After death threats, Archbishop Schick invites to prudence during Advent

A bishop’s reflection on Advent is nothing new, but it becomes more interesting when the author is personally invested in what he says. For Archbishop Ludwig Schick of Bamberg, his appeal for prudence and calmness comes after a period in which he himself has been the target of verbal and written attacks – and even death threats – after he said in an interview that he saw no problem with the legal election of a Muslim president of Germany.

erzbischof-dr-ludwig-schick-portaet-001“The past months were dominated by many populist utterances, verbal and even brutal attacks, insults and distractions. There were violent shitstorms on social networks. Many words and actions in the Year of Mercy were very merciless. Prudence had disappeared. Many people suffered and have been damaged because of that, human relationships have been disrupted and the social atmosphere was poisoned. Personally, I also suffered from it.”

In a public debate, Archbishop Schick had said that the Church was obliged to accept the election of a Muslim president of Germany. “Anything else would not be supported by the Basic Law [the German constitution]”. The archbishop was subsequently misquoted in social media and so became the target of verbal abuse and even death threats.

In his message, which was addressed to friends and followers, but also strangers and enemies, Archbishop Schick speaks about Advent as a new beginning, or at least the start of the road towards a new beginning.

“Advent is in the first place the invitation to all of us to forgive and to reconcile; without forgiveness and reconciliation there can be no new beginning and no better future; that is true for all areas of life.

Advent then invites us to reflect, to start anew and to continue in a different way. Slowing down and silence are necessary in speaking and judging, and also when typing, posting or sending.”

Fifteen minutes a day, if possible more, to quietly listen to the voice within us is a good way to uncover the essence of our being again, the archbishop concludes his message.

Pope in Sweden – the Dutch translations

In this post I have collected my translations of the various homilies and addresses given by Pope Francis during his short visit to Sweden. Perhaps needlessly said, apart from this paragraph, the post will consist of Dutch text.

14918917_10153849375235723_6517291123125650450_o

Homilie tijdens de oecumenische gebedsdienst in Lund:

“”Blijf in mij zoals ik in u” (Joh. 15:4). Deze woorden, uitgesproken door Jezus bij het Laatste Avondmaal, laten ons een blik werpen in het hart van Christus, kort voor Zijn ultieme offer aan het kruis. We kunnen Zijn hart voelen kloppen met liefde voor ons en Zijn verlangen voor eenheid onder allen die in Hem geloven. Hij vertelt ons dat Hij de ware wijnstok is en wij de ranken die, net zoals Hij één is met de Vader, één met Hem moeten zijn, willen we vrucht dragen.

Hier in Lund, tijdens deze gebedsdienst, willen wij ons gezamenlijk verlangen laten zien om één te blijven met Christus, zodat we leven hebben. We vragen Hem: “Heer, help ons in uw genade om dichter met U verenigd te zijn en zo, samen, een effectievere getuigenis te geven van geloof, hoop en liefde.” Dit is ook een moment om God te danken voor het werk van onze vele broeders en zusters van verschillende kerkelijke gemeenschappen die weigerden genoeg te nemen met verdeeldheid, maar in plaats daarvan de hoop op verzoening van allen die in de ene Heer geloven levend hielden.

Als katholieken en Lutheranen zijn we een gezamenlijke weg van verzoening gegaan. Nu, in de context van de herdenking van de Reformatie van 1517, hebben we een nieuwe kans om een gezamenlijke weg te kiezen, één die in de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen in de oecumenische dialoog tussen de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Ook wij kunnen geen genoegen nemen met de verdeeldheid en afstand die onze scheiding tussen ons geschapen heeft. Wij hebben de kans een kritiek moment van onze geschiedenis te repareren door voorbij de controverses en meningsverschillen, die ons er vaak van hebben weerhouden elkaar te begrijpen, te gaan.

Jezus zegt ons dat de Vader de “wijngaardenier” is (vg. vers 1) die de wijnstok verzorgt en snoeit om te zorgen dat die meer vrucht draagt (vg. vers 2). De Vader heeft steeds zorg voor onze relatie met Jezus, om te zien of we werkelijk één met Hem zijn (vg. vers 4). Hij waakt over ons, en Zijn blik van liefde zet ons aan ons het verleden te zuiveren en in het heden te werken om een toekomst van eenheid tot stand te brengen, die Hij zozeer verlangt.

Ook wij moeten met liefde en eerlijkheid naar ons verleden kijken, fouten herkennen en vergeving zoeken, want God alleen is onze rechter. Met dezelfde eerlijkheid en liefde moeten we inzien dat onze verdeeldheid ons scheidt van de oorspronkelijke intuïtie van het volk van God, dat van nature verlangt één te zijn, en dat die verdeeldheid historisch bestendigd werd door de machthebbers van deze wereld, en niet zozeer het gelovige volk, dat altijd en overal met zekerheid en liefde door zijn Goede Herder geleid moet worden. Zeker, er was aan beide zijden een oprechte wil om het ware geloof te belijden en te behouden, maar tegelijkertijd weten we dat we in onszelf zijn opgesloten door angst voor of vooroordeel over het geloof dat anderen met een ander accent en taal belijden. Zoals Paus Johannes Paulus II zei: “We moeten niet toestaan dat wij worden geleid door de intentie onszelf te willen benoemen als rechters van de geschiedenis, maar alleen door de motivatie om beter te willen begrijpen wat er is gebeurd en om boodschappers van de waarheid te worden” (Brief aan Kardinaal Johannes Willebrands, President van het Secretariaat voor de Christelijke Eenheid, 31 oktober 1983). God is de wijngaardenier, die de wijnrank met immense liefde verzorgd en beschermd; laten wij geraakt zijn door Zijn waakzame blik. Het enige dat Hij verlangt is dat wij als levende ranken in Zijn Zoon Jezus blijven. Met deze nieuwe blik op het verleden beweren we niet een onpraktische correctie op wat er gebeurd is te willen realiseren, maar “het verhaal anders te vertellen” (Luthers-Rooms Katholieke Commissie over de Eenheid, Van Conflict naar Eenheid, 17 juni 2013, 16).

Jezus herinnerert ons eraan: “Los van Mij kunnen jullie niets” (vers 5). Hij is degene die ons onderhoudt en ons aanmoedigt manieren te vinden om onze eenheid steeds zichtbaarder te maken. Zeker, ons verdeeldheid is een enorme bron van lijden en onbegrip geweest, maar het heeft ons er ook toe geleid eerlijk te erkennen dat we zonder Hem niets kunnen; zo heeft het ons in staat gesteld bepaalde aspecten van ons geloof beter te begrijpen. Dankbaar erkennen we dat de Reformatie geholpen heeft de Heilige schrift een meer centrale plaats te geven in het leven van de Kerk. Door het gezamenlijk luisteren naar het woord van God in de Schrift zijn er belangrijke stappen voorwaarts gezet in de dialoog tussen de Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie, wiens vijftigste verjaardag we nu vieren. Laten we de Heer vragen dat Zijn woord ons bijeen mag houden, want het is een bron van voeding en leven; zonder de inspiratie van het woord kunnen we niets.

De geestelijk ervaring van Maarten Luther daagt ons uit ons te herinneren dat wij zonder God niets kunnen. “Hoe kan ik een genadige God verkrijgen?” Deze vraag achtervolgde Luther. De vraag van een rechtvaardige relatie met God is in feite de bepalende vraag voor ons leven. Zoals we weten ontmoette Luther die genadige God in het goede nieuws van Jezus, mensgeworden, gestorven en verrezen. Met het concept van sola gratia herinnert hij ons eraan dat God altijd het initiatief neemt, nog voor enige menselijke reactie, zelfs als Hij dat antwoord wil opwekken. De rechtvaardigingsleer drukt zo de essentie van het menselijke bestaan tegenover God uit.

Jezus spreekt voor ons als onze bemiddelaar voor de Vader; Hij vraagt Hem dat Zijn leerlingen één mogen zijn, “zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17:21). Dat geeft ons troost en inspireert ons om één te zijn met Jezus, en daarom te bidden: “Geef ons de gave van eenheid zodat de wereld kan geloven in de kracht van uw barmhartigheid”. Dit is de getuigenis die de wereld van ons verwacht. Wij christenen zullen geloofwaardige getuigen van de barmhartigheid zijn in zoverre dat vergeving, vernieuwing en verzoening dagelijks onder ons worden ervaren. Samen kunnen wij Gods barmhartigheid verkondigen en zichtbaar maken, concreet en met vreugde, door de waardigheid van ieder persoon hoog te houden en te bevorderen. Zonder deze dienst aan en in de wereld is het christelijk geloof onvolledig.

Als Lutheranen en katholieken bidden wij samen in deze kathedraal, in het bewustzijn dat we zonder God niets kunnen. Wij vragen Zijn hulp om levende ledematen te zijn, blijvend in Hem, steeds met behoefte aan Zijn genade, zodat we samen Zijn woord aan de wereld kunnen geven, die zijn tedere liefde en barmhartigheid zo nodig heeft.”

Gezamenlijke verklaring ter gelegenheid van de gezamenlijke Katholiek-Lutheraanse herdenking van de Reformatie:

cwgqncmwgaehs-0

“”Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en Ik, want zoals een rank geen vrucht kan dragen uit eigen kracht, maar alleen als ze verbonden blijft met de wijnstok, zo kunnen ook jullie geen vrucht dragen als je niet met Mij verbonden blijft” (Johannes 15:4).

Met dankbare harten

Met deze Gezamenlijke Verklaring drukken wij vreugdevolle dankbaarheid aan God uit voor dit moment van gezamenlijk gebed in de kathedraal van Lund, aan het begin van het jaar waarin we het vijfhonderdste jubileum van de Reformatie herdenken. Vijftig jaar aanhoudende en vruchtbare oecumenische dialoog tussen katholieken en Lutheranen heeft ons geholpen vele verschillen te overbruggen, en heeft ons wederzijds begrip en vertrouwen versterkt. Tegelijkertijd zijn we dichter tot elkaar gekomen door de gezamenlijke dienst aan onze naasten – vaak in situaties van lijden en vervolging. Door dialoog en gedeelde getuigenis zijn we niet langer vreemden. We hebben veeleer geleerd dat wat ons verenigdt groter is dan wat ons scheidt.

Van conflict naar gemeenschap

Hoewel we ten diepste dankbaar zijn voor de geestelijke en theologische gaven van de Reformatie, belijden en betreuren we voor Christus ook dat Lutheranen en katholieken de zichtbare eenheid van de Kerk hebben beschadigd. Theologische verschillen gingen samen met vooroordelen en conflicten, en religie werd een instrument voor politieke doeleinden. Ons gezamenlijk geloof in Jezus Christus en ons doopsel vereist van ons een dagelijkse bekering, waarmee we de historische meningsverschillen en conflicten die het dienstwerk van de verzoening verhinderden van ons afwerpen. Hoewel het verleden niet verandert kan worden, kan wat er herinnert wordt en hoe het wordt herinnert wel veranderen. Wij bidden voor de genezing van onze wonden en van de herinneringen die ons beeld van de ander blokkeren. We verwerpen nadrukkelijk alle haat en geweld, in het verleden en heden, vooral wanneer uitgevoerd in de naam van religie. Vandaag horen we het gebod van God om alle strijd aan de kant te zetten. We erkennen dat we, bevrijd door genade, voorwaarts gaan naar de eenheid waartoe God ons steeds roept.

Onze toewijding aan gezamenlijke getuigenis

Nu we die periode in de geschiedenis als een last achter ons laten, beloven wij plechtig samen te getuigen van Gods barmhartige genade, zichtbaar in de gekruisigde en verrezen Christus. In het bewustzijn dat de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden onze getuigenis van het Evangelie vorm geeft, wijden wij ons toe aan de verdere groei van gemeenschap, geworteld in het doopsel, terwijl we proberen de overblijvende obstakels die volledige eenheid nog verhinderen te verwijderen. Christus verlangt dat we één zijn, zodat de wereld kan geloven (vg. Joh. 17:21).

Vele leden van onze gemeenschappen verlangen ernaar de Eucharistie aan één tafel te ontvangen als een concrete uitdrukking van volledige eenheid. Wij ervaren de pijn van degenen die hun hele leven delen, behalve de verlossende aanwezigheid van God aan de Eucharistische tafel. Wij erkennen onze gezamenlijke pastorale verantwoordelijkheid om een antwoord te geven op de geestelijke dorst en honger van onze mensen om één te zijn in Christus. Wij verlangen ernaar dat deze wond in het Lichaam van Christus zal genezen. Dit is het doel van onze oecumenische inspanningen, die we willen bevorderen, ook door onze toewijding aan de theologische dialoog te hernieuwen

We bidden tot God dat katholieken en Lutheranen samen zullen kunnen getuigen van het Evangelie van Jezus Christus, en de mensheid uitnodigen het goede nieuws van Gods verlossende handelen te horen en ontvangen. We bidden tot God om inspiratie, aanmoediging en kracht zodat we naast elkaar kunnen staan in het dienstwerk, de menselijke waardigheid en rechten hooghouden, met name van de armen, werken voor gerechtigheid en alle vormen van geweld afwijzen. God roept ons op allen die verlangen naar waardigheid, gerechtigheid, vrede en verzoening nabij te zijn. Vandaag in het bijzonder verheffen we onze stemmen voor een einde aan het geweld en extremisme dat zo vele landen en gemeenschappen, en talloze zusters en broeders in Christus, treft. We sporen Lutheranen en katholieken aan om samen te werken in het ontvangen van de vreemde, degenen die gedwongen zijn te vluchten vanwege oorlog of vervolging te hulp te komen, en de rechten van vluchtelingen en asielzoekers te verdedigen.

Meer dan ooit beseffen we dat ons gezamenlijk dienstwerk in deze wereld moet reiken tot aan Gods scheppen, die lijdt onder uitbuitingen en de gevolgen van onverzadelijke hebzucht. We erkennen het recht van toekomstige generaties om te genieten van Gods wereld in al haar potentieel en schoonheid. We bidden voor een omslag in harten en hoofden die leidt tot een liefdevolle en verantwoordelijke zorg voor de schepping.

Eén in Christus

Op deze gunstige gelegenheid drukken wij onze dankbaarheid uit aan onze broeders en zusters die de verschillende christelijke wereldgemeenschappen en broederschappen vertegenwoordigen die hier aanwezig zijn en zich aansluiten bij ons gebed. Nu we ons opnieuw toewijden aan de beweging van conflict naar gemeenschap, doen we dat als ledematen van het ene Lichaam van Christus, waarin we door het doopsel zijn opgenomen. We nodigen onze oecumenische partners uit ons aan onze verplichtingen te herinneren en ons te bemoedigen. We vragen hen voor ons te blijven bidden, met ons op weg te gaan en ons te ondersteunen in het uitvoeren van de gebedsvolle verplichtingen die wij vandaag uitspreken.

Oproep aan katholieken en Lutheranen in de wereld

Wij roepen alle Lutherse en katholieke parochies en gemeenschappen op om stoutmoedig en creatief, vol vreugde en hoop te zijn in hun toewijding om de grote reis voor ons voort te zetten. In plaats van conflicten uit het verleden, zal Gods geschenk van eenheid onder ons de samenwerking leiden en onze solidariteit verdiepen. Door dichter in het geloof tot Christus te komen, door samen te bidden, door naar elkaar te luisteren, door de liefde van Christus voor te leven in onze relaties, zullen wij, katholieken en Lutheranen, onszelf openstellen voor de kracht van de Drieëne God. Geworteld in Christus en van Hem getuigend vernieuwen wij onze vastberadenheid om trouwe voorboden te zijn van Gods grenzeloze liefde voor de hele mensheid.”

Toespraak tijdens het Oecumenisch evenement in Malmö Arena:

14939566_10153850168870723_2952759365792262173_o

“Ik dank God voor deze gezamenlijke herdenking van het vijfhonderste jubileum van de Reformatie. We gedenken dit jubileum met een hernieuwde geest en erkennen dat de christelijke eenheid een prioriteit is, omdat we weten dat er meer is dat ons verenigt dan ons scheidt. De weg die we gegaan zijn om die eenheid te bereiken is zelf een groot geschenk dat God ons geeft. Met deze hulp zijn we vandaag hier bijeen gekomen, Lutheranen en katholieken, is een geest van broederschap, om onze blik te richten op de ene Heer, Jezus Christus.

Onze dialoog heeft ons geholpen te groeien in wederzijds begrip; het heeft wederzijds vertrouwen bevordert en ons verlangen om verder te gaan naar volledige eenheid bevestigd. Eén van de vruchten van deze dialoog is de samenwerking tussen verschillende organisaties van de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Dankzij deze nieuwe sfeer van begrip zullen Caritas Internationalis en de World Service van de Lutherse Wereldfederatie vandaag een gezamenlijk overeengekomen verklaring ondertekenen die gericht is op het ontwikkelen en versterken van een geest van samenwerking ter bevordering van de menselijke waardigheid en sociale gerechtigheid. Ik groet van harte de leden van beide organisaties; in een wereld die door oorlogen en conflicten uit elkaar getrokken wordt, zijn en blijven zij een lichtend voorbeeld van toewijding tot en dienst aan de naaste. Ik moedig u aan voort te gaan op de weg van samenwerking.

Ik heb aandachtig geluisterd naar de mensen die getuigenis hebben gegeven, hoe zij te midden van zoveel uitdagingen dagelijks hun leven toewijden aan het opbouwen van een wereld die steeds meer wil reageren op het plan van God, onze Vader. Pranita sprak over de schepping. De schepping zelf is duidelijk een teken van Gods grenzeloze liefde voor ons. Als gevolg kunnen de geschenken van de natuur ons tot het overwegen van God aanzetten. Ik deel je zorg over het misbruik dat onze planeet, ons gezamenlijk thuis, schaadt en ernstige gevolgen heeft voor het klimaat. Zoals we in ons, in mijn land zeggen: “Uiteindelijk zijn het de armen die de kosten betalen voor ons feesten”. Zoals jij terecht opmerkte hebben zij de grootste impact op degenen die het meest kwetsbaar en behoeftig zijn; zij worden gedwongen te emigreren om aan de gevolgen van klimaatverandering te ontsnappen. Wij allemaal, en wij christenen in het bijzonder, zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de schepping. Onze manier van leven en ons handelen moet altijd overeenstemmen met ons geloof. Wij zijn geroepen harmonie op te wekken in onszelf en met anderen, maar ook met God en Zijn handwerk. Pranita, ik moedig je aan vol te houden in je toewijding in naam van ons gezamenlijk thuis. Dank je!

Mgr. Hector Fabio vertelde ons over het gezamenlijk werk van katholieken en Lutheranen in Colombia. Het is goed om te weten dat christenen samenwerken om gemeenschappelijke en maatschappelijke processen van algemeen belang op te starten. Ik vraag jullie in het bijzonder te bidden voor dat grootse land, zodat, door middel van de samenwerking van iedereen, de vrede, waar zo naar verlangd wordt en die zo nodig is voor een menswaardig samenleven, eindelijk kan worden behaald. En omdat het menselijk hart, als het naar Jezus kijkt, geen grenzen kent, moge het dan een gebed zijn dat verder reikt, en al die landen omvat waar ernstige conflicten voortduren.

Marguerite maakt ons bewust van de hulp aan kinderen die het slachtoffers zijn van wreedheid en het werk voor de vrede. Dit is zowel bewonderenswaardig en een oproep om de talloze situaties van kwetsbaarheid van zo vele personen die zich niet kunnen laten horen serieus te nemen. Wat jij als missie beschouwd is een zaadje, een zaadje dat overvloedig vrucht draagt, en vandaag, dankzij dat zaadje, kunnen duizenden kinderen studeren, groeien en in goede gezondheid leven. Je hebt geïnvesteerd in de toekomst! Dank je! En ik ben dankbaar dat je zelfs nu, in ballingschap, een boodschap van vrede blijft verspreiden. Je zei dat iedereen die jou kent denkt dat wat je doet gek is. Natuurlijk, het is de gekte van de liefde voor God en onze naaste. We hebben meer van die gekte nodig, verlicht door het geloof en vertrouwen op de voorzienigheid van God. Blijf werken, en moge die stem van hoop die je aan het begin van je avontuur hebt gehoord, en je investering in de toekomst, je eigen hart en de harten van vele jonge mensen blijven raken.

Rose, de jongste, gaf een werkelijk ontroerende getuigenis. Ze heeft gebruik kunnen maken van het sporttalent dat God haar gaf. In plaats van haar energie te verspillen in negatieve situaties heeft ze voldoening gevonden in een vruchtbaar leven. Luisterend naar jouw verhaal, dacht ik aan de levens van zoveel jonge mensen die verhalen als het jouwe zouden moeten horen. Ik wil dat iedereen weet dat ze kunnen ontdekken hoe prachtig het is om kinderen van God te zijn en wat een privilege het is om door Hem geliefd en gekoesterd te zijn. Rose, ik dank je vanuit mijn hart voor jouw werk en toewijding om andere vrouwen aan te moedigen om weer naar school te gaan, en voor het feit dat je dagelijks bidt voor vrede in de jonge staat Zuid-Sudan, die dat zo erg nodig heeft.

En na het horen van deze krachtige getuigenissen, die ons deden nadenken over onze eigen levens en hoe we reageren op de noodsituaties overal om ons heen, wil ik al die regeringen danken, die vluchtelingen helpen, alle regeringen die ontheemde mensen asielzoekers helpen. Alles dat gedaan wordt om deze mensen in nood te helpen is een groots gebaar van solidariteit en een erkenning van hun waardigheid. Voor ons christenen is het prioriteit om erop uit te gaan en de verstotenen – want zij zijn werkelijk verstoten uit hun thuislanden – en de gemarginaliseerden van onze wereld te ontmoeten, en de tedere en barmhartige liefde van God, die niemand afwijst en iedereen accepteert, voelbaar te maken. Wij christenen zijn vandaag geroepen om actieve deelnemers te zijn in de revolutie van tederheid.

Straks horen we de getuigenis van Bisschop Antoine, die in Aleppo woont, een stad die op de knieën gedwongen is door de oorlog, een plaats waar zelfs de meest fundamentele rechten met minachting worden behandelt en vertrapt. In het nieuws horen we elke dag over het afschuwelijke lijden vanwege de strijd in Syrië, door dat conflict in ons geliefde Syrië, die nu al meer dan vijf jaar duurt. Te midden van zoveel verwoesting is het werkelijk heldhaftig dat mannen en vrouwen daar gebleven zijn om materiële en geestelijke hulp te bieden aan de noodlijdenden. Het is ook bewonderenswaardig dat jij, beste broeder Antoine, blijft werken tussen zulk gevaar om ons te kunnen vertellen over de tragische omstandigheden van het Syrische volk. We houden ieder van hen in onze harten en gebeden. Laten we de genade van oprechte bekering afsmeken over de verantwoordelijken voor het lot van de wereld, voor die regio en voor allen die daar ingrijpen.

Beste broeders en zusters, laat ons niet ontmoedigd raken tegenover vijandigheid. Moge de verhalen, de getuigenissen die we hebben gehoord, ons motiveren en ons een nieuwe impuls geven om steeds nauwer samen te werken. Als we weer thuiskomen, mogen we dan een toewijding meebrengen om dagelijkse gebaren van vrede en verzoening te maken, om moedige en trouwe getuigen van christelijke hoop te zijn. En zoals we weten, de hoop stelt ons niet teleur! Dank u!”

Homilie in de Mis voor Allerheiligen:

“Vandaag vieren we met de hele Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Hiermee herdenken we niet alleen hen die in de loop der eeuwen heiligverklaard zijn, maar ook onze vele broeders en zusters die, op een stille en onopvallende wijze, hun christelijk leven hebben geleefd in de volheid van geloof en liefde. Onder hen zijn zeker vele van onze verwanten, vrienden en bekenden.

Dit is voor ons dan een viering van heiligheid. Een heiligheid die niet zozeer te zien is in grote daden of buitengewone gebeurtenissen, maar veeleer in dagelijkse trouw aan de eisen van ons doopsel. Een heiligheid die bestaat in de liefde voor God en de liefde voor onze broeders en zusters. Een liefde die trouw blijft tot het punt van zelfopoffering en volledige toewijding aan anderen. We denken aan de levens van al die moeders en vaders die zich opofferen voor hun gezinnen en bereid zijn – ook al is dat niet altijd makkelijk – van zoveel dingen af te zien, zoveel persoonlijke plannen en projecten.

Maar als er één ding typisch is voor de heiligen, is het dat zij daadwerkelijk gelukkig zijn. Zij hebben het geheim van authentiek geluk ontdekt, dat diep in de ziel ligt en zijn bron heeft in de liefde van God. Daarom noemen we de heiligen zalig. De Zaligsprekingen zijn hun weg, hun doel richting het thuisland. De Zaligsprekingen zijn de weg van het leven die de Heer ons leert, zodat wij in Zijn voetstappen kunnen volgen. In het Evangelie van de Mis van vandaag hoorden we hoe Jezus de Zaligsprekingen verkondigde aan een grote menigte op de heuvel bij het Meer van Galilea.

De Zaligsprekingen zijn het beeld van Christus en als gevolg van elke christen. Ik zou er hier slechts één willen noemen: “Zalig die zachtmoedig zijn”. Van zichzelf zegt Jezus: “Kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart” (Matt. 11:29). Dit is zijn geestelijk portret en het onthult de overvloed van Zijn liefde. Zachtmoedigheid is een manier van leven en handelen die ons dichter bij Jezus en elkaar brengt. Het stelt ons in staat alles dat ons verdeelt en vervreemd aan de kant te zetten, en steeds nieuwe manieren te vinden om verder te gaan op de weg van eenheid. Zo was het met de zonen en dochters van dit land, waaronder de heilige Maria Elisabeth Hesselblad, kortgeleden heiligverklaard, en de heilige Birgitta van Vadstena, mede-patrones van Europa. Zij hebben gebeden en gewerkt om banden van eenheid en broederschap tussen christenen te smeden. Een zeer sprekend teken hiervan is dat we hier in uw land, getekend als het is door het naast elkaar leven van vrij verschillende volkeren, samen het vijfde eeuwfeest van de Reformatie herdenken. De heiligen brengen verandering tot stand door zachtmoedigheid van het hart. Met die zachtmoedigheid komen wij tot het begrip van de grootsheid van God en aanbidden we Hem met oprechte harten. Zachtmoedigheid is de houding van hen die niets hebben te verliezen, omdat hun enige rijkdom God is.

Op een bepaalde manier zijn de Zaligsprekingen de identiteitskaart van de christen. Zij identificeren ons als volgelingen van Jezus. Wij zijn geroepen zalig te zijn, volgers van Jezus te zijn, de problemen en angsten van onze tijd het hoofd te bieden met de geest en liefde van Jezus. Zo moeten wij in staat zijn nieuwe situaties te herkennen en beantwoorden met verse geestelijke energie. Zalig zijn zij die trouw blijven terwijl zij het kwaad verdragen dat anderen hen toebrengen, en hen vergeven vanuit hun hart. Zalig zijn zij die in de ogen kijken van de verlatenen en gemarginaliseerden, en hen hun nabijheid laten zien. Zalig zijn zij die God in ieder persoon zien, en hun best doen om anderen Hem ook te laten ontdekken. Zalig zijn zij die ons gezamenlijk thuis beschermen en verzorgen. Zalig zijn zij die afzien van hun eigen gemak om anderen te helpen. Zalig zijn die bidden en werken voor de volledige eenheid tussen christenen. Dit zijn allemaal boodschappers van Gods barmhartigheid en tederheid, en zij zullen zeker van Hem hun verdiende loon ontvangen.

Beste broeders en zusters, de oproep tot heiligheid is aan iedereen gericht en moet van de Heer ontvangen worden in een geest van geloof. De heiligen moedigen met hun levens en voorspraak bij God aan, en wijzelf hebben elkaar nodig als we heiligen willen zijn. Elkaar helpen heiligen te worden! Laat ons samen de genade afsmeken om deze oproep met vreugde te ontvangen en mee te werken en de vervulling ervan. Aan onze hemelse Moeder, Koningin van Alle Heiligen, vertrouwen we onze intenties toe en de dialoog gericht op de volledige eenheid van alle christenen, zodat wij gezegend mogen zijn in ons streven en heiligheid in eenheid mogen behalen.”

Photo credit: CNS/Paul Haring

“The protection of life to give way to autonomy?” Cardinal Eijk responds to the next slide down the euthanasia slope

It has made headlines abroad as well as in the Netherlands, and it seems that the general response is a negative, amongst people of faith and of no faith alike. I am talking about the proposal presented by members of the cabinet to allow people who feel that their life is complete to be killed. This is a further slide down the slippery slope which began by the liberalisation of euthanasia in the Netherlands, a slope that proponents assured use would never exist. Recently, Cardinal Wim Eijk said in an address to the Canadian bishops that a door once left ajar will always open more. This proposal only proves his assertion.

Yesterday saw the response of the Dutch bishops to the proposal (better late than never, I suppose). once again written by Cardinal Eijk, who is to go-to bishop when it comes to questions of medical ethics. The response was published as an opinion piece in daily newspaper Trouw. Below follows my translation.

Kardinaal%20Eijk%202012%20kapel%20RGB%204%20klein“Last Wednesday the cabinet announced their intention to develop a new law in addition to the existing Euthanasia law to provide for assisted suicide for people who deem their life to be ‘complete’. It concerns situations in which suffering is considered hopeless and unbearable, not because of a medical reason, but because the person concerned no longer considers his life to have meaning after the loss of loved ones, loneliness, decreased mobility or the loss of personal dignity and who therefore have a persistent and active wish to die. The cabinet thinks in this matter mostly about elderly people, without, by the way, indication an age limit.

With this new law the cabinet wants to do justice to the autonomy of people. The duty to protect life is to give way for this autonomy in a number of situations in which life for the people involved no longer has any value. This reasoning, the basis of the new law, is fundamentally wrong.

Man’s autonomy is relative. His autonomy does not include having the disposal over his own life. The human body is not a secondary, but an essential dimension of the human person and shares in his essential dignity, which is never lost, even when the person involved believes that this is the case. Man as a whole, physically and mentally, is created after God’s image and likeness. God and those created in His image are always a goal in themselves and never merely the means to a goal. By ending life to end suffering the body and thus the human person is degraded to a means to remove suffering.

Man having the freedom to end his life, or have it ended, assumes that freedom is a greater value than life. Thatb is also true, but life is a fundamental condition in relation to freedom: without life there is no freedom. Ending human life is also the ending of human freedom.

The new law that the cabinet has in mind will in a certain sense increase the autonomy of people with a death wish, but this is then the external autonomy, which means in relation to factors which limit freedom from the outside (authority figures, laws and social pressure).

But is the same true for inner freedom? Real inner autonomy is the inner strength that enables man to make difficult but ethically correct choices by himself, without it being imposed on him. This is especially true for the choice to continue living. That inner strength is undoubtedly necessary when people physically experience the difficulties and limitations of old age.

Besides, the extension of the external freedom can also be debated. When elderly people have the option to relatively easily stop living and when this would become a trend, it is not unimaginable that they would feel pressured to then make use of the option. When one becomes an ‘expense’ for the health care system, one would almost feel guilty for continuing living regardless.

In short, the duty to protect life should not give way for the respect for autonomy.

+ Willem Jacobus Cardinal Eijk”

“The bishop bearing witness to the Cross” – Cardinal Woelki’s homily at the consecration of Bishop Bätzing

On Sunday, Bishop Georg Bätzing was ordained and installed as the 13th bishop of Limburg. Cardinal Rainer Maria Woelki, the archbishop of Cologne, gave the homily, which I share in my English translation below. The cardinal also served as consecrator of the new bishop, together with Bishop Manfred Grothe, who lead the diocese as Apostolic Administrator during the two and a half years between bishops, and Bishop Stephan Ackermann of the new bishop’s native Diocese of Trier.

bischofsweihe_neu_int_23“Dear sisters, dear brothers,

An ordination – be it to deacon, to priest or, as today, to bishop – is always a public act; an effective action which changes both the person being ordained – although he is an remains the same person – and his environment. This is true even when an ordination must be performed in secret for political reasons. And so public interest, especially at an episcopal ordination, is a most natural thing. Today too, many eyes are focussed on Limburg; perhaps even more eyes than usual at an episcopal ordination. In recent years, the focus of the media on Limburg and its bishop has been too strong, if the question of how things would proceed now was not one well beyond the Catholic press.

The man who will be ordained as the thirteenth Bishop of Limburg today, is being sent to “bring good news to the afflicted, to bind up the brokenhearted” (cf. Is. 61:1). He knows the wounds that need healing; he knows that the faithful in this diocese must be brought together and united again, and he knows the challenges which face not just the Church in Limburg, but everywhere, when she wants to proclaim, credibly,  Christ as the salvation of all people, also in the future. His motto, then, advances what has already been important to him in his various pastoral duties in Trier: he was and is concerned with unity in diversity – Congrega in unum. It is no coincidence that today’s ordination concludes the traditional week dedicated to the Holy Cross in the Diocese of Limburg.

The feast of the Cross and the Week of the Cross have a long tradition here, which is applicable in this situation. At the introduction of the feast in 1959 by Bishop Wilhelm Kempf its goal was to establish an identity in a young diocese. He chose the Feast of the Exaltation of the Holy Cross as diocesan feast, with an eye on the relic of the Holy Cross kept in the reliquary of the cathedral treasury of Limburg. But not from this artistic and outstanding treasure of Byzantine art, before which one can linger in amazement and admiration like before an exhibit in a museum, does the Church in Limburg derive her identity. No, it is from that which is hidden within: the precious Cross of the Lord, by which we are saved. Only that grants the Church of Limburg, yes, the entire Church, her identity. The Apostle Paul knew this, and following him, everyone who is appointed to the episcopal ministry therefore knows this.

Our new bishop also knows. Because this is the heart of his calling and mission as bishop: to proclaim Christ, as the Crucified One in fact. He is not to proclaim Him with clever and eloquent words, so that the Cross “might not be emptied of his meaning” (cf. 1 Cor. 1:17).

On the Cross hangs the unity of the Church, because from the crucified Body of Jesus the Church emerged. In her all the baptised are woven together. All the diversity of the Spirit, which animates and moves the Church, has its origin there. Understanding the mystery of Christ depends on the Cross. No salvation without the Cross! Without the Cross no Gospel, no Christianity! Only in the Cross do we recognise who God and who man is, what God and what man is capable of. We say that God is love. These horribly absurd, often abused and yet so eagerly awaited words gain their sober and exhilerating depth and truth against all kitsch and all shallow romanticism only in the light of the Crucified One.

Saint John the Evangelist reminds us that God so loved the world, that He gave His only son (cf. John 3:16). This was not an “either-or” devotion. It was not a game of God with Himself without us humans, no large-scale deception, no comedy. Christ died and so He become equal to us all, we who received everything that we have from God and who always violently want to “be like God”, on our own strength, as we can read in the first pages of the Bible, in the history of the fall. And then he, the Son of God, did not want to cling to His divinity with violence, like a robber, but He emptied Himself, became man, creature, became the second Adam, who did not want to be like God on his own strength, but wanted to be obedient until the death on the Cross. Only in this humiliation, in this selfless devotion to God’s love for us, He is raised: the Crucified One lives! The humiliated one reigns!

This is then the case: The God who we imagined as unapproachable, as fearsome, is dead, definitively dead! It was not us who killed him, as Nietzsche claimed, but this Jesus of Nazareth, He has killed him. But the true God lives, the God who came down to us, unimaginably close in Jesus Christ. This God lives, who we recognised on the cross as God-with-us, and whom we continue to recognise only through the cross of Christ, recognise in that complete sense in which recognition means acknowledging, loving, being there for others.

And so, after all, understanding this world and our lives also depends on the cross. Its image assures us that we are ultimately embraced by the mercy of God. That, dear sisters and brothers, is our identity as Christians and therefore also our identity as Church. That is what a bishop is to proclaim, even more, to live. Before everything, he is to be a witness of the death and resurrection of Jesus Christ as the decivise salvific act of God. From this everything else flows: our commitment to and engagement  with Church and society, our commitment to peace and social justice, to human dignity and rights, to the poor and homeless, to the suffering, the sick, the dying, to life, also of the unborn. Everything flows from the mystery of the cross, and so the bishop promises just before his ordination to care for all, to be responsible and seek out the lost to the very end. “Tend to my sheep,” (John 21:16) does not mean, “Tend to my sheep where it is easy, where no dangers lurk.” It means to protect every human being as God Himself does – also there where it becomes abysmal and dark; where people lose themselves, where they put trust in false truths or confuse having with being. God knows how vulnerable we people are, and how much care and mercy each of us needs to live in such a way that it pleases God: not loving ourselves, but God and our neighbour. The cross is the reality of this love which desires to exclude no one, but which also recognises the “no” of those which it addresses. The openness of the most recent Council to a universal understanding of divine salvation allows us to see those who believe differently, only half or not at all as potential sisters and brothers. Such an understanding of and relationship with all people also permeates our Holy Father, when he wants to cure the sickness in ecclesial and social coexistence with the medicine of mercy (cf. Jan Heiner Tück).

As universal sacrament of salvation the Church only has one single Lord: Jesus Christ. God Himself anointed Him (Is. 61:1). That is why we always must ask ourselves what He wants from us and where He wants to lead His Church. The future of the Church is critically dependant on how the different charisms that God has given us can be developed. At the time that Bishop Kempf established the feast of the Cross it was, in addition to establishing an identity, about bringing together unity and diversity, centre and periphery in the young diocese.

This program can not be better summarised than in the new bishop’s motto: “Congrega in unum“. Also today, it is the mission of a bishop to discover charisms, recognise talents, guide developments, allow unity in diversity: “For as in one body we have many parts, and all the parts do not have the same function, so we, though many, are one body in Christ and individually parts of one another” (Rom. 12:4-5). Where he succeeds in this service, oaks of justice can grow (Is. 61:3) and plantings can develop through which the Lord can show His justice (61:3) – in the heart of history, in the here and now, in the heart of this diocese. Where this service is successful people are encouraged and empowered to imitate and let God guide their lives – also when He may lead them, for a short while, “where they do not want to go” (John 21:18). We humans may be sure – in all hazards to which we are exposed or expose in faith – that we are protected by God; He has entrusted the bishop with the most valuable task that He has to give: “Feed my sheep!” (John 21:17).  Nothing more – but that absolutely.

Amen.”

Photo credit: Bistum Limburg

Pope in the air – on understanding papal communication

Ah, the joy of papal in-flight press conferences. They are not his invention, but under Pope Francis they’ve become something both looked forward to and feared by many. His most recent one, on the return flight from Mexico, was no exception.

Vatican Pope Zika

When it comes to communication, Pope Francis’ preference seems to lie with the verbal variety. In conversations, homilies and speeches he relies on animation, vocal emphasis, gestures and spontaneous interjections to get his message across. This makes him a fascinating voice to listen to, but in writing, I find, he is more of a challenge. There are exceptions, such as his encyclicals Lumen Fidei and Laudato si’ or the Bull Misericordiae vultus, which are intended to be read rather than heard. But when we read his daily homilies, transcripts of interviews and speeches (certainly the ones he gives without preparation), something gets lost, something that is there in forms of communication other than speech.

Pope Francis commented on a variety of topics on his flight back to Rome last Thursday, including some which were bound to get journalists writing: sexual abuse, immigration, the meeting with Patriarch Kirill, politics (Mexican, Italian, American), abortion, divorce, forgiveness… And in a transcription, especially a translated one (such as here), we can see traces of the interjections but the non-verbal communication is completely absent, of course. And a significant part of the message is lost as a result. This is something to keep in mind when reading what the Pope has said.

Some commenters state that Popes do not issue authoritative magisterial teaching in airplane interviews, and they are right. But they are not right in automatically disregarding such interviews as meaningless for that reason. Pope Francis has not changed any part of the doctrine of the Catholic Church, and he never intended to. We should not read his comments as such. We should read (or, to get the full message, hear) them as an effort by the Holy Father to explain something, to teach about what the Church teaches and how she acts or speaks in certain situations or on certain topics.

It is important to also have this in the back of our heads when listening to the Pope in a press conference. The Pope does. His comments are made on the presumption that Church teaching is given. It is not made or changed in the interview, but underlies whatever is being said. And of course the comments can be debated, criticised, applauded or even ignored. They should, however, never be made out to be something they are not: doctrinal statements. The Pope has other channels for those.

Photo credit: Alessandro Di Meo/Pool Photo via AP

The question of being human – Bishop Neymeyr’s message for Lent

In his message for Lent, Bishop Ulrich Neymeyr of Erfurt tackles a difficult question – “what does it mean to be human?” – and arrives at a twofold answer. In the process he also discusses the humanity of refugees, something we must always endeavour to recognise, especially when confronted with the problems and challenges that come with accepting and sheltering people from different cultures.

The Holy Year of Mercy also gets a look in, as do the works of mercy.
BischofUlrichNeymeyr_BistumErfurt_Portraet_jpg300

“My dear sisters and brothers,

“What is being human?” At the start of Lent I invite you to reflect on this question, as it leads us to the current challenges of this year. “What is being human?” We think of other concepts, such as understanding, kindness, helpfulness. Someone who is human, sees needs and tries to alleviate them. The countless people who have come to us as refugees in recent months, experience such humanity. Many people in Thuringia consider it important not to describe or treat the refugees as a stream, flood or mass, but as people who fled out of necessity. Even when our country has to send people back when there is no danger for life and limb in their homeland, they are people, who should be treated humanely. We can not be indifferent to what happens to them at home. This striving for compassion – also with refugees – unites us with most people in Thuringia. As Christians we are bound to be more than compassionate, namely charitable. Jesus identifies Himself with people in need: “I was a stranger and you made me welcome” (Matt. 25,35). In his Bull for the Holy Year of Mercy, Pope Francis writes, “Let us open our eyes and see the misery of the world, the wounds of our brothers and sisters who are denied their dignity, and let us recognize that we are compelled to heed their cry for help! May we reach out to them and support them so they can feel the warmth of our presence, our friendship, and our fraternity!” (N. 15). Charity can also be stirred by the fate of people far away, especially when they come from the distance of the news as refugees to our neighbourhood.

The motto of the Katholikentag, which will take place from 25 to 29 May 2016 in Leipzig, leads us to another dimension of being compassionate. It is “Here is the man!”, in Latin: “Ecce homo!”. They are the famous words with which Pontius Pilate introduces Jesus to the crowd after He was brutally tortured, i.e. scourged (John 19:5). The man Jesus becomes a sacrifice for injustice and self-interest, of fanaticism and political circumstances. Someone who is human, who sees people, also sees the inhuman structures and can not stay out of politics. We lament the fate of our fellow Christians who are exposed to discrimination and persecution in Muslim and communist countries. No faith group is persecuted so much globally as Christians. In a free country we can and must raise our voices against intolerance and repression. We must also ask critically if Germany, shaped as it is by Christianity, is committed enough to the rights of our persecuted fellow Christians. The use of our freedom can not fall victim to political or economical interests. The Katholikentag in Leipzig should be a forum where the political consequences of the Gospel will be struggled with. I gladly invite you to participate. It is worth travelling to Leipzig for, even for one day.

You may perhaps have thought of a very different answer to the question, “What is being human?”, namely, “To err is human”. Another word for being human is ‘imperfect’. The wellknown sentence “To err is human” comes from the Roman philosopher Seneca, a contemporary of Jesus. From the Irish author Oscar Wilde comes the sentence: Everyone has a weakness and that only makes him human.” Both quotes remind us of the human characteristic of making mistakes, to not abide by the rules, even violating own principles. The Apostle Paul describes this human behaviour briefly and concisely in his Letter to the Romans: “The good thing I want to do, I never do; the evil thing which I do not want – that is what I do” (Rom. 7:19). Paul calls this the “law of sin” (Rom. 7:23). In the Holy Year of Mercy Pope Francis calls us to entrust ourselves to the mercy of God, with our tendencies and sins. In his Bull for the Holy Year of Mercy Pope Francis writes, “Let us place the Sacrament of Reconciliation at the centre once more in such a way that it will enable people to touch the grandeur of God’s mercy with their own hands” (N. 17). Dear sisters and brothers, I want to encourage you to receive the sacrament of Confession. I know that it is not easy to look at our own humanity and sins. There is also much that we can’t simply change from one day to the next. But when we accept our weaknesses and ignore our sins, nothing will change. When we, however, take a good look at them and express them in Confession, we hold them towards the mercy of the heavenly Father. We find that we have been accepted by God, we experience the liberation of a new beginning – and who knows: the mercy of Jesus transformed the greedy tax collector Zacchaeus, and he freely returned what he took unjustly.

“What is being human?” The answers to this question are twofold: imperfect and charitable. Our language indicates an inner connection: When we are and remain aware of our own imperfection, our understanding for and charity towards other people increases. As we rely on the mercy of God, we are prompted to show mercy towards other people. Especially in the land of Saint Elisabeth, the wish of the Holy Father, which he directs at all in his Bull for the Holy Year of Mercy, should find fertile ground: “It is my burning desire that, during this Jubilee, the Christian people may reflect on the corporal and spiritual works of mercy. It will be a way to reawaken our conscience, too often grown dull in the face of poverty. And let us enter more deeply into the heart of the Gospel where the poor have a special experience of God’s mercy. Jesus introduces us to these works of mercy in his preaching so that we can know whether or not we are living as his disciples. Let us rediscover these corporal works of mercy: to feed the hungry, give drink to the thirsty, clothe the naked, welcome the stranger, heal the sick, visit the imprisoned, and bury the dead. And let us not forget the spiritual works of mercy: to counsel the doubtful, instruct the ignorant, admonish sinners, comfort the afflicted, forgive offences, bear patiently those who do us ill, and pray for the living and the dead” (N. 15). You may find the works of mercy in Gotteslob, under number 29,3.

In the Elisabeth Year of 2007 the works of mercy were reformulated for us today in Thuringia:

  • You belong.
  • I listen to you.
  • I speak well about you.
  • I am travelling with you a while.
  • I share with you.
  • I visit you.
  • I pray for you.

Dear sisters and brothers, I wish you a blessed Lent in the Holy Year of Mercy and invoke over you all the blessing of God, the Father and the Son and the Holy Spirit.

Your bishop, Ulrich Neymeyr”

“Peace, purity and consistency” – Cardinal Eijk’s message for Lent

In his message for Lent, Cardinal Wim Eijk looks ahead at the Gospel readings for this time, “a tried and tested method of focussing more on God in this period”. After discussing what Lent means in this Holy Year of Mercy, he also takes on a topic which Pope Francis also discusses frequently: the reality of the devil in our lives.

To the elemtents of “peace, purity and consistency”, which are important for our spiritual lives in Lent, the cardinal adds a fourth one: mercy.

There’s more, too, in my translation of the text:

Kardinaal%20Eijk%202012%20kapel%20RGB%204%20klein“Brothers and sisters in Christ Jesus our Lord,

Politicians in the 21st century are a bit like mountaineers: the go from one summit to another. At the end of 2015 the climate summit was held in Paris, for example, seen by many as a “last chance” to save the climate. After days of negotation an agreement appeared, of which we hope that it will be upheld by all parties.

In January of this year there was a summit of another sort: in the Swiss winter sports tonw of Davos the World Economic Forum (WEF) too place, where leading business people and politicians came together. After the industrial revolutions of the steam engine, mass production and information technology, a fourth industrial revolution is nigh, the World Economic Forum says. One of the elements of that fourth industrial revolution is that soon as many people in the world as possible will be connected to machines and each other via the Internet. Sensors which can read signals to activate machines when they are needed, are increasingly being integrated in clothing and jewelery, while a rose-coloured future of robots and self-driving cars by means of the Internet was presented in Davos.

There are undoubtedly many advantages, but a population connected and exchanging data through the Internet does not automatically make true human contactsm which is the sort of contact by which the exchange of data leads to an encounter with the other as a person. Contacts in which we really listen to the other’s story and not immediately weigh every word on our own inner value scales. Contacts in which drinking a cup of coffee together is more than enjoying a beverage together, because the one you are drinking it with has a chance to tell his story. Contacts in which we have compassion and sympathy when the situation requires it. And the situation requires it more often than we sometimes wish…

The world currently has great need of such compassion and sympathy, Pope Francis concluded. Partly for that reason he has called for the Holy Year of Mercy, which we are living in now. What the fourth industrial revolution can never bring, is what Pope Francis hopes to see as the result of this Holy Year; a ‘revolution of tenderness’. For that reason the Church must strongly emphasise her tradition of mercy, the Pope claims.

We are now at the start of Lent. This time of fasting offers a special opportunity to come clean with yourself. And not only with yourself, but also with your neighbours and with God. It is a forty-day ritual of purification – of the body, but especially of the soul. By stepping from what does not really matter, by separating the main and the side issues and so focus more on God, we come closer to our own identity: we are children of God, who is merciful Father for us. In the Bull Misericordiae vultus, in which Pope Francis announced the Holy Year of Mercy, he wrote with reason: “The season of Lent during this Jubilee Year should also be lived more intensely as a privileged moment to celebrate and experience God’s mercy” (Misericordiae vultus, 17).

The Gospel readings in Lent are a tried and tested method of focussing more on God in this period. In Luke 4:1-13 we read, for example, about the temptation of Jesus by the devil, when He spends forty days in the desert. The demonic temptations should not be seen symbolically only, as Pope Francis has emphasised several times. In the 21st century, the figure of the devil remains a reality. “We are all tempted, because our spiritual life, our Christian life, is a battle. Because the devil does not want us to become holy, he does not want us to follow Jesus. The devil’s temptations have three main characteristics, and we have to be aware of them in order to not to fall into his trap. What does the spirit of evil do to snatch us away from Jesus’ path? The temptation begins subtly but then it grows and increasingly grows stronger. Secondly, it infects someone else. It spreads to another and seeks to take root in the community. Fonally, to calm the soul, it seeks to justify itself. It grows, spreads and justifies itself” (Pope Francis, The Devil exists, daily meditation held on 11 April 2014, in the chapel of the Domus Sanctae Marthae).

We must take care to always remain vigilant, for demonic temptations often seem appealing. Just like decay masks itself with a sweet scent, so that we realise too late what we are dealing with.

In Luke 9:28-36 Jesus, accompanied by some of His disciples, ascends the mountain to pray. In this way He wants to be closer to God. Jesus frequently goes up a mountain to be with God and when we follow Jesus this also has to be a regular part of our lives.

Lent can help us to (spiritually) reanimate our prayerful relationship with God. It isn’t always easy, with all the distractions of the modern 24-hour economy, to find that solitude. There is, after all, so much distraction around us. The devil is sometimes called “the great tempter”. He tries to tempt man to do the bad and not the good. But the devil manifests himself in our time just as often as “the great distracter”. Instead of focussing on God, there is always something else that ostensibly requires our attention. The devil makes convenient use of this to distract us from God. The rule of “peace, purity and consistency”, used by young parents for their children, may be of use to us here. For us as children of God, this rule remains valid for our entire lives: find the peace of prayer, always aspire for spiritual purity and pray consistently: good habits are, after all, also hard to unlearn.

In the parable of the fig tree without fruits (Luke 13:6-9), which we read about on the Third Sunday of Lent, the owner threatens to have the fig tree cut down as it hasn’t born fruit in three years. Jesus quotes the vinedresser who answer the owner: “Sir, leave it one more year and give me time to dig round it and manure it: it may bear fruit next year; if not, then you can cut it down”. In this vinedresser we can recognise Jesus, “the face of the Father’s mercy” (Misericordiae vultus, 1), who is always willing to give man a new chance and for that purpose gives His life on the cross.

We too keep getting every opportunity to be nourished. In a very special way we receive that nourishment on Sunday in the celebration of the Eucharist, when we hear to the Word of the Lord and when, by receiving Holy Communion, we encounter and receive Christ. This inner attitude of mercy expresses itself outwardly in performing the works of mercy. The tree is known by its fruits, according to a saying with Biblical roots.

On the fourth Sunday of Lent we hear one of the best known parables in the Bible. In it, Jesus speaks about the prodigal son (Luke 15:11-32). The father receives his child – who was lost because of sin and who wasted his inheritance – with open arms. This parable has become a symbol of the boundlessness of Gods mercy: He keeps watching for His prodigal children. Hoping that they will recognise their sins, return to their senses and so also so Him. Rembrandt depicted the embrace of the Father and His prodigal son strikingly in a famous painting. The Dutch bishops chose this painting as a logo for their publications about the Year of Mercy, such as on the website http://www.heiligjaarvanbarmhartigheid.nl.

Lent is a frutiful time for us faithful, and in the Holy Year of Mercy it gets and extra dimension. Pope Francis added to this by the initiative of “24 hours for the Lord”, which will be held on 4 and 5 March. In his Bull says about it: “So many people, including young people, are returning to the Sacrament of Reconciliation; through this experience they are rediscovering a path back to the Lord, living a moment of intense prayer and finding meaning in their lives. Let us place the Sacrament of Reconciliation at the centre once more in such a way that it will enable people to touch the grandeur of God’s mercy with their own hands. For every penitent, it will be a source of true interior peace” (Misericordiae vultus, 17).

On the request of Pope Francis, a Holy Door has been opened in one or more churches in every diocese in the world. In the Archdiocese of Utrecht there are three: in Utrecht, Groenlo and Hengelo. People can pilgrimage to these churches and there are special celebrations and activities for the Holy Year there.

Pope Francis decreed that whoever goes through a Holy Door earns a full indulgence. The Eucharist must be celebrated and the sacrament of penance and reconciliation (confession) must be received thereto. This sacrament, often forgotten in the Netherlands, opens the path to the mercy of the Father. But we are also called to perform the works of mercy ourselves. There is much to do, so that can not be an excuse – there are no less than seven corporal and seven spiritual works of mercy. Performing these works of mercy should obviously not be limited to the Holy Year. We should be permanently reformed to a better version of ourselves in this Holy Year of Mercy.

In our archdiocese we also answer to the call of Pope Francis to bring the sacrament of confession into the spotlight anew. For that purpose there will be “celebrations of mercy” in our parishes, which include the adoration of Christ in the Blessed Sacrament. Several priests will be available for confession during these celebrations. The Dutch bishops will, in line with Pope Francis’ request, ask priests, deacons and pastoral workers to introduce children who are receiving their First Communion to the sacrament of penance and reconciliation.

God always wants the best for us. I pray that this Lent can be a new beginning, also for those who believe they are far removed from God the Father. For He always waits for us and wants to give us His mercy, so that we can become new people. In the words of the prophet Isaiah:

“No need to remember past events, no need to think about what was done before. Look, I am doing something new, now it emerges; can you not see it? Yes, I am making a road in the desert and rivers in wastelands.” (Is. 43:18-19)

I wish you all a fruitful and blessed Lent.

Utrecht, Ash Wednesday 10 February 2016

Willem Jacobus Cardinal Eijk
Archbishop of Utrecht”