Robert Kardinaal Sarah: “Naar een authentieke toepassing van Sacrosanctum Concilium”

This is a Dutch translation of Cardinal Robert Sarah’s address on the first day of the Sacra Liturgia conference, held in London from 5 to 8 July. This translation is based on the text as released via the Sacra Liturgia Facebook page. It is not a complete transcript of what Cardinal Sarah said. This is expected to be released sometime next week, after the cardinal has added a few points once he returns to Rome. In due time, this address, as well as the conference’s other papers, will be published in book form.


Dit is een Nederlandse vertaling van de toespraak die Kardinaal Robert Sarah heeft gegeven op de eerste dag van de Sacra Liturgia conferentie, gehouden in Londen van 5 tot 8 juli. Deze vertaling is gebasseerd op de tekst zoals die op de Facebook-pagina van Sacra Liturgia werd gepubliceerd. Het is geen volledige transcriptie van wat Kardinaal Sarah heeft gezegd. Het is de verwachting dat deze in de loop van de komende week wordt uitgegeven, zodra de kardinaal een aantal punten toe heeft kunnen voegen na zijn terugkeer naar Rome. Uiteindelijk zal deze toespraak, samen met alle andere die tijdens de conferentie gehouden zijn, in boekvorm uitgegeven worden.

TOESPRAAK VAN ZIJNE EMINENTIE ROBERT KARDINAAL SARAH:
“NAAR EEN AUTHENTIEKE TOEPASSING VAN SACROSANCTUM CONCILIUM”

IMG_7842

Ik wil in de eerste plaats mijn dank uitspreken aan Zijne Eminentie Vincent Kardinaal Nichols, voor zijn welkom in het Aartsbisdom Westminster en zijn vriendelijke begroetingswoorden. Eveneens wil ik Zijne Excellentie Bisschop Dominique Rey, bisschop van Fréjus-Toulon, danken voor zijn uitnodiging om hier met u aanwezig zijn bij de derde internationale “Sacra Liturgia” conferentie, en vanavond de openingstoespraak te presenteren. Uwe Excellentie, ik feliciteer u met dit internationale initiatief ter bevordering van de studie van het belang van liturgische vorming en viering in het leven en de missie van de Kerk.

In deze toespraak wil ik een aantal overwegingen aan u voorleggen over hoe de westerse Kerk naar een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium kan toewerken. Hiermee wil ik de vraag stellen: “Wat hadden de Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie voor ogen met de liturgische hervorming?” Daarna wil ik bespreken hoe hun bedoelingen na het Concilie zijn toegepast. Uiteindelijk zou ik u een aantal voorstellen willen voorleggen over het liturgisch leven van de Kerk vandaag, zodat onze liturgische praktijk de bedoelingen van de Concilievaders beter kan weergeven.

Het is volgens mij overduidelijk dat de Kerk leert dat de katholieke liturgie de unieke bevoorrechte locus is van het verlossende handelen van Christus in onze huidige wereld, door middel van werkelijke participatie waarin wij Zijn genade en kracht ontvangen die zo nodig zijn voor onze volharding en groei in het christelijk leven. Het is de goddelijke vastgestelde plaats waar wij onze plicht tot het aanbieden van een offer, het Ene Ware Offer, aan God komen vervullen. Het is waar we onze diepgaande behoefte om God te aanbidden verwerkelijken. Katholieke liturgie is iets heiligs, iets dat door haar aard heilig is. Katholieke liturgie is geen gewone menselijke samenkomst.

Ik wil hier een zeer belangrijk feit onderstrepen: God, niet de mens, staat in het hart van de katholieke liturgie. We komen om Hem te aanbidden. De liturgie gaat niet om jou of mij; we vieren er niet onze eigen identiteit of prestaties, verheerlijken of promoten er niet onze eigen cultuur of plaatselijke religieuze gewoontes. De liturgie draait in de allereerste plaats om God en wat Hij voor ons gedaan heeft. In Zijn Goddelijke Voorzienigheid heeft de Almachtige God de Kerk gesticht en de heilige liturgie ingesteld waarmee wij Hem ware aanbidding kunnen opdragen in overeenstemming met het Nieuwe Verbond dat Christus gebracht heeft.Hierdoor, door het binnengaan van de vereisten van de heilige riten die in de traditie van de Kerk zijn ontwikkeld, krijgen wij onze ware identiteit en betekenis als zonen en dochters van de Vader.

Het is van essentieel belang dat we dit specifieke karakter van de katholieke eredienst begrijpen, want in recente decennia hebben we vele liturgische vieringen gezien waarin mensen, persoonlijkheid en menselijke prestaties te prominent aanwezig waren, bijna tot uitsluiting van God. Zoals Kardinaal Ratzinger ooit schreef: “Als de liturgie in de eerste plaats een werkplaats voor ons eigen handelen lijkt, dan wordt het essentiële vergeten: God. Het vergeten van God is het meest dreigende gevaar van onze tijd” (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 593). 

We moeten volkomen duidelijk zijn over de aard van de katholieke eredienst als we de Constutitie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie op de juiste wijze willen lezen en als we deze getrouw willen uitvoeren.

Al vele jaren voor het Concilie, in zowel missielanden als in de meer ontwikkelde gebieden, was er veel discussie over de mogelijkheid om het gebruik van de volkstalen in de liturgie uit te breiden, vooral voor de lezingen uit de Heilige Schrift, alsook voor een aantal andere onderdelen van het eerste deel van de Mis (wat we nu de “dienst van het Woord” noemen) en de liturgische zang. De Heilige Stoel had al meerdere keren toestemming gegeven voor het gebruik van de volkstaal in het toedienen van de sacramenten. Dit is de context waarin de Concilievaders spraken over de mogelijke positieve oecumenische of missionaire gevolgen van liturgische hervorming. Het is waar dat de volkstaal een positieve plaats heeft in de liturgie. Hier zochten de Vaders naar, niet naar de protestantisering van de Heilige Liturgie of instemmend met haar onderwerping aan een valse inculturisatie.

Ik ben een Afrikaan. Laat me dit duidelijk maken: de liturgie is niet de plaats om mijn cultuur te promoten. Het is veeleer de plaats waar mijn cultuur gedoopt wordt, waar mijn cultuur in het goddelijke wordt opgenomen. Door de liturgie van de Kerk (die missionarissen door heel de wereld hebben meegedragen) spreekt God tot ons, verandert Hij ons en stelt ons in staat deel te nemen in Zijn goddelijk bestaan. Als iemand christen wordt, als iemand in volledige eenheid met de katholieke kerk komt, ontvangt hij iets meer, iets dat hem verandert. Zeker, culturen en andere christenen brengen gaven met zich mee in de Kerk – de liturgie van de Ordinariaten voor Anglicanen die nu in volle eenheid met de Kerk zijn is hier een prachtig voorbeeld van. Maar zij brengen deze gaven met nederigheid, en de Kerk, in haar moederlijke wijsheid, maakt er gebruik zoals zij dat goed acht.

Eén van de duidelijkste en mooiste uitdrukking van de bedoelingen van de Concilievaders is te vinden aan het begin van het tweede hoofdstuk van de Constitutie, dat het mysterie van de Hoogheilige Eucharistie behandelt. In nummer 48 lezen we:

“Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van ‘s Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte Gods alles in allen moge zijn.”

Broeders en zusters, dit is wat de Concilievaders wilden. Jazeker, ze discussieerden en stemden over specifieke manieren om hun bedoelingen toe te passen. Maar laat ons glashelder zijn: de rituele hervormingen in de Constitutie, zoals het herstel van het gebed van de gelovigen tijdens de Mis (n. 53), de uitbreiding van de concelebratie (n. 57) of een aantal van haar beleidslijnen zoals de vereenvoudiging verlangd in nummers 34 en 50, zijn alle ondergeschikt aan de fundamentele bedoelingen van de Concilievaders die ik zojuist heb omschreven. Het zijn middelen tot een doel, en het is het doel dat wij moeten behalen.

Als we naar een authentiekere toepassing van Sacrosanctum Concilium willen toewerken, dan moeten we op de allereerste plaats deze einddoelen in het oog houden. Misschien dat, als we ze met een frisse blik en met het voordeel van de ervaring van de laatste vijf decennia bestuderen, we sommige rituele hervormingen en bepaalde liturgische beleidslijnen in een ander licht zullen zien. Als sommige van deze nu moeten worden heroverwogen, om zo “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren” en “alle mensen tot de Kerk te roepen”, laat ons dan de Heer vragen ons de liefde en de nederigheid en wijsheid te schenken om dit te doen.

Ik noem deze mogelijkheid om opnieuw naar de Constitutie en de hervorming die volgde op de publicatie ervan te kijken, omdat ik niet denk dat we vandaag zelfs ook maar de eerste paragraaf van Sacrosanctum Concilium eerlijk kunnen lezen en tevreden kunnen zijn dat we de doelstellingen ervan hebben bereikt. Broeders en zusters, waar zijn de gelovigen waarover de Concilievaders spraken? Vele gelovigen zij nu ongelovig: ze komen helemaal niet meer naar de liturgie. In de woorden van de heilige Johannes Paulus II: vele christenen leven in een staat van “stille afvalligheid;” zij “leven alsof God niet bestaat” (Apostolische Exhortatie Ecclesia in Europa, 28 juni 2003, 9). Waar is de eenheid die het Concilie hoopte te bereiken? We hebben het nog niet bereikt. Hebben we werkelijk vooruitgang geboekt in het roepen van alle mensen tot de Kerk? Ik denk het niet. En toch hebben we heel veel in de liturgie gedaan!

In mijn 47 jaar als priester en na meer dan 36 jaar aan bisschoppelijk dienstwerk kan ik verklaren dat vele katholieke gemeenschappen en individuen de liturgie, zoals hervormd na het Concilie, met geestdrift en vreugde leven en vieren, en er veel van, zo niet al, het goede uit halen dat de Concilievaders verlangden. Dit is een grote vrucht van het Concilie. Maar uit mijn ervaring – nu ook als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten – weet ik ook dat er vele vervormingen van de liturgie in heel de Kerk van vandaag bestaan, en er zijn vele situaties die verbeterd kunnen worden zodat de doelstellingen van het Concilie behaald kunnen worden. Voor ik over een aantal mogelijke verbeteringen spreek, laten we bedenken wat er gebeurde na de publicatie van de Constitutie over de Heilige Liturgie.

Terwijl het officiele hervormingswerk plaatsvondt ontstonden er een aantal zeer ernstige verkeerde interpretaties van de liturgie en deze schoten wortel in verschillende plaatsen in de wereld. Deze misbruiken van de Heilige Liturgie ontwikkelden zich vanwege een foutief begrip van het Concilie en resulteerden in liturgische vieringen die subjectief waren en meer gericht op de verlangens van de individuele gemeenschap dan op de offerdienst van de Almachtige God. Mijn voorganger als Prefect van de Congregatie, Francis Kardinaal Arinze, noemde dit ooit eens “de doe-het-zelf Mis”. De heilige Johannes Paulus II vond het zelfs noodzakelijk het volgende te schrijven in zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia (17 april 2003):

“Deze dienst van de verkondiging van de kant van het Leergezag heeft een antwoord gekregen in de innerlijke groei van de christelijke gemeente. Zonder twijfel heeft de liturgiehervorming van het Concilie in hoge mate bijgedragen aan een bewustere, actievere en vruchtbaarder deelname aan het heilig Offer van het Altaar van de kant van de gelovigen. Op veel plaatsen is Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament ook een belangrijke dagelijkse praktijk en wordt een onuitputtelijke bron van heiligheid. De vrome deelname van de gelovigen aan de eucharistische processie op Sacramentsdag is een genade van de Heer die ieder jaar vreugde brengt aan hen die eraan deelnemen. Andere positieve tekenen van geloof in en liefde voor de Eucharistie zouden nog genoemd kunnen worden.

Helaas is er naast dit licht ook schaduw. Op sommige plaatsen is de praktijk van de eucharistische Aanbidding vrijwel volledig verwaarloosd. In verschillende delen van de Kerk zijn misbruiken opgetreden, die lijden tot verwarring met betrekking tot het gezonde geloof en de katholieke leer ten aanzien van dit wonderbaarlijke Sacrament. Soms komt men een uiterst verengd begrip van het eucharistische mysterie tegen. Beroofd van zijn betekenis als offer wordt het gevierd als ware het eenvoudigweg een broederlijke maaltijd. Daarenboven wordt van tijd tot tijd de noodzaak van het ambtelijke priesterschap dat wortelt in de apostolische opvolging verduisterd en de sacramentaliteit van de Eucharistie wordt teruggebracht tot louter werkdadigheid in de verkondiging. Dit heeft hier en daar geleid tot oecumenische initiatieven die hoewel edel in hun motieven, toegeven aan eucharistische praktijken die in tegenspraak zijn met de discipline waarmee de Kerk haar geloof uitdrukt. Kunnen wij anders dan onze diepe droefheid over dit alles uitdrukken? De Eucharistie is een te groot geschenk dan dat wij dubbelzinnigheid en verschraling van de betekenis zouden kunnen dulden.

Ik vertrouw erop dat deze encycliek er effectief aan kan bijdragen om de schaduwen van onaanvaardbare doctrines en praktijken te verdrijven, opdat de Eucharistie verder moge stralen in heel de glans van haar mysterie (n. 10).”

Hier bestond ook een pastorale werkelijkheid: om goede redenen of niet, sommige mensen konden of wilden niet deelnemen aan de hervormde riten. Zij bleven weg of namen alleen deel aan de niet-hervormde liturgie waar ze die konden vinden, zelfs als de viering ervan niet was toegestaan. Zo werd de liturgie een uitdrukking van verdeeldheid in de Kerk, in plaats van één van katholieke eenheid. Het Concilie wilde niet dat de liturgie ons van elkaar scheidde! De heilige Johannes Paulus II werkte aan het genezen van deze verdeling, met de hulp van Kardinaal Ratzinger die, als Paus Benedictus XVI, de nodige interne verzoening in de Kerk wilde faciliteren door in zijn Motu Proprio Summorum Pontificum (7 juli 2007) te bepalen dat de oudere vorm van de Romeinse ritus zonder beperkingen beschikbaar moet zijn voor die individuen en groepen die uit haar rijkdom willen putten. In Gods Voorzienigheid is het nu mogelijk onze katholieke eenheid te vieren met respect voor, en zelfs vreugde in, een legitieme diversiteit van de rituele praktijk.

We mogen dan een hele nieuwe, moderne liturgie in de volkstaal hebben opgebouwd, maar als we niet de juiste basis hebben gelegd – als onze seminaristen en geestelijkheid niet “diep doordrongen zijn van de geest en de kracht van de liturgie”, zoals het Concilie vroeg – dan kunnen zij zelf de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd niet vormen. We moeten de woorden van het Concilie zelf zeer serieus nemen: het zou “kansloos” zijn te hopen op een liturgische vernieuwing zonder een grondige liturgische vorming. Zonder deze essentiële vorming zouden geestelijken zelfs schade toebrengen aan het geloof van mensen in het eucharistisch mysterie.

Ik wil niet bovenmatig pessimistisch overkomen, en ik zeg nogmaals: er zijn vele, vele gelovige mannelijke en vrouwelijke leken, vele geestelijken en religieuzen voor wie de liturgie zoals hervormd na het Concilie een bron van veel geestelijke en apostolische vruchten is, en daar dank ik de Almachtige God voor. Maar ik denk dat u het met mij eens zal zijn, zelfs op basis van mijn korte analyse hierboven, dat we beter kunnen doen, zodat de Heilige Liturgie werkelijk de bron en het hoogtepunt van het leven en de missie van de Kerk wordt, nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zoals de Concilievaders zozeer verlangden.

Gezien de fundamentele verlangens van de Concilievaders en de verschillende situaties die na het Concilie zichtbaar zijn geworden, zou ik een aantal praktische overwegingen willen presenteren over hoe we Sacrosanctum Concilium vandaag beter kunnen toepassen. Ook al dien ik als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, ik doe dit in alle nederigheid als een priester en een bisschop in de hoop dat dit een volwassen reflectie en studie en goed liturgisch handelen in heel de Kerk zal bevorderen.

Het zal geen verrassing zijn wanneer ik zeg dat we in de eerste plaats de kwaliteit en diepgang van onze liturgische vorming moeten onderzoeken, hoe we de geest en kracht van de liturgie overbrengen op onze geestelijken, religieuzen en lekengelovigen. Te vaak nemen we aan dat onze wijdingskandidaten voor het priesterschap of het permanente diaconaat genoeg over de liturgie “weten”. Maar het Concilie drong hierin niet aan op kennis, hoewel de Constitutie natuurlijk het belang van liturgiestudie onderstreepte (zie n. 15-17). Nee, de eerste en essentiële liturgische vorming is meer een onderdompeling in de liturgie, in het diepe mysterie van God, onze liefhebbende Vader. Het is een kwestie van de liturgie beleven in al haar rijkdom, zodat we, na gedronken te hebben uit haar bron, altijd dorsten naar haar verrukkingen, haar orde en schoonheid, haar stilte en bezinning, haar verheerlijking en aanbidding, haar vermogen ons ten diepste te verbinden met Hem die in en door de riten van de Kerk werkt.

Als we hier zorg voor dragen, als onze nieuwe priesters en diakens werkelijk dorsten naar de liturgie, zullen zij op hun beurt in staat zijn degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd te vormen – zelfs als de liturgische situatie en mogelijkheden van hun kerkelijke missie bescheidener zijn dan die van het seminarie of de kathedraal. Ik weet van vele priesters in zulke omstandigheden die hun mensen vormen in de geest en kracht van de liturgie, en wier parochies voorbeelden zijn van grote liturgische schoonheid. We moeten niet vergeten dat waardige eenvoud niet hetzelfde is als reductief minimalisme of een verwaarloosde en vulgaire stijl. Zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, leert in zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium: “De Kerk evangeliseert en evangeliseert zichzelf met de schoonheid van de liturgie, die ook viering is van de evangeliserende activiteit en bron van een hernieuwde impuls tot zelfgave.” (n. 24)

Ten tweede denk ik dat het zeer belangrijk is dat we duidelijk zijn over de aard van liturgische participatie, van de participatio actuosa waar het Concilie toe opriep. Hierover is veel verwarring geweest in de laatste decennia. Nummer 48 van de Constitutie zegt: De Kerk wil “dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling.” Het Concilie beschouwt participatie als voornamelijk intern, voortkomend uit een goed begrip van de riten en gebeden. Zeker, de Concilievaders vragen de gelovigen te zingen, de priester te antwoorden, liturgische taken op zich te nemen die rechtmatig de hunne zijn, maar staan erop dat allen zich bewust zijn van wat ze doen, “godvruchtig en actief”.

Als we het belang van de internisalisatie van onze liturgische participatie begrijpen zullen we het luidruchtige en gevaarlijke liturgische activisme, dat in de laatste decennia zo prominent aanwezig is geweest, vermijden. We gaan niet naar de liturgie om op te treden, om dingen te doen zodat anderen het kunnen zien: we gaan om verbonden te worden met het handelen van Christus door een internalisatie van de uitwendige liturgische riten, gebeden, tekenen en symbolen. Wellicht dat degenen die geroepen zijn tot liturgisch dienstwerk dit zich beter moeten herinneren dan anderen! Maar we moeten anderen ook vormen, in het bijzonder onze kinderen en jonge mensen, in de ware betekenis van liturgische participatie, in de ware manier om de liturgie te bidden.

Ten derde, ik heb gesproken over het feit dat een aantal hervormingen die na het Concilie zijn ingevoerd mogelijk zijn samengesteld volgens de tijdsgeest en dat er een groeiende hoeveelheid studie door trouwe zonen en dochters van de Kerk is geweest, waarin wordt gevraagd of wat was ingevoerd werkelijk de doelstellingen van de Constitutie toepaste, of dat ze er in werkelijkheid aan voorbij gingen. Deze studie vindt soms plaats onder de noemer “hervorming van de hervorming” en ik weet dat EH Thomas Kocik over deze kwestie een doorwrochte studie heeft gepresenteerd tijdens de Sacra Liturgia conferentie in New York, een jaar geleden.

Ik denk niet dat we de mogelijkheid of de wenselijkheid van een officiële hervorming van de liturgische hervorming kunnen afwijzen, omdat haar voorstanders een aantal belangrijke beweringen doen in hun pogingen trouw te zijn aan de nadruk van het Concilie in nummer 23 van de Constitutie “om de gezonde traditie te bewaren en toch de weg te openen voor een gewettigde vooruitgang”, en dat “vernieuwingen niet plaats hebben, tenzij deze door een werkelijk en duidelijk nut van de Kerk worden vereist, waarbij men er op dient te letten, dat de nieuwe vormen als het ware organisch voortkomen uit de reeds bestaande vormen.”

Ik kan meedelen dat, toen ik afgelopen april door de Heilige Vader in audiëntie werd ontvangen, Paus Franciscus mij vroeg de kwestie van een hervorming van een hervorming te bestuderen en hoe beide vormen van de Romeinse ritus te verrijken. Dat zal een fijngevoelig werk zijn en ik vraag om uw geduld en gebed. Maar als we Sacrosanctum Concilium beter willen toepassen, als we willen bereiken wat het Concilie verlangde, dan is dit een serieuze kwestie die zorgvuldig moet worden bestudeerd en behandeld met de nodige duidelijkheid en voorzichtigheid.

Wij priesters, wij bisschoppen dragen een grote verantwoordelijkheid. Hoe leidt ons goede voorbeeld tot goed liturgisch handelen; hoe kwetst onze onachtzaamheid of wangedrag de Kerk en haar heilige liturgie!

Wij priesters moeten in de allereerste plaats aanbidders zijn. Onze mensen zien het verschil tussen een priester die met geloof viert en één die haastig viert, veel op zijn horloge kijkt, bijna alsof hij zo snel mogelijk weer terug naar de televisie wil! Priesters, we kunnen niets belangrijkers doen dan de heilige mysteries te vieren: laten we oppassen voor de verleiding van liturgische luiheid, want dat is een verleiding van de duivel.

We moeten onthouden dat wij niet de makers van de liturgie zijn. Wij zijn haar nederige bedienaars, onderworpen aan haar discipline en wetten. Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om degenen die ons bijstaan in liturgische functies te vormen in zowel de geest en kracht van de liturgie en zeker ook haar regels. Ik heb soms priesters een stap terug doen zetten om buitengewone bedienaars de Heilige Communie uit te laten delen: dit is fout, het is een ontkenning van het priesterlijk dienstwerk evenals een klerikalisering van de leken. Wanneer dit gebeurt is het een teken dat de vorming verkeerd is gegaan, en dat het gecorrigeerd moet worden.

Ik heb ook priesters en bisschoppen gezien die, gekleed om de Heilige Mis te vieren, telefoons en camera’s tevoorschijn haalden en in de heilige liturgie gebruikten. Dit is een verschrikkelijke aanklacht tegen het begrip dat zij hebben over wat ze doen als ze de liturgische gewaden aantrekken, dus zich als een alter Christus kleden – en nog meer, als ipse Christus, als Christus zelf. Dit is heiligschennis. Geen bisschop, priester of diaken die is gekleed voor het liturgisch dienstwerk of aanwezig op het priesterkoor moet foto’s nemen, zelfs niet tijdens grote geconcelebreerde Missen. Dit priesters dit vaak doen tijdens zulke Missen, of met elkaar praten of nonchalant zitten, is volgens mij een teken dat wij opnieuw moeten nadenken over de gepastheid van deze Missen, vooral als het priesters aanzet tot zulk schandalig gedrag dat het gevierde mysterie zo onwaardig is, of als de grootte van deze geconcelebreerde vieringen tot het risico van ontheiliging van de heilige Eucharistie leidt.

Ik wil een beroep doen aan alle priester. U heeft misschien mijn artikel in L’Osservatore Romano van een jaar geleden (12 juni 2015) gelezen, of mijn interview met het tijdschrift Famille Chrétienne in mei van dit jaar. Bij beide gelegenheden heb ik gezegd dat ik denk dat het heel belangrijk is dat we zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting, van priesters en gelovigen samen in dezelfde richting – naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt, in die delen van de liturgische riten waarin we ons tot God richten. Dit is toegestaan onder de huidige liturgische regels. Het is volledig legitiem in de moderne ritus. Ik denk dat het een heel belangrijke stap is om te verzekeren dat in onze vieringen de Heer werkelijk in het centrum staat.

En dus, beste priesters, vraag ik u dit waar mogelijk toe te passen, voorzichtig en met de nodige catechese, zeker, maar ook met het zelfvertrouwen van een herder dat dit iets goeds is voor de Kerk, iets goeds voor onze mensen. Uw eigen pastorale oordeel zal bepalen hoe en wanneer dit mogelijk is, maar wellicht is de eerste zondag van de Advent van dit jaar, wanneer we uitkijken naar “de Heer die zal komen” en “die niet aarzelt”, een hele goede tijd om dit te doen. Beste priesters, we zouden opnieuw moeten luisteren naar de klaagzang van God zoals verkondigd door de profeet Jeremia: “ze hebben Mij de rug toegekeerd” (2:27). Laat ons weer naar de Heer terugkeren!

Ik zou ook een beroep willen doen op mijn broeders bisschoppen: leidt u alstublieft uw priesters en mensen op deze manier naar de Heer, in het bijzonder in grote vieringen in uw bisdommen en in uw kathedraal. Vorm uw seminaristen alstublieft in de werkelijkheid dat we niet tot het priesterschap geroepen zijn om zelf in het hart van de liturgische eredienst te staan, maar om de gelovigen van Christus als medegelovigen naar Hem te leiden. Maak deze eenvoudige maar diepgaande hervorming alstublieft mogelijk in uw bisdommen, uw kathedralen, uw parochies en uw seminaries.

Wij bisschoppen hebben een grote verantwoordelijkheid, en ooit zullen we ons voor de Heer moeten verantwoorden over ons beheer. Wij bezitten niets! Zoals de heilige Paulus ons leert, wij zijn slechts “helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen” (1 Kor. 4:1). Wij hebben de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de heilige werkelijkheid van de liturgie wordt gerespecteerd in onze bisdommen en dat onze priesters en diakens zich niet alleen aan de liturgische voorschriften houden, maar de geest en de kracht van de liturgie waaruit deze voortkomen kennen. Ik was zeer bemoedigd door het lezen van de presentatie getiteld “The Bishop: Governor, Promoter and Guardian of the Liturgical Life of the Diocese”, gegeven voor de Sacra Liturgia conferentie in Rome in 2013 door aartsbisschop Alexander Sample van Portland in Oregon in de VS, en ik raad mijn broeders bisschoppen op broederlijke wijze aan zijn overwegingen zorgvuldig te bestuderen.

Hier herhaal ik wat ik elders heb gezegd: dat Paus Franciscus mij heeft gevraagd het liturgisch werk voort te zetten dat Paus Benedictus begonnen is (zie: Boodschap aan Sacra Liturgia 2015, New York City). Het feit dat we een nieuwe paus hebben betekent niet dat de visie van zijn voorganger nu niet langer geldig is. Integendeel, zoals we weten heeft onze Heilige Vader Paus Franciscus het grootste respect voor de liturgische visie en maatregelen die Paus Benedictus heeft uitgevoerd in opperste trouw aan de wensen en doelstellingen van de Concilievaders.

Staat u mij, voor ik afrond, toe een aantal andere kleine manieren te noemen die ook bij kunnen dragen aan een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium. Eén daarvan is dat we de liturgie moeten zingen, we moeten de liturgische teksten zingen, met respect voor de liturgische tradities van de Kerk en ons verheugend in de schatkist aan gewijde muziek die de onze is, in het bijzonder die muziek die hoort bij de Romeinse ritus, het Gregoriaans. We moeten gewijde liturgische muziek zingen, en niet slechts religieuze muziek of, erger, wereldse muziek.

We moeten de juiste balans vinden tussen de volkstalen en het gebruik van het Latijn in de liturgie. Het Concilie heeft nooit de bedoeling gehad dat de Romeinse ritus volledig in de volkstaal gevierd zou worden. Maar het wilde wel een breder gebruik ervan toestaan, in het bijzonder voor de lezingen. Tegenwoordig zou het mogelijk moeten zijn, vooral door moderne druktechnieken, om voor ieder het begrijpen van het Latijn te vergemakkelijken, wellicht voor de liturgie van de Eucharistie, en dit is natuurlijk met name gepast bij internationale samenkomsten waar de plaatselijke volkstaal door velen niet verstaan wordt. En wanneer de volkstaal gebruikt wordt moet het natuurlijk een juiste vertaling van het originele Latijn zijn, zoals Paus Franciscus recent aan mij heeft bevestigd.


Tussenkomst van Bisschop Rey

Met grote vreugde hebben we vandaag gehoord dat onze Heilige Vader, Paus Franciscus, u heeft gevraagd een studie te beginnen van de liturgische hervorming na het Concilie, en mogelijkheden te verkennen van wederzijdse verrijking tussen de oudere en nieuwere vormen van de Romeinse ritus, oorspronkelijk besproken door Paus Benedictus XVI.

Uwe Eminentie, uw oproep dat wij “zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting” in onze liturgische vieringen, “naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt,” is een uitnodiging tot een radicale herontdekking van iets dat aan de wortel ligt van de christelijke liturgie. Het roept ons op om wederom te beseffen dat, in al onze liturgische vieringen, de christelijke liturgie in essentie gericht is op Christus, wiens komst wij met vreugdevolle hoop afwachten.

Uwe Eminentie, ik ben slechts één bisschop van één bisdom in het zuiden van Frankrijk. Maar als antwoord op uw oproep wil ik nu aankondigen dat, in ieder geval op de laatste zondag van de Advent van dit jaar, in mijn viering van de heilige Eucharistie in mijn kathedraal en bij andere gelegenheden zoals het past, ik ad orientem zal vieren – in de richting van de Heer die komt. Voor de Advent zal ik een brief schrijven aan mijn priesters en mensen over deze kwestie om mijn beslissing toe te lichten. Ik zal hen aanmoedigen mijn voorbeeld te volgen. Ik zal hen vragen mijn persoonlijke getuigenis, als eerste herder van het bisdom, te ontvangen in de geest van iemand die zijn volk wil oproepen om hierdoor het primaatschap van de genade in hun liturgische vieringen te herontdekken. Ik zal uitleggen dat deze verandering ons zal helpen de fundamentele aard van de christelijke eredienst te herinneren: dat het steeds op de Heer gericht moet zijn.


Kardinaal Sarah, Addendum

We moeten ervoor zorgen dat aanbidding het hart is van onze liturgische vieringen. Te vaak maken we niet de beweging van viering naar aanbidding, maar als we dat niet doen ben ik bang dat we niet altijd volledig intern hebben deelgenomen aan de liturgie. Twee lichaamshoudingen zijn hier nuttig, zelf onmisbaar. De eerste is stilte. Als ik nooit stil ben, als de liturgie mij geen ruimte geeft voor stil gebed en bezinning, hoe kan ik dan Christus aanbidden, hoe ik mij dan in mijn hart en ziel met Hem verbonden voelen? Stilte is zeer belangrijk, en niet alleen voor en na de liturgie.

Zo is ook het knielen bij de consecratie (tenzij ik ziek ben) van belang. In het westen is dit een lichamelijke handeling van aanbidding die ons nederig maakt voor onze Heer en God. Het is in zichzelf een gebedshandeling. Waar knielen en buigen uit de liturgie zijn verdwenen moeten ze worden teruggebracht, in het bijzonder in verband met het ontvangen van onze Heer in de heilige communie. Beste priesters, vorm uw mensen, waar mogelijk en met pastorale prudentie, zoals ik eerder zei, in deze prachtige handeling van aanbidding en liefde. Laat ons wederom neerknielen in aanbidding en liefde voor de Eucharistische Heer!

In verband met het geknield ontvangen van de heilige communie  wil ik verwijzen naar de brief van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten uit 2002, die duidelijk maakt dat “elke weigering van de Heilige Communie aan één van de gelovigen op basis van zijn of haar knielende houding is een ernstige overtreding van één van de meest fundamentele rechten van de christengelovigen” (Brief, 1 juli 2002, Notitiae, n. 437, nov-dec 2002, p. 583).

Het correct kleden van alle liturgische bedienaren op het priesterkoor, inclusief de lectoren, is ook van groot belang, wil dit dienstwerk als authentiek beschouwd worden en wil het uitgevoerd worden met het decorum passend bij de heilige liturgie – ook de bedienaren zelf dienen de juiste eerbied te tonen voor de mysteries die zij toedienen.

Dit zijn enkele voorstellen: ik ben er zeker van dat er vele andere gedaan kunnen worden. Ik leg ze u voor als mogelijke manieren om verder te gaan naar “de juiste manier om de liturgie innerlijk en uiterlijk te vieren”, dat natuurlijk het verlangen was dat Kardinaal Ratzinger aan het begin van zijn grootse werk, De Geest van de Liturgie, uitdrukte (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 4). Ik moedig u aan om alles te doen dat u kunt om dit doel te realiseren, dat volledig in overeenstemming is met dat van de Constitutie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie.

 

 

Advertisements

The black veil of the queen

Yesterday the Dutch royal couple, King Willem Alexander and Queen Máxima, together with their three daughters, had a private audience with Pope Francis. Details of the 15-minute meeting remain confidential and it is said that the king requested no photos be published of it. But one photo did emerge today via L’Osservatore Romano, a standard picture of the royal family posing with the Holy Father (who seemingly continues to fail in hiding his lack of enthusiasm for such staged photographs).

Pope Francis meets with royal Dutch family

Almost every single media report of the meeting I have read mentions the fact that Queen Máxima wears a black veil because she is the wife of a non-Catholic monarch, and were he Catholic, she would have the right to wear white in the presence of the Pope. But that is not true.

The privilège du blanc is accorded to a number of Catholic queens and princesses (and one duchess) who can choose to exercise this privilege (they are not bound by it). All other royal and noble ladies, and other heads of state, are expected to hold to the protocol of wearing a long black dress with sleeves and a high collar and a black mantilla (although other colours are on the increase in addition to black, but etiquette dictates the above). The privilege is granted by the Pope to specific royal families on his discretion. He last did so in 2013, when the Holy See press office confirmed that Monaco’s Princess Charlene was within her right to wear white in accordance with the privilege, which was never before accorded to Monegasque princesses.

Currently there are only seven ladies who can make use of the privilège du blanc: Queen Sofia of Spain, Queen Paola of the Belgians, Grand Duchess Maria Teresa of Luxembourg, Princess Charlene of Monaco, Queen Mathilde of the Belgians, Queen Letizia of Spain and Princess Marina of Naples. The list used to be longer, and included the empress of Austria-Hungary, the queens of Bavaria, France, Italy, Poland and Portugal, the grand duchess of Lithuania and several German princesses. Many of these states, all traditionally Catholic,  have since become republics and the privilège du blanc does not extend to presidents, prime ministers or their wives.

So the Dutch queen wearing black is not simply due the fact that her husband happens to be a Protestant.

Photo credit: EPA/OSSERVATORE ROMANO

Cardinal Burke on Pope Francis’ programme

Several months ago, Raymond Cardinal Burke gave an interview in which he was critical about Pope Francis. He made some assumptions there about thew wisdom of the Pope’s giving so many interviews, assumptions and comments which I think were ill-advised, and more than a few people connected this to the perceived ‘demotion’ of the cardinal when Pope Francis re-shuffled some departments of the Curia and some of their members.

Cardinal-BurkeA few days ago, Cardinal Burke had an article published in L’Osservatore Romano in which he sheds a light on the priorities of Pope Francis. This article goes a long way in repairing the damage done by the earlier interview and is an interesting study on how the controversial topics of abortion, euthanasia and marriage fit in Pope Francis’ approach of pastoral love.

“It is not that the Holy Father is not clear in his opposition to abortion and euthanasia, or in his support of marriage as the indissoluble, faithful and procreative union of one man and one woman. Rather he concentrates his attention on inviting all to nurture an intimate relationship, indeed communion, with Christ, within which the non-negotiable truths, inscribed by God upon every human heart, become ever more evident and are generously embraced. The understanding and living of these truths are, so to speak, the outer manifestation of the inner communion with God the Father in Christ, His only-begotten Son, through the outpouring of the Holy Spirit.”

It’s a good read which puts the words and actions of Pope Francis in the context of Scripture and on what some of his predecessors have said and done. I translated the article into Dutch here.

On notice – the press office to communicators

bloggingAn important communique from the Holy See press office yesterday, not least for us bloggers and others active in social media who regularly share and comment on what the Pope does or says.

FALSE STATEMENTS ATTRIBUTED TO POPE FRANCIS

Dear friends, we have been notified by many readers that there are stories currently circulating all over the Internet spreading statements by Pope Francis with regard to a number of issues, concerning the Bible’s content, the relations between religions, the renewal of the Church’s doctrine, and even the calling of an alleged “Third Vatican Council”, which are FALSE. These statements were spread by unknown sources. Therefore, we would like to alert all readers to be careful and not to trust too soon news about the Pope that are not from the Vatican. There are also many unidentified trolls on social networks that try to put false information in circulation, taking advantage of the fact that it is easy to “throw the stone and hide the hand”. Many are also not aware that ALL FACEBOOK PROFILES OF POPE FRANCIS/JORGE MARIA [sic] BERGOGLIO ARE NOT OFFICIAL PAGES AND THEY HAVE NOT BEEN AUTHORIZED TO OFFICIALLY REPRESENT THE POPE, THEREFORE THEY SHOULD CLEARLY STATE THEY ARE JUST ‘FAN PAGES’.  We encourage all readers to check the official Vatican media sources for further confirmation of Pope Francis’ statements, or even to check what exactly he said with reference to specific issues.  IF THE STATEMENTS ATTRIBUTED TO THE POPE BY ANY MEDIA AGENCY DO NOT APPEAR IN THE OFFICIAL MEDIA SOURCES OF THE VATICAN, IT MEANS THAT THE INFORMATION THEY REPORT IS NOT TRUE. Below is a list of the official Vatican media which you should use as valid reference to be sure that any reported statement referred to the Pope is true:

– News.va: a news aggregator portal, it reports the news and information from all the Vatican media in one website, available in five languages: www.news.va News.va also has a Facebook page: www.facebook.com/news.va

– L’Osservatore Romano (newspaper): www.osservatoreromano.va

– Vatican Radio: www.radiovaticana.va

– VIS (Vatican Information Service): www.vis.va

– Holy See Press Office: www.vaticanstate.va/content/vaticanstate/en/altre-istituzioni/sala-stampa-santa-sede.html

– Centro Televisivo Vaticano (Vatican Television Center): www.ctv.va  or www.vatican.va/news_services/television/

– Vatican.va: the official website of the Holy See, where you can find the full text of all speeches, homilies and Apostolic documents by the Pope: www.vatican.va

– PopeApp: the official app for smartphones dedicated to the Pope (Copyright News.va)

– @Pontifex: the official Twitter profile of the Pope.

The only official Facebook profiles representing the Holy Father and the Vatican are those from News.va and the Vatican media (see the above list of Vatican media). We would like to thank you all for your kind attention as well as for your notifications and suggestions. Please do share this information as much as possible with your contacts! Thank you very much!

First of all, it’s like I have said several times: if you want to know what the Pope said about something, read or listen to what he said. While there are many media outlets who do a good job in reporting on papal issues, there are also many who do not, either out of ignorance or malicious intent.

Secondly, this statement can be read as a duty for us Catholic bloggers and writers. It does not mean we can’t write about the Pope anymore, or discuss what he has said and what it means. It does mean that we must be as accurate as we can. Accuracy is a service to ourselves and our readers. We must first and foremost reflect the truth before giving our own interpretation or opinion.

Worrisome comments from Archbishop Zollitsch

eb_zollitsch_juli2003_700In an interview with Die Welt, published yesterday,  Archbishop Robert Zollitsch, retired ordinary of Freiburg im Breisgau and President of the German Bishops’ Conference, spoke, among other things, about the proposal to allow remarried Catholics to receive the sacraments. His answers are somewhat disconcerting.

On the question if the topic is now off the table, after Archbishop Müller’s opposition to the proposal which originated in Archbishop Zollitsch’s Archdiocese of Freiburg im Breisgau, the archbishop replied:

“How can this topic be off the table? 35 to 40 percent of marriages end in divorce these days. As Church we ask ourselves: How should we relate to those concerned?  This is the question that our pastoral care office’s proposal asks. I feel much strengthened by Pope Francis, who has called his own Extraordinary Synod on Marriage and Family for October of 2014. There we want to present what we in Freiburg have drafted.”

Archbishop Zollitsch is of course correct when he says that the numbers call for us to be concerned about the large number of marriages, both sacramental and civil, which end prematurely. And in that sense his efforts to draft proposals to put that concern into practice are only to be lauded. But it is good te recall that Archbishop Müller did not nix the proposal. He told the German bishops to withdraw it and revise two points – that faithful can decide for themselves whether or not they should receive Communion, and that a sort of ‘pseudo-marriage rite’ may be celebrated in the church for people who enter into a second civil marriage – but he maintained that the proposal as a whole contains “very correct and important pastoral teachings”. The interviewer’s suggestion that Archbishop Müller wants the topic off the table, and Archbishop Zollitsch’s failure to correct this assessment, suggests a serious misrepresentation of the facts.

The interviewer continues:

Archbishop Müller has written to you that the draft should be “withdrawn and revised”.

“That is the judgement of the Prefect of the Congregation for the Doctrine of the Faith. Archbishop Müller’s position corresponds with the Tradition he represents. But the majority of people who have approached us were positive about the proposal. That tells me that we are pursuing an important issue and that it is important to find a viable solution. Pope Francis often speaks of being close to people. I think that that can be a good direction, also in dealing with civilly remarried.”

Here it gets more serious, as facts are more distorted. Yes, Archbishop Müller represents a Tradition, but this is not because of his position as Prefect of the Congregation of the Doctrine of the Faith, but because of his identity as a Catholic Christian. That means, then, that we all represent that Tradition, which is the Church’s and which we all confess and reaffirm in every Mass. That many people are positive about the proposal means nothing in this case, as faith and Tradition are not decided by majority vote. Of course, the issue is important and a viable solution must be found. Not because many people want it, but because it is good for them.

Is your upcoming retirement or the general euphoria about Pope Francis the reason for being so relaxed about comments from the Congregation for the Doctrine of the Faith?

“Neither.  As President of the Bishops’ Conference I have, in recent years, after our spring and autumn meeting, travelled to Rome to explain our position. If a prefect of one the various Congregations would then oppose this position, I would think to go slowly. A Prefect is not the Pope. I look for dialogue, and for me that is the way of collegiality and the dialogue in the Church.”

MüllerSo what Archbishop Zollitsch is saying here is that the opinions of Curial officials, who are tasked with specific duties in the Church (in the case of the Prefect of the Doctrine of the Faith this includes to make sure that the faith is represented completely and properly and shared in all its fullness), duties which come with the necessary amount of authority, do not matter? That it is simply a matter of diplomacy: Oh, if I can’t get my way like this, I’ll just try it like that? Ordinaries, of which Archbishop Zollitsch is one, have the same duty as I mentioned above for Archbishop Müller, but if they fail in performing them, corrections must come from a higher level: the Pope, who delegates some duties to those called to assist him in his. And among those are the members of the Curia. Simply saying, “a Prefect is not the Pope”, is tantamount to ignoring the entire existence, duty, authority and function of the Curia. And in this case, Archbishop Zollitsch also conveniently ignores the fact that Archbishop Müller clearly stated that he composed his article on the issue in L’Osservatore Romano, and the subsequent letter to the German bishops, after consultation with the Pope. It is therefore impossible to say that this Prefect is simply acting for himself. We can safely assume that Pope Francis is fully behind Archbishop Müller in this case.

Hiding behind bland statements like “collegiality” and “dialogue” (which are not meaningless in themselves, but they are as used here), is incredibly naive. Archbishop Müller, speaking after discussing hs beforehand with the Pope, has been very clear. He has the duty and authority to correct the German bishops. That is dialogue. Dialogue is not a collection of niceties without any consequences for anyone. It is the collegial correction of errors, which must be given and received in fraternity. Ignoring and pushing them aside as simple opinions of some Prefect who is just acting for himself is a distortion of facts, faith and duty.

Müller: Freiburg proposal on Communion for remarried “to be withdrawn and revised”

ringsShortly after the retirement of Archbishop Robert Zollitsch as ordinary of Freiburg im Breisgau, someone in that archdiocese pushed through a proposal to allow remarried Catholics to receive the sacraments. This caused some consternation, not least in the Vatican, since no such changes in doctrine had been proposed, let alone come into effect. Simply put, the archdiocese was out of line, doing something which it simply could not. Last month, Archbishop Gerhard Müller wrote an article outlining the Church’s  teaching about marriage, divorce and the sacraments in L’Osservatore Romano.

Today, he wrote a letter to Archbishop Zollitsch, who still manages the affairs of Freiburg as Apostolic Administrator, in which he presents his conclusions about the proposal In short, it needs to be withdrawn and revised. Below is my translation of he letter, which will also be sent to the other diocesan bishops of Germany.

MüllerYour Excellency!
Honourable Lord Archbishop!

With the Document Prot. N. 2922/13, of 8 October 2013, the Apostolic Nuncio has communicated the draft of the guidelines for the pastoral care of separated, divorced and civilly remarried people in the Archdiocese of Freiburg, as well as your newsletter to the members of the German Bishops’ Conference prior to the publication of this letter, to the Congregation for the Doctrine of the Faith. A careful reading of the draft text reveals that it does contain very correct and important pastoral teachings, but is unclear in its terminology and does not correspond with Church teaching in two points:

“Remarried divorced people themselves stand in the way of their access to the Eucharist”

1. Regarding the reception of the sacraments by divorced and remarried faithful the proposal from the bishops of the Oberrhein area is recommended anew as a pastoral direction: after a process of discussion with the parish priests, people concerned can either reach the conclusion to participate much in the life of the Church, but to deliberately refrain from receiving the Sacraments, while others can in their concrete situations achieve a “responsibly reached decision of conscience” and be able to receive the Sacraments of Baptism, Holy Communion, Confirmation, Reconciliation and Anointing of the Sick, and this decision is “to be respected” by the priest and the community.

Contrary to this assumption the Magisterium of the Church emphasises that the pastors must recognise the various situations well and must invite the affected faithful to participation in the life of the Church, but also “reaffirms her practice, which is based upon Sacred  Scripture, of not admitting to Eucharistic Communion divorced persons who have  remarried” (cf. John Paul II, Apostolic Exhortation Familiaris Consortio, of 22 November 1981, N. 84; also compare the Letter of this Congregation of 14 September 1994 about the reception of Communion by remarried divorced faithful, which rejects the proposal from the Oberrhein bishops; and Benedict XVI, Apostolic Exhortation Sacramentum Caritatis of 22 February 2009, N. 29).

This position of the Magisterium is well-founded. Remarried divorcees stand in the way of their access to the Eucharist, insofar as their state of life is an objective contradiction to the relationship of love between Christ and the Church, which is made visible and present in the Eucharist (doctrinal reason). If these people were allowed to receive the Eucharist this would cause confusion among the faithful about the Church’s teaching about the indissolubility of marriage (pastoral reason).

2. In addition to this a prayer service is suggested for divorced faithful who enter into a new civil marriage. Although it is explicitly stated that this is not some “semi-marriage” and the ceremony should be simple. but it would still be a sort of “Rite” with an entrance, reading from the Word of God, blessing and giving of a candle, prayer and conclusion.

Such celebrations were expressly forbidden by John Paul II and Benedict XVI: “The respect due to the sacrament of Matrimony, to the couples  themselves and their families, and also to the community of the faithful,  forbids any pastor, for whatever reason or pretext even of a pastoral nature, to  perform ceremonies of any kind for divorced people who remarry. Such ceremonies  would give the impression of the celebration of a new sacramentally valid  marriage, and would thus lead people into error concerning the indissolubility  of a validly contracted marriage” (Familiaris Consortio, n. 84).

The affected faithful are to be offered support, but it must be avoided that “confusion arise among the faithful  concerning the value of marriage” (Sacramentum Caritatis, N. 29).

Due to the aforementioned discrepancies, the draft text is to be withdrawn and revised, so that no pastoral directions are sanctioned which are in opposition to Church teaching. Because the tekst has raised questions not only in Germany, but in many parts of the world as well, and has led to uncertainties in a delicate pastoral issue, I felt obliged to inform Pope Francis about it.

“Going paths which fully agree with the doctrine of the faith of the Church”

After consultation with the Holy Father, an article from my hand was published in L’Osservatore Romano on 23 October 2013, which sumarises the binding teaching of the Church on these questions. This contribution was also published in the weekly edition of the Vatican newspaper.

Since a number of bishops have turned to me and a working group of the German Bishops’ Conference is dealing with the topic, I would like to inform you that I will send a copy of this letter to all the diocesan bishops of Germany. Hoping that on this delicate issue we are going pastoral paths, which are in full agreement with the doctrine of the faith of the Church, I remain with heartfelt greeting and blessings in the Lord.

Yours,
Gerhard L. Müller
Prefect

The New Evangelisation, inspired by Hopkins

An interesting article in l’Osservatore Romano today, calling for a rediscovery of “a fresh, more creative language capable of communicating the Gospel. A language that is more affective and poetic than the prevailing prose of a one-dimensional technology. A language that taps the aesthetic dimension of experience, whether through music, art or literature.” That author mentions draws on philosopher Charles Taylor, and mentions two great Catholic poets who could serve as an inspiration for this new language of the new evangelisation. One of these is English poet and Jesuit priest Gerard Manley Hopkins. As a student of English literature, I can only agree that Hopkins’ language is indeed “integral and evocative”. He evokes the grandeur and beauty of God through his poetry, and doesn’t shy away from being both challenging and beautiful.

I have shared Hopkins’ poetry in this blog before, and I think it’s a fun exercise to delve into some more of his works in the future, to not only marvel at the poetry, but also to understand his religious sense and understanding of God and His creation. Maybe that will help us in turn, to look at our own faith and relationship with God with new eyes.

So, as we come closer to the Year of Faith, this blog will feature some poetry.