parliament, The Dutch bishops outline four developments in the fight against sexual abuse.
Pope Benedict directly addresses groups of disobedient priests and laity.
Cardinal Daoud passes away.
Cardinal Eijk reveals a monument for victims of sexual abuse in the Church.
Cardinal Aponte Martínez (pictured) passes away.
A parliamentary committee hears the ‘contact group’ for victims of sexual abuse.
The Dutch chapter of the Equestrian Order of the Holy Sepulchre of Jerusalem invests new members in the cathedral of Groningen-Leeuwarden.
Pope Benedict writes a letter to the German bishops and enters the debate about the new German translation of the Roman Missal.

bishop de korte, new altar st. joseph's cathedralMay:
After 66 years, the Belorussian Diocese of Pinsk finally gets a new bishop.
A new page on the blog, about my conversion story.
The annual pilgrimage to Our Lady of the Garden Enclosed takes place.
Cardinal Vlk turns 80.
Cardinal Eijk takes possession if his title church.
The Deetman Commission undertakes a new abuse investigation, this time into the abuse suffered by women.
Berlin’s Cardinal Woelki is misunderstood about homosexuality.
The cathedral of St. Joseph receives a new altar (Bishop de Korte anointing it pictured) and marks the 125th anniversary of its consecration.

logo year of faithJune:
Pope Benedict XVI visits Milan.
New priests.
Cardinal Quezada Toruño passes away.
Florian Wörner is appointed as auxiliary bishop of Augsburg.
The bishops of Roermond publish a brochure about Communion.
– The Dutch bishops follow suit with a letter about the same topic.
Cardinal Schwery turns 80.
The Instrumentum laboris of the Synod of Bishops on the New Evangelisation is published.
The logo for the Year of Faith is revealed (pictured).
A round of personnel changes in the Curia.
Dutch Father Louis Tijssen is declared venerable.
Archbishop Nowacki is appointed as the new nuncio to Scandinavia.
The Heel abuse affair breaks.
President-Delegates are appointed for the Synod.

Gerhard Ludwig MüllerJuly:
Archbishop Müller (pictured) is appointed as prefect of the Congregation for the Doctrine of the Faith.
About half of the world’s bishops’ conferences have formulated guidelines against sexual abuse.
Cardinal de Araújo Sales passes away.
Bishop Borys Gudziak is appointed as Apostolic Exarch of France.
Cardinal Stafford turns 80.

carlo martiniAugust:
Bishop Wörner is consecrated, while Bishops Wehrle and Siebler retire.
The Diocese of Rotterdam publishes a Prayer for Faith.
Cardinal Rosales turns 80.
Cardinal Shan Kuo-Hsi passes away.
Cardinal Murphy-O’Connor turns 80.
A Dutch priest’s apparent refusal to baptise the child of a lesbian couple fails to escalate much.
Cardinal Martini (pictured) passes away.

pope benedict  lebanonSeptember:
Cardinal Martini’s last interview causes some debate.
Bishop de Korte marks the 25th anniversary of his ordination to the priesthood.
Rumours surface that priests in the Diocese of Groningen-Leeuwarden are unhappy with their new appointments.
Elections in the Netherlands result in a loss for the Christian parties.
Cardinal Rubiano Sáenz turns 80.
Pope Benedict (pictured) visits Lebanon.
Misunderstandings about ecumenism in the Diocese of ‘s Hertogenbosch.
Pope Benedict XVI appoints 36 Synod Fathers.
Cardinal Baldelli passes away.
Questions arise about the German ‘Church tax’.
The first progress report on how the Church deals with abuse claims is released.

synod of bishopsOctober:
German Bishops Wanke and Schraml retire.
Dutch missionary Bishop Joseph Willigers passes away.
Morocco does not take kindly to the arrival of a Dutch ‘abortion boat’.
Vatican Promotor of Justice Charles Scicluna is recalled to Malta to become auxiliary bishop.
The Synod of Bishops on the New Evangelisation begins (pictured).
Cardinal Erdö outlines eleven points for the new evangelisation of Europe.
Belgian Curial Bishop Frans Daneels is made an archbishop.
The Year of Faith begins.
Pope Benedict announces a small consistory for November.
The Synod of Bishops closes.
An attempt at stopping liturgical abusive carnival Masses in Eindhoven.
Amsterdam’s St. Nicholas church is to be made a basilica.

brother hugo vowsNovember:
Cardinal Arinze turns 80.
Bishop Demming passes away.
New sexual abuse accusations surface in Iceland against Bishop Gijsen.
Liège’s Bishop Jousten retires.
At Rolduc, Dutch seminarians attend a conference on new evangelisation.
Bishop Michael Hrynchyshyn passes away.
Hermit Brother Hugo makes his perpetual vows (pictured).
The student chaplaincy in Tilburg is brought back into the Catholic fold.
European intolerance towards religion on display in Slovakia.
Cardinal Martino turns 80.
Pope Benedict XVI creates six new cardinals.
Dominican Fr. Timothy Radcliffe speaks about the ‘official Church’.

pope twitterDecember:
Bishop Rudolf Voderholzer is appointed as bishop of Regensburg.
Dutch missionary Bishop Wilhelmus Demarteau passes away.
Dutch government announces pulling the plug on small religious broadcasters.
Georg Gänswein is appointed as Prefect of the Papal Household and will be made an archbishop.
Cardinal Scheid turns 80.
Pope Benedict enters the Twitterverse (pictured).
Pope Benedict publishes the Apostolic Letter on charity, Intima Ecclesiae natura.
Dutch media totally misrepresent the pope on the family and gender.

That was 2012. Now let’s get 2013 started. Happy new year!

Cardinal watch: Cardinal Scheid turns 80

scheidFor the last time in this year of two consistories, a cardinal leaves the group of cardinal electors, by reaching the venerable age of 80. He is Eusébio Oscar Cardinal Scheid of Brazil, and with his birthday last Saturday, he leaves 119 cardinals who can vote in a conclave.

Born in the south of Brazil, Eusébio studied for the priesthood at the seminary of the Congregation of the Priests of the Sacred Heart, an order which he joined as a priest upon his ordination in 1960. His ordination took place in Rome, as he was studying Christology there. He eventually earned a decree in Sacred Theology.

Returning to Brazil, Father Scheid taught dogmatic theology and liturgy for some twenty years. In 1981, he was appointed as bishop of São José dos Campos, northwest of Rio de Janeiro. Bishop Scheid ministered to the faithful there for ten years, after which he was appointed as archbishop of Florianópolis, in his native state of Santa Catarina. He led that archdiocese for another decade, until 2001.

In that year, Archbishop Scheid was called to become the archbishop of São Sebastião do Rio de Janeiro. Shortly thereafter, he was also appointed as the ordinary for the Eastern Rite Catholics in Brazil. He also served as president of Region IV of the Brazilian Bishops’ Conference.

With the archdiocese of Rio de Janeiro also came a cardinal’s hat, and Archbishop Scheid became Cardinal Scheid in 2003, in Blessed Pope John Paul II”s last consistory. He was granted the title church of Santi Bonifacio ed Alessio. Cardinal Scheid retired as Rio’s archbishop in 2009, and as the Eastern Rite ordinary in 2010.

Cardinal Scheid was at the centre of a small media scandal in 2005, when he publically criticised the faith of Brazil’s president. Prior to the conclave which elected Pope Benedict XVI, Cardinal Scheid spoke in favour of an African pope, understood by many as support for the election of Cardinal Arinze.

Cardinal Scheid was a member of the Pontifical Council for Social Communications, the Pontifical Commission for Latin America and the Council of Cardinals for the Study of Organisational and Economic Affairs of the Holy See.

Cardinal watch: Cardinal Arinze turns 80

One-time papabile, youngest surviving Council father and one of Africa’s most famous and well-liked prelates, Francis Cardinal Arinze reached his 80th birthday on 1 November. With this, the number of cardinal electors drops to 115 out of 205 members.

Born in an agrarian town in the Nigerian state of Anambra, located in the Niger delta, Francis Arinze converted from African traditional religion at the age of nine. His family later followed suit. At the age of 15, young Francis entered the seminary in nearby Onitsha, from which he graduated with a degree in philosophy in 1950. He stayed on as a teacher at the seminary until 1953. Two years later, he continued his studies at the Pontifical Urbaniana University in Rome. From here, he graduated summa cum laude with a doctorate in sacred theology. Francis Arinze was ordained to the priesthood in 1958, at the chapel of the university.

Father Arinze spent the first years of his priesthood in Rome, earning a master’s degree in theology in 1959, followed a year later by a doctorate. He then went back to Nigeria, to teach at seminary, after which he was appointed as regional secretary for Catholic education in the eastern part of the country. Following that position, he studied at the Institute of Education in London. He graduated from there in 1964.

In 1965 Fr. Arinze became the world’s youngest bishop, when he was appointed as coadjutor archbishop of his native Archdiocese of Onitsha. As such, he also became the youngest Council father of the Second Vatican Council, when he attended its final session. He succeeded Archbishop Charles Heerey upon the latter’s death in 1967. Archbishop Arinze was the first native archbishop of Onitsha.

The start of his episcopate was marked by the outbreak of the three-year Biafra War, with the Archdiocese of Onitsha located completely within the breakaway republic of Biafra. The fighting forced the archbishop to flee from Onitsha, only to return in 1970. During his forced exile, Archbishop Arinze worked for the relief of refugees, as well as his priests and faithful who could not flee. The war’s aftermath was also a challenge, as the region was devastated and deeply impoverished, and the Nigerian government decided to expel all foreign missionaries, leaving only the native clergy, who were still few in number.

In 1979, Archbishop Arinze was appointed as pro-president of the Secretariat for Non-Christians next to his duties as Onitsha’s archbishop. When the secretariat became the Pontifical Council for Inter-Religious Dialogue, he resigned as archbishop of Onitsha.

Two months after his resignation, Pope John Paul II created the archbishop a cardinal in the consistory of 1985. He became the first cardinal-deacon of San Giovanni della Pigna. Two days after the consistory, Cardinal Arinze became the president of the Pontifical Council for Inter-Religious Dialogue. He performed several other high-profile tasks in that period, as a member of the Committee for the Great Jubilee of 2000, and before that as chairman of the Synod of Bishop’s special assembly on Africa. In 2002, he was appointed as prefect of the Congregation for Divine Worship and the Discipline of the Sacraments.

An active catechist, Cardinal Arinze promoted faith education across the world, often travelling far and wide. In this period, the final years of the life of Blessed John Paul II, he was considered by many to be a possible future pope. In the end, he was not elected, although continued to be held in high esteem, evidenced by the fact that Pope Benedict XVI appointed him as Cardinal-Bishop of Velletri-Segni, the titular diocese that the new pope himself had held until his election.

In late 2008, Cardinal Arinze retired as prefect of the Congregation for Divine Worship.

Cardinal Arinze was a member of many Curial departments: The Congregations for the Doctrine of the Faith, Oriental Churches, Causes of the Saints, and Evangelisation of People; the Pontifical Councils for the Laity, Christian Unity, and Culture; the Committee for the International Eucharistic Congresses; and the Ordinary Council of the General Secretariat of the Synod of Bishops.