Tweeting the Synod

Today the Synod of Bishops will convene for the first session of their fifteenth ordinary general assembly on “Young People, Faith and Vocational Discernment”, which will run until the 28th of October. In the past, the daily deliberations and individual contributions of delegates were summarised and published by the Holy See press office, but this is no longer the case. An unwise decision, in my opinion, as it makes the entire process a secretive one. As outsiders, all we will have are rumours and the eventual final document. During the previous Synod we have seen what damage rumours can do, especially when they are neither confirmed nor denied in any clear way..

twitterThat said, there is always social media, and a number of Synod delegates are enthousiastic (or less so) users of those media. Below, I present a short (probably incomplete) list of delegates who use Twitter. It is mostly western prelates using the medium, with English being the dominant language. Other languages used are Italian, French, Spanish, German and Maltese.

  1. Pope Francis (obviously). As pope he convenes the Synod and acts as its president, although he delegates that duty to four delegate presidents. Pope Francis will not be commenting on the Synod proceedings, but offer prayers and short items to reflect on spiritually.
  2. Archbishop Charles Scicluna. Archbishop of Malta. One of three members of the Commission for Disputes.
  3. Bishop Robert Barron. Auxiliary Bishop of Los Angeles and CEO of Word On Fire.
  4. Bishop Frank Caggiano. Bishop of Bridgeport, Connecticut.
  5. Archbishop José Gómez. Archbishop of Los Angeles.
  6. Archbishop Leo Cushley. Archbishop of Edinburgh.
  7. Archbishop Eamon Martin. Archbishop of Armagh.
  8. Archbishop Anthony Fisher. Archbishop of Sydney.
  9. Leonardo Cardinal Sandri. Prefect of the Congregation for the Oriental Churches.
  10. Robert Cardinal Sarah. Prefect of the Congregation for Divine Worship and the Discipline of the Sacraments.
  11. Kevin Cardinal Farrell. Prefect of the Dicastery for Laity, Family and Life.
  12. Peter Cardinal Turkson. Prefect of the Dicastery for Promoting Integral Human Development.
  13. Gianfranco Cardinal Ravasi. President of the Pontifical Council for Culture.
  14. Gérald Cardinal Lacroix. Archbishop of Québec.
  15. Daniel Cardinal Sturla Berhouet. Archbishop of Montevideo.
  16. Blase Cardinal Cupich. Archbishop of Chicago.
  17. Carlos Cardinal Aguiar Retes. Archbishop of Mexico City.
  18. Archbishop Vincenzo Paglia. President of the Pontifical Academy for Life,
  19. Archbishop Peter Comensoli. Archbishop of Melbourne.
  20. Father Antonio Spadaro. Member of the Vatican Media Committee.
  21. Christoph Cardinal Schönborn. Archbishop of Vienna.
  22. Wilfrid Cardinal Napier. Archbishop of Durban.
  23. Luis Cardinal Tagle. Archbishop of Manila.
  24. Vincent Cardinal Nichols. Archbishop of Westminster.
  25. Carlos Cardinal Osoro Sierra. Archbishop of Madrid.

KLqGjJTk_400x400Not all of the prelates above use their accounts equally often or in the same way. For example, Cardinal Tagle only posts links to his ‘The Word Exposed’ Youtube catechesis talks, Cardinals Sturla Berhouet and Farrell mostly retweet, Archbishop Fisher hasn’t tweeted since February of 2017, and most use Twitter as a one-way channel. Among those who do respond to what their followers say are Cardinal Napier, Archbishop Comensoli (his Twitter profile picture at left) and Bishop Barron.

Other delegates, such  as Philadelphia’s Archbishop Charles Chaput and Passau’s Bishop Stefan Oster, are active on Facebook, while Belgian Bishop Jean Kockerols keeps the youth of his country up to speed via a blog.

Several delegates have already shared their arrival in Rome, and it is these (such as Archbishop Comensoli and Bishop Barron) who will perhaps offer the best idea of what goes on in the coming weeks. That said, all we will get are glimpses, and no tweeting delegate will share what goes on in the debates. So, in this age of social media and high-speed communication, the Synod of Bishops remains firmly behind closed doors.

 

Advertisements

Robert Kardinaal Sarah: “Naar een authentieke toepassing van Sacrosanctum Concilium”

This is a Dutch translation of Cardinal Robert Sarah’s address on the first day of the Sacra Liturgia conference, held in London from 5 to 8 July. This translation is based on the text as released via the Sacra Liturgia Facebook page. It is not a complete transcript of what Cardinal Sarah said. This is expected to be released sometime next week, after the cardinal has added a few points once he returns to Rome. In due time, this address, as well as the conference’s other papers, will be published in book form.


Dit is een Nederlandse vertaling van de toespraak die Kardinaal Robert Sarah heeft gegeven op de eerste dag van de Sacra Liturgia conferentie, gehouden in Londen van 5 tot 8 juli. Deze vertaling is gebasseerd op de tekst zoals die op de Facebook-pagina van Sacra Liturgia werd gepubliceerd. Het is geen volledige transcriptie van wat Kardinaal Sarah heeft gezegd. Het is de verwachting dat deze in de loop van de komende week wordt uitgegeven, zodra de kardinaal een aantal punten toe heeft kunnen voegen na zijn terugkeer naar Rome. Uiteindelijk zal deze toespraak, samen met alle andere die tijdens de conferentie gehouden zijn, in boekvorm uitgegeven worden.

TOESPRAAK VAN ZIJNE EMINENTIE ROBERT KARDINAAL SARAH:
“NAAR EEN AUTHENTIEKE TOEPASSING VAN SACROSANCTUM CONCILIUM”

IMG_7842

Ik wil in de eerste plaats mijn dank uitspreken aan Zijne Eminentie Vincent Kardinaal Nichols, voor zijn welkom in het Aartsbisdom Westminster en zijn vriendelijke begroetingswoorden. Eveneens wil ik Zijne Excellentie Bisschop Dominique Rey, bisschop van Fréjus-Toulon, danken voor zijn uitnodiging om hier met u aanwezig zijn bij de derde internationale “Sacra Liturgia” conferentie, en vanavond de openingstoespraak te presenteren. Uwe Excellentie, ik feliciteer u met dit internationale initiatief ter bevordering van de studie van het belang van liturgische vorming en viering in het leven en de missie van de Kerk.

In deze toespraak wil ik een aantal overwegingen aan u voorleggen over hoe de westerse Kerk naar een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium kan toewerken. Hiermee wil ik de vraag stellen: “Wat hadden de Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie voor ogen met de liturgische hervorming?” Daarna wil ik bespreken hoe hun bedoelingen na het Concilie zijn toegepast. Uiteindelijk zou ik u een aantal voorstellen willen voorleggen over het liturgisch leven van de Kerk vandaag, zodat onze liturgische praktijk de bedoelingen van de Concilievaders beter kan weergeven.

Het is volgens mij overduidelijk dat de Kerk leert dat de katholieke liturgie de unieke bevoorrechte locus is van het verlossende handelen van Christus in onze huidige wereld, door middel van werkelijke participatie waarin wij Zijn genade en kracht ontvangen die zo nodig zijn voor onze volharding en groei in het christelijk leven. Het is de goddelijke vastgestelde plaats waar wij onze plicht tot het aanbieden van een offer, het Ene Ware Offer, aan God komen vervullen. Het is waar we onze diepgaande behoefte om God te aanbidden verwerkelijken. Katholieke liturgie is iets heiligs, iets dat door haar aard heilig is. Katholieke liturgie is geen gewone menselijke samenkomst.

Ik wil hier een zeer belangrijk feit onderstrepen: God, niet de mens, staat in het hart van de katholieke liturgie. We komen om Hem te aanbidden. De liturgie gaat niet om jou of mij; we vieren er niet onze eigen identiteit of prestaties, verheerlijken of promoten er niet onze eigen cultuur of plaatselijke religieuze gewoontes. De liturgie draait in de allereerste plaats om God en wat Hij voor ons gedaan heeft. In Zijn Goddelijke Voorzienigheid heeft de Almachtige God de Kerk gesticht en de heilige liturgie ingesteld waarmee wij Hem ware aanbidding kunnen opdragen in overeenstemming met het Nieuwe Verbond dat Christus gebracht heeft.Hierdoor, door het binnengaan van de vereisten van de heilige riten die in de traditie van de Kerk zijn ontwikkeld, krijgen wij onze ware identiteit en betekenis als zonen en dochters van de Vader.

Het is van essentieel belang dat we dit specifieke karakter van de katholieke eredienst begrijpen, want in recente decennia hebben we vele liturgische vieringen gezien waarin mensen, persoonlijkheid en menselijke prestaties te prominent aanwezig waren, bijna tot uitsluiting van God. Zoals Kardinaal Ratzinger ooit schreef: “Als de liturgie in de eerste plaats een werkplaats voor ons eigen handelen lijkt, dan wordt het essentiële vergeten: God. Het vergeten van God is het meest dreigende gevaar van onze tijd” (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 593). 

We moeten volkomen duidelijk zijn over de aard van de katholieke eredienst als we de Constutitie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie op de juiste wijze willen lezen en als we deze getrouw willen uitvoeren.

Al vele jaren voor het Concilie, in zowel missielanden als in de meer ontwikkelde gebieden, was er veel discussie over de mogelijkheid om het gebruik van de volkstalen in de liturgie uit te breiden, vooral voor de lezingen uit de Heilige Schrift, alsook voor een aantal andere onderdelen van het eerste deel van de Mis (wat we nu de “dienst van het Woord” noemen) en de liturgische zang. De Heilige Stoel had al meerdere keren toestemming gegeven voor het gebruik van de volkstaal in het toedienen van de sacramenten. Dit is de context waarin de Concilievaders spraken over de mogelijke positieve oecumenische of missionaire gevolgen van liturgische hervorming. Het is waar dat de volkstaal een positieve plaats heeft in de liturgie. Hier zochten de Vaders naar, niet naar de protestantisering van de Heilige Liturgie of instemmend met haar onderwerping aan een valse inculturisatie.

Ik ben een Afrikaan. Laat me dit duidelijk maken: de liturgie is niet de plaats om mijn cultuur te promoten. Het is veeleer de plaats waar mijn cultuur gedoopt wordt, waar mijn cultuur in het goddelijke wordt opgenomen. Door de liturgie van de Kerk (die missionarissen door heel de wereld hebben meegedragen) spreekt God tot ons, verandert Hij ons en stelt ons in staat deel te nemen in Zijn goddelijk bestaan. Als iemand christen wordt, als iemand in volledige eenheid met de katholieke kerk komt, ontvangt hij iets meer, iets dat hem verandert. Zeker, culturen en andere christenen brengen gaven met zich mee in de Kerk – de liturgie van de Ordinariaten voor Anglicanen die nu in volle eenheid met de Kerk zijn is hier een prachtig voorbeeld van. Maar zij brengen deze gaven met nederigheid, en de Kerk, in haar moederlijke wijsheid, maakt er gebruik zoals zij dat goed acht.

Eén van de duidelijkste en mooiste uitdrukking van de bedoelingen van de Concilievaders is te vinden aan het begin van het tweede hoofdstuk van de Constitutie, dat het mysterie van de Hoogheilige Eucharistie behandelt. In nummer 48 lezen we:

“Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van ‘s Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte Gods alles in allen moge zijn.”

Broeders en zusters, dit is wat de Concilievaders wilden. Jazeker, ze discussieerden en stemden over specifieke manieren om hun bedoelingen toe te passen. Maar laat ons glashelder zijn: de rituele hervormingen in de Constitutie, zoals het herstel van het gebed van de gelovigen tijdens de Mis (n. 53), de uitbreiding van de concelebratie (n. 57) of een aantal van haar beleidslijnen zoals de vereenvoudiging verlangd in nummers 34 en 50, zijn alle ondergeschikt aan de fundamentele bedoelingen van de Concilievaders die ik zojuist heb omschreven. Het zijn middelen tot een doel, en het is het doel dat wij moeten behalen.

Als we naar een authentiekere toepassing van Sacrosanctum Concilium willen toewerken, dan moeten we op de allereerste plaats deze einddoelen in het oog houden. Misschien dat, als we ze met een frisse blik en met het voordeel van de ervaring van de laatste vijf decennia bestuderen, we sommige rituele hervormingen en bepaalde liturgische beleidslijnen in een ander licht zullen zien. Als sommige van deze nu moeten worden heroverwogen, om zo “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren” en “alle mensen tot de Kerk te roepen”, laat ons dan de Heer vragen ons de liefde en de nederigheid en wijsheid te schenken om dit te doen.

Ik noem deze mogelijkheid om opnieuw naar de Constitutie en de hervorming die volgde op de publicatie ervan te kijken, omdat ik niet denk dat we vandaag zelfs ook maar de eerste paragraaf van Sacrosanctum Concilium eerlijk kunnen lezen en tevreden kunnen zijn dat we de doelstellingen ervan hebben bereikt. Broeders en zusters, waar zijn de gelovigen waarover de Concilievaders spraken? Vele gelovigen zij nu ongelovig: ze komen helemaal niet meer naar de liturgie. In de woorden van de heilige Johannes Paulus II: vele christenen leven in een staat van “stille afvalligheid;” zij “leven alsof God niet bestaat” (Apostolische Exhortatie Ecclesia in Europa, 28 juni 2003, 9). Waar is de eenheid die het Concilie hoopte te bereiken? We hebben het nog niet bereikt. Hebben we werkelijk vooruitgang geboekt in het roepen van alle mensen tot de Kerk? Ik denk het niet. En toch hebben we heel veel in de liturgie gedaan!

In mijn 47 jaar als priester en na meer dan 36 jaar aan bisschoppelijk dienstwerk kan ik verklaren dat vele katholieke gemeenschappen en individuen de liturgie, zoals hervormd na het Concilie, met geestdrift en vreugde leven en vieren, en er veel van, zo niet al, het goede uit halen dat de Concilievaders verlangden. Dit is een grote vrucht van het Concilie. Maar uit mijn ervaring – nu ook als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten – weet ik ook dat er vele vervormingen van de liturgie in heel de Kerk van vandaag bestaan, en er zijn vele situaties die verbeterd kunnen worden zodat de doelstellingen van het Concilie behaald kunnen worden. Voor ik over een aantal mogelijke verbeteringen spreek, laten we bedenken wat er gebeurde na de publicatie van de Constitutie over de Heilige Liturgie.

Terwijl het officiele hervormingswerk plaatsvondt ontstonden er een aantal zeer ernstige verkeerde interpretaties van de liturgie en deze schoten wortel in verschillende plaatsen in de wereld. Deze misbruiken van de Heilige Liturgie ontwikkelden zich vanwege een foutief begrip van het Concilie en resulteerden in liturgische vieringen die subjectief waren en meer gericht op de verlangens van de individuele gemeenschap dan op de offerdienst van de Almachtige God. Mijn voorganger als Prefect van de Congregatie, Francis Kardinaal Arinze, noemde dit ooit eens “de doe-het-zelf Mis”. De heilige Johannes Paulus II vond het zelfs noodzakelijk het volgende te schrijven in zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia (17 april 2003):

“Deze dienst van de verkondiging van de kant van het Leergezag heeft een antwoord gekregen in de innerlijke groei van de christelijke gemeente. Zonder twijfel heeft de liturgiehervorming van het Concilie in hoge mate bijgedragen aan een bewustere, actievere en vruchtbaarder deelname aan het heilig Offer van het Altaar van de kant van de gelovigen. Op veel plaatsen is Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament ook een belangrijke dagelijkse praktijk en wordt een onuitputtelijke bron van heiligheid. De vrome deelname van de gelovigen aan de eucharistische processie op Sacramentsdag is een genade van de Heer die ieder jaar vreugde brengt aan hen die eraan deelnemen. Andere positieve tekenen van geloof in en liefde voor de Eucharistie zouden nog genoemd kunnen worden.

Helaas is er naast dit licht ook schaduw. Op sommige plaatsen is de praktijk van de eucharistische Aanbidding vrijwel volledig verwaarloosd. In verschillende delen van de Kerk zijn misbruiken opgetreden, die lijden tot verwarring met betrekking tot het gezonde geloof en de katholieke leer ten aanzien van dit wonderbaarlijke Sacrament. Soms komt men een uiterst verengd begrip van het eucharistische mysterie tegen. Beroofd van zijn betekenis als offer wordt het gevierd als ware het eenvoudigweg een broederlijke maaltijd. Daarenboven wordt van tijd tot tijd de noodzaak van het ambtelijke priesterschap dat wortelt in de apostolische opvolging verduisterd en de sacramentaliteit van de Eucharistie wordt teruggebracht tot louter werkdadigheid in de verkondiging. Dit heeft hier en daar geleid tot oecumenische initiatieven die hoewel edel in hun motieven, toegeven aan eucharistische praktijken die in tegenspraak zijn met de discipline waarmee de Kerk haar geloof uitdrukt. Kunnen wij anders dan onze diepe droefheid over dit alles uitdrukken? De Eucharistie is een te groot geschenk dan dat wij dubbelzinnigheid en verschraling van de betekenis zouden kunnen dulden.

Ik vertrouw erop dat deze encycliek er effectief aan kan bijdragen om de schaduwen van onaanvaardbare doctrines en praktijken te verdrijven, opdat de Eucharistie verder moge stralen in heel de glans van haar mysterie (n. 10).”

Hier bestond ook een pastorale werkelijkheid: om goede redenen of niet, sommige mensen konden of wilden niet deelnemen aan de hervormde riten. Zij bleven weg of namen alleen deel aan de niet-hervormde liturgie waar ze die konden vinden, zelfs als de viering ervan niet was toegestaan. Zo werd de liturgie een uitdrukking van verdeeldheid in de Kerk, in plaats van één van katholieke eenheid. Het Concilie wilde niet dat de liturgie ons van elkaar scheidde! De heilige Johannes Paulus II werkte aan het genezen van deze verdeling, met de hulp van Kardinaal Ratzinger die, als Paus Benedictus XVI, de nodige interne verzoening in de Kerk wilde faciliteren door in zijn Motu Proprio Summorum Pontificum (7 juli 2007) te bepalen dat de oudere vorm van de Romeinse ritus zonder beperkingen beschikbaar moet zijn voor die individuen en groepen die uit haar rijkdom willen putten. In Gods Voorzienigheid is het nu mogelijk onze katholieke eenheid te vieren met respect voor, en zelfs vreugde in, een legitieme diversiteit van de rituele praktijk.

We mogen dan een hele nieuwe, moderne liturgie in de volkstaal hebben opgebouwd, maar als we niet de juiste basis hebben gelegd – als onze seminaristen en geestelijkheid niet “diep doordrongen zijn van de geest en de kracht van de liturgie”, zoals het Concilie vroeg – dan kunnen zij zelf de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd niet vormen. We moeten de woorden van het Concilie zelf zeer serieus nemen: het zou “kansloos” zijn te hopen op een liturgische vernieuwing zonder een grondige liturgische vorming. Zonder deze essentiële vorming zouden geestelijken zelfs schade toebrengen aan het geloof van mensen in het eucharistisch mysterie.

Ik wil niet bovenmatig pessimistisch overkomen, en ik zeg nogmaals: er zijn vele, vele gelovige mannelijke en vrouwelijke leken, vele geestelijken en religieuzen voor wie de liturgie zoals hervormd na het Concilie een bron van veel geestelijke en apostolische vruchten is, en daar dank ik de Almachtige God voor. Maar ik denk dat u het met mij eens zal zijn, zelfs op basis van mijn korte analyse hierboven, dat we beter kunnen doen, zodat de Heilige Liturgie werkelijk de bron en het hoogtepunt van het leven en de missie van de Kerk wordt, nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zoals de Concilievaders zozeer verlangden.

Gezien de fundamentele verlangens van de Concilievaders en de verschillende situaties die na het Concilie zichtbaar zijn geworden, zou ik een aantal praktische overwegingen willen presenteren over hoe we Sacrosanctum Concilium vandaag beter kunnen toepassen. Ook al dien ik als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, ik doe dit in alle nederigheid als een priester en een bisschop in de hoop dat dit een volwassen reflectie en studie en goed liturgisch handelen in heel de Kerk zal bevorderen.

Het zal geen verrassing zijn wanneer ik zeg dat we in de eerste plaats de kwaliteit en diepgang van onze liturgische vorming moeten onderzoeken, hoe we de geest en kracht van de liturgie overbrengen op onze geestelijken, religieuzen en lekengelovigen. Te vaak nemen we aan dat onze wijdingskandidaten voor het priesterschap of het permanente diaconaat genoeg over de liturgie “weten”. Maar het Concilie drong hierin niet aan op kennis, hoewel de Constitutie natuurlijk het belang van liturgiestudie onderstreepte (zie n. 15-17). Nee, de eerste en essentiële liturgische vorming is meer een onderdompeling in de liturgie, in het diepe mysterie van God, onze liefhebbende Vader. Het is een kwestie van de liturgie beleven in al haar rijkdom, zodat we, na gedronken te hebben uit haar bron, altijd dorsten naar haar verrukkingen, haar orde en schoonheid, haar stilte en bezinning, haar verheerlijking en aanbidding, haar vermogen ons ten diepste te verbinden met Hem die in en door de riten van de Kerk werkt.

Als we hier zorg voor dragen, als onze nieuwe priesters en diakens werkelijk dorsten naar de liturgie, zullen zij op hun beurt in staat zijn degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd te vormen – zelfs als de liturgische situatie en mogelijkheden van hun kerkelijke missie bescheidener zijn dan die van het seminarie of de kathedraal. Ik weet van vele priesters in zulke omstandigheden die hun mensen vormen in de geest en kracht van de liturgie, en wier parochies voorbeelden zijn van grote liturgische schoonheid. We moeten niet vergeten dat waardige eenvoud niet hetzelfde is als reductief minimalisme of een verwaarloosde en vulgaire stijl. Zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, leert in zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium: “De Kerk evangeliseert en evangeliseert zichzelf met de schoonheid van de liturgie, die ook viering is van de evangeliserende activiteit en bron van een hernieuwde impuls tot zelfgave.” (n. 24)

Ten tweede denk ik dat het zeer belangrijk is dat we duidelijk zijn over de aard van liturgische participatie, van de participatio actuosa waar het Concilie toe opriep. Hierover is veel verwarring geweest in de laatste decennia. Nummer 48 van de Constitutie zegt: De Kerk wil “dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling.” Het Concilie beschouwt participatie als voornamelijk intern, voortkomend uit een goed begrip van de riten en gebeden. Zeker, de Concilievaders vragen de gelovigen te zingen, de priester te antwoorden, liturgische taken op zich te nemen die rechtmatig de hunne zijn, maar staan erop dat allen zich bewust zijn van wat ze doen, “godvruchtig en actief”.

Als we het belang van de internisalisatie van onze liturgische participatie begrijpen zullen we het luidruchtige en gevaarlijke liturgische activisme, dat in de laatste decennia zo prominent aanwezig is geweest, vermijden. We gaan niet naar de liturgie om op te treden, om dingen te doen zodat anderen het kunnen zien: we gaan om verbonden te worden met het handelen van Christus door een internalisatie van de uitwendige liturgische riten, gebeden, tekenen en symbolen. Wellicht dat degenen die geroepen zijn tot liturgisch dienstwerk dit zich beter moeten herinneren dan anderen! Maar we moeten anderen ook vormen, in het bijzonder onze kinderen en jonge mensen, in de ware betekenis van liturgische participatie, in de ware manier om de liturgie te bidden.

Ten derde, ik heb gesproken over het feit dat een aantal hervormingen die na het Concilie zijn ingevoerd mogelijk zijn samengesteld volgens de tijdsgeest en dat er een groeiende hoeveelheid studie door trouwe zonen en dochters van de Kerk is geweest, waarin wordt gevraagd of wat was ingevoerd werkelijk de doelstellingen van de Constitutie toepaste, of dat ze er in werkelijkheid aan voorbij gingen. Deze studie vindt soms plaats onder de noemer “hervorming van de hervorming” en ik weet dat EH Thomas Kocik over deze kwestie een doorwrochte studie heeft gepresenteerd tijdens de Sacra Liturgia conferentie in New York, een jaar geleden.

Ik denk niet dat we de mogelijkheid of de wenselijkheid van een officiële hervorming van de liturgische hervorming kunnen afwijzen, omdat haar voorstanders een aantal belangrijke beweringen doen in hun pogingen trouw te zijn aan de nadruk van het Concilie in nummer 23 van de Constitutie “om de gezonde traditie te bewaren en toch de weg te openen voor een gewettigde vooruitgang”, en dat “vernieuwingen niet plaats hebben, tenzij deze door een werkelijk en duidelijk nut van de Kerk worden vereist, waarbij men er op dient te letten, dat de nieuwe vormen als het ware organisch voortkomen uit de reeds bestaande vormen.”

Ik kan meedelen dat, toen ik afgelopen april door de Heilige Vader in audiëntie werd ontvangen, Paus Franciscus mij vroeg de kwestie van een hervorming van een hervorming te bestuderen en hoe beide vormen van de Romeinse ritus te verrijken. Dat zal een fijngevoelig werk zijn en ik vraag om uw geduld en gebed. Maar als we Sacrosanctum Concilium beter willen toepassen, als we willen bereiken wat het Concilie verlangde, dan is dit een serieuze kwestie die zorgvuldig moet worden bestudeerd en behandeld met de nodige duidelijkheid en voorzichtigheid.

Wij priesters, wij bisschoppen dragen een grote verantwoordelijkheid. Hoe leidt ons goede voorbeeld tot goed liturgisch handelen; hoe kwetst onze onachtzaamheid of wangedrag de Kerk en haar heilige liturgie!

Wij priesters moeten in de allereerste plaats aanbidders zijn. Onze mensen zien het verschil tussen een priester die met geloof viert en één die haastig viert, veel op zijn horloge kijkt, bijna alsof hij zo snel mogelijk weer terug naar de televisie wil! Priesters, we kunnen niets belangrijkers doen dan de heilige mysteries te vieren: laten we oppassen voor de verleiding van liturgische luiheid, want dat is een verleiding van de duivel.

We moeten onthouden dat wij niet de makers van de liturgie zijn. Wij zijn haar nederige bedienaars, onderworpen aan haar discipline en wetten. Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om degenen die ons bijstaan in liturgische functies te vormen in zowel de geest en kracht van de liturgie en zeker ook haar regels. Ik heb soms priesters een stap terug doen zetten om buitengewone bedienaars de Heilige Communie uit te laten delen: dit is fout, het is een ontkenning van het priesterlijk dienstwerk evenals een klerikalisering van de leken. Wanneer dit gebeurt is het een teken dat de vorming verkeerd is gegaan, en dat het gecorrigeerd moet worden.

Ik heb ook priesters en bisschoppen gezien die, gekleed om de Heilige Mis te vieren, telefoons en camera’s tevoorschijn haalden en in de heilige liturgie gebruikten. Dit is een verschrikkelijke aanklacht tegen het begrip dat zij hebben over wat ze doen als ze de liturgische gewaden aantrekken, dus zich als een alter Christus kleden – en nog meer, als ipse Christus, als Christus zelf. Dit is heiligschennis. Geen bisschop, priester of diaken die is gekleed voor het liturgisch dienstwerk of aanwezig op het priesterkoor moet foto’s nemen, zelfs niet tijdens grote geconcelebreerde Missen. Dit priesters dit vaak doen tijdens zulke Missen, of met elkaar praten of nonchalant zitten, is volgens mij een teken dat wij opnieuw moeten nadenken over de gepastheid van deze Missen, vooral als het priesters aanzet tot zulk schandalig gedrag dat het gevierde mysterie zo onwaardig is, of als de grootte van deze geconcelebreerde vieringen tot het risico van ontheiliging van de heilige Eucharistie leidt.

Ik wil een beroep doen aan alle priester. U heeft misschien mijn artikel in L’Osservatore Romano van een jaar geleden (12 juni 2015) gelezen, of mijn interview met het tijdschrift Famille Chrétienne in mei van dit jaar. Bij beide gelegenheden heb ik gezegd dat ik denk dat het heel belangrijk is dat we zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting, van priesters en gelovigen samen in dezelfde richting – naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt, in die delen van de liturgische riten waarin we ons tot God richten. Dit is toegestaan onder de huidige liturgische regels. Het is volledig legitiem in de moderne ritus. Ik denk dat het een heel belangrijke stap is om te verzekeren dat in onze vieringen de Heer werkelijk in het centrum staat.

En dus, beste priesters, vraag ik u dit waar mogelijk toe te passen, voorzichtig en met de nodige catechese, zeker, maar ook met het zelfvertrouwen van een herder dat dit iets goeds is voor de Kerk, iets goeds voor onze mensen. Uw eigen pastorale oordeel zal bepalen hoe en wanneer dit mogelijk is, maar wellicht is de eerste zondag van de Advent van dit jaar, wanneer we uitkijken naar “de Heer die zal komen” en “die niet aarzelt”, een hele goede tijd om dit te doen. Beste priesters, we zouden opnieuw moeten luisteren naar de klaagzang van God zoals verkondigd door de profeet Jeremia: “ze hebben Mij de rug toegekeerd” (2:27). Laat ons weer naar de Heer terugkeren!

Ik zou ook een beroep willen doen op mijn broeders bisschoppen: leidt u alstublieft uw priesters en mensen op deze manier naar de Heer, in het bijzonder in grote vieringen in uw bisdommen en in uw kathedraal. Vorm uw seminaristen alstublieft in de werkelijkheid dat we niet tot het priesterschap geroepen zijn om zelf in het hart van de liturgische eredienst te staan, maar om de gelovigen van Christus als medegelovigen naar Hem te leiden. Maak deze eenvoudige maar diepgaande hervorming alstublieft mogelijk in uw bisdommen, uw kathedralen, uw parochies en uw seminaries.

Wij bisschoppen hebben een grote verantwoordelijkheid, en ooit zullen we ons voor de Heer moeten verantwoorden over ons beheer. Wij bezitten niets! Zoals de heilige Paulus ons leert, wij zijn slechts “helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen” (1 Kor. 4:1). Wij hebben de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de heilige werkelijkheid van de liturgie wordt gerespecteerd in onze bisdommen en dat onze priesters en diakens zich niet alleen aan de liturgische voorschriften houden, maar de geest en de kracht van de liturgie waaruit deze voortkomen kennen. Ik was zeer bemoedigd door het lezen van de presentatie getiteld “The Bishop: Governor, Promoter and Guardian of the Liturgical Life of the Diocese”, gegeven voor de Sacra Liturgia conferentie in Rome in 2013 door aartsbisschop Alexander Sample van Portland in Oregon in de VS, en ik raad mijn broeders bisschoppen op broederlijke wijze aan zijn overwegingen zorgvuldig te bestuderen.

Hier herhaal ik wat ik elders heb gezegd: dat Paus Franciscus mij heeft gevraagd het liturgisch werk voort te zetten dat Paus Benedictus begonnen is (zie: Boodschap aan Sacra Liturgia 2015, New York City). Het feit dat we een nieuwe paus hebben betekent niet dat de visie van zijn voorganger nu niet langer geldig is. Integendeel, zoals we weten heeft onze Heilige Vader Paus Franciscus het grootste respect voor de liturgische visie en maatregelen die Paus Benedictus heeft uitgevoerd in opperste trouw aan de wensen en doelstellingen van de Concilievaders.

Staat u mij, voor ik afrond, toe een aantal andere kleine manieren te noemen die ook bij kunnen dragen aan een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium. Eén daarvan is dat we de liturgie moeten zingen, we moeten de liturgische teksten zingen, met respect voor de liturgische tradities van de Kerk en ons verheugend in de schatkist aan gewijde muziek die de onze is, in het bijzonder die muziek die hoort bij de Romeinse ritus, het Gregoriaans. We moeten gewijde liturgische muziek zingen, en niet slechts religieuze muziek of, erger, wereldse muziek.

We moeten de juiste balans vinden tussen de volkstalen en het gebruik van het Latijn in de liturgie. Het Concilie heeft nooit de bedoeling gehad dat de Romeinse ritus volledig in de volkstaal gevierd zou worden. Maar het wilde wel een breder gebruik ervan toestaan, in het bijzonder voor de lezingen. Tegenwoordig zou het mogelijk moeten zijn, vooral door moderne druktechnieken, om voor ieder het begrijpen van het Latijn te vergemakkelijken, wellicht voor de liturgie van de Eucharistie, en dit is natuurlijk met name gepast bij internationale samenkomsten waar de plaatselijke volkstaal door velen niet verstaan wordt. En wanneer de volkstaal gebruikt wordt moet het natuurlijk een juiste vertaling van het originele Latijn zijn, zoals Paus Franciscus recent aan mij heeft bevestigd.


Tussenkomst van Bisschop Rey

Met grote vreugde hebben we vandaag gehoord dat onze Heilige Vader, Paus Franciscus, u heeft gevraagd een studie te beginnen van de liturgische hervorming na het Concilie, en mogelijkheden te verkennen van wederzijdse verrijking tussen de oudere en nieuwere vormen van de Romeinse ritus, oorspronkelijk besproken door Paus Benedictus XVI.

Uwe Eminentie, uw oproep dat wij “zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting” in onze liturgische vieringen, “naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt,” is een uitnodiging tot een radicale herontdekking van iets dat aan de wortel ligt van de christelijke liturgie. Het roept ons op om wederom te beseffen dat, in al onze liturgische vieringen, de christelijke liturgie in essentie gericht is op Christus, wiens komst wij met vreugdevolle hoop afwachten.

Uwe Eminentie, ik ben slechts één bisschop van één bisdom in het zuiden van Frankrijk. Maar als antwoord op uw oproep wil ik nu aankondigen dat, in ieder geval op de laatste zondag van de Advent van dit jaar, in mijn viering van de heilige Eucharistie in mijn kathedraal en bij andere gelegenheden zoals het past, ik ad orientem zal vieren – in de richting van de Heer die komt. Voor de Advent zal ik een brief schrijven aan mijn priesters en mensen over deze kwestie om mijn beslissing toe te lichten. Ik zal hen aanmoedigen mijn voorbeeld te volgen. Ik zal hen vragen mijn persoonlijke getuigenis, als eerste herder van het bisdom, te ontvangen in de geest van iemand die zijn volk wil oproepen om hierdoor het primaatschap van de genade in hun liturgische vieringen te herontdekken. Ik zal uitleggen dat deze verandering ons zal helpen de fundamentele aard van de christelijke eredienst te herinneren: dat het steeds op de Heer gericht moet zijn.


Kardinaal Sarah, Addendum

We moeten ervoor zorgen dat aanbidding het hart is van onze liturgische vieringen. Te vaak maken we niet de beweging van viering naar aanbidding, maar als we dat niet doen ben ik bang dat we niet altijd volledig intern hebben deelgenomen aan de liturgie. Twee lichaamshoudingen zijn hier nuttig, zelf onmisbaar. De eerste is stilte. Als ik nooit stil ben, als de liturgie mij geen ruimte geeft voor stil gebed en bezinning, hoe kan ik dan Christus aanbidden, hoe ik mij dan in mijn hart en ziel met Hem verbonden voelen? Stilte is zeer belangrijk, en niet alleen voor en na de liturgie.

Zo is ook het knielen bij de consecratie (tenzij ik ziek ben) van belang. In het westen is dit een lichamelijke handeling van aanbidding die ons nederig maakt voor onze Heer en God. Het is in zichzelf een gebedshandeling. Waar knielen en buigen uit de liturgie zijn verdwenen moeten ze worden teruggebracht, in het bijzonder in verband met het ontvangen van onze Heer in de heilige communie. Beste priesters, vorm uw mensen, waar mogelijk en met pastorale prudentie, zoals ik eerder zei, in deze prachtige handeling van aanbidding en liefde. Laat ons wederom neerknielen in aanbidding en liefde voor de Eucharistische Heer!

In verband met het geknield ontvangen van de heilige communie  wil ik verwijzen naar de brief van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten uit 2002, die duidelijk maakt dat “elke weigering van de Heilige Communie aan één van de gelovigen op basis van zijn of haar knielende houding is een ernstige overtreding van één van de meest fundamentele rechten van de christengelovigen” (Brief, 1 juli 2002, Notitiae, n. 437, nov-dec 2002, p. 583).

Het correct kleden van alle liturgische bedienaren op het priesterkoor, inclusief de lectoren, is ook van groot belang, wil dit dienstwerk als authentiek beschouwd worden en wil het uitgevoerd worden met het decorum passend bij de heilige liturgie – ook de bedienaren zelf dienen de juiste eerbied te tonen voor de mysteries die zij toedienen.

Dit zijn enkele voorstellen: ik ben er zeker van dat er vele andere gedaan kunnen worden. Ik leg ze u voor als mogelijke manieren om verder te gaan naar “de juiste manier om de liturgie innerlijk en uiterlijk te vieren”, dat natuurlijk het verlangen was dat Kardinaal Ratzinger aan het begin van zijn grootse werk, De Geest van de Liturgie, uitdrukte (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 4). Ik moedig u aan om alles te doen dat u kunt om dit doel te realiseren, dat volledig in overeenstemming is met dat van de Constitutie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie.

 

 

Enter the Synod members

synod of bishopsYesterday the Holy See published the list of participants in the upcoming Synod of Bishops on the family. Of course, there are the usual suspects: the heads of the Roman Curia departments, the standing members of the Synod and the presidents of the world’s bishops’ conferences, with the latter being default participants in an Extraordinary General Synod, which this one is. Pope Francis has had a personal touch in the selection of several participants; noteable among those are Cardinal Kasper, to all appearances a theologian much appreciated by the Holy Father, but also the vast majority of cardinals he created in his first consistory of last February.

A breakdown per country also shows Pope Francis’ fairly strong focus on both the southern half of the globe and the Middle East. When looking at the members personally appointed by the Pope, as well as the lay and professional participants and auditors, we see that, while 35 participants come from Europe (19 of whom are based in Rome or other parts of Italy), 15 participants come from Asia (5 of them from the Middle East), 12 from Central and South America, 9 from Africa, 4 from Oceania and 4 from North America. Add to those the bishops’ conference presidents and not least the fact that two of the three President Delegates come from outside Europe, and you get a distinct non-western picture.

danneelsFrom a local point of view it is interesting to see that no less than four participants come from Belgium, while there is only a single one from the Netherlands and a mere two from Germany. Belgium sends Archbishop André-Joseph Léonard,which was expected as he is the president of the Belgian bishops’ conference, but also his predecessor, Cardinal Godfried Danneels (pictured), as well as Father George Henri Ruyssen of the Pontifical Oriental Institute in Rome. Additionaly, Metropolitan Athenagoras, the head of the Russian Orthodox Church in Belgium, attends as a “fraternal delegate”.

From the Netherlands comes the archbishop of Utrecht, Cardinal Wim Eijk, as the president of our bishops’ conference, and Germany sends Cardinal Reinhard Marx, not a stranger in Rome, and Berlin’s Professor Ute Eberl.

And of course the list has been criticised, not least today by Fr. Thomas Reese. His argument that the presence of heads of the Curia is a bad thing, and an indication that Pope Francis’ intentions of overhauling and streamlining the workings of the Curia is doomed to fail, is plainly ludicrous. He argues that the prefects and presidents of the Curia are merely staff members and not policy makers, and should therefore be merely attending, not speaking or voting in the Synod, which is an extreme oversimplification. By that reasoning the presidents of the bishops’ conferences should not be there as participants either. The members of the Roman Curia are the closest collaborators of the Pope. They meet with him on a weekly basis and he is generally kept up to date on whatever is going on in the various department. But the Pope is one man, so the prefects and presidents not only have the leeway to make their own decisions, that is also their mandate. They are also not random clerics appointed on a whim, but experienced in their own field of work. They are far more than staff. Their experience, knowledge and mandate are enough to give them not only the right and duty to attend the Synod, but also to contribute and decide. Cricitism like that of Fr. Reese seems mostly motivated by a deeply ingrained fear and mistrust of the Curia, which has created an artifical opposition between individual faithful and the institutional Church.

Anyway, the Synod is still a couple of weeks away. Let’s give it the chance it deserves and not let it die a quiet death once the delegates have returned home.

Below is the full list of participants, as published yesterday:

PRESIDENT

  • Pope Francis

GENERAL SECRETARY

  • Lorenzo Cardinal Baldiserri

PRESIDENT DELEGATES

  • André Cardinal Vingt-Trois, Archbishop of Paris, France
  • Luis Antonio Cardinal Tagle, Archbishop of Manila, Philippines
  • Raymunda Damasceno Cardinal Assis, Archbishop of Aparecida, President of the Bishops’ Conference of Brazil

RELATOR GENERAL

  • Péter Cardinal Erdö, Archbishop of Esztergom-Budapest, President of the Bishops’ Conference of Hungary, President of the Concilium Conferentiarum Episcoporum Europae (CCEE).

SPECIAL SECRETARY

  • Archbishop Bruno Forte, Archbishop of Chieti-Vasto, Italy

PRESIDENT OF THE COMMISSION FOR THE MESSAGE

  • Gianfranco Cardinal Ravasi, President of the Pontifical Council for Culture

VICE PRESIDENT OF THE COMMISSION FOR THE MESSAGE

  • Archbishop Víctor Manuel Fernández, Rector of the Pontifical Catholic University of Argentina

SYNOD FATHERS FROM THE ORIENTAL CHURCHES

  • Patriarch Ibrahim Isaac Sidrak, Patriarch of Alexandria of the Copts, President of the Synod of the Catholic Coptic Church
  • Patriarch Gregorios III Laham, Patriarch of Antioch of the Greek-Melkites, President of the Synod the Greek-Melkite Catholic Church
  • Patrirach Ignace Youssif III Younan, Patrirach of Antioch of the Syrians, President of the Syriac Catholic Church
  • Patriarch Béchara Boutros Cardinal Raï, Patrirach of Antioch of the Maronites, President of the Synod of the Maronite Church
  • Patriarch Louis Raphael I Sako, Patriarch of Babylon of the Chaldeans, President of the Synod of the Chaldean Church
  • Patriarch Nersos Bedros XIX  Tarmouni, Patrirach of Cilicia of the Armenians, President of the Synod of the Armenian Catholic Church
  • Major Archbishop Sviatoslav Shevchuk, Major Archbishop of Kyiv-Halyc, President of the Synod of the Ukrainian Catholic Church
  • Major Archbishop George Cardinal Alencherry, Major Archbishop of Ernakulam-Angamaly, President of the Syro-Malabar Church
  • Major Archbishop Baselios Cleemis Cardinal Thottunkal, Major Archbishop of Trivandrum, President of the Synod of the Syro-Malankarese Church
  • Major Archbishop Lucian Cardinal Muresan, Major Archbishop of Făgăras şi Alba Iulia, President of the Synod of the Romanian Church
  • Archbishop Berhaneyesus Demerew Souraphiel, Archbishop of Addis Abeba of the Ethiopics, President of the Council of the Ethiopian Church, President of the Bishops’ Conference of Ethiopia and Eritrea
  • Archbishop William Charles Skurla, Archbishop of Pittsburgh of the Ruthenians, President of the Council of the Ruthenian Church in the United States of America
  • Archbishop Ján Babjak, Archbishop of Presov of the Slovaks, President of the Council of the Slovak Church

PRESIDENT OF THE BISHOPS’ CONFERENCES

  • Bishop Benoît Comlan Messan Alowonou, Bishop of Kpalimé, Togo
  • Bishop Oscar Omar Aparicio Céspedes, Military Ordinary of Bolivia
  • Archbishop José María Arancedo, Archbishop of Santa Fe de la Vera Cruz, Argentina
  • Bishop Anders Arborelius, Bishop of Stockholm, Sweden
  • Raymundo Damasceno Cardinal Assis, Archbishop of Aparecido, Brazil (see also above)
  • Angelo Cardinal Bagnasco, Archbishop of Genova, Italy
  • Bishop Gervaise Banshimiyubusa, Bishop of Ngozi, Burundi
  • Bishop Michael Dixon Bhasera, Bishop of Masvingo, Zimbabwe
  • Archbishop Ricardo Blázquez Pérez, Archbishop of Valladolid, Spain
  • Bishop Anthony Fallah Borwah, Bishop of Gbarnga, Liberia
  • Bishop Jean-Claude Bouchard, Bishop of Pala, Chad
  • Josip Cardinal Bozanic, Archbishop of Zagreb, Croatia
  • Archbishop Stephen Brislin, Archbishop of Cape Town, South Africa
  • Bishop Markus Büchel, Bishop of Sankt Gallen, Switzerland
  • Archbishop Paul Bùi Van Doc, Archbishop of Thành-Phô Hô Chí Minh, Vietnam
  • Archbishop Luis Augusto Castro Quiroga, Archbishop of Tunja, Colombia
  • Archbishop Ignatius Chama, Archbishop of Kasama, Zambia
  • Archbishop Louis Chamniern Santisukniran, Archbishop of Thare and Nonseng, Thailand
  • Archbishop Joseph Coutts, Archbishop of Karachi, Pakistan
  • Archbishop Patrick D’Rozario, Archbishop of Dhaka, Bangladesh
  • Archbishop John Atcherley Dew, Archbishop of Wellington, New Zealand
  • Bishop Nicolas Djomo Lola, Bishop of Tshumbe, Congo-Kinshasa
  • Bishop Basílio do Nascimento, Bishop of Baucau, Timor-Leste
  • Archbishop Paul-André Durocher, Archbishop of Gatineau, Canada
  • Willem Jacobus Cardinal Eijk, Archbishop of Utrecht, Netherlands
  • Péter Cardinal Erdö, Archbishop of Esztergom-Budapest, Hungary (see also above)
  • Archbishop José Luis Escobar Alas, Archbishop of San Salvador, El Salvador
  • Ricardo Cardinal Ezzati Andrello, Archbishop of Santiago, Chile
  • Bishop Emmanuel Félémou, Bishop of Kankan, Guinea
  • Bishop Oscar Gerardo Fernández Guillén, Bishop of Puntarenas, Costa Rica
  • Archbishop Ruggero Franceschini, Archbishop of Izmir, Turkey
  • Archbishop Stanislaw Gadecki, Archbishop of Poznan, Poland
  • Archbishop Dionisio Guillermo García Ibáñez, Archbishop of Santiago de Cuba, Cuba
  • Archbishop Zef Gashi, Archbishop of Bar, Montenegro
  • Bishop Catalino Claudio Giménez Medina, Bishop of Caacupé, Paraguay
  • Bishop Andrej Glavan, Bishop of Novo Mesto, Slovenia
  • Archbishop Roberto Octavio González Nieves, Archbishop of San Juan de Puerto Rico, Puerto Rico
  • Oswald Cardinal Gracias, Archbishop of Bombay, India
  • Archbishop Jan Graubner, Archbishop of Olomouc, Czech Republic
  • Bishop Mario Grech, Bishop of Gozo, Malta
  • Archbishop John Ha Tiong Hock, Archbishop of Kuching, Malaysia
  • Archbishop Denis James Hart, Archbishop of Melbourne, Australia
  • Bishop Eugène Cyrille Houndékon, Bishop of Abomey, Benin
  • Archbishop John Hung Shan-Chuan, Archbishop of Taipei, Taiwan
  • Archbishop Ignatius Ayau Kaigama, Archbishop of Jos, Nigeria
  • Bishop Peter Kang U-Il, Bishop of Cheju, South Korea
  • Archbishop Samuel Kleda, Archbishop of Douala, Cameroon
  • Bishop Franjo Komarica, Bishop of Banja Luka, Bosnia and Herzegovina
  • Archbisop Tadeusz Kondrusiewicz, Archbishop of Minsk-Mohilev, Belarus
  • Bishop Patrick Daniel Koroma, Bishop of Kenema, Sierra Leone
  • Archbishop Joseph Edward Kurtz, Archbishop of Louisville, United States of America
  • Archbishop Vincent Landèl, Archbishop of Rabat, Morocco
  • Chibly Cardinal Langlois, Bishop of Les Cayes, Haiti
  • Bishop Mathieu Madega Lebouakehan, Bishop of Mouila, Gabon
  • Archbishop André-Joseph Léonard, Archbishop of Mechelen-Brussels, Belgium
  • Archbishop Gerard Tlali Lerotholi, Archbishop of Maseru, Lesotho
  • Bishop Felix Lian Khen Thang, Bishop of Kalay, Myanmar
  • Patriarch José Macário do Nascimento Clemente, Patriarch of Lisbon, Portugal
  • Bishop Soane Patita Paini Mafi, Bishop of Tonga, Tonga
  • Bishop Louis-Marie Ling Mangkhanekhoun, Vicar Apostolic of Paksé, Laos
  • Archbishop Diarmuid Martin, Archbishop of Dublin, Ireland
  • Reinhard Cardinal Marx, Archbishop of München und Freising, Germany
  • Archbishop Angelo Massafra, Archbishop of Shkodrë-Pult, Albania
  • Bishop Juan Matogo Oyana, Bishop of Bata, Equatorial Guinea
  • Archbishop Gabriel Mbilingi, Arcbishop of Lubango, Angola
  • Bishop Smaragde Mbonyintege, Bishop of Kabgayi, Rwanda
  • Archbishop Thomas Meram, Archbishop of Urmya, Iran
  • Archbishop Mieczyslaw Mokrzycki, Archbishop of Lviv, Ukraine
  • Bishop Lúcio Andrice Muandula, Bishop of Xai-Xai, Mozambique
  • Archbishop Liborius Ndumbukuti Nashenda, Archbishop of Windhoek, Namibia
  • Bishop Benjamin Ndiaye, Bishop of Kaolack, Senegal
  • Bishop Tarcisius J.M. Ngalalekumtwa, Bishop of Iringa, Tanzania
  • Vincent Gerard Cardinal Nichols, Archbishop of Westminster, United Kingdom
  • John Cardinal Njue, Archbishop of Nairobi, Kenya
  • Bishop Rimantas Norvila, Bishop of Vilkaviskis, Lithuania
  • Archbishop Dieudonné Nzapalainga, Archbishop of Bangui, Central African Republic
  • Archbishop John Baptist Odama, Archbishop of Gulu, Uganda
  • Archbishop Peter Takeo Okada, Archbishop of Tokyo, Japan
  • Bishop Arnold Orowae, Bishop of Wabag, Papua New Guinea
  • Bishop Joseph Osei-Bonsu, Bishop of Konongo-Mampong, Ghana
  • Archbishop Paul Yembuado Ouédraogo, Archbishop of Bobo-Dioulasso, Burkina Faso
  • Archbishop Diego R. Padrón Sánchez, Archbishop of Cumaná, Venezuela
  • Bishop Franghískos Papamanólis, Bishop of Syros and Santorini, Greece
  • Albert Malcolm Ranjith Cardinal Patabendige Don, Archbishop of Colombo, Sri Lanka
  • Bishop Gregorio Nicanor Peña Rodríguez, Bishop of Nuestra Señora de la Altagracia en Higüey, Dominican Republic
  • Archbishop Tomasz Peta, Archbishop of Mary Most Holy in Astana, Kazakhstan
  • Archbishop Paolo Pezzi, Archbishop of Mother of God at Moscow, Russia
  • Bishop Maurice Piat, Bishop of Port-Louis, Seychelles
  • Archbishop Patrick Christopher Pinder, Archbishop of Nassau, Bahamas
  • Archbishop Salvador Piñeiro García-Calderón, Archbishop of Ayacucho, Peru
  • Archbishop Georges Pontier, Archbishop of Marseille, France
  • Bishop Louis Portella Mbuyu, Bishop of Kinkala, Congo-Brazzaville
  • Bishop Christo Proykov, Apostolic Exarch of Sofia of the Bulgarians, Bulgaria
  • Francisco Cardinal Robles Ortega, Archbishop of Guadalajara, Mexico
  • Archbishop Ioan Robu, Archbishop of Bucharest, Romania
  • Óscar Andrés Cardinal Rodríguez Maradiaga, Archbishop of Tegucigalpa, Honduras
  • Bishop Sócrates René Sándigo Jirón, Bishop of Juigalpa, Nicaragua
  • Christoph Cardinal Schönborn, Archbishop of Wien, Austria
  • Archbishop Berhaneyesus Demerew Souraphiel, Archbishop of Addis Abeba of the Ethiopics, Ethiopia (see also above)
  • Archbishop Zbignev Stankevics, Archbishop of Riga, Latvia
  • Archbishop Ignatius Suharyo Hardjoatmodjo, Archbishop of Jakarta, Indonesia
  • Archbishop Philip Tartaglia, Archbishop of Glasgow, United Kingdom
  • Bishop Jean-Baptiste Tiama, Bishop of Sikasso, Mali
  • Archbishop Alexis Touabli Youlo, Archbishop of Agboville, Côte d’Ivoire
  • Archbishop Fausto Gabriel Trávez Trávez, Archbishop of Quito, Ecuador
  • Archbishop Désiré Tsarahazana, Archbishop of Taomasina, Madagascar
  • Patriarch Fouad Twal, Patriarch of Jerusalem
  • Archbishop José Domingo Ulloa Mendieta, Archbishop of Panamá, Panama
  • Bishop Rodolfo Valenzuela Núñez, Bishop of Vera Paz, Guatemala
  • Archbishop Socrates B. Villegas, Archbishop of Lingayen-Dagupan, Philippines
  • Bishop Rodolfo Pedro Wirz Kraemer, Bishop of Maldonado-Punta del Este, Uruguay
  • Gabriel Cardinal Zubeir Wako, Archbishop of Khartoum, Sudan
  • Bishop Joseph Mukasa Zuza, Bishop of Mzuzu, Malawi
  • Archbishop Stanislav Zvolenský, Archbishop of Bratislava, Slovakia

ELECTED BY THE UNION OF SUPERIORS GENERAL

  • Father Adolfo Nicolás Pachón, Superior General of the Society of Jesus
  • Father Mauro Jöhri, Minister General of the Order of Capuchin Friars Minor
  • Father Mario Alegani, Superior General of the Congregation of Saint Joseph

HEADS OF THE DEPARTMENTS OF THE ROMAN CURIA

  • Pietro Cardinal Parolin, Secretary of State
  • Gerhard Ludwig Cardinal Müller, Prefect of the Congregation for the Doctrine of the Faith
  • Leonardo Cardinal Sandri, Prefect of the Congregation for the Oriental Churches
  • Angelo Cardinal Amato, Prefect of the Congregation for the Causes of Saints
  • Marc Cardinal Ouellet, Prefect of the Congregation for Bishops
  • Fernando Cardinal Filoni, Prefect of the Congregation for the Evangelisation of Peoples
  • Beniamino Cardinal Stella, Prefect of the Congregation for the Clergy
  • João Cardinal Bráz de Aviz, Prefect of the Congregation for Institutes of Consecrated Life and Societies of Apostolic Life
  • Zenon Cardinal Grocholewski, Prefect of the Congregation for Catholic Education
  • Mauro Cardinal Piacenza, Major Penitentiary
  • Raymond Leo Cardinal Burke, Prefect of the Supreme Tribunal of the Apostolic Signatura
  • Stanislaw Cardinal Rylko, President of the Pontifical Council for the Laity
  • Kurt Cardinal Koch, President of the Pontifical Council for Promoting Christian Unity
  • Archbishop Vincenzo Paglia, President of the Pontifical Council for the Family
  • Peter Kodwo Appiah Cardinal Turkson, President of the Pontifical Council for Justice and Peace
  • Robert Cardinal Sarah, President of the Pontifical Council “Cor Unum”
  • Antonio Maria Cardinal Vegliò, President of the Pontifical Council for the Pastoral Care of Migrants and Itinerant People
  • Archbishop Zygmunt Zimowski, President of the Pontifical Council for Health Care Workers
  • Francesco Cardinal Coccopalmerio, President of the Pontifical Council for Legislative Texts
  • Jean-Louis Cardinal Tauran, President of the Pontifical Council for Interreligious Dialogue
  • Gianfranco Cardinal Ravasi, President of the Pontifical Council for Culture (see also above)
  • Archbishop Claudio Maria Celli, President of the Pontifical Council for Social Communications
  • Archbishop Salvatore Fisichella, President of the Pontifical Council for Promoting the New Evangelisation
  • Domenico Cardinal Calcagno, President of the Administration of the Patrimony of the Apostolic See
  • Giuseppe Cardinal Versaldi, President of the Prefecture of the Economic Affairs of the Holy See

MEMBERS OF THE ORDINARY COUNCIL

  • Timothy Michael Cardinal Dolan, Archbishop of New York, United States of America
  • Péter Cardinal Erdö, Archbishop of Esztergom-Budapest, Hungary (see also above)
  • Archbishop Bruno Forte, Archbishop of Chieti-Vasto, Italy (see also above)
  • Oswald Cardinal Gracias, Archbishop of Bombay, India (see also above)
  • Laurent Cardinal Monsengwo Pasinya, Archbishop of Kinshasa, Congo-Kinshasa
  • Wilfrid Fox Cardinal Napier, Archbishop of Durban, South Africa
  • George Cardinal Pell, Prefect of the Secretariat for the Economy
  • Odilo Pedro Cardinal Scherer, Archbishop of São Paulo, Brazil
  • Christoph Cardinal Schönborn, Archbishop of Wien, Austria (see above)
  • Major Archbishop Sviatoslav Shevchuk, Major Archbishop of Kyiv-Halyc, Ukraine (see also above)
  • Bishop Santiago Jaime Silva Retamalas, Auxiliary Bishop of Valparaíso, Chile, Secretary General of the Episcopal Council of Latin America (CELAM)
  • Luis Antonio Cardinal Tagle, Archbishop of Manila, Philippines (see also above)
  • Donald William Cardinal Wuerl, Archbishop of Washington, United States of America
  • Peter Kodwo Appiah Cardinal Turkson, President of the Pontifical Council for Justice and Peace (see also above)
  • Archbishop Salvatore Fisichella, President of the Pontifical Council for Promoting the New Evangelisation (see also above)

MEMBERS APPOINTED BY THE POPE

  • Angelo Cardinal Sodano, Dean of the College of Cardinals
  • Godfried Cardinal Danneels, Archbishop emeritus of Mechelen-Brussels, Belgium
  • Walter Cardinal Kasper, President emeritus of the Pontifical Council for Promoting Christian Unity
  • Angelo Cardinal Scola, Archbishop of Milan, Italy
  • Carlo Cardinal Caffarra, Archbishop of Bologna, Italy
  • Lluís Cardinal Martínez Sistach, Archbishop of Barcelona, Spain
  • André Cardinal Vingt-Trois, Archbishop of Paris, France (see also above)
  • Jonh Cardinal Tong Hon, Bishop of Hong Kong, China
  • Orani João Cardinal Tempesta, Archbishop of São Sebastião do Rio de Janeiro, Brazil
  • Adrew Cardinal Yeom Soo-jung, Archbishop of Seoul, South Korea
  • Philippe Nakellentuba Cardinal Ouédraogo, Archbishop of Ouagadougou, Burkina Faso
  • Fernando Cardinal Sebastián Aguilar, Archbishop emeritus of Pamplona y Tudela, Spain
  • Elio Cardinal Sgreccia, President emeritus of the Pontifical Academy for Life
  • Giuseppe Cardinal Bertello, President of the Governorate of the Vatican City State
  • Archbishop Giovanni Tonucci, Archbishop of Loreto, Italy
  • Archbishop Edoardo Menichelli, Archbishop Anciona-Osimo, Italy
  • Archbishop Carlos Aguiar Retes, Archbishop of Tlalnepatla, Mexico, President of the Episcopal Council of Latin America (CELAM)
  • Archbishop Anil Joseph Thomas Couto, Archbishop of Delhi, India
  • Archbishop Víctor Manuel Fernández, Rector of the Pontifical Catholic University of Argentina (see also above)
  • Bishop Alonso Gerardo Garza Treviño, Bishop of Piedras Negras, Mexico
  • Bishop Edgard Amine Madi, Bishop of Nossa Senhora do Líbano em São Paulo of the Maronites, Brazil
  • Bishop Enrico Solmi, Bishop of Parma, Italy, President of the Commission for Life and Family in the Italian Bishops’ Conference
  • Monsignor Pio Vito Pinto, Dean of the Tribunal of the Roman Rota
  • Father Francois-Xavier Dumortier, Rector Magnificus of the Pontifical University Gregoriana
  • Father Antonio Spadaro, Editor of the magazine “La Civiltà Cattolica”
  • Father Manuel Jesús Arroba Conde, Professor of Canon Law at the Pontifical Lateran University

UNDERSECRETARY OF THE SYNOD OF BISHOPS

  • Bishop Fabio Fabene

LIST OF OTHER PARTICIPANTS ACCORDING TO THEIR TITLES

  • Fr. Tony Anatrella, psycho-analist. Specialist in social psychiatry. Consultor to the Pontifical Councils for the Family and for Health Care Workers. France.
  • Fr. Gérard Berliet, professor of Sacred Scripture at the provincial seminary in Lyon. Head of pastoral care for divorced and remarried faithful in the Archdiocese of Lyon, France.
  • Fr. Bruno Esposito, professor of Canon Law at the Pontifical University St. Thomas Aquinas, Rome.
  • Fr. Alfonso Fernández Benito, professor of Moral Theology and the Sacrament of Marriage at the Hugher Institute of Theological Studies “San Ildefonso”, director of the Institute for Religious Sciences Santa Maria di Toledo, Spain.
  • Fr. Arul Raj Gali, National Director of “Holy Cross Family Ministries in India”.
  • Dr. Jeffrey Goh, professor of Systematic Theology at the archdiocesan seminary and judge of the Ecclesiastical Tribunal of Kuching, Malaysia.
  • Fr. Maurizio Gronchi, professor of Dogmatic Theology at the Pontifical University Urbaniana in Rome, consultor for the Congregation for the Doctrine of the Faith.
  • Dr. Rodrigo Guerra López, general director of the Centre for Advanced Social Research, Mexico.
  • Dr. Jocelyne Khoueiry, member of the Episcopal Commission for the Family of the APECL, Lebanon.
  • Dr. Helen Kyung Soo Kwon, member of the executive committee of the “Helen Kim Scholarship Foundation at Ewha Womans University”, South Korea.
  • Fr. Sabatino Majorano, professor of Systemic Moral Theology at the Alphonsianum, Italy.
  • Mr. Christopher Laurence Meney, director of the Center for life, marriage and family of the Archdiocese of Sydney, Australia.
  • Professor Giuseppina de Simone, extraordinary professor of philosophy at the Theological Faculty of Southern Italy in Naples. Married to ∨
  • Professor Francesco Miano, professor of Moral Philosophy at the University of Rome “Tor Vergata”, president of Catholic Action, Italy. Married to ^
  • Professor Carmen Peña García, director of Especialista en Causas Matrimoniales, professor at the Faculty of Canon Law of the Comillas Pontifical University, Defender of the Bond and Promotor of Justice at the Metropolitan Court of Madrid, Spain.
  • Fr. George Henri Ruyssen, professor at the Faculty of Oriental Canon Law of the Pontifical Oriental Institute in Rome. Belgium.

AUDITORS

  •  Mr. Arturo and Mrs. Hermelinda As Zamberline, officials of the ‘Equipe Notre Dame” in Brazil.
  • Mr. Riyadh Albeer Naoom Azzo and Mrs. Sanaa Namir Ibrahim Habeeb, witnessing of Christian family life in a Muslim environment, Iraq.
  • Mr. León Botolo and Mrs. Marie Valentine Kisanga Sosawe, founders of Communauté Famille Chrétienne, Congo-Kinshasa.
  • Professor Zelmira María Bottini de Rey, director of the Institute for Couples and Family of the Pontifical Catholic University of Argentina, president of the Latin-America Network of the Institute of the Family of the Catholic Universities, Argentina.
  • Mr. George Campos, director of Couples for Christ, Philippines. Married to ∨
  • Mrs. Cynthia Campos, member of Couples for Christ, Philippines. Married to ^
  • Mr. Inácio Amândio Chaúque, educator of young couples, Mozambique.
  • Mrs. Joan Clements, director of the executive committe of the World Organisation Ovulation Method Billings (WOOMB), Australia.
  • Mr. Stephen and Mrs. Sandra Conway, regional officers for Africa of Retrouvailles, South Africa.
  • Dr. Ute Eberl, responsible for pastoral care for marriage and family in the Archdiocese of Berlin, Germany.
  • Mrs. Pilar Escudero de Jensen, member of the vicariate general of the Archdiocese of Santiago, Chile, member of the Pontifical Council for the Laity, member of the Family Institute of Schönstatt, Chile. Married to ∨
  • Mr. Luis Jensen Acuña, member of the Bioethics Centre of the Pontifical Catholic University of Chile, member of the Family Institute of Schönstatt, Chile. Married to ^
  • Dr. Jean Dieudonné Gatsinga and Mrs. Emerthe Gatsinga Tumuhayimpundu, repsonsible for young families of the Focolare movement in Rwanda, Burundi, Kenya and Uganda.
  • Mr. Jeffrey Heinzen, director of Natural Family Planing of the Diocese of La Crosse, United States of America. Married to ∨
  • Mrs. Alice Heinzen, member of the Natural Family Planning Advisory Board of the Diocese of La Crosse, United States of America. Married to ^
  • Dr. Ilva Myriam Hoyos Castañeda, prosecutor delegate for the defense of the rights of children, youth and family, Colombia.
  • Mr. Sélim and Mrs. Rita Khoury, leading the Office for Pastoral Care for Families of the Patriarchal Curia of Antioch of the Maronites, Lebanon.
  • Mrs. María Lacalle Noriega, director of the Centre of the Study of the family (Inst. Investigaciones económicas y sociales Francisco de Vitoria), secretary general of the Sociedad Española de bioética y biojurídica, Spain.
  • Fr. Cajetan Menezes, director of the Family Apostolate in Bombay, India.
  • Mr. Giuseppe Petracca Ciavarella and Mrs. Lucia Miglionico, medical doctors, members of the National Council for Pastoral Care of Families, Italy.
  • Sister Margaret Muldoon, Superior General of the Sisters of the Holy Family of Bordeaux, Ireland.
  • Mr. Francisco Padilla, officer of the Couples for Christ Foundation for family and life movement, Philippines.
  • Mr. Algirdas Petronis, vice president of the International Federation of Catholic Families, director of the Centre for the Family of the Archdiocese of Vilnius, Lithuania.
  • Mr. Romano and Mrs. Mavis Pirola, directors of the Australian Catholic Marriage and Family Council.
  • Mr Olivier and Mrs. Xristilla Roussy, responsible for the apostolic branch of Amour et Vérité, France.
  • Mr. Steve and Mrs. Claudia Schultz, members of the International Catholic Engaged Encounter, United States of America.
  • Mrs. Michèle Taupin, preident of the movement Espérance et Vie, France.
  • Mrs. Jeannette Touré, National president of the Association of Catholic Women in Côte d’Ivoire.

FRATERNAL DELEGATES

  •  Archbishop Athenagoras, Metropolitan of Belgium. Ecumenic patriarchate.
  • Archbishop Hilarion, President of Department of External Church Relations of the Patriarchate of Moscow.
  • Metropolitan Bishoy, Metropolitan of Damietta, Kafr Elsheikh and Elbarari, Egypt. Coptic Orthodox Church.
  • Mar Yostinos, Archbishop of Zhale and Bekau, Lebanon. Syriac Orthodox Patriarchate of Antioch.
  • Bishop Paul Butler, Bishop of Durham, England. Anglican Communion.
  • Dr. Ndanganeni Petrus Phaswaha, Bishop-President of the Evangelical Lutheran Church in South Africa. World Lutheran Federation.
  • Dr. Benebo Fubara-Manuel, President of the Nigeria Communion of Reformed Churches. World Communion of Reformed Churches.
  • Dr. Valérie Duval-Poujol, professor of Biblical Exegesis at the Catholic Institute of Paris, France. World Baptist Alliance.