After the consistory, the facts of the College of Cardinals

Following yesterday’s consistory the College of Cardinals consists of 228 members, 121 of whom are able to participate in a conclave to elect a new Pope. Most of these electors also have duties within the Roman Curia. Of the 17 new cardinals created yesterday, 13 are electors.

In his three consistories, Pope Francis has now created 55 living cardinals. The majority of cardinals alive today, 95, were created by Pope St. John Paul II. Among these is Pope Francis himself. Pope Benedict XVI has created 78 living cardinals, and there are two cardinals still alive from the pontificate of Blessed Pope Paul VI (one of whom is the Pope emeritus).

15110438_1364305486914385_2611835404509261242_oThe youngest cardinal, at 49, is Dieudonné Nzapalainga (right), the archbishop of Bangui, who was created by Pope Francis yesterday. The oldest is José de Jesús Pimiento Rodriguez, the 97-year-old Archbishop emeritus of Manizales. He was also created by Pope Francis in the consistory of 2015.

The longest serving cardinal is Paolo Evaristo Arns, Archbishop emeritus of São Paulo. He was created in 1973, and as the most senior cardinal-priest he has the function of protopriest.

The most senior cardinal, as decided by rank in the College and date of creation, is the Dean of the College of Cardinals, Angelo Sodano. Most junior are the three cardinal-deacons created yesterday, Cardinals Mario Zenari, Kevin Farrell and Ernest Simoni.

The country with the largest number of cardinals remains Italy. 46 cardinals, including 25 electors, call that country home. This is followed by the United States (18 cardinals), Spain (12), Brazil (11), Germany (10), France (9), Mexico (6), India (5), Poland (5), and Argentina, Colombia and the Philippines (4 each). While Europe is still overrepresented in the College of Cardinals, other continents are catching up. The Americas have 62 cardinals between them, and Africa and Asia both have 24.

The vast majority of cardinal electors, 72 of them, are archbishops (metropolitan or otherwise) of an archdiocese somewhere in the world. Eight electors are retired archbishops. There are six regular bishops among the electors, two patriarchs, one nuncio and 31 work in the Roman Curia. A final cardinal elector is retired Curia member. These numbers are bound to be inaccurate within weeks of posting this, as there are more than a few cardinals on the verge of retirement.

Pope in Sweden – the Dutch translations

In this post I have collected my translations of the various homilies and addresses given by Pope Francis during his short visit to Sweden. Perhaps needlessly said, apart from this paragraph, the post will consist of Dutch text.

14918917_10153849375235723_6517291123125650450_o

Homilie tijdens de oecumenische gebedsdienst in Lund:

“”Blijf in mij zoals ik in u” (Joh. 15:4). Deze woorden, uitgesproken door Jezus bij het Laatste Avondmaal, laten ons een blik werpen in het hart van Christus, kort voor Zijn ultieme offer aan het kruis. We kunnen Zijn hart voelen kloppen met liefde voor ons en Zijn verlangen voor eenheid onder allen die in Hem geloven. Hij vertelt ons dat Hij de ware wijnstok is en wij de ranken die, net zoals Hij één is met de Vader, één met Hem moeten zijn, willen we vrucht dragen.

Hier in Lund, tijdens deze gebedsdienst, willen wij ons gezamenlijk verlangen laten zien om één te blijven met Christus, zodat we leven hebben. We vragen Hem: “Heer, help ons in uw genade om dichter met U verenigd te zijn en zo, samen, een effectievere getuigenis te geven van geloof, hoop en liefde.” Dit is ook een moment om God te danken voor het werk van onze vele broeders en zusters van verschillende kerkelijke gemeenschappen die weigerden genoeg te nemen met verdeeldheid, maar in plaats daarvan de hoop op verzoening van allen die in de ene Heer geloven levend hielden.

Als katholieken en Lutheranen zijn we een gezamenlijke weg van verzoening gegaan. Nu, in de context van de herdenking van de Reformatie van 1517, hebben we een nieuwe kans om een gezamenlijke weg te kiezen, één die in de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen in de oecumenische dialoog tussen de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Ook wij kunnen geen genoegen nemen met de verdeeldheid en afstand die onze scheiding tussen ons geschapen heeft. Wij hebben de kans een kritiek moment van onze geschiedenis te repareren door voorbij de controverses en meningsverschillen, die ons er vaak van hebben weerhouden elkaar te begrijpen, te gaan.

Jezus zegt ons dat de Vader de “wijngaardenier” is (vg. vers 1) die de wijnstok verzorgt en snoeit om te zorgen dat die meer vrucht draagt (vg. vers 2). De Vader heeft steeds zorg voor onze relatie met Jezus, om te zien of we werkelijk één met Hem zijn (vg. vers 4). Hij waakt over ons, en Zijn blik van liefde zet ons aan ons het verleden te zuiveren en in het heden te werken om een toekomst van eenheid tot stand te brengen, die Hij zozeer verlangt.

Ook wij moeten met liefde en eerlijkheid naar ons verleden kijken, fouten herkennen en vergeving zoeken, want God alleen is onze rechter. Met dezelfde eerlijkheid en liefde moeten we inzien dat onze verdeeldheid ons scheidt van de oorspronkelijke intuïtie van het volk van God, dat van nature verlangt één te zijn, en dat die verdeeldheid historisch bestendigd werd door de machthebbers van deze wereld, en niet zozeer het gelovige volk, dat altijd en overal met zekerheid en liefde door zijn Goede Herder geleid moet worden. Zeker, er was aan beide zijden een oprechte wil om het ware geloof te belijden en te behouden, maar tegelijkertijd weten we dat we in onszelf zijn opgesloten door angst voor of vooroordeel over het geloof dat anderen met een ander accent en taal belijden. Zoals Paus Johannes Paulus II zei: “We moeten niet toestaan dat wij worden geleid door de intentie onszelf te willen benoemen als rechters van de geschiedenis, maar alleen door de motivatie om beter te willen begrijpen wat er is gebeurd en om boodschappers van de waarheid te worden” (Brief aan Kardinaal Johannes Willebrands, President van het Secretariaat voor de Christelijke Eenheid, 31 oktober 1983). God is de wijngaardenier, die de wijnrank met immense liefde verzorgd en beschermd; laten wij geraakt zijn door Zijn waakzame blik. Het enige dat Hij verlangt is dat wij als levende ranken in Zijn Zoon Jezus blijven. Met deze nieuwe blik op het verleden beweren we niet een onpraktische correctie op wat er gebeurd is te willen realiseren, maar “het verhaal anders te vertellen” (Luthers-Rooms Katholieke Commissie over de Eenheid, Van Conflict naar Eenheid, 17 juni 2013, 16).

Jezus herinnerert ons eraan: “Los van Mij kunnen jullie niets” (vers 5). Hij is degene die ons onderhoudt en ons aanmoedigt manieren te vinden om onze eenheid steeds zichtbaarder te maken. Zeker, ons verdeeldheid is een enorme bron van lijden en onbegrip geweest, maar het heeft ons er ook toe geleid eerlijk te erkennen dat we zonder Hem niets kunnen; zo heeft het ons in staat gesteld bepaalde aspecten van ons geloof beter te begrijpen. Dankbaar erkennen we dat de Reformatie geholpen heeft de Heilige schrift een meer centrale plaats te geven in het leven van de Kerk. Door het gezamenlijk luisteren naar het woord van God in de Schrift zijn er belangrijke stappen voorwaarts gezet in de dialoog tussen de Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie, wiens vijftigste verjaardag we nu vieren. Laten we de Heer vragen dat Zijn woord ons bijeen mag houden, want het is een bron van voeding en leven; zonder de inspiratie van het woord kunnen we niets.

De geestelijk ervaring van Maarten Luther daagt ons uit ons te herinneren dat wij zonder God niets kunnen. “Hoe kan ik een genadige God verkrijgen?” Deze vraag achtervolgde Luther. De vraag van een rechtvaardige relatie met God is in feite de bepalende vraag voor ons leven. Zoals we weten ontmoette Luther die genadige God in het goede nieuws van Jezus, mensgeworden, gestorven en verrezen. Met het concept van sola gratia herinnert hij ons eraan dat God altijd het initiatief neemt, nog voor enige menselijke reactie, zelfs als Hij dat antwoord wil opwekken. De rechtvaardigingsleer drukt zo de essentie van het menselijke bestaan tegenover God uit.

Jezus spreekt voor ons als onze bemiddelaar voor de Vader; Hij vraagt Hem dat Zijn leerlingen één mogen zijn, “zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17:21). Dat geeft ons troost en inspireert ons om één te zijn met Jezus, en daarom te bidden: “Geef ons de gave van eenheid zodat de wereld kan geloven in de kracht van uw barmhartigheid”. Dit is de getuigenis die de wereld van ons verwacht. Wij christenen zullen geloofwaardige getuigen van de barmhartigheid zijn in zoverre dat vergeving, vernieuwing en verzoening dagelijks onder ons worden ervaren. Samen kunnen wij Gods barmhartigheid verkondigen en zichtbaar maken, concreet en met vreugde, door de waardigheid van ieder persoon hoog te houden en te bevorderen. Zonder deze dienst aan en in de wereld is het christelijk geloof onvolledig.

Als Lutheranen en katholieken bidden wij samen in deze kathedraal, in het bewustzijn dat we zonder God niets kunnen. Wij vragen Zijn hulp om levende ledematen te zijn, blijvend in Hem, steeds met behoefte aan Zijn genade, zodat we samen Zijn woord aan de wereld kunnen geven, die zijn tedere liefde en barmhartigheid zo nodig heeft.”

Gezamenlijke verklaring ter gelegenheid van de gezamenlijke Katholiek-Lutheraanse herdenking van de Reformatie:

cwgqncmwgaehs-0

“”Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en Ik, want zoals een rank geen vrucht kan dragen uit eigen kracht, maar alleen als ze verbonden blijft met de wijnstok, zo kunnen ook jullie geen vrucht dragen als je niet met Mij verbonden blijft” (Johannes 15:4).

Met dankbare harten

Met deze Gezamenlijke Verklaring drukken wij vreugdevolle dankbaarheid aan God uit voor dit moment van gezamenlijk gebed in de kathedraal van Lund, aan het begin van het jaar waarin we het vijfhonderdste jubileum van de Reformatie herdenken. Vijftig jaar aanhoudende en vruchtbare oecumenische dialoog tussen katholieken en Lutheranen heeft ons geholpen vele verschillen te overbruggen, en heeft ons wederzijds begrip en vertrouwen versterkt. Tegelijkertijd zijn we dichter tot elkaar gekomen door de gezamenlijke dienst aan onze naasten – vaak in situaties van lijden en vervolging. Door dialoog en gedeelde getuigenis zijn we niet langer vreemden. We hebben veeleer geleerd dat wat ons verenigdt groter is dan wat ons scheidt.

Van conflict naar gemeenschap

Hoewel we ten diepste dankbaar zijn voor de geestelijke en theologische gaven van de Reformatie, belijden en betreuren we voor Christus ook dat Lutheranen en katholieken de zichtbare eenheid van de Kerk hebben beschadigd. Theologische verschillen gingen samen met vooroordelen en conflicten, en religie werd een instrument voor politieke doeleinden. Ons gezamenlijk geloof in Jezus Christus en ons doopsel vereist van ons een dagelijkse bekering, waarmee we de historische meningsverschillen en conflicten die het dienstwerk van de verzoening verhinderden van ons afwerpen. Hoewel het verleden niet verandert kan worden, kan wat er herinnert wordt en hoe het wordt herinnert wel veranderen. Wij bidden voor de genezing van onze wonden en van de herinneringen die ons beeld van de ander blokkeren. We verwerpen nadrukkelijk alle haat en geweld, in het verleden en heden, vooral wanneer uitgevoerd in de naam van religie. Vandaag horen we het gebod van God om alle strijd aan de kant te zetten. We erkennen dat we, bevrijd door genade, voorwaarts gaan naar de eenheid waartoe God ons steeds roept.

Onze toewijding aan gezamenlijke getuigenis

Nu we die periode in de geschiedenis als een last achter ons laten, beloven wij plechtig samen te getuigen van Gods barmhartige genade, zichtbaar in de gekruisigde en verrezen Christus. In het bewustzijn dat de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden onze getuigenis van het Evangelie vorm geeft, wijden wij ons toe aan de verdere groei van gemeenschap, geworteld in het doopsel, terwijl we proberen de overblijvende obstakels die volledige eenheid nog verhinderen te verwijderen. Christus verlangt dat we één zijn, zodat de wereld kan geloven (vg. Joh. 17:21).

Vele leden van onze gemeenschappen verlangen ernaar de Eucharistie aan één tafel te ontvangen als een concrete uitdrukking van volledige eenheid. Wij ervaren de pijn van degenen die hun hele leven delen, behalve de verlossende aanwezigheid van God aan de Eucharistische tafel. Wij erkennen onze gezamenlijke pastorale verantwoordelijkheid om een antwoord te geven op de geestelijke dorst en honger van onze mensen om één te zijn in Christus. Wij verlangen ernaar dat deze wond in het Lichaam van Christus zal genezen. Dit is het doel van onze oecumenische inspanningen, die we willen bevorderen, ook door onze toewijding aan de theologische dialoog te hernieuwen

We bidden tot God dat katholieken en Lutheranen samen zullen kunnen getuigen van het Evangelie van Jezus Christus, en de mensheid uitnodigen het goede nieuws van Gods verlossende handelen te horen en ontvangen. We bidden tot God om inspiratie, aanmoediging en kracht zodat we naast elkaar kunnen staan in het dienstwerk, de menselijke waardigheid en rechten hooghouden, met name van de armen, werken voor gerechtigheid en alle vormen van geweld afwijzen. God roept ons op allen die verlangen naar waardigheid, gerechtigheid, vrede en verzoening nabij te zijn. Vandaag in het bijzonder verheffen we onze stemmen voor een einde aan het geweld en extremisme dat zo vele landen en gemeenschappen, en talloze zusters en broeders in Christus, treft. We sporen Lutheranen en katholieken aan om samen te werken in het ontvangen van de vreemde, degenen die gedwongen zijn te vluchten vanwege oorlog of vervolging te hulp te komen, en de rechten van vluchtelingen en asielzoekers te verdedigen.

Meer dan ooit beseffen we dat ons gezamenlijk dienstwerk in deze wereld moet reiken tot aan Gods scheppen, die lijdt onder uitbuitingen en de gevolgen van onverzadelijke hebzucht. We erkennen het recht van toekomstige generaties om te genieten van Gods wereld in al haar potentieel en schoonheid. We bidden voor een omslag in harten en hoofden die leidt tot een liefdevolle en verantwoordelijke zorg voor de schepping.

Eén in Christus

Op deze gunstige gelegenheid drukken wij onze dankbaarheid uit aan onze broeders en zusters die de verschillende christelijke wereldgemeenschappen en broederschappen vertegenwoordigen die hier aanwezig zijn en zich aansluiten bij ons gebed. Nu we ons opnieuw toewijden aan de beweging van conflict naar gemeenschap, doen we dat als ledematen van het ene Lichaam van Christus, waarin we door het doopsel zijn opgenomen. We nodigen onze oecumenische partners uit ons aan onze verplichtingen te herinneren en ons te bemoedigen. We vragen hen voor ons te blijven bidden, met ons op weg te gaan en ons te ondersteunen in het uitvoeren van de gebedsvolle verplichtingen die wij vandaag uitspreken.

Oproep aan katholieken en Lutheranen in de wereld

Wij roepen alle Lutherse en katholieke parochies en gemeenschappen op om stoutmoedig en creatief, vol vreugde en hoop te zijn in hun toewijding om de grote reis voor ons voort te zetten. In plaats van conflicten uit het verleden, zal Gods geschenk van eenheid onder ons de samenwerking leiden en onze solidariteit verdiepen. Door dichter in het geloof tot Christus te komen, door samen te bidden, door naar elkaar te luisteren, door de liefde van Christus voor te leven in onze relaties, zullen wij, katholieken en Lutheranen, onszelf openstellen voor de kracht van de Drieëne God. Geworteld in Christus en van Hem getuigend vernieuwen wij onze vastberadenheid om trouwe voorboden te zijn van Gods grenzeloze liefde voor de hele mensheid.”

Toespraak tijdens het Oecumenisch evenement in Malmö Arena:

14939566_10153850168870723_2952759365792262173_o

“Ik dank God voor deze gezamenlijke herdenking van het vijfhonderste jubileum van de Reformatie. We gedenken dit jubileum met een hernieuwde geest en erkennen dat de christelijke eenheid een prioriteit is, omdat we weten dat er meer is dat ons verenigt dan ons scheidt. De weg die we gegaan zijn om die eenheid te bereiken is zelf een groot geschenk dat God ons geeft. Met deze hulp zijn we vandaag hier bijeen gekomen, Lutheranen en katholieken, is een geest van broederschap, om onze blik te richten op de ene Heer, Jezus Christus.

Onze dialoog heeft ons geholpen te groeien in wederzijds begrip; het heeft wederzijds vertrouwen bevordert en ons verlangen om verder te gaan naar volledige eenheid bevestigd. Eén van de vruchten van deze dialoog is de samenwerking tussen verschillende organisaties van de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Dankzij deze nieuwe sfeer van begrip zullen Caritas Internationalis en de World Service van de Lutherse Wereldfederatie vandaag een gezamenlijk overeengekomen verklaring ondertekenen die gericht is op het ontwikkelen en versterken van een geest van samenwerking ter bevordering van de menselijke waardigheid en sociale gerechtigheid. Ik groet van harte de leden van beide organisaties; in een wereld die door oorlogen en conflicten uit elkaar getrokken wordt, zijn en blijven zij een lichtend voorbeeld van toewijding tot en dienst aan de naaste. Ik moedig u aan voort te gaan op de weg van samenwerking.

Ik heb aandachtig geluisterd naar de mensen die getuigenis hebben gegeven, hoe zij te midden van zoveel uitdagingen dagelijks hun leven toewijden aan het opbouwen van een wereld die steeds meer wil reageren op het plan van God, onze Vader. Pranita sprak over de schepping. De schepping zelf is duidelijk een teken van Gods grenzeloze liefde voor ons. Als gevolg kunnen de geschenken van de natuur ons tot het overwegen van God aanzetten. Ik deel je zorg over het misbruik dat onze planeet, ons gezamenlijk thuis, schaadt en ernstige gevolgen heeft voor het klimaat. Zoals we in ons, in mijn land zeggen: “Uiteindelijk zijn het de armen die de kosten betalen voor ons feesten”. Zoals jij terecht opmerkte hebben zij de grootste impact op degenen die het meest kwetsbaar en behoeftig zijn; zij worden gedwongen te emigreren om aan de gevolgen van klimaatverandering te ontsnappen. Wij allemaal, en wij christenen in het bijzonder, zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de schepping. Onze manier van leven en ons handelen moet altijd overeenstemmen met ons geloof. Wij zijn geroepen harmonie op te wekken in onszelf en met anderen, maar ook met God en Zijn handwerk. Pranita, ik moedig je aan vol te houden in je toewijding in naam van ons gezamenlijk thuis. Dank je!

Mgr. Hector Fabio vertelde ons over het gezamenlijk werk van katholieken en Lutheranen in Colombia. Het is goed om te weten dat christenen samenwerken om gemeenschappelijke en maatschappelijke processen van algemeen belang op te starten. Ik vraag jullie in het bijzonder te bidden voor dat grootse land, zodat, door middel van de samenwerking van iedereen, de vrede, waar zo naar verlangd wordt en die zo nodig is voor een menswaardig samenleven, eindelijk kan worden behaald. En omdat het menselijk hart, als het naar Jezus kijkt, geen grenzen kent, moge het dan een gebed zijn dat verder reikt, en al die landen omvat waar ernstige conflicten voortduren.

Marguerite maakt ons bewust van de hulp aan kinderen die het slachtoffers zijn van wreedheid en het werk voor de vrede. Dit is zowel bewonderenswaardig en een oproep om de talloze situaties van kwetsbaarheid van zo vele personen die zich niet kunnen laten horen serieus te nemen. Wat jij als missie beschouwd is een zaadje, een zaadje dat overvloedig vrucht draagt, en vandaag, dankzij dat zaadje, kunnen duizenden kinderen studeren, groeien en in goede gezondheid leven. Je hebt geïnvesteerd in de toekomst! Dank je! En ik ben dankbaar dat je zelfs nu, in ballingschap, een boodschap van vrede blijft verspreiden. Je zei dat iedereen die jou kent denkt dat wat je doet gek is. Natuurlijk, het is de gekte van de liefde voor God en onze naaste. We hebben meer van die gekte nodig, verlicht door het geloof en vertrouwen op de voorzienigheid van God. Blijf werken, en moge die stem van hoop die je aan het begin van je avontuur hebt gehoord, en je investering in de toekomst, je eigen hart en de harten van vele jonge mensen blijven raken.

Rose, de jongste, gaf een werkelijk ontroerende getuigenis. Ze heeft gebruik kunnen maken van het sporttalent dat God haar gaf. In plaats van haar energie te verspillen in negatieve situaties heeft ze voldoening gevonden in een vruchtbaar leven. Luisterend naar jouw verhaal, dacht ik aan de levens van zoveel jonge mensen die verhalen als het jouwe zouden moeten horen. Ik wil dat iedereen weet dat ze kunnen ontdekken hoe prachtig het is om kinderen van God te zijn en wat een privilege het is om door Hem geliefd en gekoesterd te zijn. Rose, ik dank je vanuit mijn hart voor jouw werk en toewijding om andere vrouwen aan te moedigen om weer naar school te gaan, en voor het feit dat je dagelijks bidt voor vrede in de jonge staat Zuid-Sudan, die dat zo erg nodig heeft.

En na het horen van deze krachtige getuigenissen, die ons deden nadenken over onze eigen levens en hoe we reageren op de noodsituaties overal om ons heen, wil ik al die regeringen danken, die vluchtelingen helpen, alle regeringen die ontheemde mensen asielzoekers helpen. Alles dat gedaan wordt om deze mensen in nood te helpen is een groots gebaar van solidariteit en een erkenning van hun waardigheid. Voor ons christenen is het prioriteit om erop uit te gaan en de verstotenen – want zij zijn werkelijk verstoten uit hun thuislanden – en de gemarginaliseerden van onze wereld te ontmoeten, en de tedere en barmhartige liefde van God, die niemand afwijst en iedereen accepteert, voelbaar te maken. Wij christenen zijn vandaag geroepen om actieve deelnemers te zijn in de revolutie van tederheid.

Straks horen we de getuigenis van Bisschop Antoine, die in Aleppo woont, een stad die op de knieën gedwongen is door de oorlog, een plaats waar zelfs de meest fundamentele rechten met minachting worden behandelt en vertrapt. In het nieuws horen we elke dag over het afschuwelijke lijden vanwege de strijd in Syrië, door dat conflict in ons geliefde Syrië, die nu al meer dan vijf jaar duurt. Te midden van zoveel verwoesting is het werkelijk heldhaftig dat mannen en vrouwen daar gebleven zijn om materiële en geestelijke hulp te bieden aan de noodlijdenden. Het is ook bewonderenswaardig dat jij, beste broeder Antoine, blijft werken tussen zulk gevaar om ons te kunnen vertellen over de tragische omstandigheden van het Syrische volk. We houden ieder van hen in onze harten en gebeden. Laten we de genade van oprechte bekering afsmeken over de verantwoordelijken voor het lot van de wereld, voor die regio en voor allen die daar ingrijpen.

Beste broeders en zusters, laat ons niet ontmoedigd raken tegenover vijandigheid. Moge de verhalen, de getuigenissen die we hebben gehoord, ons motiveren en ons een nieuwe impuls geven om steeds nauwer samen te werken. Als we weer thuiskomen, mogen we dan een toewijding meebrengen om dagelijkse gebaren van vrede en verzoening te maken, om moedige en trouwe getuigen van christelijke hoop te zijn. En zoals we weten, de hoop stelt ons niet teleur! Dank u!”

Homilie in de Mis voor Allerheiligen:

“Vandaag vieren we met de hele Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Hiermee herdenken we niet alleen hen die in de loop der eeuwen heiligverklaard zijn, maar ook onze vele broeders en zusters die, op een stille en onopvallende wijze, hun christelijk leven hebben geleefd in de volheid van geloof en liefde. Onder hen zijn zeker vele van onze verwanten, vrienden en bekenden.

Dit is voor ons dan een viering van heiligheid. Een heiligheid die niet zozeer te zien is in grote daden of buitengewone gebeurtenissen, maar veeleer in dagelijkse trouw aan de eisen van ons doopsel. Een heiligheid die bestaat in de liefde voor God en de liefde voor onze broeders en zusters. Een liefde die trouw blijft tot het punt van zelfopoffering en volledige toewijding aan anderen. We denken aan de levens van al die moeders en vaders die zich opofferen voor hun gezinnen en bereid zijn – ook al is dat niet altijd makkelijk – van zoveel dingen af te zien, zoveel persoonlijke plannen en projecten.

Maar als er één ding typisch is voor de heiligen, is het dat zij daadwerkelijk gelukkig zijn. Zij hebben het geheim van authentiek geluk ontdekt, dat diep in de ziel ligt en zijn bron heeft in de liefde van God. Daarom noemen we de heiligen zalig. De Zaligsprekingen zijn hun weg, hun doel richting het thuisland. De Zaligsprekingen zijn de weg van het leven die de Heer ons leert, zodat wij in Zijn voetstappen kunnen volgen. In het Evangelie van de Mis van vandaag hoorden we hoe Jezus de Zaligsprekingen verkondigde aan een grote menigte op de heuvel bij het Meer van Galilea.

De Zaligsprekingen zijn het beeld van Christus en als gevolg van elke christen. Ik zou er hier slechts één willen noemen: “Zalig die zachtmoedig zijn”. Van zichzelf zegt Jezus: “Kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart” (Matt. 11:29). Dit is zijn geestelijk portret en het onthult de overvloed van Zijn liefde. Zachtmoedigheid is een manier van leven en handelen die ons dichter bij Jezus en elkaar brengt. Het stelt ons in staat alles dat ons verdeelt en vervreemd aan de kant te zetten, en steeds nieuwe manieren te vinden om verder te gaan op de weg van eenheid. Zo was het met de zonen en dochters van dit land, waaronder de heilige Maria Elisabeth Hesselblad, kortgeleden heiligverklaard, en de heilige Birgitta van Vadstena, mede-patrones van Europa. Zij hebben gebeden en gewerkt om banden van eenheid en broederschap tussen christenen te smeden. Een zeer sprekend teken hiervan is dat we hier in uw land, getekend als het is door het naast elkaar leven van vrij verschillende volkeren, samen het vijfde eeuwfeest van de Reformatie herdenken. De heiligen brengen verandering tot stand door zachtmoedigheid van het hart. Met die zachtmoedigheid komen wij tot het begrip van de grootsheid van God en aanbidden we Hem met oprechte harten. Zachtmoedigheid is de houding van hen die niets hebben te verliezen, omdat hun enige rijkdom God is.

Op een bepaalde manier zijn de Zaligsprekingen de identiteitskaart van de christen. Zij identificeren ons als volgelingen van Jezus. Wij zijn geroepen zalig te zijn, volgers van Jezus te zijn, de problemen en angsten van onze tijd het hoofd te bieden met de geest en liefde van Jezus. Zo moeten wij in staat zijn nieuwe situaties te herkennen en beantwoorden met verse geestelijke energie. Zalig zijn zij die trouw blijven terwijl zij het kwaad verdragen dat anderen hen toebrengen, en hen vergeven vanuit hun hart. Zalig zijn zij die in de ogen kijken van de verlatenen en gemarginaliseerden, en hen hun nabijheid laten zien. Zalig zijn zij die God in ieder persoon zien, en hun best doen om anderen Hem ook te laten ontdekken. Zalig zijn zij die ons gezamenlijk thuis beschermen en verzorgen. Zalig zijn zij die afzien van hun eigen gemak om anderen te helpen. Zalig zijn die bidden en werken voor de volledige eenheid tussen christenen. Dit zijn allemaal boodschappers van Gods barmhartigheid en tederheid, en zij zullen zeker van Hem hun verdiende loon ontvangen.

Beste broeders en zusters, de oproep tot heiligheid is aan iedereen gericht en moet van de Heer ontvangen worden in een geest van geloof. De heiligen moedigen met hun levens en voorspraak bij God aan, en wijzelf hebben elkaar nodig als we heiligen willen zijn. Elkaar helpen heiligen te worden! Laat ons samen de genade afsmeken om deze oproep met vreugde te ontvangen en mee te werken en de vervulling ervan. Aan onze hemelse Moeder, Koningin van Alle Heiligen, vertrouwen we onze intenties toe en de dialoog gericht op de volledige eenheid van alle christenen, zodat wij gezegend mogen zijn in ons streven en heiligheid in eenheid mogen behalen.”

Photo credit: CNS/Paul Haring

‘From Conflict to Community’ – Nordic bishops on the eve of Pope Francis’ ecumenical visit

The members of the Nordic Bishops’ Conference – covering the countries of Iceland, Norway, Denmark, Sweden and Finland – have written a pastoral letter looking ahead to Pope Francis’ visit to Lund and Malmö, as well as the state and future of ecumenical relations with the Lutheran church in their countries. They rightly indicate that the anniversary of the Reformation, which will begin with the events in Lund that the Pope will attend, is no reason to celebrate for Catholics.

My translation of the document, which generally aligns itself closely with ‘From Conflict to Communion’, the 1999 document in which the Catholics and Lutherans agreed on the doctrine of justification. My translation follows:

7904248_orig“In 2017 we mark an event which has had great consequences for the Christian faith, in the first place in Europe. In the year 1517 Martin Luther initiated a process which became known in history as the Reformation and which, especially for our Lutheran fellow Christians represents an important moment in the development of their ecclesiastical tradition and identity. But since the Reformation would have been impossible without the Catholic basis, it is appropriate that we, as Catholic Christians, also think about it. That is already expressed in the document ‘From conflict to communion’, the result of dialogue in the Lutheran-Catholic Commission for the Unity of the Church. This tekst is directed towards a common commemoration, which is based on reflection rather than triumphalism.

Despite all explainable reasons, the Reformation caused a split in Christianity, which remains painful to this day. In the Nordic countries this split meant that the Catholic Church could only start again after many centuries. That is why the 500th anniversary of the event of the Reformation can not be observed as a celebration in the true sense. Rather it should be recalled in contrition. The process of reconciliation between the Catholic Church and the churches of the Reformation began many decades ago. But we can not tire of striving for the full unity in Christ.

At the start of the 16th century, the Catholic Church was in need of reform, something that not only Martin Luther, but also others acknowledged and expressed at that time. But instead of dealing with the necessary doctrinal questions, Christians of different confessions have instead done much harm to each other. At the closing of this year’s Week of Prayer for Christian Unity, Pope Francis prayed for “mercy and forgiveness for the unevangelical behaviour of Catholics towards other Christians”. In Sweden several Lutheran ministers have responded to that and also asked us Catholics for forgiveness.

The important questions is now, how we can continue together to come closer together in faith, in hope and in love? We, the Catholic bishops in the north of Europe, want to go on this path of reconciliation with our Lutheran brothers and sisters and do everything to promote unity.

Ecclesia semper reformanda

The Church must always let herself be converted and renewed by Christ. We are indeed a holy people, but a people of sinners on pilgrimage to eternity. Conversion, contrition and maturing in the faith are important stations on this path. Through the Second Vatican Council, the Catholic Church opened herself to many things that are also important to Lutheran Christians, for example the role of Holy Scripture and the meaning of the priesthood of all baptised. Thus, many difference have actually disappeared.

What still divides is, among other things, the sacramentality of the Church, as well as the understanding of the sacrament and the office. As Catholics we believe that the Church is the fundamental sacrament in which the incardinated word becomes present through the sacraments, in order to unite with us in love and transform us in Himself.

At the same time we see that many faithful Lutheran Christians become increasingly open to these aspects. A questions that remains pending and which is painfully felt on both sides is that of the common Eucharist. As much as this desired is justified, the unity of the Lord’s Table must also reflect the full unity in faith.

The Petrine office is also difficult to understand for many Lutheran Christians. But the personality of Pope Francis has made it more understandable. Pope Saint John Paul II already invited all non-Catholic Christians to think about other ways of  exercising the Petrine office (Ut Unum Sint, N.95).

Traditionally, the role of Mary and the saints has also been contentious. But among many non-Catholic Christians the meaning of Mary as the Mother of God and example in faith is being re-acknowledged.

Despite the mutual approach in question of doctrine, greater differences in questions of ethics and morality have recently appeared. But even when these make the dialogue in some respects more difficult, it should not be given up.

Definition of the Christian faith

In all ages Christians have formulated teachings to clearly define doctrine, distinguish them from false ideas or to convey them intelligebly. Often such formulations evolved into bones of contention, which for a long time created great frontlines between Christians. The principles of the reformers were similarly divided for many centuries. It is nevertheless fruitful, also for Catholics, to constructively engage with them.

Sola fide

The faith is undoubtedly necessary for justification. We share the central mysteries of the faith – for example, about the Trinity, about Jesus Christ, about salvation and justification – with our Lutheran brothers and sisters. We rejoice in this unity of faith which is based in baptism and expressed in the joint declaration about justification. That is why it is our mission to be witnesses of these truths of faith in our secular society. In our Nordic countries, where few practice their faith, it is important to proclaim the good news together and with one voice.

Sola Scriptura

Only through Holy Scripture can we receive the full revelation about the salvation which is offered to us in Christ. This revelation in received and shared in the Church. Through the teaching office of the Church this living tradition in Holy Scripture is codified. For us Catholics Church, teaching, tradition and Scripture belong together. In the Church and with the Church, Scripture is opened for us.  In this way the faith becomes ever more alive for us. Recently the number of Lutheran Christians who agree with  us believe that Scripture and the tradition of the Church are closely connected, has been on the rise.

Sola gratia

“Everything is mercy”, the saintly Doctor of the Church Thérèse of Lisieux, who can be considered as the Catholic answer to Martin Luther, says. Without God’s mercy we can do nothing good. Without His mercy we can not come to eternal life. Only through God’s mercy can we be justified and holy. Mercy can truly transform us, but we must also respond to this mercy and work alongside it. In the Mother of God, Mary, full of mercy and immaculate, we see how much can God can do in a person.

For many Lutheran Christians it is still difficult to agree with this truth. But we also see that many of them are open to similar questions about growth in prater and in holiness.

Simul iustus et peccator

We are all at the same time justified and sinners. As Catholics we believe that we are really sinners; but through the mercy of God we can receive forgiveness of all guilt in the Sacrament of Reconciliation. As baptised Christians we are called to holiness. The Church is a school of holiness. The saints, who we can ask to intercede for us, are shining examples and role models of this holiness. One of these role models is a woman from our countries, Saint Elisabeth Hesselblad, who was recently canonised. She is an incentive to all of us to go the way of holiness more consciously.

We see that many Lutherans are also open to the saints, such as, for example, Saint Francis of Assisi and Saint Mother Teresa of Calcutta. In our secularised world we need such witnesses of faith. They are living and credible witnesses of our faith.

Martyrium

We know that also in our time many Christians are persecuted for their faith and that there are also many blood witnesses. Martyrdom unites Christians from various churches. We think of all Christians, also in the Middle East, who are persecuted and yet remain true to Christ and His Church. Their example also strengthens us in our faith. Many Christians from these countries have also come to us in the north. it is therefore important that we, all Christians in our countries, maintain, protect and deepen what we share in faith. Then we can also increasingly give and common witness of the risen Lord.

Future perspectives

The joint declaration ‘From conflict to communion’ closes with five ecumenical imperatives, suggested to us Catholics and Lutherans to take further steps on the common way to unity. They are:

  1. Beginning from a perspective of unity and not of division, and promoting what we have in common.
  2. At the same time allowing oneself to be transformed by the witness of the other.
  3. Committing oneself to the search for visible unity.
  4. Rediscovering jointly the power of the Gospel of Christ for our time.
  5. Witness together of the mercy of God in proclamation and service to the world.

Also when these five imperatives speak of great and not always simple concerns, their message is clear, but only when we devote outself completely to Christ and together rediscover the power of the Gospel (cf. 4th imperative).

We are happy and thank God that the Holy Father, Pope Francis, will be coming to Lund on the occasion of the commemoration of the Reformation, to strengthen us in faith.

We therefore invite all Catholics to accompany the preparations for the papal visit with their prayer and to participate in as great a number as possible in both the ecumenical meeting in Malmö Arena and the Mass in Swedbank Stadion. In that way we will show both the joy, as Catholics, of being with Pope Francis, and also respect for the identity of our Lutheran fellow Christians, grown from the Reformation. Despite the still existing differences we are convinced, confident in the mercy of God, that ways towards common unity can be found.

On the Feast of St. Teresa of Avila, 15 October 2016

+ Czeslaw Kozon, Bishop of Copenhagen

+ Anders Arborelius OCD, Bishop of Stockholm

+ Bernt Eidsvig Can. Reg, Bishop of Oslo, Administrator of Trondheim

+ David Tencer OFM Cap, Bishop of Reykjavik

+ Teemu Sippo SCJ, Bishop of Helsinki

+ Berislav Grgic, Bishop-Prelate of Tromsø

+ Gerhard Schwenzer SS.CC., Bishop emeritus of Oslo”

csm_vollversammlung_01_37cd1858a6^Bishops Grgic, Sippo, Eidsvig, Kozon, Arborelius and Tencer, with Sr Anna Mirijam Karschner CPS, the general secretary of the Nordic Bishops’ Conference.

For round three, Pope Francis goes even further out

collegeofcardinalsIt’s another Franciscan selection for the next consistory: Pope Francis has picked 17 new cardinals, 6 of whom come from countries which have never had a cardinal before. Unlike previous consistories, the majority of the new cardinals are metropolitan archbishops. There are still three bishops, one priest, one head of a curia dicastery and – for the first time since 1998- a serving Nuncio among the new batch. Only five of the new cardinals serve in Europa in North America. The rest are spread out over Africa, Asia, South America, Oceania and the Middle East. Although he apparently still felt obliged to fill some cardinalatial sees (Madrid, Chicago, Mechelen-Brussels), this is Francis making sure the College of Cardinals increasingly reflects the worldwide Church.

After the consistory on 19 November, the number of electiors who can participate in a conclave will be 121. There are 111 cardinal electors now, but Cardinals Ortega y Alamino, López Rodríguez and Antonelli will turn 80 before the 19th. Following the 80th birthday of Cardinal Sarr on 28 November the number of cardinal electors will be at the ‘official’ maximum of 120 again.

A brief overview of the new cardinals:

  • Archbishop Mario Zenari, Titular Archbishop of Zuglio and Apostolic Nuncio to Syria.
  • Archbishop Dieudonné Nzapalainga, Metropolitan Archbishop of Bangui, Central African Republic.
  • Archbishop Carlos Osoro Sierra, Metropolitan Archbishop of Madrid, Spain.
  • Archbishop Sérgio Da Rocha, Metropolitan Archbishop of Brasília, Brazil.
  • Archbishop Blase Joseph Cupich, Metropolitan Archbishop of Chicago, United States of America
  • Archbishop Patrick D’Rozario, Metropolitan Archbishop of Dhaka, Bangladesh.
  • Archbishop Baltazar Enrique Porras Cardozo, Metropolitan Archbishop of Mérida, Venezuela
  • Archbishop Josef De Kesel, Metropolitan Archbishop of Mechelen-Brussel, Belgium.
  • Bishop Maurice Piat, Bishop of Port-Louis, Mauritius.
  • Bishop Kevin Joseph Farrell, Prefect of the Dicastery for the Laity, the Family and Life.
  • Archbishop Carlos Aguiar Retes, Metropolitan Archbishop of Tlalnepantla, Mexico.
  • Archbishop John Ribat, Metropolitan Archbishop of Port Moresby, Papua New Guinea.
  • Archbishop Joseph William Tobin, Metropolitan Archbishop of Indianapolis, Unites States of America.
  • Archbishop Anthony Soter Fernandez, Metropolitan Archbishop emeritus of Kuala Lumpur, Malaysia.
  • Bishop Renato Corti, Bishop emeritus of Novara, Italy.
  • Bishop Sebastian Koto Khoarai, Bishop emeritus of Mohale’s Hoek, Lesotho.
  • Father Ernest Simoni, priest of the Archdiocese of Shkodrë-Pult, Albania.

Some of these choices have come about through personal encounters the Holy Father has had or the circumstances in which the cardinals-to-be have to work, circumstances which are close to Pope Francis’ heart. Archbishop Zenari remains in Syria despite the horrors of war, Archbishop Nzapalainga hosted Pope Francis during his visit to the war-torn Central African Republic, and Father Simoni moved the Pope to tears with his lifestory of imprisonment, torture and hard labour under Albania’s communist regime.

archbishop-dieudonne-nzapalainga-800x500

^Seen here visiting an Internally Displaced Persons camp, Cardinal-elect Dieudonné Nzalapainga is an example of “a shepherd who smells like his sheep”.

The preference for the peripheries that Pope Francis has displayed time and again should also be clear from the list of new cardinals: The Central African Republic, Bangladesh, Mauritius, Papua New Guinea, Malaysia and Lesotho are not exactly major players in the Catholic world, but the selection of cardinals from these countries should perhaps not be seen as reflecting the role of the specific countries, but the parts of the world they are in, combined with the individual merits of the chosen prelates. Here we see a shift in the balance from Europe and North America to Africa, South America, southeast Asia and Oceania, parts of the world where the Church is growing or significantly stronger than in the secularised west. Parts of the world where the Church can have a hands-on role to play in the various social situations and circumstances people find themselves in: from war and terrorism to environmental challenges and increasing development and industralisation. Major change seems to be a deciding factor in the appointment of new cardinals.

95f101f4-8e11-11e6-bb78-3886984d35fe_web_scale_0_0795455_0_0795455__In the west, then, the chosen cardinals are seen in a far more political light. What are their positions on various topics within and outside the Church? And what does that say about the positions of Pope Francis on these same issues? Some of the new cardinals, such as Archbishop Cupich, De Kesel (at right) and Tobin are considered liberal on certain inter-ecclesiastic topics, and at the same time politically inclined in the same direction as the Holy Father, especially when it comes to the question of refugees in both Europe and North America, as well as gun control in the US. In general, their appointments are befitting of this Holy Year of Mercy.

Pope Francis has proven to not be too bothered with giving red hats to traditionally cardinalatial sees. In Europe, they get them in due time (with some exceptions, especially in Italy: Turin and Venice remain decidedly without cardinals at the helm), but the story is different across the pond. Despite their large Catholic populations, sees like Los Angeles and Philadelphia remain with a cardinal, despite having had them in the past.

bp__patrickPope Francis also tends to choose more religious to become cardinals. Of the seventeen new cardinals, six belong to a religous order or congregation: Archbishop Nzalapainga and Bishop Piat are Spiritans, Archbishop D’Rozario (at left) is a Holy Cross Father, Archbishop Ribat is a Sacred Heart Missionary, Archbishop Tobin is a Redemptorist and Bishop Khoarai is an Oblate of Mary Immaculate. Pope St. John Paul II sometimes appointed more religious as cardinals, but that was in his mega-consistories of  2001 and 2003  of 42 and 30 cardinals respectively.

Of the seventeen new cardinals, fourteen will be Cardinal-Priests due to their being bishops outside of Rome, and the remaining three will be  Cardinal-Deacons (as they do not lead a diocese somewhere). All Cardinal-Priests receive a title church, and the Cardinal-Deacons a deaconry; a church in Rome of which they are the theoretical shepherd, thus making them a part of the clergy of Rome working with the bishop of that city. In practice, they have no influence in the running of their title church or deaconry, although their coat of arms is displayed there, and they take official possession of it some time after creation as cardinal.

While no Pope is obliged to use any of the available vacant titles and deaconries, and he is free to create new ones as he sees fit, some of these churches do stay in the family, so to speak. There are currently fourteen title churches vacant, so there is no pressing need to create new ones. Pope Francis has in the past shown to sometimes favour continuity in the granting of these titles (for example, he gave the title church he had as a cardinal, San Roberto Bellarmino, to Cardinal Mario Poli, who had succeeded him as archbishop of Buenos Aires). By that logic, we could guess that the church of San Bartolomeo all’Isola could be given to Archbishop Cupich, since it was the title church of his predecessor in Chicago, Cardinal Francis George. The other American cardinals could receive Santa Croce in Via Flaminia or Santi Giovanni e Paolo, as they were previously held by Amerian cardinals (Baum and Egan) as well.

For the three Cardinal-Deacons there is a choice of 10 vacant deaconries, so any guess is as good as the next, really.

Photo credit: [2] Catholic Herald, [3] BELGA, [4] Catholic Bishops’ Conference of Bangladesh

More people and better visibility – Trondheim gets ready for its new cathedral

Yesterday, Pope Francis chose Cardinal Cormac Murphy-O’Connor to be his official representative at the consecration of the new cathedral in Trondheim, Norway. Where Church attendance falls all over northern and western Europe, the Scandinavian dioceses (and two territorial prelatures, of which Trondheim is one) are showing growing numbers, chiefly through immigration from countries such as Poland and the Philippines.

1008h-forplass-rammesok-red

An artist’s impression of the finished cathedral, seen from the north side.

The new cathedral, dedicated to Saint Olav like its predecessor, will be consecrated on 19 November. Cardinal Murphy-O’Connor, who was the archbishop of Westminster from 2000 to 2009, will concelebrate and give the homily during the Mass. He is present not in his own name, but in the name of the Holy Father. Papal envoys are usually sent to major events, such as the consecrations of cathedrals or national eucharistic congresses.

1008h-perspektiv-kirkerommet-justert-red

There is more than one reason for the Territorial Prelature of Trondheim to build a new cathedral. The previous building, completed in 1973, was structurally unsound since the beginning and had reached the danger of collapse in recent years because of rusted steel beams.

Another reason is one I have mentioned above: the growing Church in Norway. Trondheim is home to some 10,000 registered Catholics of 70 different nationalities. Before building a new cathedral other solutions were found to accomodate the growing number of faithful, such as refurbishing existing building or using buildings owned by the municipality, but none proved permanently satisfactory or even possible,

There was also a desire to make the Catholic Church in Norway more visible, going back to the visit of Pope Saint John Paul II in 1989. Trondheim is the birthplace of Norwegian Catholicism and this, coupled with increasing Catholic involvement in ecumenical contact in Norway, has led to the wish to increase this visibility by adding a distinctive Catholic presence to the skyline. The proximity of the shrine of St. Olav – in the Lutheran cathedral nearby –  and the growing number of pilgrimages made to that shrine has also played its part.

The Territorial Prelature of Trondheim is one of Norway’s three ecclesiastical circumstriptions and covers central Norway. It is the current incarnation of the medieval Archdiocese of Nidaros, which was suprressed in 1537. Trondheim is currently administered by the Bishop of Oslo, Bernt Ivar Eidsvig.

 

Robert Kardinaal Sarah: “Naar een authentieke toepassing van Sacrosanctum Concilium”

This is a Dutch translation of Cardinal Robert Sarah’s address on the first day of the Sacra Liturgia conference, held in London from 5 to 8 July. This translation is based on the text as released via the Sacra Liturgia Facebook page. It is not a complete transcript of what Cardinal Sarah said. This is expected to be released sometime next week, after the cardinal has added a few points once he returns to Rome. In due time, this address, as well as the conference’s other papers, will be published in book form.


Dit is een Nederlandse vertaling van de toespraak die Kardinaal Robert Sarah heeft gegeven op de eerste dag van de Sacra Liturgia conferentie, gehouden in Londen van 5 tot 8 juli. Deze vertaling is gebasseerd op de tekst zoals die op de Facebook-pagina van Sacra Liturgia werd gepubliceerd. Het is geen volledige transcriptie van wat Kardinaal Sarah heeft gezegd. Het is de verwachting dat deze in de loop van de komende week wordt uitgegeven, zodra de kardinaal een aantal punten toe heeft kunnen voegen na zijn terugkeer naar Rome. Uiteindelijk zal deze toespraak, samen met alle andere die tijdens de conferentie gehouden zijn, in boekvorm uitgegeven worden.

TOESPRAAK VAN ZIJNE EMINENTIE ROBERT KARDINAAL SARAH:
“NAAR EEN AUTHENTIEKE TOEPASSING VAN SACROSANCTUM CONCILIUM”

IMG_7842

Ik wil in de eerste plaats mijn dank uitspreken aan Zijne Eminentie Vincent Kardinaal Nichols, voor zijn welkom in het Aartsbisdom Westminster en zijn vriendelijke begroetingswoorden. Eveneens wil ik Zijne Excellentie Bisschop Dominique Rey, bisschop van Fréjus-Toulon, danken voor zijn uitnodiging om hier met u aanwezig zijn bij de derde internationale “Sacra Liturgia” conferentie, en vanavond de openingstoespraak te presenteren. Uwe Excellentie, ik feliciteer u met dit internationale initiatief ter bevordering van de studie van het belang van liturgische vorming en viering in het leven en de missie van de Kerk.

In deze toespraak wil ik een aantal overwegingen aan u voorleggen over hoe de westerse Kerk naar een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium kan toewerken. Hiermee wil ik de vraag stellen: “Wat hadden de Vaders van het Tweede Vaticaans Concilie voor ogen met de liturgische hervorming?” Daarna wil ik bespreken hoe hun bedoelingen na het Concilie zijn toegepast. Uiteindelijk zou ik u een aantal voorstellen willen voorleggen over het liturgisch leven van de Kerk vandaag, zodat onze liturgische praktijk de bedoelingen van de Concilievaders beter kan weergeven.

Het is volgens mij overduidelijk dat de Kerk leert dat de katholieke liturgie de unieke bevoorrechte locus is van het verlossende handelen van Christus in onze huidige wereld, door middel van werkelijke participatie waarin wij Zijn genade en kracht ontvangen die zo nodig zijn voor onze volharding en groei in het christelijk leven. Het is de goddelijke vastgestelde plaats waar wij onze plicht tot het aanbieden van een offer, het Ene Ware Offer, aan God komen vervullen. Het is waar we onze diepgaande behoefte om God te aanbidden verwerkelijken. Katholieke liturgie is iets heiligs, iets dat door haar aard heilig is. Katholieke liturgie is geen gewone menselijke samenkomst.

Ik wil hier een zeer belangrijk feit onderstrepen: God, niet de mens, staat in het hart van de katholieke liturgie. We komen om Hem te aanbidden. De liturgie gaat niet om jou of mij; we vieren er niet onze eigen identiteit of prestaties, verheerlijken of promoten er niet onze eigen cultuur of plaatselijke religieuze gewoontes. De liturgie draait in de allereerste plaats om God en wat Hij voor ons gedaan heeft. In Zijn Goddelijke Voorzienigheid heeft de Almachtige God de Kerk gesticht en de heilige liturgie ingesteld waarmee wij Hem ware aanbidding kunnen opdragen in overeenstemming met het Nieuwe Verbond dat Christus gebracht heeft.Hierdoor, door het binnengaan van de vereisten van de heilige riten die in de traditie van de Kerk zijn ontwikkeld, krijgen wij onze ware identiteit en betekenis als zonen en dochters van de Vader.

Het is van essentieel belang dat we dit specifieke karakter van de katholieke eredienst begrijpen, want in recente decennia hebben we vele liturgische vieringen gezien waarin mensen, persoonlijkheid en menselijke prestaties te prominent aanwezig waren, bijna tot uitsluiting van God. Zoals Kardinaal Ratzinger ooit schreef: “Als de liturgie in de eerste plaats een werkplaats voor ons eigen handelen lijkt, dan wordt het essentiële vergeten: God. Het vergeten van God is het meest dreigende gevaar van onze tijd” (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 593). 

We moeten volkomen duidelijk zijn over de aard van de katholieke eredienst als we de Constutitie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie op de juiste wijze willen lezen en als we deze getrouw willen uitvoeren.

Al vele jaren voor het Concilie, in zowel missielanden als in de meer ontwikkelde gebieden, was er veel discussie over de mogelijkheid om het gebruik van de volkstalen in de liturgie uit te breiden, vooral voor de lezingen uit de Heilige Schrift, alsook voor een aantal andere onderdelen van het eerste deel van de Mis (wat we nu de “dienst van het Woord” noemen) en de liturgische zang. De Heilige Stoel had al meerdere keren toestemming gegeven voor het gebruik van de volkstaal in het toedienen van de sacramenten. Dit is de context waarin de Concilievaders spraken over de mogelijke positieve oecumenische of missionaire gevolgen van liturgische hervorming. Het is waar dat de volkstaal een positieve plaats heeft in de liturgie. Hier zochten de Vaders naar, niet naar de protestantisering van de Heilige Liturgie of instemmend met haar onderwerping aan een valse inculturisatie.

Ik ben een Afrikaan. Laat me dit duidelijk maken: de liturgie is niet de plaats om mijn cultuur te promoten. Het is veeleer de plaats waar mijn cultuur gedoopt wordt, waar mijn cultuur in het goddelijke wordt opgenomen. Door de liturgie van de Kerk (die missionarissen door heel de wereld hebben meegedragen) spreekt God tot ons, verandert Hij ons en stelt ons in staat deel te nemen in Zijn goddelijk bestaan. Als iemand christen wordt, als iemand in volledige eenheid met de katholieke kerk komt, ontvangt hij iets meer, iets dat hem verandert. Zeker, culturen en andere christenen brengen gaven met zich mee in de Kerk – de liturgie van de Ordinariaten voor Anglicanen die nu in volle eenheid met de Kerk zijn is hier een prachtig voorbeeld van. Maar zij brengen deze gaven met nederigheid, en de Kerk, in haar moederlijke wijsheid, maakt er gebruik zoals zij dat goed acht.

Eén van de duidelijkste en mooiste uitdrukking van de bedoelingen van de Concilievaders is te vinden aan het begin van het tweede hoofdstuk van de Constitutie, dat het mysterie van de Hoogheilige Eucharistie behandelt. In nummer 48 lezen we:

“Daarom geeft de Kerk zich alle zorg en moeite, dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, dat zij door Gods woord onderwezen worden, zich voeden aan de tafel van ‘s Heren Lichaam en God dank brengen, dat zij het onbevlekt Offer opdragen niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem, en zo zich zelf leren offeren, dat zij eindelijk steeds meer door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat tenslotte Gods alles in allen moge zijn.”

Broeders en zusters, dit is wat de Concilievaders wilden. Jazeker, ze discussieerden en stemden over specifieke manieren om hun bedoelingen toe te passen. Maar laat ons glashelder zijn: de rituele hervormingen in de Constitutie, zoals het herstel van het gebed van de gelovigen tijdens de Mis (n. 53), de uitbreiding van de concelebratie (n. 57) of een aantal van haar beleidslijnen zoals de vereenvoudiging verlangd in nummers 34 en 50, zijn alle ondergeschikt aan de fundamentele bedoelingen van de Concilievaders die ik zojuist heb omschreven. Het zijn middelen tot een doel, en het is het doel dat wij moeten behalen.

Als we naar een authentiekere toepassing van Sacrosanctum Concilium willen toewerken, dan moeten we op de allereerste plaats deze einddoelen in het oog houden. Misschien dat, als we ze met een frisse blik en met het voordeel van de ervaring van de laatste vijf decennia bestuderen, we sommige rituele hervormingen en bepaalde liturgische beleidslijnen in een ander licht zullen zien. Als sommige van deze nu moeten worden heroverwogen, om zo “het christelijk leven onder de gelovigen steeds hoger op te voeren” en “alle mensen tot de Kerk te roepen”, laat ons dan de Heer vragen ons de liefde en de nederigheid en wijsheid te schenken om dit te doen.

Ik noem deze mogelijkheid om opnieuw naar de Constitutie en de hervorming die volgde op de publicatie ervan te kijken, omdat ik niet denk dat we vandaag zelfs ook maar de eerste paragraaf van Sacrosanctum Concilium eerlijk kunnen lezen en tevreden kunnen zijn dat we de doelstellingen ervan hebben bereikt. Broeders en zusters, waar zijn de gelovigen waarover de Concilievaders spraken? Vele gelovigen zij nu ongelovig: ze komen helemaal niet meer naar de liturgie. In de woorden van de heilige Johannes Paulus II: vele christenen leven in een staat van “stille afvalligheid;” zij “leven alsof God niet bestaat” (Apostolische Exhortatie Ecclesia in Europa, 28 juni 2003, 9). Waar is de eenheid die het Concilie hoopte te bereiken? We hebben het nog niet bereikt. Hebben we werkelijk vooruitgang geboekt in het roepen van alle mensen tot de Kerk? Ik denk het niet. En toch hebben we heel veel in de liturgie gedaan!

In mijn 47 jaar als priester en na meer dan 36 jaar aan bisschoppelijk dienstwerk kan ik verklaren dat vele katholieke gemeenschappen en individuen de liturgie, zoals hervormd na het Concilie, met geestdrift en vreugde leven en vieren, en er veel van, zo niet al, het goede uit halen dat de Concilievaders verlangden. Dit is een grote vrucht van het Concilie. Maar uit mijn ervaring – nu ook als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten – weet ik ook dat er vele vervormingen van de liturgie in heel de Kerk van vandaag bestaan, en er zijn vele situaties die verbeterd kunnen worden zodat de doelstellingen van het Concilie behaald kunnen worden. Voor ik over een aantal mogelijke verbeteringen spreek, laten we bedenken wat er gebeurde na de publicatie van de Constitutie over de Heilige Liturgie.

Terwijl het officiele hervormingswerk plaatsvondt ontstonden er een aantal zeer ernstige verkeerde interpretaties van de liturgie en deze schoten wortel in verschillende plaatsen in de wereld. Deze misbruiken van de Heilige Liturgie ontwikkelden zich vanwege een foutief begrip van het Concilie en resulteerden in liturgische vieringen die subjectief waren en meer gericht op de verlangens van de individuele gemeenschap dan op de offerdienst van de Almachtige God. Mijn voorganger als Prefect van de Congregatie, Francis Kardinaal Arinze, noemde dit ooit eens “de doe-het-zelf Mis”. De heilige Johannes Paulus II vond het zelfs noodzakelijk het volgende te schrijven in zijn encycliek Ecclesia de Eucharistia (17 april 2003):

“Deze dienst van de verkondiging van de kant van het Leergezag heeft een antwoord gekregen in de innerlijke groei van de christelijke gemeente. Zonder twijfel heeft de liturgiehervorming van het Concilie in hoge mate bijgedragen aan een bewustere, actievere en vruchtbaarder deelname aan het heilig Offer van het Altaar van de kant van de gelovigen. Op veel plaatsen is Aanbidding van het Allerheiligst Sacrament ook een belangrijke dagelijkse praktijk en wordt een onuitputtelijke bron van heiligheid. De vrome deelname van de gelovigen aan de eucharistische processie op Sacramentsdag is een genade van de Heer die ieder jaar vreugde brengt aan hen die eraan deelnemen. Andere positieve tekenen van geloof in en liefde voor de Eucharistie zouden nog genoemd kunnen worden.

Helaas is er naast dit licht ook schaduw. Op sommige plaatsen is de praktijk van de eucharistische Aanbidding vrijwel volledig verwaarloosd. In verschillende delen van de Kerk zijn misbruiken opgetreden, die lijden tot verwarring met betrekking tot het gezonde geloof en de katholieke leer ten aanzien van dit wonderbaarlijke Sacrament. Soms komt men een uiterst verengd begrip van het eucharistische mysterie tegen. Beroofd van zijn betekenis als offer wordt het gevierd als ware het eenvoudigweg een broederlijke maaltijd. Daarenboven wordt van tijd tot tijd de noodzaak van het ambtelijke priesterschap dat wortelt in de apostolische opvolging verduisterd en de sacramentaliteit van de Eucharistie wordt teruggebracht tot louter werkdadigheid in de verkondiging. Dit heeft hier en daar geleid tot oecumenische initiatieven die hoewel edel in hun motieven, toegeven aan eucharistische praktijken die in tegenspraak zijn met de discipline waarmee de Kerk haar geloof uitdrukt. Kunnen wij anders dan onze diepe droefheid over dit alles uitdrukken? De Eucharistie is een te groot geschenk dan dat wij dubbelzinnigheid en verschraling van de betekenis zouden kunnen dulden.

Ik vertrouw erop dat deze encycliek er effectief aan kan bijdragen om de schaduwen van onaanvaardbare doctrines en praktijken te verdrijven, opdat de Eucharistie verder moge stralen in heel de glans van haar mysterie (n. 10).”

Hier bestond ook een pastorale werkelijkheid: om goede redenen of niet, sommige mensen konden of wilden niet deelnemen aan de hervormde riten. Zij bleven weg of namen alleen deel aan de niet-hervormde liturgie waar ze die konden vinden, zelfs als de viering ervan niet was toegestaan. Zo werd de liturgie een uitdrukking van verdeeldheid in de Kerk, in plaats van één van katholieke eenheid. Het Concilie wilde niet dat de liturgie ons van elkaar scheidde! De heilige Johannes Paulus II werkte aan het genezen van deze verdeling, met de hulp van Kardinaal Ratzinger die, als Paus Benedictus XVI, de nodige interne verzoening in de Kerk wilde faciliteren door in zijn Motu Proprio Summorum Pontificum (7 juli 2007) te bepalen dat de oudere vorm van de Romeinse ritus zonder beperkingen beschikbaar moet zijn voor die individuen en groepen die uit haar rijkdom willen putten. In Gods Voorzienigheid is het nu mogelijk onze katholieke eenheid te vieren met respect voor, en zelfs vreugde in, een legitieme diversiteit van de rituele praktijk.

We mogen dan een hele nieuwe, moderne liturgie in de volkstaal hebben opgebouwd, maar als we niet de juiste basis hebben gelegd – als onze seminaristen en geestelijkheid niet “diep doordrongen zijn van de geest en de kracht van de liturgie”, zoals het Concilie vroeg – dan kunnen zij zelf de mensen die aan hun zorg zijn toevertrouwd niet vormen. We moeten de woorden van het Concilie zelf zeer serieus nemen: het zou “kansloos” zijn te hopen op een liturgische vernieuwing zonder een grondige liturgische vorming. Zonder deze essentiële vorming zouden geestelijken zelfs schade toebrengen aan het geloof van mensen in het eucharistisch mysterie.

Ik wil niet bovenmatig pessimistisch overkomen, en ik zeg nogmaals: er zijn vele, vele gelovige mannelijke en vrouwelijke leken, vele geestelijken en religieuzen voor wie de liturgie zoals hervormd na het Concilie een bron van veel geestelijke en apostolische vruchten is, en daar dank ik de Almachtige God voor. Maar ik denk dat u het met mij eens zal zijn, zelfs op basis van mijn korte analyse hierboven, dat we beter kunnen doen, zodat de Heilige Liturgie werkelijk de bron en het hoogtepunt van het leven en de missie van de Kerk wordt, nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, zoals de Concilievaders zozeer verlangden.

Gezien de fundamentele verlangens van de Concilievaders en de verschillende situaties die na het Concilie zichtbaar zijn geworden, zou ik een aantal praktische overwegingen willen presenteren over hoe we Sacrosanctum Concilium vandaag beter kunnen toepassen. Ook al dien ik als Prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst, ik doe dit in alle nederigheid als een priester en een bisschop in de hoop dat dit een volwassen reflectie en studie en goed liturgisch handelen in heel de Kerk zal bevorderen.

Het zal geen verrassing zijn wanneer ik zeg dat we in de eerste plaats de kwaliteit en diepgang van onze liturgische vorming moeten onderzoeken, hoe we de geest en kracht van de liturgie overbrengen op onze geestelijken, religieuzen en lekengelovigen. Te vaak nemen we aan dat onze wijdingskandidaten voor het priesterschap of het permanente diaconaat genoeg over de liturgie “weten”. Maar het Concilie drong hierin niet aan op kennis, hoewel de Constitutie natuurlijk het belang van liturgiestudie onderstreepte (zie n. 15-17). Nee, de eerste en essentiële liturgische vorming is meer een onderdompeling in de liturgie, in het diepe mysterie van God, onze liefhebbende Vader. Het is een kwestie van de liturgie beleven in al haar rijkdom, zodat we, na gedronken te hebben uit haar bron, altijd dorsten naar haar verrukkingen, haar orde en schoonheid, haar stilte en bezinning, haar verheerlijking en aanbidding, haar vermogen ons ten diepste te verbinden met Hem die in en door de riten van de Kerk werkt.

Als we hier zorg voor dragen, als onze nieuwe priesters en diakens werkelijk dorsten naar de liturgie, zullen zij op hun beurt in staat zijn degenen die aan hun zorg zijn toevertrouwd te vormen – zelfs als de liturgische situatie en mogelijkheden van hun kerkelijke missie bescheidener zijn dan die van het seminarie of de kathedraal. Ik weet van vele priesters in zulke omstandigheden die hun mensen vormen in de geest en kracht van de liturgie, en wier parochies voorbeelden zijn van grote liturgische schoonheid. We moeten niet vergeten dat waardige eenvoud niet hetzelfde is als reductief minimalisme of een verwaarloosde en vulgaire stijl. Zoals onze Heilige Vader, Paus Franciscus, leert in zijn Apostolische Exhortatie Evangelii Gaudium: “De Kerk evangeliseert en evangeliseert zichzelf met de schoonheid van de liturgie, die ook viering is van de evangeliserende activiteit en bron van een hernieuwde impuls tot zelfgave.” (n. 24)

Ten tweede denk ik dat het zeer belangrijk is dat we duidelijk zijn over de aard van liturgische participatie, van de participatio actuosa waar het Concilie toe opriep. Hierover is veel verwarring geweest in de laatste decennia. Nummer 48 van de Constitutie zegt: De Kerk wil “dat de christengelovigen dit geheim van het geloof niet als buitenstaanders of als zwijgende toeschouwers bijwonen, maar dat zij het door de riten en gebeden goed leren begrijpen en daardoor bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling.” Het Concilie beschouwt participatie als voornamelijk intern, voortkomend uit een goed begrip van de riten en gebeden. Zeker, de Concilievaders vragen de gelovigen te zingen, de priester te antwoorden, liturgische taken op zich te nemen die rechtmatig de hunne zijn, maar staan erop dat allen zich bewust zijn van wat ze doen, “godvruchtig en actief”.

Als we het belang van de internisalisatie van onze liturgische participatie begrijpen zullen we het luidruchtige en gevaarlijke liturgische activisme, dat in de laatste decennia zo prominent aanwezig is geweest, vermijden. We gaan niet naar de liturgie om op te treden, om dingen te doen zodat anderen het kunnen zien: we gaan om verbonden te worden met het handelen van Christus door een internalisatie van de uitwendige liturgische riten, gebeden, tekenen en symbolen. Wellicht dat degenen die geroepen zijn tot liturgisch dienstwerk dit zich beter moeten herinneren dan anderen! Maar we moeten anderen ook vormen, in het bijzonder onze kinderen en jonge mensen, in de ware betekenis van liturgische participatie, in de ware manier om de liturgie te bidden.

Ten derde, ik heb gesproken over het feit dat een aantal hervormingen die na het Concilie zijn ingevoerd mogelijk zijn samengesteld volgens de tijdsgeest en dat er een groeiende hoeveelheid studie door trouwe zonen en dochters van de Kerk is geweest, waarin wordt gevraagd of wat was ingevoerd werkelijk de doelstellingen van de Constitutie toepaste, of dat ze er in werkelijkheid aan voorbij gingen. Deze studie vindt soms plaats onder de noemer “hervorming van de hervorming” en ik weet dat EH Thomas Kocik over deze kwestie een doorwrochte studie heeft gepresenteerd tijdens de Sacra Liturgia conferentie in New York, een jaar geleden.

Ik denk niet dat we de mogelijkheid of de wenselijkheid van een officiële hervorming van de liturgische hervorming kunnen afwijzen, omdat haar voorstanders een aantal belangrijke beweringen doen in hun pogingen trouw te zijn aan de nadruk van het Concilie in nummer 23 van de Constitutie “om de gezonde traditie te bewaren en toch de weg te openen voor een gewettigde vooruitgang”, en dat “vernieuwingen niet plaats hebben, tenzij deze door een werkelijk en duidelijk nut van de Kerk worden vereist, waarbij men er op dient te letten, dat de nieuwe vormen als het ware organisch voortkomen uit de reeds bestaande vormen.”

Ik kan meedelen dat, toen ik afgelopen april door de Heilige Vader in audiëntie werd ontvangen, Paus Franciscus mij vroeg de kwestie van een hervorming van een hervorming te bestuderen en hoe beide vormen van de Romeinse ritus te verrijken. Dat zal een fijngevoelig werk zijn en ik vraag om uw geduld en gebed. Maar als we Sacrosanctum Concilium beter willen toepassen, als we willen bereiken wat het Concilie verlangde, dan is dit een serieuze kwestie die zorgvuldig moet worden bestudeerd en behandeld met de nodige duidelijkheid en voorzichtigheid.

Wij priesters, wij bisschoppen dragen een grote verantwoordelijkheid. Hoe leidt ons goede voorbeeld tot goed liturgisch handelen; hoe kwetst onze onachtzaamheid of wangedrag de Kerk en haar heilige liturgie!

Wij priesters moeten in de allereerste plaats aanbidders zijn. Onze mensen zien het verschil tussen een priester die met geloof viert en één die haastig viert, veel op zijn horloge kijkt, bijna alsof hij zo snel mogelijk weer terug naar de televisie wil! Priesters, we kunnen niets belangrijkers doen dan de heilige mysteries te vieren: laten we oppassen voor de verleiding van liturgische luiheid, want dat is een verleiding van de duivel.

We moeten onthouden dat wij niet de makers van de liturgie zijn. Wij zijn haar nederige bedienaars, onderworpen aan haar discipline en wetten. Wij hebben ook de verantwoordelijkheid om degenen die ons bijstaan in liturgische functies te vormen in zowel de geest en kracht van de liturgie en zeker ook haar regels. Ik heb soms priesters een stap terug doen zetten om buitengewone bedienaars de Heilige Communie uit te laten delen: dit is fout, het is een ontkenning van het priesterlijk dienstwerk evenals een klerikalisering van de leken. Wanneer dit gebeurt is het een teken dat de vorming verkeerd is gegaan, en dat het gecorrigeerd moet worden.

Ik heb ook priesters en bisschoppen gezien die, gekleed om de Heilige Mis te vieren, telefoons en camera’s tevoorschijn haalden en in de heilige liturgie gebruikten. Dit is een verschrikkelijke aanklacht tegen het begrip dat zij hebben over wat ze doen als ze de liturgische gewaden aantrekken, dus zich als een alter Christus kleden – en nog meer, als ipse Christus, als Christus zelf. Dit is heiligschennis. Geen bisschop, priester of diaken die is gekleed voor het liturgisch dienstwerk of aanwezig op het priesterkoor moet foto’s nemen, zelfs niet tijdens grote geconcelebreerde Missen. Dit priesters dit vaak doen tijdens zulke Missen, of met elkaar praten of nonchalant zitten, is volgens mij een teken dat wij opnieuw moeten nadenken over de gepastheid van deze Missen, vooral als het priesters aanzet tot zulk schandalig gedrag dat het gevierde mysterie zo onwaardig is, of als de grootte van deze geconcelebreerde vieringen tot het risico van ontheiliging van de heilige Eucharistie leidt.

Ik wil een beroep doen aan alle priester. U heeft misschien mijn artikel in L’Osservatore Romano van een jaar geleden (12 juni 2015) gelezen, of mijn interview met het tijdschrift Famille Chrétienne in mei van dit jaar. Bij beide gelegenheden heb ik gezegd dat ik denk dat het heel belangrijk is dat we zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting, van priesters en gelovigen samen in dezelfde richting – naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt, in die delen van de liturgische riten waarin we ons tot God richten. Dit is toegestaan onder de huidige liturgische regels. Het is volledig legitiem in de moderne ritus. Ik denk dat het een heel belangrijke stap is om te verzekeren dat in onze vieringen de Heer werkelijk in het centrum staat.

En dus, beste priesters, vraag ik u dit waar mogelijk toe te passen, voorzichtig en met de nodige catechese, zeker, maar ook met het zelfvertrouwen van een herder dat dit iets goeds is voor de Kerk, iets goeds voor onze mensen. Uw eigen pastorale oordeel zal bepalen hoe en wanneer dit mogelijk is, maar wellicht is de eerste zondag van de Advent van dit jaar, wanneer we uitkijken naar “de Heer die zal komen” en “die niet aarzelt”, een hele goede tijd om dit te doen. Beste priesters, we zouden opnieuw moeten luisteren naar de klaagzang van God zoals verkondigd door de profeet Jeremia: “ze hebben Mij de rug toegekeerd” (2:27). Laat ons weer naar de Heer terugkeren!

Ik zou ook een beroep willen doen op mijn broeders bisschoppen: leidt u alstublieft uw priesters en mensen op deze manier naar de Heer, in het bijzonder in grote vieringen in uw bisdommen en in uw kathedraal. Vorm uw seminaristen alstublieft in de werkelijkheid dat we niet tot het priesterschap geroepen zijn om zelf in het hart van de liturgische eredienst te staan, maar om de gelovigen van Christus als medegelovigen naar Hem te leiden. Maak deze eenvoudige maar diepgaande hervorming alstublieft mogelijk in uw bisdommen, uw kathedralen, uw parochies en uw seminaries.

Wij bisschoppen hebben een grote verantwoordelijkheid, en ooit zullen we ons voor de Heer moeten verantwoorden over ons beheer. Wij bezitten niets! Zoals de heilige Paulus ons leert, wij zijn slechts “helpers van Christus, belast met het beheer van Gods geheimen” (1 Kor. 4:1). Wij hebben de verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat de heilige werkelijkheid van de liturgie wordt gerespecteerd in onze bisdommen en dat onze priesters en diakens zich niet alleen aan de liturgische voorschriften houden, maar de geest en de kracht van de liturgie waaruit deze voortkomen kennen. Ik was zeer bemoedigd door het lezen van de presentatie getiteld “The Bishop: Governor, Promoter and Guardian of the Liturgical Life of the Diocese”, gegeven voor de Sacra Liturgia conferentie in Rome in 2013 door aartsbisschop Alexander Sample van Portland in Oregon in de VS, en ik raad mijn broeders bisschoppen op broederlijke wijze aan zijn overwegingen zorgvuldig te bestuderen.

Hier herhaal ik wat ik elders heb gezegd: dat Paus Franciscus mij heeft gevraagd het liturgisch werk voort te zetten dat Paus Benedictus begonnen is (zie: Boodschap aan Sacra Liturgia 2015, New York City). Het feit dat we een nieuwe paus hebben betekent niet dat de visie van zijn voorganger nu niet langer geldig is. Integendeel, zoals we weten heeft onze Heilige Vader Paus Franciscus het grootste respect voor de liturgische visie en maatregelen die Paus Benedictus heeft uitgevoerd in opperste trouw aan de wensen en doelstellingen van de Concilievaders.

Staat u mij, voor ik afrond, toe een aantal andere kleine manieren te noemen die ook bij kunnen dragen aan een meer getrouwe toepassing van Sacrosanctum Concilium. Eén daarvan is dat we de liturgie moeten zingen, we moeten de liturgische teksten zingen, met respect voor de liturgische tradities van de Kerk en ons verheugend in de schatkist aan gewijde muziek die de onze is, in het bijzonder die muziek die hoort bij de Romeinse ritus, het Gregoriaans. We moeten gewijde liturgische muziek zingen, en niet slechts religieuze muziek of, erger, wereldse muziek.

We moeten de juiste balans vinden tussen de volkstalen en het gebruik van het Latijn in de liturgie. Het Concilie heeft nooit de bedoeling gehad dat de Romeinse ritus volledig in de volkstaal gevierd zou worden. Maar het wilde wel een breder gebruik ervan toestaan, in het bijzonder voor de lezingen. Tegenwoordig zou het mogelijk moeten zijn, vooral door moderne druktechnieken, om voor ieder het begrijpen van het Latijn te vergemakkelijken, wellicht voor de liturgie van de Eucharistie, en dit is natuurlijk met name gepast bij internationale samenkomsten waar de plaatselijke volkstaal door velen niet verstaan wordt. En wanneer de volkstaal gebruikt wordt moet het natuurlijk een juiste vertaling van het originele Latijn zijn, zoals Paus Franciscus recent aan mij heeft bevestigd.


Tussenkomst van Bisschop Rey

Met grote vreugde hebben we vandaag gehoord dat onze Heilige Vader, Paus Franciscus, u heeft gevraagd een studie te beginnen van de liturgische hervorming na het Concilie, en mogelijkheden te verkennen van wederzijdse verrijking tussen de oudere en nieuwere vormen van de Romeinse ritus, oorspronkelijk besproken door Paus Benedictus XVI.

Uwe Eminentie, uw oproep dat wij “zo snel mogelijk terugkeren naar een gezamenlijke richting” in onze liturgische vieringen, “naar het ooster of tenminste naar de apsis – naar de Heer die komt,” is een uitnodiging tot een radicale herontdekking van iets dat aan de wortel ligt van de christelijke liturgie. Het roept ons op om wederom te beseffen dat, in al onze liturgische vieringen, de christelijke liturgie in essentie gericht is op Christus, wiens komst wij met vreugdevolle hoop afwachten.

Uwe Eminentie, ik ben slechts één bisschop van één bisdom in het zuiden van Frankrijk. Maar als antwoord op uw oproep wil ik nu aankondigen dat, in ieder geval op de laatste zondag van de Advent van dit jaar, in mijn viering van de heilige Eucharistie in mijn kathedraal en bij andere gelegenheden zoals het past, ik ad orientem zal vieren – in de richting van de Heer die komt. Voor de Advent zal ik een brief schrijven aan mijn priesters en mensen over deze kwestie om mijn beslissing toe te lichten. Ik zal hen aanmoedigen mijn voorbeeld te volgen. Ik zal hen vragen mijn persoonlijke getuigenis, als eerste herder van het bisdom, te ontvangen in de geest van iemand die zijn volk wil oproepen om hierdoor het primaatschap van de genade in hun liturgische vieringen te herontdekken. Ik zal uitleggen dat deze verandering ons zal helpen de fundamentele aard van de christelijke eredienst te herinneren: dat het steeds op de Heer gericht moet zijn.


Kardinaal Sarah, Addendum

We moeten ervoor zorgen dat aanbidding het hart is van onze liturgische vieringen. Te vaak maken we niet de beweging van viering naar aanbidding, maar als we dat niet doen ben ik bang dat we niet altijd volledig intern hebben deelgenomen aan de liturgie. Twee lichaamshoudingen zijn hier nuttig, zelf onmisbaar. De eerste is stilte. Als ik nooit stil ben, als de liturgie mij geen ruimte geeft voor stil gebed en bezinning, hoe kan ik dan Christus aanbidden, hoe ik mij dan in mijn hart en ziel met Hem verbonden voelen? Stilte is zeer belangrijk, en niet alleen voor en na de liturgie.

Zo is ook het knielen bij de consecratie (tenzij ik ziek ben) van belang. In het westen is dit een lichamelijke handeling van aanbidding die ons nederig maakt voor onze Heer en God. Het is in zichzelf een gebedshandeling. Waar knielen en buigen uit de liturgie zijn verdwenen moeten ze worden teruggebracht, in het bijzonder in verband met het ontvangen van onze Heer in de heilige communie. Beste priesters, vorm uw mensen, waar mogelijk en met pastorale prudentie, zoals ik eerder zei, in deze prachtige handeling van aanbidding en liefde. Laat ons wederom neerknielen in aanbidding en liefde voor de Eucharistische Heer!

In verband met het geknield ontvangen van de heilige communie  wil ik verwijzen naar de brief van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten uit 2002, die duidelijk maakt dat “elke weigering van de Heilige Communie aan één van de gelovigen op basis van zijn of haar knielende houding is een ernstige overtreding van één van de meest fundamentele rechten van de christengelovigen” (Brief, 1 juli 2002, Notitiae, n. 437, nov-dec 2002, p. 583).

Het correct kleden van alle liturgische bedienaren op het priesterkoor, inclusief de lectoren, is ook van groot belang, wil dit dienstwerk als authentiek beschouwd worden en wil het uitgevoerd worden met het decorum passend bij de heilige liturgie – ook de bedienaren zelf dienen de juiste eerbied te tonen voor de mysteries die zij toedienen.

Dit zijn enkele voorstellen: ik ben er zeker van dat er vele andere gedaan kunnen worden. Ik leg ze u voor als mogelijke manieren om verder te gaan naar “de juiste manier om de liturgie innerlijk en uiterlijk te vieren”, dat natuurlijk het verlangen was dat Kardinaal Ratzinger aan het begin van zijn grootse werk, De Geest van de Liturgie, uitdrukte (Joseph Ratzinger, Theology of the Liturgy, Collected Works vol. 11, Ignatius Press, San Francisco 2014, p. 4). Ik moedig u aan om alles te doen dat u kunt om dit doel te realiseren, dat volledig in overeenstemming is met dat van de Constitutie over de Heilige Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie.

 

 

For clarity – Pope Francis and female deacons

deacon ordinationPope Francis’ recent suggestion that a commission should be formed to study the form and fucntion of female deacons in the early Church (with, one would think, an eye on their possible re-introduction into the life of the Church today) has led to much enthusiasm and outrage, both for all the wrong reasons.

The papal comments came as an answer to the question if the permanent diaconate could not be open to men and women alike. It being a spontaneous question-and-answer session, the Holy Father obviously did not have all the necessary information at the ready, so he chose to share what he recalled from conversations with a Syrian theologian he used to meet in Rome, well before he became Pope.

And those recollections immediately point out some of the problems in equating male and theoretical female deacons. The latter’s role was found in sensitive and private situations between women: baptism, which at that time was performed by full immersion, but also cases in which a woman would have to present the physical evidence of an abusive husband! The differences with the duties of a male deacon – who has financial and charitable responsibilities, as well as clearly-defined duties in the liturgy of the Mass – are clear.

A 2002 study by the International Theological Commission, summarised here, also states this, and further reaffirms the unity of the sacrament of Holy Orders – the grades of deacon, priest and bishop. A deacon is, at least in theory, able to be ordained as priest and bishop. The Church only has the authority to ordain men, not women (as Pope Francis has pointed out more than once), so in regard to the sacrament, female deacons are not possible.

Many of the duties of a deacon can be performed perfectly well by a woman. In fact, as Father Dwight Longenecker points out, in many parishes, women are already in charge of finances and run the charitable efforts of the community. You don’t need to be ordained for that. Pope Francis is not wrong when he started his answer with the half-joke that the female deacons of the Church are the religious sisters.

That leaves the duties for which ordination is a prerequisite: the liturgy of Holy Mass, such as, for example, reading the Gospel and giving the homily. Here, the deacon or priest does not do anything for himself: he performs the duties of proclamation and teaching of Christ. He is an alter Christus. The Church teaches that this is no act or show, but a sacramental reality, which we are asked to acknowledge in faith.

Some have chosen to see Pope Francis willingness to look into this matter as evidence that he wants female deacons, which is a ridiculous conclusion to draw. By that reasoning, Pope St. John Paul II wanted the same thing when he asked to International Theological Commission to study the matter…

Pope Francis said he wants clarification in this matter, and a conclusion along the lines of the 2002 study is no less a clarification than one that says, yes, there can be female deacons. But, it has to be said, all signs indicate that we should not expect the latter conclusion to be drawn.