Pope in Sweden – the Dutch translations

In this post I have collected my translations of the various homilies and addresses given by Pope Francis during his short visit to Sweden. Perhaps needlessly said, apart from this paragraph, the post will consist of Dutch text.

14918917_10153849375235723_6517291123125650450_o

Homilie tijdens de oecumenische gebedsdienst in Lund:

“”Blijf in mij zoals ik in u” (Joh. 15:4). Deze woorden, uitgesproken door Jezus bij het Laatste Avondmaal, laten ons een blik werpen in het hart van Christus, kort voor Zijn ultieme offer aan het kruis. We kunnen Zijn hart voelen kloppen met liefde voor ons en Zijn verlangen voor eenheid onder allen die in Hem geloven. Hij vertelt ons dat Hij de ware wijnstok is en wij de ranken die, net zoals Hij één is met de Vader, één met Hem moeten zijn, willen we vrucht dragen.

Hier in Lund, tijdens deze gebedsdienst, willen wij ons gezamenlijk verlangen laten zien om één te blijven met Christus, zodat we leven hebben. We vragen Hem: “Heer, help ons in uw genade om dichter met U verenigd te zijn en zo, samen, een effectievere getuigenis te geven van geloof, hoop en liefde.” Dit is ook een moment om God te danken voor het werk van onze vele broeders en zusters van verschillende kerkelijke gemeenschappen die weigerden genoeg te nemen met verdeeldheid, maar in plaats daarvan de hoop op verzoening van allen die in de ene Heer geloven levend hielden.

Als katholieken en Lutheranen zijn we een gezamenlijke weg van verzoening gegaan. Nu, in de context van de herdenking van de Reformatie van 1517, hebben we een nieuwe kans om een gezamenlijke weg te kiezen, één die in de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen in de oecumenische dialoog tussen de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Ook wij kunnen geen genoegen nemen met de verdeeldheid en afstand die onze scheiding tussen ons geschapen heeft. Wij hebben de kans een kritiek moment van onze geschiedenis te repareren door voorbij de controverses en meningsverschillen, die ons er vaak van hebben weerhouden elkaar te begrijpen, te gaan.

Jezus zegt ons dat de Vader de “wijngaardenier” is (vg. vers 1) die de wijnstok verzorgt en snoeit om te zorgen dat die meer vrucht draagt (vg. vers 2). De Vader heeft steeds zorg voor onze relatie met Jezus, om te zien of we werkelijk één met Hem zijn (vg. vers 4). Hij waakt over ons, en Zijn blik van liefde zet ons aan ons het verleden te zuiveren en in het heden te werken om een toekomst van eenheid tot stand te brengen, die Hij zozeer verlangt.

Ook wij moeten met liefde en eerlijkheid naar ons verleden kijken, fouten herkennen en vergeving zoeken, want God alleen is onze rechter. Met dezelfde eerlijkheid en liefde moeten we inzien dat onze verdeeldheid ons scheidt van de oorspronkelijke intuïtie van het volk van God, dat van nature verlangt één te zijn, en dat die verdeeldheid historisch bestendigd werd door de machthebbers van deze wereld, en niet zozeer het gelovige volk, dat altijd en overal met zekerheid en liefde door zijn Goede Herder geleid moet worden. Zeker, er was aan beide zijden een oprechte wil om het ware geloof te belijden en te behouden, maar tegelijkertijd weten we dat we in onszelf zijn opgesloten door angst voor of vooroordeel over het geloof dat anderen met een ander accent en taal belijden. Zoals Paus Johannes Paulus II zei: “We moeten niet toestaan dat wij worden geleid door de intentie onszelf te willen benoemen als rechters van de geschiedenis, maar alleen door de motivatie om beter te willen begrijpen wat er is gebeurd en om boodschappers van de waarheid te worden” (Brief aan Kardinaal Johannes Willebrands, President van het Secretariaat voor de Christelijke Eenheid, 31 oktober 1983). God is de wijngaardenier, die de wijnrank met immense liefde verzorgd en beschermd; laten wij geraakt zijn door Zijn waakzame blik. Het enige dat Hij verlangt is dat wij als levende ranken in Zijn Zoon Jezus blijven. Met deze nieuwe blik op het verleden beweren we niet een onpraktische correctie op wat er gebeurd is te willen realiseren, maar “het verhaal anders te vertellen” (Luthers-Rooms Katholieke Commissie over de Eenheid, Van Conflict naar Eenheid, 17 juni 2013, 16).

Jezus herinnerert ons eraan: “Los van Mij kunnen jullie niets” (vers 5). Hij is degene die ons onderhoudt en ons aanmoedigt manieren te vinden om onze eenheid steeds zichtbaarder te maken. Zeker, ons verdeeldheid is een enorme bron van lijden en onbegrip geweest, maar het heeft ons er ook toe geleid eerlijk te erkennen dat we zonder Hem niets kunnen; zo heeft het ons in staat gesteld bepaalde aspecten van ons geloof beter te begrijpen. Dankbaar erkennen we dat de Reformatie geholpen heeft de Heilige schrift een meer centrale plaats te geven in het leven van de Kerk. Door het gezamenlijk luisteren naar het woord van God in de Schrift zijn er belangrijke stappen voorwaarts gezet in de dialoog tussen de Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie, wiens vijftigste verjaardag we nu vieren. Laten we de Heer vragen dat Zijn woord ons bijeen mag houden, want het is een bron van voeding en leven; zonder de inspiratie van het woord kunnen we niets.

De geestelijk ervaring van Maarten Luther daagt ons uit ons te herinneren dat wij zonder God niets kunnen. “Hoe kan ik een genadige God verkrijgen?” Deze vraag achtervolgde Luther. De vraag van een rechtvaardige relatie met God is in feite de bepalende vraag voor ons leven. Zoals we weten ontmoette Luther die genadige God in het goede nieuws van Jezus, mensgeworden, gestorven en verrezen. Met het concept van sola gratia herinnert hij ons eraan dat God altijd het initiatief neemt, nog voor enige menselijke reactie, zelfs als Hij dat antwoord wil opwekken. De rechtvaardigingsleer drukt zo de essentie van het menselijke bestaan tegenover God uit.

Jezus spreekt voor ons als onze bemiddelaar voor de Vader; Hij vraagt Hem dat Zijn leerlingen één mogen zijn, “zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17:21). Dat geeft ons troost en inspireert ons om één te zijn met Jezus, en daarom te bidden: “Geef ons de gave van eenheid zodat de wereld kan geloven in de kracht van uw barmhartigheid”. Dit is de getuigenis die de wereld van ons verwacht. Wij christenen zullen geloofwaardige getuigen van de barmhartigheid zijn in zoverre dat vergeving, vernieuwing en verzoening dagelijks onder ons worden ervaren. Samen kunnen wij Gods barmhartigheid verkondigen en zichtbaar maken, concreet en met vreugde, door de waardigheid van ieder persoon hoog te houden en te bevorderen. Zonder deze dienst aan en in de wereld is het christelijk geloof onvolledig.

Als Lutheranen en katholieken bidden wij samen in deze kathedraal, in het bewustzijn dat we zonder God niets kunnen. Wij vragen Zijn hulp om levende ledematen te zijn, blijvend in Hem, steeds met behoefte aan Zijn genade, zodat we samen Zijn woord aan de wereld kunnen geven, die zijn tedere liefde en barmhartigheid zo nodig heeft.”

Gezamenlijke verklaring ter gelegenheid van de gezamenlijke Katholiek-Lutheraanse herdenking van de Reformatie:

cwgqncmwgaehs-0

“”Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en Ik, want zoals een rank geen vrucht kan dragen uit eigen kracht, maar alleen als ze verbonden blijft met de wijnstok, zo kunnen ook jullie geen vrucht dragen als je niet met Mij verbonden blijft” (Johannes 15:4).

Met dankbare harten

Met deze Gezamenlijke Verklaring drukken wij vreugdevolle dankbaarheid aan God uit voor dit moment van gezamenlijk gebed in de kathedraal van Lund, aan het begin van het jaar waarin we het vijfhonderdste jubileum van de Reformatie herdenken. Vijftig jaar aanhoudende en vruchtbare oecumenische dialoog tussen katholieken en Lutheranen heeft ons geholpen vele verschillen te overbruggen, en heeft ons wederzijds begrip en vertrouwen versterkt. Tegelijkertijd zijn we dichter tot elkaar gekomen door de gezamenlijke dienst aan onze naasten – vaak in situaties van lijden en vervolging. Door dialoog en gedeelde getuigenis zijn we niet langer vreemden. We hebben veeleer geleerd dat wat ons verenigdt groter is dan wat ons scheidt.

Van conflict naar gemeenschap

Hoewel we ten diepste dankbaar zijn voor de geestelijke en theologische gaven van de Reformatie, belijden en betreuren we voor Christus ook dat Lutheranen en katholieken de zichtbare eenheid van de Kerk hebben beschadigd. Theologische verschillen gingen samen met vooroordelen en conflicten, en religie werd een instrument voor politieke doeleinden. Ons gezamenlijk geloof in Jezus Christus en ons doopsel vereist van ons een dagelijkse bekering, waarmee we de historische meningsverschillen en conflicten die het dienstwerk van de verzoening verhinderden van ons afwerpen. Hoewel het verleden niet verandert kan worden, kan wat er herinnert wordt en hoe het wordt herinnert wel veranderen. Wij bidden voor de genezing van onze wonden en van de herinneringen die ons beeld van de ander blokkeren. We verwerpen nadrukkelijk alle haat en geweld, in het verleden en heden, vooral wanneer uitgevoerd in de naam van religie. Vandaag horen we het gebod van God om alle strijd aan de kant te zetten. We erkennen dat we, bevrijd door genade, voorwaarts gaan naar de eenheid waartoe God ons steeds roept.

Onze toewijding aan gezamenlijke getuigenis

Nu we die periode in de geschiedenis als een last achter ons laten, beloven wij plechtig samen te getuigen van Gods barmhartige genade, zichtbaar in de gekruisigde en verrezen Christus. In het bewustzijn dat de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden onze getuigenis van het Evangelie vorm geeft, wijden wij ons toe aan de verdere groei van gemeenschap, geworteld in het doopsel, terwijl we proberen de overblijvende obstakels die volledige eenheid nog verhinderen te verwijderen. Christus verlangt dat we één zijn, zodat de wereld kan geloven (vg. Joh. 17:21).

Vele leden van onze gemeenschappen verlangen ernaar de Eucharistie aan één tafel te ontvangen als een concrete uitdrukking van volledige eenheid. Wij ervaren de pijn van degenen die hun hele leven delen, behalve de verlossende aanwezigheid van God aan de Eucharistische tafel. Wij erkennen onze gezamenlijke pastorale verantwoordelijkheid om een antwoord te geven op de geestelijke dorst en honger van onze mensen om één te zijn in Christus. Wij verlangen ernaar dat deze wond in het Lichaam van Christus zal genezen. Dit is het doel van onze oecumenische inspanningen, die we willen bevorderen, ook door onze toewijding aan de theologische dialoog te hernieuwen

We bidden tot God dat katholieken en Lutheranen samen zullen kunnen getuigen van het Evangelie van Jezus Christus, en de mensheid uitnodigen het goede nieuws van Gods verlossende handelen te horen en ontvangen. We bidden tot God om inspiratie, aanmoediging en kracht zodat we naast elkaar kunnen staan in het dienstwerk, de menselijke waardigheid en rechten hooghouden, met name van de armen, werken voor gerechtigheid en alle vormen van geweld afwijzen. God roept ons op allen die verlangen naar waardigheid, gerechtigheid, vrede en verzoening nabij te zijn. Vandaag in het bijzonder verheffen we onze stemmen voor een einde aan het geweld en extremisme dat zo vele landen en gemeenschappen, en talloze zusters en broeders in Christus, treft. We sporen Lutheranen en katholieken aan om samen te werken in het ontvangen van de vreemde, degenen die gedwongen zijn te vluchten vanwege oorlog of vervolging te hulp te komen, en de rechten van vluchtelingen en asielzoekers te verdedigen.

Meer dan ooit beseffen we dat ons gezamenlijk dienstwerk in deze wereld moet reiken tot aan Gods scheppen, die lijdt onder uitbuitingen en de gevolgen van onverzadelijke hebzucht. We erkennen het recht van toekomstige generaties om te genieten van Gods wereld in al haar potentieel en schoonheid. We bidden voor een omslag in harten en hoofden die leidt tot een liefdevolle en verantwoordelijke zorg voor de schepping.

Eén in Christus

Op deze gunstige gelegenheid drukken wij onze dankbaarheid uit aan onze broeders en zusters die de verschillende christelijke wereldgemeenschappen en broederschappen vertegenwoordigen die hier aanwezig zijn en zich aansluiten bij ons gebed. Nu we ons opnieuw toewijden aan de beweging van conflict naar gemeenschap, doen we dat als ledematen van het ene Lichaam van Christus, waarin we door het doopsel zijn opgenomen. We nodigen onze oecumenische partners uit ons aan onze verplichtingen te herinneren en ons te bemoedigen. We vragen hen voor ons te blijven bidden, met ons op weg te gaan en ons te ondersteunen in het uitvoeren van de gebedsvolle verplichtingen die wij vandaag uitspreken.

Oproep aan katholieken en Lutheranen in de wereld

Wij roepen alle Lutherse en katholieke parochies en gemeenschappen op om stoutmoedig en creatief, vol vreugde en hoop te zijn in hun toewijding om de grote reis voor ons voort te zetten. In plaats van conflicten uit het verleden, zal Gods geschenk van eenheid onder ons de samenwerking leiden en onze solidariteit verdiepen. Door dichter in het geloof tot Christus te komen, door samen te bidden, door naar elkaar te luisteren, door de liefde van Christus voor te leven in onze relaties, zullen wij, katholieken en Lutheranen, onszelf openstellen voor de kracht van de Drieëne God. Geworteld in Christus en van Hem getuigend vernieuwen wij onze vastberadenheid om trouwe voorboden te zijn van Gods grenzeloze liefde voor de hele mensheid.”

Toespraak tijdens het Oecumenisch evenement in Malmö Arena:

14939566_10153850168870723_2952759365792262173_o

“Ik dank God voor deze gezamenlijke herdenking van het vijfhonderste jubileum van de Reformatie. We gedenken dit jubileum met een hernieuwde geest en erkennen dat de christelijke eenheid een prioriteit is, omdat we weten dat er meer is dat ons verenigt dan ons scheidt. De weg die we gegaan zijn om die eenheid te bereiken is zelf een groot geschenk dat God ons geeft. Met deze hulp zijn we vandaag hier bijeen gekomen, Lutheranen en katholieken, is een geest van broederschap, om onze blik te richten op de ene Heer, Jezus Christus.

Onze dialoog heeft ons geholpen te groeien in wederzijds begrip; het heeft wederzijds vertrouwen bevordert en ons verlangen om verder te gaan naar volledige eenheid bevestigd. Eén van de vruchten van deze dialoog is de samenwerking tussen verschillende organisaties van de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Dankzij deze nieuwe sfeer van begrip zullen Caritas Internationalis en de World Service van de Lutherse Wereldfederatie vandaag een gezamenlijk overeengekomen verklaring ondertekenen die gericht is op het ontwikkelen en versterken van een geest van samenwerking ter bevordering van de menselijke waardigheid en sociale gerechtigheid. Ik groet van harte de leden van beide organisaties; in een wereld die door oorlogen en conflicten uit elkaar getrokken wordt, zijn en blijven zij een lichtend voorbeeld van toewijding tot en dienst aan de naaste. Ik moedig u aan voort te gaan op de weg van samenwerking.

Ik heb aandachtig geluisterd naar de mensen die getuigenis hebben gegeven, hoe zij te midden van zoveel uitdagingen dagelijks hun leven toewijden aan het opbouwen van een wereld die steeds meer wil reageren op het plan van God, onze Vader. Pranita sprak over de schepping. De schepping zelf is duidelijk een teken van Gods grenzeloze liefde voor ons. Als gevolg kunnen de geschenken van de natuur ons tot het overwegen van God aanzetten. Ik deel je zorg over het misbruik dat onze planeet, ons gezamenlijk thuis, schaadt en ernstige gevolgen heeft voor het klimaat. Zoals we in ons, in mijn land zeggen: “Uiteindelijk zijn het de armen die de kosten betalen voor ons feesten”. Zoals jij terecht opmerkte hebben zij de grootste impact op degenen die het meest kwetsbaar en behoeftig zijn; zij worden gedwongen te emigreren om aan de gevolgen van klimaatverandering te ontsnappen. Wij allemaal, en wij christenen in het bijzonder, zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de schepping. Onze manier van leven en ons handelen moet altijd overeenstemmen met ons geloof. Wij zijn geroepen harmonie op te wekken in onszelf en met anderen, maar ook met God en Zijn handwerk. Pranita, ik moedig je aan vol te houden in je toewijding in naam van ons gezamenlijk thuis. Dank je!

Mgr. Hector Fabio vertelde ons over het gezamenlijk werk van katholieken en Lutheranen in Colombia. Het is goed om te weten dat christenen samenwerken om gemeenschappelijke en maatschappelijke processen van algemeen belang op te starten. Ik vraag jullie in het bijzonder te bidden voor dat grootse land, zodat, door middel van de samenwerking van iedereen, de vrede, waar zo naar verlangd wordt en die zo nodig is voor een menswaardig samenleven, eindelijk kan worden behaald. En omdat het menselijk hart, als het naar Jezus kijkt, geen grenzen kent, moge het dan een gebed zijn dat verder reikt, en al die landen omvat waar ernstige conflicten voortduren.

Marguerite maakt ons bewust van de hulp aan kinderen die het slachtoffers zijn van wreedheid en het werk voor de vrede. Dit is zowel bewonderenswaardig en een oproep om de talloze situaties van kwetsbaarheid van zo vele personen die zich niet kunnen laten horen serieus te nemen. Wat jij als missie beschouwd is een zaadje, een zaadje dat overvloedig vrucht draagt, en vandaag, dankzij dat zaadje, kunnen duizenden kinderen studeren, groeien en in goede gezondheid leven. Je hebt geïnvesteerd in de toekomst! Dank je! En ik ben dankbaar dat je zelfs nu, in ballingschap, een boodschap van vrede blijft verspreiden. Je zei dat iedereen die jou kent denkt dat wat je doet gek is. Natuurlijk, het is de gekte van de liefde voor God en onze naaste. We hebben meer van die gekte nodig, verlicht door het geloof en vertrouwen op de voorzienigheid van God. Blijf werken, en moge die stem van hoop die je aan het begin van je avontuur hebt gehoord, en je investering in de toekomst, je eigen hart en de harten van vele jonge mensen blijven raken.

Rose, de jongste, gaf een werkelijk ontroerende getuigenis. Ze heeft gebruik kunnen maken van het sporttalent dat God haar gaf. In plaats van haar energie te verspillen in negatieve situaties heeft ze voldoening gevonden in een vruchtbaar leven. Luisterend naar jouw verhaal, dacht ik aan de levens van zoveel jonge mensen die verhalen als het jouwe zouden moeten horen. Ik wil dat iedereen weet dat ze kunnen ontdekken hoe prachtig het is om kinderen van God te zijn en wat een privilege het is om door Hem geliefd en gekoesterd te zijn. Rose, ik dank je vanuit mijn hart voor jouw werk en toewijding om andere vrouwen aan te moedigen om weer naar school te gaan, en voor het feit dat je dagelijks bidt voor vrede in de jonge staat Zuid-Sudan, die dat zo erg nodig heeft.

En na het horen van deze krachtige getuigenissen, die ons deden nadenken over onze eigen levens en hoe we reageren op de noodsituaties overal om ons heen, wil ik al die regeringen danken, die vluchtelingen helpen, alle regeringen die ontheemde mensen asielzoekers helpen. Alles dat gedaan wordt om deze mensen in nood te helpen is een groots gebaar van solidariteit en een erkenning van hun waardigheid. Voor ons christenen is het prioriteit om erop uit te gaan en de verstotenen – want zij zijn werkelijk verstoten uit hun thuislanden – en de gemarginaliseerden van onze wereld te ontmoeten, en de tedere en barmhartige liefde van God, die niemand afwijst en iedereen accepteert, voelbaar te maken. Wij christenen zijn vandaag geroepen om actieve deelnemers te zijn in de revolutie van tederheid.

Straks horen we de getuigenis van Bisschop Antoine, die in Aleppo woont, een stad die op de knieën gedwongen is door de oorlog, een plaats waar zelfs de meest fundamentele rechten met minachting worden behandelt en vertrapt. In het nieuws horen we elke dag over het afschuwelijke lijden vanwege de strijd in Syrië, door dat conflict in ons geliefde Syrië, die nu al meer dan vijf jaar duurt. Te midden van zoveel verwoesting is het werkelijk heldhaftig dat mannen en vrouwen daar gebleven zijn om materiële en geestelijke hulp te bieden aan de noodlijdenden. Het is ook bewonderenswaardig dat jij, beste broeder Antoine, blijft werken tussen zulk gevaar om ons te kunnen vertellen over de tragische omstandigheden van het Syrische volk. We houden ieder van hen in onze harten en gebeden. Laten we de genade van oprechte bekering afsmeken over de verantwoordelijken voor het lot van de wereld, voor die regio en voor allen die daar ingrijpen.

Beste broeders en zusters, laat ons niet ontmoedigd raken tegenover vijandigheid. Moge de verhalen, de getuigenissen die we hebben gehoord, ons motiveren en ons een nieuwe impuls geven om steeds nauwer samen te werken. Als we weer thuiskomen, mogen we dan een toewijding meebrengen om dagelijkse gebaren van vrede en verzoening te maken, om moedige en trouwe getuigen van christelijke hoop te zijn. En zoals we weten, de hoop stelt ons niet teleur! Dank u!”

Homilie in de Mis voor Allerheiligen:

“Vandaag vieren we met de hele Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Hiermee herdenken we niet alleen hen die in de loop der eeuwen heiligverklaard zijn, maar ook onze vele broeders en zusters die, op een stille en onopvallende wijze, hun christelijk leven hebben geleefd in de volheid van geloof en liefde. Onder hen zijn zeker vele van onze verwanten, vrienden en bekenden.

Dit is voor ons dan een viering van heiligheid. Een heiligheid die niet zozeer te zien is in grote daden of buitengewone gebeurtenissen, maar veeleer in dagelijkse trouw aan de eisen van ons doopsel. Een heiligheid die bestaat in de liefde voor God en de liefde voor onze broeders en zusters. Een liefde die trouw blijft tot het punt van zelfopoffering en volledige toewijding aan anderen. We denken aan de levens van al die moeders en vaders die zich opofferen voor hun gezinnen en bereid zijn – ook al is dat niet altijd makkelijk – van zoveel dingen af te zien, zoveel persoonlijke plannen en projecten.

Maar als er één ding typisch is voor de heiligen, is het dat zij daadwerkelijk gelukkig zijn. Zij hebben het geheim van authentiek geluk ontdekt, dat diep in de ziel ligt en zijn bron heeft in de liefde van God. Daarom noemen we de heiligen zalig. De Zaligsprekingen zijn hun weg, hun doel richting het thuisland. De Zaligsprekingen zijn de weg van het leven die de Heer ons leert, zodat wij in Zijn voetstappen kunnen volgen. In het Evangelie van de Mis van vandaag hoorden we hoe Jezus de Zaligsprekingen verkondigde aan een grote menigte op de heuvel bij het Meer van Galilea.

De Zaligsprekingen zijn het beeld van Christus en als gevolg van elke christen. Ik zou er hier slechts één willen noemen: “Zalig die zachtmoedig zijn”. Van zichzelf zegt Jezus: “Kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart” (Matt. 11:29). Dit is zijn geestelijk portret en het onthult de overvloed van Zijn liefde. Zachtmoedigheid is een manier van leven en handelen die ons dichter bij Jezus en elkaar brengt. Het stelt ons in staat alles dat ons verdeelt en vervreemd aan de kant te zetten, en steeds nieuwe manieren te vinden om verder te gaan op de weg van eenheid. Zo was het met de zonen en dochters van dit land, waaronder de heilige Maria Elisabeth Hesselblad, kortgeleden heiligverklaard, en de heilige Birgitta van Vadstena, mede-patrones van Europa. Zij hebben gebeden en gewerkt om banden van eenheid en broederschap tussen christenen te smeden. Een zeer sprekend teken hiervan is dat we hier in uw land, getekend als het is door het naast elkaar leven van vrij verschillende volkeren, samen het vijfde eeuwfeest van de Reformatie herdenken. De heiligen brengen verandering tot stand door zachtmoedigheid van het hart. Met die zachtmoedigheid komen wij tot het begrip van de grootsheid van God en aanbidden we Hem met oprechte harten. Zachtmoedigheid is de houding van hen die niets hebben te verliezen, omdat hun enige rijkdom God is.

Op een bepaalde manier zijn de Zaligsprekingen de identiteitskaart van de christen. Zij identificeren ons als volgelingen van Jezus. Wij zijn geroepen zalig te zijn, volgers van Jezus te zijn, de problemen en angsten van onze tijd het hoofd te bieden met de geest en liefde van Jezus. Zo moeten wij in staat zijn nieuwe situaties te herkennen en beantwoorden met verse geestelijke energie. Zalig zijn zij die trouw blijven terwijl zij het kwaad verdragen dat anderen hen toebrengen, en hen vergeven vanuit hun hart. Zalig zijn zij die in de ogen kijken van de verlatenen en gemarginaliseerden, en hen hun nabijheid laten zien. Zalig zijn zij die God in ieder persoon zien, en hun best doen om anderen Hem ook te laten ontdekken. Zalig zijn zij die ons gezamenlijk thuis beschermen en verzorgen. Zalig zijn zij die afzien van hun eigen gemak om anderen te helpen. Zalig zijn die bidden en werken voor de volledige eenheid tussen christenen. Dit zijn allemaal boodschappers van Gods barmhartigheid en tederheid, en zij zullen zeker van Hem hun verdiende loon ontvangen.

Beste broeders en zusters, de oproep tot heiligheid is aan iedereen gericht en moet van de Heer ontvangen worden in een geest van geloof. De heiligen moedigen met hun levens en voorspraak bij God aan, en wijzelf hebben elkaar nodig als we heiligen willen zijn. Elkaar helpen heiligen te worden! Laat ons samen de genade afsmeken om deze oproep met vreugde te ontvangen en mee te werken en de vervulling ervan. Aan onze hemelse Moeder, Koningin van Alle Heiligen, vertrouwen we onze intenties toe en de dialoog gericht op de volledige eenheid van alle christenen, zodat wij gezegend mogen zijn in ons streven en heiligheid in eenheid mogen behalen.”

Photo credit: CNS/Paul Haring

After death, no changes from Rome – some thoughts about the CDF Instruction

cemeteryAd resurgendum cum Christo is nothing new. Today’s Instruction from the Congregation for the Doctrine of the Faith presents no new teachings or policies regarding the burial of the dead. Rather, it aims to underline why the Church prefers burial over cremation in a time when cremation is on the rise. In short, burial confirms faith in the resurrection of the body, shows the dignity of the human body as an integral part of the human person, and it corresponds to the respect owed to the body as an temple of the Holy Spirit. Also significant in this Holy Year of Mercy: burying the dead is one of the corporal works of mercy.

Has the Church been opposed to cremation, and does it continue to be, then? Not at all. Objectively, cremation does not “negate the Christian doctrine of the soul’s immortality nor that of the resurrection of the body” (n. 4). Like with burial, the Church asks that the ashes be placed in a sacred place, such as a cemetery or other area set aside by compentent Church authorities. Like the buried body, the ashes of the deceased should be similarly included in the prayers of the living and are deserving of continuous respect. Their location helps to assure that.

The most interesting part of the Instruction, in my opinion, is that these considerations and requirements aim to prevent any form of superstition (paragraph 7 mentions pantheism, naturalism and nihilism as reasons to not allow the scattering of ashes “in the air, on land, at sea or in some other way”).

We are created in the image of God, in body and spirit. Through Baptism our bodies have become home to the Holy Spirit. Human beings have an innate dignity which flows directly from our created nature. This dignity does not stop at death. Our bodies continue to be deserving of respect. In life we have shown our faith through our actions and words. In death we remain able to show our faith in the bodily ressurection in which Christ went before us. Physical life may end at death, but the two are not separate. In our modern western society we have grown used to keeping death out of sight (which probably accounts for how easily we allow such horrors like abortion and euthanasia), but life and death are integral to our existence and our faith, as Ad resurgendum cum Christo underlines in its second paragraph:

“Because of Christ, Christian death has a positive meaning. The Christian vision of death receives privileged expression in the liturgy of the Church: “Indeed for your faithful, Lord, life is changed not ended, and, when this earthly dwelling turns to dust, an eternal dwelling is made ready for them in heaven” [Roman Missal, Preface I for the Dead]. By death the soul is separated from the body, but in the resurrection God will give incorruptible life to our body, transformed by reunion with our soul. In our own day also, the Church is called to proclaim her faith in the resurrection: “The confidence of Christians is the resurrection of the dead; believing this we live” [Tertullian, De Resurrectione carnis, 1,1].”

Photo credit: Inge Verdurmen

‘From Conflict to Community’ – Nordic bishops on the eve of Pope Francis’ ecumenical visit

The members of the Nordic Bishops’ Conference – covering the countries of Iceland, Norway, Denmark, Sweden and Finland – have written a pastoral letter looking ahead to Pope Francis’ visit to Lund and Malmö, as well as the state and future of ecumenical relations with the Lutheran church in their countries. They rightly indicate that the anniversary of the Reformation, which will begin with the events in Lund that the Pope will attend, is no reason to celebrate for Catholics.

My translation of the document, which generally aligns itself closely with ‘From Conflict to Communion’, the 1999 document in which the Catholics and Lutherans agreed on the doctrine of justification. My translation follows:

7904248_orig“In 2017 we mark an event which has had great consequences for the Christian faith, in the first place in Europe. In the year 1517 Martin Luther initiated a process which became known in history as the Reformation and which, especially for our Lutheran fellow Christians represents an important moment in the development of their ecclesiastical tradition and identity. But since the Reformation would have been impossible without the Catholic basis, it is appropriate that we, as Catholic Christians, also think about it. That is already expressed in the document ‘From conflict to communion’, the result of dialogue in the Lutheran-Catholic Commission for the Unity of the Church. This tekst is directed towards a common commemoration, which is based on reflection rather than triumphalism.

Despite all explainable reasons, the Reformation caused a split in Christianity, which remains painful to this day. In the Nordic countries this split meant that the Catholic Church could only start again after many centuries. That is why the 500th anniversary of the event of the Reformation can not be observed as a celebration in the true sense. Rather it should be recalled in contrition. The process of reconciliation between the Catholic Church and the churches of the Reformation began many decades ago. But we can not tire of striving for the full unity in Christ.

At the start of the 16th century, the Catholic Church was in need of reform, something that not only Martin Luther, but also others acknowledged and expressed at that time. But instead of dealing with the necessary doctrinal questions, Christians of different confessions have instead done much harm to each other. At the closing of this year’s Week of Prayer for Christian Unity, Pope Francis prayed for “mercy and forgiveness for the unevangelical behaviour of Catholics towards other Christians”. In Sweden several Lutheran ministers have responded to that and also asked us Catholics for forgiveness.

The important questions is now, how we can continue together to come closer together in faith, in hope and in love? We, the Catholic bishops in the north of Europe, want to go on this path of reconciliation with our Lutheran brothers and sisters and do everything to promote unity.

Ecclesia semper reformanda

The Church must always let herself be converted and renewed by Christ. We are indeed a holy people, but a people of sinners on pilgrimage to eternity. Conversion, contrition and maturing in the faith are important stations on this path. Through the Second Vatican Council, the Catholic Church opened herself to many things that are also important to Lutheran Christians, for example the role of Holy Scripture and the meaning of the priesthood of all baptised. Thus, many difference have actually disappeared.

What still divides is, among other things, the sacramentality of the Church, as well as the understanding of the sacrament and the office. As Catholics we believe that the Church is the fundamental sacrament in which the incardinated word becomes present through the sacraments, in order to unite with us in love and transform us in Himself.

At the same time we see that many faithful Lutheran Christians become increasingly open to these aspects. A questions that remains pending and which is painfully felt on both sides is that of the common Eucharist. As much as this desired is justified, the unity of the Lord’s Table must also reflect the full unity in faith.

The Petrine office is also difficult to understand for many Lutheran Christians. But the personality of Pope Francis has made it more understandable. Pope Saint John Paul II already invited all non-Catholic Christians to think about other ways of  exercising the Petrine office (Ut Unum Sint, N.95).

Traditionally, the role of Mary and the saints has also been contentious. But among many non-Catholic Christians the meaning of Mary as the Mother of God and example in faith is being re-acknowledged.

Despite the mutual approach in question of doctrine, greater differences in questions of ethics and morality have recently appeared. But even when these make the dialogue in some respects more difficult, it should not be given up.

Definition of the Christian faith

In all ages Christians have formulated teachings to clearly define doctrine, distinguish them from false ideas or to convey them intelligebly. Often such formulations evolved into bones of contention, which for a long time created great frontlines between Christians. The principles of the reformers were similarly divided for many centuries. It is nevertheless fruitful, also for Catholics, to constructively engage with them.

Sola fide

The faith is undoubtedly necessary for justification. We share the central mysteries of the faith – for example, about the Trinity, about Jesus Christ, about salvation and justification – with our Lutheran brothers and sisters. We rejoice in this unity of faith which is based in baptism and expressed in the joint declaration about justification. That is why it is our mission to be witnesses of these truths of faith in our secular society. In our Nordic countries, where few practice their faith, it is important to proclaim the good news together and with one voice.

Sola Scriptura

Only through Holy Scripture can we receive the full revelation about the salvation which is offered to us in Christ. This revelation in received and shared in the Church. Through the teaching office of the Church this living tradition in Holy Scripture is codified. For us Catholics Church, teaching, tradition and Scripture belong together. In the Church and with the Church, Scripture is opened for us.  In this way the faith becomes ever more alive for us. Recently the number of Lutheran Christians who agree with  us believe that Scripture and the tradition of the Church are closely connected, has been on the rise.

Sola gratia

“Everything is mercy”, the saintly Doctor of the Church Thérèse of Lisieux, who can be considered as the Catholic answer to Martin Luther, says. Without God’s mercy we can do nothing good. Without His mercy we can not come to eternal life. Only through God’s mercy can we be justified and holy. Mercy can truly transform us, but we must also respond to this mercy and work alongside it. In the Mother of God, Mary, full of mercy and immaculate, we see how much can God can do in a person.

For many Lutheran Christians it is still difficult to agree with this truth. But we also see that many of them are open to similar questions about growth in prater and in holiness.

Simul iustus et peccator

We are all at the same time justified and sinners. As Catholics we believe that we are really sinners; but through the mercy of God we can receive forgiveness of all guilt in the Sacrament of Reconciliation. As baptised Christians we are called to holiness. The Church is a school of holiness. The saints, who we can ask to intercede for us, are shining examples and role models of this holiness. One of these role models is a woman from our countries, Saint Elisabeth Hesselblad, who was recently canonised. She is an incentive to all of us to go the way of holiness more consciously.

We see that many Lutherans are also open to the saints, such as, for example, Saint Francis of Assisi and Saint Mother Teresa of Calcutta. In our secularised world we need such witnesses of faith. They are living and credible witnesses of our faith.

Martyrium

We know that also in our time many Christians are persecuted for their faith and that there are also many blood witnesses. Martyrdom unites Christians from various churches. We think of all Christians, also in the Middle East, who are persecuted and yet remain true to Christ and His Church. Their example also strengthens us in our faith. Many Christians from these countries have also come to us in the north. it is therefore important that we, all Christians in our countries, maintain, protect and deepen what we share in faith. Then we can also increasingly give and common witness of the risen Lord.

Future perspectives

The joint declaration ‘From conflict to communion’ closes with five ecumenical imperatives, suggested to us Catholics and Lutherans to take further steps on the common way to unity. They are:

  1. Beginning from a perspective of unity and not of division, and promoting what we have in common.
  2. At the same time allowing oneself to be transformed by the witness of the other.
  3. Committing oneself to the search for visible unity.
  4. Rediscovering jointly the power of the Gospel of Christ for our time.
  5. Witness together of the mercy of God in proclamation and service to the world.

Also when these five imperatives speak of great and not always simple concerns, their message is clear, but only when we devote outself completely to Christ and together rediscover the power of the Gospel (cf. 4th imperative).

We are happy and thank God that the Holy Father, Pope Francis, will be coming to Lund on the occasion of the commemoration of the Reformation, to strengthen us in faith.

We therefore invite all Catholics to accompany the preparations for the papal visit with their prayer and to participate in as great a number as possible in both the ecumenical meeting in Malmö Arena and the Mass in Swedbank Stadion. In that way we will show both the joy, as Catholics, of being with Pope Francis, and also respect for the identity of our Lutheran fellow Christians, grown from the Reformation. Despite the still existing differences we are convinced, confident in the mercy of God, that ways towards common unity can be found.

On the Feast of St. Teresa of Avila, 15 October 2016

+ Czeslaw Kozon, Bishop of Copenhagen

+ Anders Arborelius OCD, Bishop of Stockholm

+ Bernt Eidsvig Can. Reg, Bishop of Oslo, Administrator of Trondheim

+ David Tencer OFM Cap, Bishop of Reykjavik

+ Teemu Sippo SCJ, Bishop of Helsinki

+ Berislav Grgic, Bishop-Prelate of Tromsø

+ Gerhard Schwenzer SS.CC., Bishop emeritus of Oslo”

csm_vollversammlung_01_37cd1858a6^Bishops Grgic, Sippo, Eidsvig, Kozon, Arborelius and Tencer, with Sr Anna Mirijam Karschner CPS, the general secretary of the Nordic Bishops’ Conference.

The Catholic Boss – the Catholic undercurrent in Springsteen’s music

Anyone familiar with Bruce Springsteen’s lyrics should not be surprised that he was raised Catholic. In this clip from The Late Show with Stephen Colbert, which popped up in Catholic social media this week, he speaks a bit about his failed career as an altar boy. While that part of the conversation remains at the level of banter and joking, it gets interesting when Springsteen gets to talk about his music. And it is there that we find the more interesting Catholic bits as well.

In the video he quotes a line from Lost in the Flood (released on 1973’s Greetings From Asbury Park, N.J.): “Nuns run bald through Vatican halls pregnant, pleadin’ immaculate conception”, admitting “It’s a little overheated, that line”. In the context of the song, the lyrics of which are pretty difficult to figure out, it contributes to an image of desolation and chaos, of glory gone by. That is how Springsteen uses Catholic words and concepts more often, as means to convey something else.  It’s  what an author does with things that are fundamental to his own identity.

An example: In Adam Raised a Cain (from Darkness on the Edge of Town), the opening lines use a description of baptism to outline the relationship between the protagonist and his father:

“In the summer that I was baptized, my father held me to his side
As they put me to the water, he said how on that day I cried
We were prisoners of love, a love in chains
He was standin’ in the door, I was standin’ in the rain
With the same hot blood burning in our veins
Adam raised a Cain”

On a broader scale, though, Springsteen’s lyrics exude a sense of hope, of commitment, care and the duty to provide for either yourself or your loved ones, even in the face of hopelessness. One example are these lines from Born to Run:

“Together, Wendy, we can live with the sadness, I’ll love you with all the madness in my soul
Whoah, someday girl, I don’t know when
We’re gonna get to that place where we really want to go and we’ll walk in the sun
But till then tramps like us, baby we were born to run”

That, too, in my mind, is innate to the Catholic faith. We’re not just here for ourselves, not just to muddle through live to see where we end up. No, there is a reason that we are here, a destiny and purpose to live that we should strive for, even if it seems hopeless. Because that is the paradox in our faith: we look towards something so unimaginably great and glorious, but we do so as human being with all our limitations and faults. We aim high, but we are, or should be, there for others when they fall (hoping that others will be there when we fall and get up again).

Springsteen’s lyrics are incredibly rich, and in my mind he is one of the great storytellers of our time. The Catholic element is often there, sometimes staring you right in the face, at other times well-hidden. It’s there like it is in everyday life.

(There are three more clips available on Youtube as well. They’re bound to show up in the suggested videos after watching the above one).

“Room for the Risen One” -Looking back at the installation of bishop Timmerevers

On 27 August, Bishop Heinrich Timmerevers was installed as bishop of Dresden-Meißen. Here on the blog it went sort of unmarked because of the summer season, but here is the translation of the homily Bishop Timmervers gave on that day.

There are a few interesting comments to be found, not so much about the future direction he wishes to take in managing the diocese, but of a more theological nature. Comments about the centrality of the person of Jesus and our constant need to seek Him out, but also about what it means that we followed a resurrected Jesus, the need for vocations and recognising Jesus in the faces of the poor and needy.

160509-timmerevers-250“Dear sisters and brothers here in the cathedral and in the courtyard!
Dear fellow celebrants via the screens!

I.

The first encounters with faithful from our diocese took place during the Katholikentag in Leipzig. Various people often addressed me with the words, “Are you not our new bishop?” “Yes, I am!” We usually exchanged a few words and then I was often told, “We look forward to you very much!” – sometimes followed by the addition, “Hopefully you will stay a bit longer!” “That is what I’m expecting”, I answered.

Dear sisters and brothers! Since a few weeks my identity card includes the line ‘Schloßstrasse 24, 01067 Dresden’. I want to grow new roots here in the Diocese of Dresden-Meißen and make my home among you. The words I frequently heard – “We are happy with you!” – I gladly answer them now, “I am also happy you!”

II.

A person entering the cathedral is soon taken with the altar statue, created for this church by Anton Raphael Mengs in 1752. Christ, the crucified and risen one, is being taken up into heaven. It is an Ascension image.

In the reading we have just heard a part of the Letter from the Apostle Paul to the Colossians (3:1-4). They are the verses which we always hear on the feast of the Ascension of Christ: “If then you were raised with Christ, seek what is above, where Christ is seated at the right hand of God. Think of what is above, not of what is on earth.”

It seems a remarkable coincidence to me, that I chose my episcopal motto from these verses 15 years ago, and that it is now held up to use in the form of this great image. “Seek, where Christ is!”. “Think of what is above, not of what is on earth.” What is above is Christ. Jesus Christ, the Son of God, become man for us, crucified, died and buried, but then risen from the dead, He returns home to the Father. Through the Spirit, which He has poured out over the entire world, and which He continues to pour out, He is among us. This is the Jesus Christ with whom we are concerned, with whom Christians are concerned, He is the heart of our faith and life. This also seems a wonderful coincidence to me: Bishop Joachim chose the motto “Jesus in the centre”; Archbishop Heiner the motto “Rejoice always, the Lord is near!”. And I chose as motto: “Seek, where Christ is!” It is all about Him!

III.

Perhaps some would wonder, “Why should I seek Christ, what does that mean to me?” What it means to me, I have heard already in the first line of today’s reading: “You were raised with Christ!” One who is united to Christ through Baptism, has received a new life with Him, a life which does not end with death. Even more: the person baptised holds life within him, which today, now, gives us the strength and courage to face the challenges of life. Who seeks Jesus, finds direction for his life. Who seeks Jesus, finds clarity amid the many meanings presented by this world. Who seeks Jesus, finds with him the power of love, which conquers all division! Who seeks Jesus, finds a peace with Him, which the world can not give and no man can create! To quote Pope Benedict: “By relying on Jesus, you lose nothing, but gain everything!” You gain quality of life! How many of us, gathered here together, can say: It is worth seeking Jesus and entrusting yourself to Him!

IV.

Where do we find this Jesus Christ?

The statue of the Ascension in the cathedral provides an initial answer. The Church is the place of the risen, and indeed this, our Church, today, which constantly needs renewal and vitalisation through the Gospel. This Church, which has suffered under division since the Reformation, this Church, which every now and then can give a credible witness of love and mercy, this Church is the place of the Risen Lord! And in this Church the Lord is present in His Word, which is proclaimed and lived; He is present under the signs of bread and wine; He is present in the ministries of our Church. He is present when we come together in His name.

The faithful in the communities of the Diocese of Dresden-Meißen have, over the past years, been working with a process of exploration. What matters is to find ways in which as many people as possible in Saxony and eastern Thuringia can come to know and encounter Christ. I want to familiarise myself very soon with this process and I want – as soon as possible – to visit and get to know the responsible communities.  I agree with the basic conviction of this process: the Church is the space of the Risen, the parish as the home of the Risen, the community coming together, is a place of the Risen! And then, dear sisters and brothers, the responsible communities established in this process of exploration will also be places of the Risen.

Amid all the questions and searching, with their arguments, clarifications and decisions, which must be made for a new structure for the pastoral care, and in trying to be a living and inviting Church, we all share the responsibility together to give the Risen One space among us. How can this be experienced?

The abbot of a great religious order told me that, when he would visit the various monasteries of the community, he would ask two question and speak with the monks about them. The first question: “Are you in the peace of the Risen One?” And the second question: “Do you have vocations?”

Dear sisters and brothers, I invite you to ask yourself these questions: “Are you in the peace of the Risen One, and do you have vocations?” In thinking about what the future will brign for our communities, what matter is that we create room among us for the Risen One! Who approaches Him in thought, question, search and in word and deed, will experience His peace.

The second question, “Do you have vocations?”, is internally connected to the first one! The Risen One calls people to be priests, religious. the Church needs these vocations! The Risen One calls the baptised and confirmed to come together with their gifts and abilities and work together on building up the Church! In the peace of the Rison One we can be Church together and have an effect on the world!

V.

The Church does not exist only for herself: we have been placed in the world, we live in it and with our lives we witness to the Good News! “Seek where Christ is!” Christ Himself shows us an even greater horizon, where we we look for and can find Him. In the Gospel that we hae just heard (Matt. 25:31-40), Jesus speaks about the final judgement and presents to us what will be asked then. These questions make our lives today very concrete!

Jesus says something unimaginable, He identifies Himself with the suffering and needy of this world. Whoever seeks Him, finds Him in the hungry, the thirst, the homeless, the naked, the sick and the imprisoned. He takes the suffering out of their anonymitym He gives them a face, His face! And so He can say, “Whatever you did for one of these least brothers of mine, you did for me”.

Christ broadens our horizon! Being Church and being Christian is not realised by staring at heaven, Christians do not remain within the churches, however beautiful these are! Being Christian means not being satisfied with looking inward in sacristies and parish houses! In seeking Christ we arrive at those who – for whatever reason – are in need! That is where we are all called!

Dear sisters and brothers, I invite you to go with me. Let us seek where Christ is!

I rejoice in you!

Amen!”

To be an instrument of the Lord – Bishop van den Hende’s catechesis talk at WYD

World Youth Day 2016 is over, but here is a translation of the third catechesis given to the Dutch pilgrims over the course of the week-long event which saw several million young Catholics gathered in Kraków. This catechesis, which in its message mirrored the call by Pope Francis to young Catholics to get off the couch and act, was given by Rotterdam’s Bishop Hans van den Hende. Like during  previous editions, the bishop’s talk could count on an ovation at the end.

Bishop van den Hende speaks about the popular image of divine mercy and what it means to be an instrument of the Lord.

“Dear young people, I was just given the advice to put mercy into practice by not given you catechesis today. But Jesus’ message of mercy does not come in easy bite-size chunks and is not a matter of just swallowing it. A merciful attitude – in imitation of the Lord – is for us a matter of practice and therefore there is catechesis after all.

13640953_10154378393181796_1945214144784299210_o

1. Image of the merciful Jesus

The topic for this day is: Lord, make me an instrument of your mercy. When I was thinking about this beforehand, and this became even clearer these days, I had to think of the person of Jesus Himself. Especially the image of Jesus, such as here in the church of divine mercy.

Hyla%20blue%20largposter%20copyThe image of the divine mercy was created following the direction of Sister Faustina (1905-1938). In this image Jesus points at His heart, He looks at us and you a read and a white beam. It is an image of Jesus who gave His life out of boundless love for us. In the Gospels we can read in the passages about his passion and death on the cross about a soldier who stabbed his side with a spear, causing blood and water to flow (John 19:34). In the image of the divine mercy Jesus looks at us and He points at His heart. He shows that He wants to give everything for us, even His blood. He saves us. And the water reminds us of Baptism.

The person of Jesus has been on our minds for days. You see Him everywhere. The front of our pilgrims’ booklet even shows the two beams that are part of the image of divine mercy.  And we have also seen the image at the shrine of Sister Faustina here in Krakow. Yesterday when we welcomed the Pope, Pope Francis said that Jesus lives and is among us. That is what is most important about this World Youth Day. The Pope may take the initiative for the WYD, it is Jesus Himself who comes to us and is among us with all the gifts we need (Matt. 28:20b).

Pope Francis calls Jesus the face of God’s mercy (misericordiae vultus). In Jesus, the incarnate son of God, we can experience and hear how great the mercy of God is for us. We can look upon Him every day, whether in this image or a cross in your bedroom at home. Every day, you can take the step towards Him, to approach Him, to put your hope in Him and find your strength in Him. Not just on the day on which you have exams, or when things go bad, but you can come to Him every day anew.

Underneath the image of divine mercy, Holy Sister Faustina wrote in Polish: Jesus, I trust in you. In the great church of the shrine of Sister Faustina and the divine mercy, where we were last Tuesday, this sentence was whispered into a microphone several time: Jesus, I trust in you. That could perhaps be your first step, to consciously start each day by going to Jesus: I trust in you, it will be a good day with You, whatever may happen. We encounter the Father’s mercy in Jesus. His heart shows that His love for us is eternal. He is always willing to forgive. Many of you have received the sacrament of penance and reconciliation in these days. It is good to always conclude the confession of your sins with these words: I trust in you. We experience God’s mercy in the things Jesus doesd and says, solemnly put, the acts of the Lord. In the Gospel we read that Jesus heals people, consoles them, forgives people and puts them back on track with renewed courage. Jesus lets His heart speak and you can see and hear how great His mercy for us is. Look at Jesus, listen to Him, go to Him every day and say: Jesus, I trust in you. And perhaps you can take a further step and pray: Jesus, make my heart continously more like yours, that it may be involved with the things your heart is involved with: love, forgiveness, justice, solidarity, new life.

Santa-Faustina-2-760x747Sister Faustina, who only lived to the age of 33, wanted to share the message of God’s mercy. She said: this is so important, I cannot remain silent about this, I will tell this. She only went to school for three years, but she took up the pen and wrote. In the texts, Jesus calls her “His secretary of mercy’. She was an instrument of mercy. In order to make the limitless mercy of the Father known even more – for in he 1930s, like now, there was much crisis, threat of war, violence, discrimination and hate. Especially in a world of sin and evil God’s mercy must be announced. Sister Faustina wanted to do that, she wanted to be an instrument of mercy, a secretary of mercy.

2. To be an instrument of the Lord

When it comes to being an instrument of the Lord, we are part of a good tradition. In the history of our faith there are many who have answered that question with an eager yes. Yes, with your help. Think of the Blessed Virgin Mary, who was asked as a young woman to be the mother of the Lord. At first she doesn’t know what to say: I don’t even have a husband, how can this be? But then she says, I can be an instrument of your plan with the world: “May it be done to me according to your word” (Luke 1:38). In this way Mary consented to being the mother of Jesus. Another example of Saint Francis (1182-1226). Just now we prayed: make me an instrument of your peace. That prayer is attributed to Saint Francis, who had converted and was praying before a cross at a ruined chapel. He approached Jesus and said: Lord, what can I do for you? How can I be your instrument? And the Lord said, rebuild my house. Francis immediately went shopping, so to speak, collected all sorts of building supplies and repaired the chapel, making it wind and watertight. But then Francis found that it wasn’t about the church building as such, but about the people who were the Church, it was about the Church of Christ as the network of love in which there was indifference and unbelief, and such a gap between rich and poor. The prayer you prayed this morning deepens the question: what should I do? I want to be your instrument, Lord. So, in the great tradition of our faith there are always people who have the courage to be instruments of the Lord. Such as the Blessed Virgin in the Gospel and Brother Francis in the course of his life.

In his encyclical Lumen fidei, the Pope explains that it may sound a little clinical, a person as an instrument. As if you are a screwdriver, while we are people with a name and a heart. It ay sound as if you are just a cog in a great machine, and that it doesn’t really matter what you contribute. But the Pope says: do not let yourself be belittled, do not think that you are just a small part, but think of the Church as the body of Christ (1 Cor. 12:12-31) to which you belong. Not a finger can be missed, not an eye, not a toe, not an artery. The tone should then not be: I am just a part. No, you are (no matter how small) an instrument in the great work of God. You can do even the smallest task as a part of the greater whole of His body, the Church, close to Christ. However small your task is, you take part in the work of the Lord and in that no one can be missed.

 3. To be an instrument of the Lord: to accept or hesitate?

What do you do when the Lord ask you: do you want to be my instrument? Do you hesitate, do you accept? Do you ask for time to think? That is often the same as hesitating. In a shop the  shopkeeper knows very well that, when you say you want to think about it, you are probably going to buy it over the Internet.

When the Lord asks you to be His instrument, you may feel that you are too young, or not strong enough in your faith. But take a look in the Bible, you are not alone in that. Remember the prophet Jeremiah. When God asked him to be a prophet, Jeremiah answered, “I do not know how to speak. I am too young!” (Jer. 1:6). But the Lord said: It is me who is calling you, and when I call you it means that I will also give you the strength and talent to do it. And Jeremiah said: Lord, send me. Als remember the Apostle Peter, who hesitated at first. He saw the Lord and the abundant catch. But Peter did not say: “How wonderful”. No, he says, “Depart from me, Lord, for I am a sinful man” (Luke 5:8). And what about the Apostle Paul? He was at first a persecutor of Jesus and His disciples, and he looked on with arms crossed when Stephen the deacon was stoned (Acts 7:58). When Jesus calls him, Paul says, “I am the least of the apostles”, and considers himself as born abnormally (cf. 1 Cor. 15:8-9).

4. How good do you have to be to be an instrument of the Lord?

There are great examples of people who have said yes, and there are those who at first hesitated, such as Jeremiah, Peter and Paul. But in the end they did accept, for they found their strength in God. When we say to Jesus, “I trust in you,” we take the same step as Peter and Paul. Whether you are small or young, sinful or haven’t discovered many of your talents yet.

How good do you actually have to be in order to become an instrument? In the Gispel there are remarkable examples about this, such as the tax collector Levi, who works for the emperor and collects a major bonus for himself. This does not make one popular, as it is unfair. Jesus passes him and says, “Follow me”. The Pharisees wondered: How can Jesus call someone like that? A sinner, someone so untrustworthy! But Jesus says, “I have not come to call the righteous to repentance but sinners” (Luke 5:27,32; see also: Mark 2:13-17). If that isn’t mercy! Pope Francis also refers to this special calling, but in the Gospel of Matthew (9:9-13). He speaks of the tax collector Matthew, sitting at the customs post. The Lord sees him and says, “Follow me. Pope Francis applied this to himself, and his motto is ‘miserando atque eligendo’. This means as much as ‘being chosen by mercy’. The Lord did not come for the healthy, but for the sick to heal them (Matt. 9:12).

The Lord calling and needing you, that is what ultimately matters. It is the Lord who has a plan with you and who calls you and gives you the means in His mercy. So it’s not you being ready with all your talents and thinking, what’s keeping Him? No, the Lord Jesus sees us and calls us to accept His merciful love and accept Him as the basis of our lives, and in turn to be His instrument of mercy. When the Lord calls you, He also gives you the talent. He enables you to be His instrument of mercy. Jesus looks at you and calls you to accept mercy. Do not say that you are too busy or not suited to being an instrument of the Lord. That is no reason for saying no. At my ordination to the priesthood I also wondered, why me? But at the same time I thought, I am not worthy, I am not holy, but you called me (“non sum dignus neque sanctus tamen tu vocasti me“). When He calls and invites you, that is the basis for saying yes. So when Jesus asks you to be His instrument, have the courage to say yes. At the ordination of a deacon or priest, the ordinand says, “Yes, with the help of God’s grace”. Jesus calls and gives you His grace. He wants you to be His instrument and also gives you the tools to do it. Saying yes is very specific. In the first place it is prayer. Like Mary, like Peter and Paul. Going towards the Lord is the first step: here I am, what can I do for you, I know you have a plan for me, for you have called me since my first hour (cf. Jer. 1:5; Ps. 139; CCC 27).

5. Being an instrument of Christ: very specific

“Be merciful like your Father is merciful” is the theme of the WYD.

The Gospel of Matthew, Chapter 25, takes centre stage today. Jesus says, “I was hungry and you gave me food, I was thirsty and you gave me drink, I was naked and you clothed me” (Matt. 25:31-46). To all these works of mercy you can think of people who have been an instrument of the Lord. Think for example of Saint Martin (ca. 316-397) who shared his cloak with a poor man on the side of the road. And think of Saint Elisabeth of Thuringia (1207-1231) who have bread to the hungry and nursed the sick. Putting the works of mercy from Matthew 25 into practice makes being an instrument of mercy very tangible.

But there is more in Chapter 25 of Matthew. Before speaking about the works of mercy, Jesus tells a parable, namely a parable that we should be vigilant (Matt. 25:1-13). You must use your eyes well to see what is needed, and your heart open for the Lord who comes. Or else you risk sitting ready with your talents, but never taking action. That is abit like the fire station with a closed oor, where nothing ever happens. So be vigilant, what do you see with the eyes of the Lord? In Matthew Chapter 25 Jesus tells another parable, namely that you must use the talrnts God has given you, struggles and all (Matt. 25:14-20). You werent given your talents to bury them in the ground in an attempt to never make mistakes. No, be vigilant, keep your eyes and heart open and use your talents. The you can get started on the works of mercy: comforting people, correcting and advicing people, bear annoyances. Jesus says, “Whatever you did for one of these least brothers of mine, you did for me” (Matt. 25:40). Jesus says this to each of us.

6. Being an instrument of mercy, together with others who are instruments: as Church being one community of called, in service to the Lord.

You need not be able to do everything as instrument of mercy. The one may be able to listen well, and the other visits the sick without fear of infection. You need not be able to do everything, but choose what you are going to do. You are to be part of the Church, in which many are called and work.

You can be glad for the talents of others. And finally: encourage each other. Hunger and thirst, tears and loneliness remain. But get to work. Get up according to your calling and the talents that go with it. Hold on to each other. Jesus asks you to have confidence. And when you fall, ask to start anew in the light of God’s forgiving love. You are a human being according to God’s heart, with a name and a unique destiny. As an instrument of the Lord you have your own share in the mission of mercy that the Lord has entrusted to His Church.

I hope and pray that you will begin every day with looking towards the Lord, choose what you can do for Him, keep your trust in Him and support each other not to quit, because the mercy of the God is much to important and great for that. Thank you.”

In Germany, the numbers speak

numbersThe Catholic Church in Germany has published its annual statistics overview over 2015, and for the first time in several years there is a positive development to be noted when compared to the previous year. It remains to be seen if this development continues into the future, but it does begs the questions if this is the result of something like a Francis Effect, or of some other recent trend in the Church or the world. Cardinal Reinhard Marx, commenting on the numbers, believes it is due to there not only being an interest in what the Church has to offer, but also an active desire fore the sacraments:

“The statistics over 2015 indicate that the Church in Germany remains, as before, a strong force, whose message is heard and accepted. There is evidently not only an interest, but also an active desire for the sacraments of the Church, as the slight increase in the number of Baptisms and marriages shows. Although the number of people leaving the Church has decreased when compared to 2014, the number remains high, indicating we should persevere in our pastoral efforts. We need a “demanding pastoral approach” which does justice to the various realities of people and communicates the hope of the faith in a convincing manner. The completion of the Synod of Bishops in the past year, as well as Pope Francis’ Apostolic Letter Amoris laetitia are important signposts.

“But the naked numbers also show that the Church in our country is an integral part of our society. We will develop our pastoral efforts further on the basis of these statsitics. A lot has already been done in the dioceses. I am thinking of the process of dialogue concluded in the past year, which has contributed to a renewal in the Church. Pope Francis encourages us when he says that the path to the Church of the future is the part of a “synodal Church”. This means that all the faithful, laity and clergy, are required! In the future, we will bear witness of our faith together and proclaim the Gospel with conviction.”

The cardinal, who serves as the president of the German Bishop’s Conference, is optimistic, and the latest numbers do warrant some measure of optimism. Many dioceses are reporting changes in trends of several years, especially in the number of baptisms and marriages, revealing that 2014/2015 is, for now a turning point in some areas. When comparing the 2015 statstics with those of 1995, 20 years ago, it becomes clear how welcome this change is. The number of Catholics is still lower than in 1995, sometimes significantly so (of note are the Dioceses of Görlitz and Magdeburg). Baptisms, however, are more frequent in some dioceses than they were in 1995. Berlin, Dresden-Meißen and Erfurt all report increases. It is interesting to see that both these dioceses and those with the most extreme drops in Catholic faithful are in the east of Germany, where secularism is most prevalent after decades of communist rule. This increase can be partly attributed to immigration, from both Poland and the further abroad.

Marriages are still in crisis, however, with the numbers halved in some places over the past 20 years (Bamberg, Berlin, Dresden-Meißen, Erfurt, Görlitz, Hamburg, München und Freising, Passau and Würzburg are the only dioceses to have kept their numbers at 50% or above).