Pope in Sweden – the Dutch translations

In this post I have collected my translations of the various homilies and addresses given by Pope Francis during his short visit to Sweden. Perhaps needlessly said, apart from this paragraph, the post will consist of Dutch text.

14918917_10153849375235723_6517291123125650450_o

Homilie tijdens de oecumenische gebedsdienst in Lund:

“”Blijf in mij zoals ik in u” (Joh. 15:4). Deze woorden, uitgesproken door Jezus bij het Laatste Avondmaal, laten ons een blik werpen in het hart van Christus, kort voor Zijn ultieme offer aan het kruis. We kunnen Zijn hart voelen kloppen met liefde voor ons en Zijn verlangen voor eenheid onder allen die in Hem geloven. Hij vertelt ons dat Hij de ware wijnstok is en wij de ranken die, net zoals Hij één is met de Vader, één met Hem moeten zijn, willen we vrucht dragen.

Hier in Lund, tijdens deze gebedsdienst, willen wij ons gezamenlijk verlangen laten zien om één te blijven met Christus, zodat we leven hebben. We vragen Hem: “Heer, help ons in uw genade om dichter met U verenigd te zijn en zo, samen, een effectievere getuigenis te geven van geloof, hoop en liefde.” Dit is ook een moment om God te danken voor het werk van onze vele broeders en zusters van verschillende kerkelijke gemeenschappen die weigerden genoeg te nemen met verdeeldheid, maar in plaats daarvan de hoop op verzoening van allen die in de ene Heer geloven levend hielden.

Als katholieken en Lutheranen zijn we een gezamenlijke weg van verzoening gegaan. Nu, in de context van de herdenking van de Reformatie van 1517, hebben we een nieuwe kans om een gezamenlijke weg te kiezen, één die in de afgelopen vijftig jaar vorm heeft gekregen in de oecumenische dialoog tussen de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Ook wij kunnen geen genoegen nemen met de verdeeldheid en afstand die onze scheiding tussen ons geschapen heeft. Wij hebben de kans een kritiek moment van onze geschiedenis te repareren door voorbij de controverses en meningsverschillen, die ons er vaak van hebben weerhouden elkaar te begrijpen, te gaan.

Jezus zegt ons dat de Vader de “wijngaardenier” is (vg. vers 1) die de wijnstok verzorgt en snoeit om te zorgen dat die meer vrucht draagt (vg. vers 2). De Vader heeft steeds zorg voor onze relatie met Jezus, om te zien of we werkelijk één met Hem zijn (vg. vers 4). Hij waakt over ons, en Zijn blik van liefde zet ons aan ons het verleden te zuiveren en in het heden te werken om een toekomst van eenheid tot stand te brengen, die Hij zozeer verlangt.

Ook wij moeten met liefde en eerlijkheid naar ons verleden kijken, fouten herkennen en vergeving zoeken, want God alleen is onze rechter. Met dezelfde eerlijkheid en liefde moeten we inzien dat onze verdeeldheid ons scheidt van de oorspronkelijke intuïtie van het volk van God, dat van nature verlangt één te zijn, en dat die verdeeldheid historisch bestendigd werd door de machthebbers van deze wereld, en niet zozeer het gelovige volk, dat altijd en overal met zekerheid en liefde door zijn Goede Herder geleid moet worden. Zeker, er was aan beide zijden een oprechte wil om het ware geloof te belijden en te behouden, maar tegelijkertijd weten we dat we in onszelf zijn opgesloten door angst voor of vooroordeel over het geloof dat anderen met een ander accent en taal belijden. Zoals Paus Johannes Paulus II zei: “We moeten niet toestaan dat wij worden geleid door de intentie onszelf te willen benoemen als rechters van de geschiedenis, maar alleen door de motivatie om beter te willen begrijpen wat er is gebeurd en om boodschappers van de waarheid te worden” (Brief aan Kardinaal Johannes Willebrands, President van het Secretariaat voor de Christelijke Eenheid, 31 oktober 1983). God is de wijngaardenier, die de wijnrank met immense liefde verzorgd en beschermd; laten wij geraakt zijn door Zijn waakzame blik. Het enige dat Hij verlangt is dat wij als levende ranken in Zijn Zoon Jezus blijven. Met deze nieuwe blik op het verleden beweren we niet een onpraktische correctie op wat er gebeurd is te willen realiseren, maar “het verhaal anders te vertellen” (Luthers-Rooms Katholieke Commissie over de Eenheid, Van Conflict naar Eenheid, 17 juni 2013, 16).

Jezus herinnerert ons eraan: “Los van Mij kunnen jullie niets” (vers 5). Hij is degene die ons onderhoudt en ons aanmoedigt manieren te vinden om onze eenheid steeds zichtbaarder te maken. Zeker, ons verdeeldheid is een enorme bron van lijden en onbegrip geweest, maar het heeft ons er ook toe geleid eerlijk te erkennen dat we zonder Hem niets kunnen; zo heeft het ons in staat gesteld bepaalde aspecten van ons geloof beter te begrijpen. Dankbaar erkennen we dat de Reformatie geholpen heeft de Heilige schrift een meer centrale plaats te geven in het leven van de Kerk. Door het gezamenlijk luisteren naar het woord van God in de Schrift zijn er belangrijke stappen voorwaarts gezet in de dialoog tussen de Katholieke Kerk en de Lutherse Wereldfederatie, wiens vijftigste verjaardag we nu vieren. Laten we de Heer vragen dat Zijn woord ons bijeen mag houden, want het is een bron van voeding en leven; zonder de inspiratie van het woord kunnen we niets.

De geestelijk ervaring van Maarten Luther daagt ons uit ons te herinneren dat wij zonder God niets kunnen. “Hoe kan ik een genadige God verkrijgen?” Deze vraag achtervolgde Luther. De vraag van een rechtvaardige relatie met God is in feite de bepalende vraag voor ons leven. Zoals we weten ontmoette Luther die genadige God in het goede nieuws van Jezus, mensgeworden, gestorven en verrezen. Met het concept van sola gratia herinnert hij ons eraan dat God altijd het initiatief neemt, nog voor enige menselijke reactie, zelfs als Hij dat antwoord wil opwekken. De rechtvaardigingsleer drukt zo de essentie van het menselijke bestaan tegenover God uit.

Jezus spreekt voor ons als onze bemiddelaar voor de Vader; Hij vraagt Hem dat Zijn leerlingen één mogen zijn, “zodat de wereld kan geloven” (Joh. 17:21). Dat geeft ons troost en inspireert ons om één te zijn met Jezus, en daarom te bidden: “Geef ons de gave van eenheid zodat de wereld kan geloven in de kracht van uw barmhartigheid”. Dit is de getuigenis die de wereld van ons verwacht. Wij christenen zullen geloofwaardige getuigen van de barmhartigheid zijn in zoverre dat vergeving, vernieuwing en verzoening dagelijks onder ons worden ervaren. Samen kunnen wij Gods barmhartigheid verkondigen en zichtbaar maken, concreet en met vreugde, door de waardigheid van ieder persoon hoog te houden en te bevorderen. Zonder deze dienst aan en in de wereld is het christelijk geloof onvolledig.

Als Lutheranen en katholieken bidden wij samen in deze kathedraal, in het bewustzijn dat we zonder God niets kunnen. Wij vragen Zijn hulp om levende ledematen te zijn, blijvend in Hem, steeds met behoefte aan Zijn genade, zodat we samen Zijn woord aan de wereld kunnen geven, die zijn tedere liefde en barmhartigheid zo nodig heeft.”

Gezamenlijke verklaring ter gelegenheid van de gezamenlijke Katholiek-Lutheraanse herdenking van de Reformatie:

cwgqncmwgaehs-0

“”Laten we met elkaar verbonden blijven, jullie en Ik, want zoals een rank geen vrucht kan dragen uit eigen kracht, maar alleen als ze verbonden blijft met de wijnstok, zo kunnen ook jullie geen vrucht dragen als je niet met Mij verbonden blijft” (Johannes 15:4).

Met dankbare harten

Met deze Gezamenlijke Verklaring drukken wij vreugdevolle dankbaarheid aan God uit voor dit moment van gezamenlijk gebed in de kathedraal van Lund, aan het begin van het jaar waarin we het vijfhonderdste jubileum van de Reformatie herdenken. Vijftig jaar aanhoudende en vruchtbare oecumenische dialoog tussen katholieken en Lutheranen heeft ons geholpen vele verschillen te overbruggen, en heeft ons wederzijds begrip en vertrouwen versterkt. Tegelijkertijd zijn we dichter tot elkaar gekomen door de gezamenlijke dienst aan onze naasten – vaak in situaties van lijden en vervolging. Door dialoog en gedeelde getuigenis zijn we niet langer vreemden. We hebben veeleer geleerd dat wat ons verenigdt groter is dan wat ons scheidt.

Van conflict naar gemeenschap

Hoewel we ten diepste dankbaar zijn voor de geestelijke en theologische gaven van de Reformatie, belijden en betreuren we voor Christus ook dat Lutheranen en katholieken de zichtbare eenheid van de Kerk hebben beschadigd. Theologische verschillen gingen samen met vooroordelen en conflicten, en religie werd een instrument voor politieke doeleinden. Ons gezamenlijk geloof in Jezus Christus en ons doopsel vereist van ons een dagelijkse bekering, waarmee we de historische meningsverschillen en conflicten die het dienstwerk van de verzoening verhinderden van ons afwerpen. Hoewel het verleden niet verandert kan worden, kan wat er herinnert wordt en hoe het wordt herinnert wel veranderen. Wij bidden voor de genezing van onze wonden en van de herinneringen die ons beeld van de ander blokkeren. We verwerpen nadrukkelijk alle haat en geweld, in het verleden en heden, vooral wanneer uitgevoerd in de naam van religie. Vandaag horen we het gebod van God om alle strijd aan de kant te zetten. We erkennen dat we, bevrijd door genade, voorwaarts gaan naar de eenheid waartoe God ons steeds roept.

Onze toewijding aan gezamenlijke getuigenis

Nu we die periode in de geschiedenis als een last achter ons laten, beloven wij plechtig samen te getuigen van Gods barmhartige genade, zichtbaar in de gekruisigde en verrezen Christus. In het bewustzijn dat de manier waarop wij ons tot elkaar verhouden onze getuigenis van het Evangelie vorm geeft, wijden wij ons toe aan de verdere groei van gemeenschap, geworteld in het doopsel, terwijl we proberen de overblijvende obstakels die volledige eenheid nog verhinderen te verwijderen. Christus verlangt dat we één zijn, zodat de wereld kan geloven (vg. Joh. 17:21).

Vele leden van onze gemeenschappen verlangen ernaar de Eucharistie aan één tafel te ontvangen als een concrete uitdrukking van volledige eenheid. Wij ervaren de pijn van degenen die hun hele leven delen, behalve de verlossende aanwezigheid van God aan de Eucharistische tafel. Wij erkennen onze gezamenlijke pastorale verantwoordelijkheid om een antwoord te geven op de geestelijke dorst en honger van onze mensen om één te zijn in Christus. Wij verlangen ernaar dat deze wond in het Lichaam van Christus zal genezen. Dit is het doel van onze oecumenische inspanningen, die we willen bevorderen, ook door onze toewijding aan de theologische dialoog te hernieuwen

We bidden tot God dat katholieken en Lutheranen samen zullen kunnen getuigen van het Evangelie van Jezus Christus, en de mensheid uitnodigen het goede nieuws van Gods verlossende handelen te horen en ontvangen. We bidden tot God om inspiratie, aanmoediging en kracht zodat we naast elkaar kunnen staan in het dienstwerk, de menselijke waardigheid en rechten hooghouden, met name van de armen, werken voor gerechtigheid en alle vormen van geweld afwijzen. God roept ons op allen die verlangen naar waardigheid, gerechtigheid, vrede en verzoening nabij te zijn. Vandaag in het bijzonder verheffen we onze stemmen voor een einde aan het geweld en extremisme dat zo vele landen en gemeenschappen, en talloze zusters en broeders in Christus, treft. We sporen Lutheranen en katholieken aan om samen te werken in het ontvangen van de vreemde, degenen die gedwongen zijn te vluchten vanwege oorlog of vervolging te hulp te komen, en de rechten van vluchtelingen en asielzoekers te verdedigen.

Meer dan ooit beseffen we dat ons gezamenlijk dienstwerk in deze wereld moet reiken tot aan Gods scheppen, die lijdt onder uitbuitingen en de gevolgen van onverzadelijke hebzucht. We erkennen het recht van toekomstige generaties om te genieten van Gods wereld in al haar potentieel en schoonheid. We bidden voor een omslag in harten en hoofden die leidt tot een liefdevolle en verantwoordelijke zorg voor de schepping.

Eén in Christus

Op deze gunstige gelegenheid drukken wij onze dankbaarheid uit aan onze broeders en zusters die de verschillende christelijke wereldgemeenschappen en broederschappen vertegenwoordigen die hier aanwezig zijn en zich aansluiten bij ons gebed. Nu we ons opnieuw toewijden aan de beweging van conflict naar gemeenschap, doen we dat als ledematen van het ene Lichaam van Christus, waarin we door het doopsel zijn opgenomen. We nodigen onze oecumenische partners uit ons aan onze verplichtingen te herinneren en ons te bemoedigen. We vragen hen voor ons te blijven bidden, met ons op weg te gaan en ons te ondersteunen in het uitvoeren van de gebedsvolle verplichtingen die wij vandaag uitspreken.

Oproep aan katholieken en Lutheranen in de wereld

Wij roepen alle Lutherse en katholieke parochies en gemeenschappen op om stoutmoedig en creatief, vol vreugde en hoop te zijn in hun toewijding om de grote reis voor ons voort te zetten. In plaats van conflicten uit het verleden, zal Gods geschenk van eenheid onder ons de samenwerking leiden en onze solidariteit verdiepen. Door dichter in het geloof tot Christus te komen, door samen te bidden, door naar elkaar te luisteren, door de liefde van Christus voor te leven in onze relaties, zullen wij, katholieken en Lutheranen, onszelf openstellen voor de kracht van de Drieëne God. Geworteld in Christus en van Hem getuigend vernieuwen wij onze vastberadenheid om trouwe voorboden te zijn van Gods grenzeloze liefde voor de hele mensheid.”

Toespraak tijdens het Oecumenisch evenement in Malmö Arena:

14939566_10153850168870723_2952759365792262173_o

“Ik dank God voor deze gezamenlijke herdenking van het vijfhonderste jubileum van de Reformatie. We gedenken dit jubileum met een hernieuwde geest en erkennen dat de christelijke eenheid een prioriteit is, omdat we weten dat er meer is dat ons verenigt dan ons scheidt. De weg die we gegaan zijn om die eenheid te bereiken is zelf een groot geschenk dat God ons geeft. Met deze hulp zijn we vandaag hier bijeen gekomen, Lutheranen en katholieken, is een geest van broederschap, om onze blik te richten op de ene Heer, Jezus Christus.

Onze dialoog heeft ons geholpen te groeien in wederzijds begrip; het heeft wederzijds vertrouwen bevordert en ons verlangen om verder te gaan naar volledige eenheid bevestigd. Eén van de vruchten van deze dialoog is de samenwerking tussen verschillende organisaties van de Lutherse Wereldfederatie en de Katholieke Kerk. Dankzij deze nieuwe sfeer van begrip zullen Caritas Internationalis en de World Service van de Lutherse Wereldfederatie vandaag een gezamenlijk overeengekomen verklaring ondertekenen die gericht is op het ontwikkelen en versterken van een geest van samenwerking ter bevordering van de menselijke waardigheid en sociale gerechtigheid. Ik groet van harte de leden van beide organisaties; in een wereld die door oorlogen en conflicten uit elkaar getrokken wordt, zijn en blijven zij een lichtend voorbeeld van toewijding tot en dienst aan de naaste. Ik moedig u aan voort te gaan op de weg van samenwerking.

Ik heb aandachtig geluisterd naar de mensen die getuigenis hebben gegeven, hoe zij te midden van zoveel uitdagingen dagelijks hun leven toewijden aan het opbouwen van een wereld die steeds meer wil reageren op het plan van God, onze Vader. Pranita sprak over de schepping. De schepping zelf is duidelijk een teken van Gods grenzeloze liefde voor ons. Als gevolg kunnen de geschenken van de natuur ons tot het overwegen van God aanzetten. Ik deel je zorg over het misbruik dat onze planeet, ons gezamenlijk thuis, schaadt en ernstige gevolgen heeft voor het klimaat. Zoals we in ons, in mijn land zeggen: “Uiteindelijk zijn het de armen die de kosten betalen voor ons feesten”. Zoals jij terecht opmerkte hebben zij de grootste impact op degenen die het meest kwetsbaar en behoeftig zijn; zij worden gedwongen te emigreren om aan de gevolgen van klimaatverandering te ontsnappen. Wij allemaal, en wij christenen in het bijzonder, zijn verantwoordelijk voor de bescherming van de schepping. Onze manier van leven en ons handelen moet altijd overeenstemmen met ons geloof. Wij zijn geroepen harmonie op te wekken in onszelf en met anderen, maar ook met God en Zijn handwerk. Pranita, ik moedig je aan vol te houden in je toewijding in naam van ons gezamenlijk thuis. Dank je!

Mgr. Hector Fabio vertelde ons over het gezamenlijk werk van katholieken en Lutheranen in Colombia. Het is goed om te weten dat christenen samenwerken om gemeenschappelijke en maatschappelijke processen van algemeen belang op te starten. Ik vraag jullie in het bijzonder te bidden voor dat grootse land, zodat, door middel van de samenwerking van iedereen, de vrede, waar zo naar verlangd wordt en die zo nodig is voor een menswaardig samenleven, eindelijk kan worden behaald. En omdat het menselijk hart, als het naar Jezus kijkt, geen grenzen kent, moge het dan een gebed zijn dat verder reikt, en al die landen omvat waar ernstige conflicten voortduren.

Marguerite maakt ons bewust van de hulp aan kinderen die het slachtoffers zijn van wreedheid en het werk voor de vrede. Dit is zowel bewonderenswaardig en een oproep om de talloze situaties van kwetsbaarheid van zo vele personen die zich niet kunnen laten horen serieus te nemen. Wat jij als missie beschouwd is een zaadje, een zaadje dat overvloedig vrucht draagt, en vandaag, dankzij dat zaadje, kunnen duizenden kinderen studeren, groeien en in goede gezondheid leven. Je hebt geïnvesteerd in de toekomst! Dank je! En ik ben dankbaar dat je zelfs nu, in ballingschap, een boodschap van vrede blijft verspreiden. Je zei dat iedereen die jou kent denkt dat wat je doet gek is. Natuurlijk, het is de gekte van de liefde voor God en onze naaste. We hebben meer van die gekte nodig, verlicht door het geloof en vertrouwen op de voorzienigheid van God. Blijf werken, en moge die stem van hoop die je aan het begin van je avontuur hebt gehoord, en je investering in de toekomst, je eigen hart en de harten van vele jonge mensen blijven raken.

Rose, de jongste, gaf een werkelijk ontroerende getuigenis. Ze heeft gebruik kunnen maken van het sporttalent dat God haar gaf. In plaats van haar energie te verspillen in negatieve situaties heeft ze voldoening gevonden in een vruchtbaar leven. Luisterend naar jouw verhaal, dacht ik aan de levens van zoveel jonge mensen die verhalen als het jouwe zouden moeten horen. Ik wil dat iedereen weet dat ze kunnen ontdekken hoe prachtig het is om kinderen van God te zijn en wat een privilege het is om door Hem geliefd en gekoesterd te zijn. Rose, ik dank je vanuit mijn hart voor jouw werk en toewijding om andere vrouwen aan te moedigen om weer naar school te gaan, en voor het feit dat je dagelijks bidt voor vrede in de jonge staat Zuid-Sudan, die dat zo erg nodig heeft.

En na het horen van deze krachtige getuigenissen, die ons deden nadenken over onze eigen levens en hoe we reageren op de noodsituaties overal om ons heen, wil ik al die regeringen danken, die vluchtelingen helpen, alle regeringen die ontheemde mensen asielzoekers helpen. Alles dat gedaan wordt om deze mensen in nood te helpen is een groots gebaar van solidariteit en een erkenning van hun waardigheid. Voor ons christenen is het prioriteit om erop uit te gaan en de verstotenen – want zij zijn werkelijk verstoten uit hun thuislanden – en de gemarginaliseerden van onze wereld te ontmoeten, en de tedere en barmhartige liefde van God, die niemand afwijst en iedereen accepteert, voelbaar te maken. Wij christenen zijn vandaag geroepen om actieve deelnemers te zijn in de revolutie van tederheid.

Straks horen we de getuigenis van Bisschop Antoine, die in Aleppo woont, een stad die op de knieën gedwongen is door de oorlog, een plaats waar zelfs de meest fundamentele rechten met minachting worden behandelt en vertrapt. In het nieuws horen we elke dag over het afschuwelijke lijden vanwege de strijd in Syrië, door dat conflict in ons geliefde Syrië, die nu al meer dan vijf jaar duurt. Te midden van zoveel verwoesting is het werkelijk heldhaftig dat mannen en vrouwen daar gebleven zijn om materiële en geestelijke hulp te bieden aan de noodlijdenden. Het is ook bewonderenswaardig dat jij, beste broeder Antoine, blijft werken tussen zulk gevaar om ons te kunnen vertellen over de tragische omstandigheden van het Syrische volk. We houden ieder van hen in onze harten en gebeden. Laten we de genade van oprechte bekering afsmeken over de verantwoordelijken voor het lot van de wereld, voor die regio en voor allen die daar ingrijpen.

Beste broeders en zusters, laat ons niet ontmoedigd raken tegenover vijandigheid. Moge de verhalen, de getuigenissen die we hebben gehoord, ons motiveren en ons een nieuwe impuls geven om steeds nauwer samen te werken. Als we weer thuiskomen, mogen we dan een toewijding meebrengen om dagelijkse gebaren van vrede en verzoening te maken, om moedige en trouwe getuigen van christelijke hoop te zijn. En zoals we weten, de hoop stelt ons niet teleur! Dank u!”

Homilie in de Mis voor Allerheiligen:

“Vandaag vieren we met de hele Kerk het hoogfeest van Allerheiligen. Hiermee herdenken we niet alleen hen die in de loop der eeuwen heiligverklaard zijn, maar ook onze vele broeders en zusters die, op een stille en onopvallende wijze, hun christelijk leven hebben geleefd in de volheid van geloof en liefde. Onder hen zijn zeker vele van onze verwanten, vrienden en bekenden.

Dit is voor ons dan een viering van heiligheid. Een heiligheid die niet zozeer te zien is in grote daden of buitengewone gebeurtenissen, maar veeleer in dagelijkse trouw aan de eisen van ons doopsel. Een heiligheid die bestaat in de liefde voor God en de liefde voor onze broeders en zusters. Een liefde die trouw blijft tot het punt van zelfopoffering en volledige toewijding aan anderen. We denken aan de levens van al die moeders en vaders die zich opofferen voor hun gezinnen en bereid zijn – ook al is dat niet altijd makkelijk – van zoveel dingen af te zien, zoveel persoonlijke plannen en projecten.

Maar als er één ding typisch is voor de heiligen, is het dat zij daadwerkelijk gelukkig zijn. Zij hebben het geheim van authentiek geluk ontdekt, dat diep in de ziel ligt en zijn bron heeft in de liefde van God. Daarom noemen we de heiligen zalig. De Zaligsprekingen zijn hun weg, hun doel richting het thuisland. De Zaligsprekingen zijn de weg van het leven die de Heer ons leert, zodat wij in Zijn voetstappen kunnen volgen. In het Evangelie van de Mis van vandaag hoorden we hoe Jezus de Zaligsprekingen verkondigde aan een grote menigte op de heuvel bij het Meer van Galilea.

De Zaligsprekingen zijn het beeld van Christus en als gevolg van elke christen. Ik zou er hier slechts één willen noemen: “Zalig die zachtmoedig zijn”. Van zichzelf zegt Jezus: “Kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart” (Matt. 11:29). Dit is zijn geestelijk portret en het onthult de overvloed van Zijn liefde. Zachtmoedigheid is een manier van leven en handelen die ons dichter bij Jezus en elkaar brengt. Het stelt ons in staat alles dat ons verdeelt en vervreemd aan de kant te zetten, en steeds nieuwe manieren te vinden om verder te gaan op de weg van eenheid. Zo was het met de zonen en dochters van dit land, waaronder de heilige Maria Elisabeth Hesselblad, kortgeleden heiligverklaard, en de heilige Birgitta van Vadstena, mede-patrones van Europa. Zij hebben gebeden en gewerkt om banden van eenheid en broederschap tussen christenen te smeden. Een zeer sprekend teken hiervan is dat we hier in uw land, getekend als het is door het naast elkaar leven van vrij verschillende volkeren, samen het vijfde eeuwfeest van de Reformatie herdenken. De heiligen brengen verandering tot stand door zachtmoedigheid van het hart. Met die zachtmoedigheid komen wij tot het begrip van de grootsheid van God en aanbidden we Hem met oprechte harten. Zachtmoedigheid is de houding van hen die niets hebben te verliezen, omdat hun enige rijkdom God is.

Op een bepaalde manier zijn de Zaligsprekingen de identiteitskaart van de christen. Zij identificeren ons als volgelingen van Jezus. Wij zijn geroepen zalig te zijn, volgers van Jezus te zijn, de problemen en angsten van onze tijd het hoofd te bieden met de geest en liefde van Jezus. Zo moeten wij in staat zijn nieuwe situaties te herkennen en beantwoorden met verse geestelijke energie. Zalig zijn zij die trouw blijven terwijl zij het kwaad verdragen dat anderen hen toebrengen, en hen vergeven vanuit hun hart. Zalig zijn zij die in de ogen kijken van de verlatenen en gemarginaliseerden, en hen hun nabijheid laten zien. Zalig zijn zij die God in ieder persoon zien, en hun best doen om anderen Hem ook te laten ontdekken. Zalig zijn zij die ons gezamenlijk thuis beschermen en verzorgen. Zalig zijn zij die afzien van hun eigen gemak om anderen te helpen. Zalig zijn die bidden en werken voor de volledige eenheid tussen christenen. Dit zijn allemaal boodschappers van Gods barmhartigheid en tederheid, en zij zullen zeker van Hem hun verdiende loon ontvangen.

Beste broeders en zusters, de oproep tot heiligheid is aan iedereen gericht en moet van de Heer ontvangen worden in een geest van geloof. De heiligen moedigen met hun levens en voorspraak bij God aan, en wijzelf hebben elkaar nodig als we heiligen willen zijn. Elkaar helpen heiligen te worden! Laat ons samen de genade afsmeken om deze oproep met vreugde te ontvangen en mee te werken en de vervulling ervan. Aan onze hemelse Moeder, Koningin van Alle Heiligen, vertrouwen we onze intenties toe en de dialoog gericht op de volledige eenheid van alle christenen, zodat wij gezegend mogen zijn in ons streven en heiligheid in eenheid mogen behalen.”

Photo credit: CNS/Paul Haring

Palm Sunday – The inevitability of the Passion

1491295_10153252553151486_5861478274315205969_o

It’s Palm Sunday, which means Holy Week has begun. In the Gospel reading at Mass we heard the entire Easter narrative, from the Last Supper to Jesus’ entombment – we’ll go over the same events in the course of this week, especially from Thursday onwards. But today we especially marked Jesus’ joyful entrance in Jerusalem:

“Jesus proceeded on his journey up to Jerusalem. As he drew near to Bethphage and Bethany at the place called the Mount of Olives, he sent two of his disciples. He said, “Go into the village opposite you, and as you enter it you will find a colt tethered on which no one has ever sat. Untie it and bring it here. And if anyone should ask you, ‘Why are you untying it?’ you will answer, ‘The Master has need of it.’”
So those who had been sent went off  and found everything just as he had told them. And as they were untying the colt, its owners said to them,  “Why are you untying this colt?” They answered, “The Master has need of it.”
So they brought it to Jesus, threw their cloaks over the colt, and helped Jesus to mount. As he rode along, the people were spreading their cloaks on the road; and now as he was approaching the slope of the Mount of Olives, the whole multitude of his disciples
began to praise God aloud with joy for all the mighty deeds they had seen.
They proclaimed: “Blessed is the king who comes in the name of the Lord. Peace in heaven and glory in the highest.”
Some of the Pharisees in the crowd said to him, “Teacher, rebuke your disciples.” He said in reply, “I tell you, if they keep silent, the stones will cry out!””

Gospel of Luke 19:28-40

This is the reading we heard at the start of Mass. In many places, the faithful then processed into Church, carrying palm branches, so recreating the arrival of Jesus in Jerusalem. It’s more than symbolism, of course, as Jesus is not just symbolically with us, but in a very real way: it is good to remember that every now and then in the way we behave around Him. If only we wouldn’t change our mind so quickly as the people in Jerusalem did in those faithful days leading up to His Passion. From “Hossanah” to “Crucify Him!” just like that…

The text from the Gospel of Luke above has a distinct sense of things falling into place. Jesus seems to know exactly what needs to be done, as well as what otherwise complete strangers will say and do. Later on, as Jesus prays on the Mount of Olives, we find out more about this inevitability: He ask that this cup be taken from Him, but “not my will, but yours be done”. Jesus knows what needs to be done, and also why: to redeem the people of God, to take all their pain and suffering upon His shoulders, so that they don’t  have to, and accept all the consequences… He is to do what they, we, can’t. What was our death now becomes His. The events we read above seem to prefigure that: it is inevitable that a colt be found, that the owner be told the Master needs it (and that he accepts it), and even the praise is unavoidable. The Pharisees who complain about it are told that if the disciples don’t praise God, the stones will: For what is about to happen, God deserves praise which can’t  be stopped.

Strangely enough, we read nothing here about the people of Jerusalem cheering and waving palm fronds: it is the disciples who are doing the praising and spreading their cloaks on the ground before the colt on which Jesus rides. In the other Gospels, especially in those of John and Matthew, we do read about people coming out of the city to meet and accompany Him. By focussing solely on the disciples, Luke emphasises the contrast between them and Jerusalem: there is a sense of hostility in the city already. The first thing we encounter there are Pharisees almost ordering that Jesus tell His disciples off for their joy. There is jubilation and praise, certainly, but all is not as happy as it seems. The coming days will show exactly how hostile things will become…

Photo credit: Catholic News Agency

Four bishops look back – the ad limina in hindsight

Four bishops have written their thoughts and feelings about last week’s ad limina visit down and shared the resulting texts on the websites of their respective dioceses. Here, in full, are my translations, reflecting the encouragement that the bishops took home from their encounter with Pope Francis and the offices of the Curia.

mgr_de_Korte3Bishop Gerard de Korte, bishop of Groningen-Leeuwarden:

“What did the ad limina visit bring me as bishop of the North? I think in the first place encouragement. Our report included many statistics which cause concern. The Church, after all, continues to shrink. But the Pope and also his coworkers in the various Congregations and Pontifical Council continuously warned the bishops against a sterile pessimism. The message was always: be patient, make contact, try to connect, don’t write anyone off, don’t blow up any bridges. Every bishop should after all be a ‘pontifex’, a bridge builder. I saw these words as a confirmation of my policy. In a recent article on the future of Roman Catholicism I summarised that policy in two words: clear and cordial. The Church of tomorrow can only thrive when she stays close to Jesus. God’s unconditional love and forgiveness in Jesus for every person and our entire world should be at the heart. God’s mercy should also make us merciful and mild in how we deal with one another.

At the same time that should happen in a heartfelt and inviting way. Not with a pointing finger or a frown, but with an open attitude and a smile. There are many stalls in the modern religious market. For religious searchers the choice for Christ and His Church is not always the obvious one. For many of our contemporaries, faith is a search, a process. Parishes and church communities are called to increasingly initiate people in the treasure of Christian tradition and bring them to Christ, step by step. For ultimately every person is called to live his or her life out of the friendship with the living Christ.

Encouraged by the ad limina visit I continue my work as bishop. In turn, I hope to be able to encourage Catholics and other Christians to live the life of their Baptism. Pope Francis continuously asks us to be brave and to live out of hope. Let us grab the plough, out of the joy of the Gospel!”

staatsieportret20kardinaal20eijkWim Cardinal Eijk, archbishop of Utrecht:

“The preparations for the ad limina visit of the Dutch bishops were preceded by numerous speculations. What would the new Pope Francis think of the Dutch bishops? Wouldn’t they be strongly chastised for their policies? In that context, many think of the mergers of parishes and the closing of churches, which the bishops would be deciding upon out of ideological motives and because of a shortage of priests. What was striking was that the approach of sexual abuse by Church workers was now getting less attention.

In my article for the November issue of the diocesan magazine Op Tocht, which was also spread to the parishes as a letter, I discussed in detail the painful necessity of parish mergers and church closings in several locations. The archdiocese does not take the initiative to close a church. That is in the first place the responsibility of the parish councils, which then request the archbishop to remove a church from service. But in the end neither the archbishop nor the parish council make the decision, but the people who decide to no longer take part in worship and no longer support the Church financially.

In the 1950s ninety percent of the Catholics attended Church on Sunday. Today that is five percent and that percentage is still dropping. Anyone can see that church closings then become unavoidable. The same goes for parish mergers. Parishes which can no longer survive alone, can join forces with other parishes and form a new thriving faith community. We must now take our responsibility for the future. Our children who still believe must have the opportunity to celebrate and share the faith. It would be irresponsible to try and maintain everything we have now and use up all available means doing so, leaving future generations empty-handed.

The Pope understands this, and so does the Roman Curia. In other parts of the world, for example in the United States, the need for parish mergers and church closings becomes apparent. Between 2000 and 2011, 121 churches in the Diocese of Essen, Germany, were removed from use and closed.

Many other topics were also discussed. The Pope and his coworkers received, for example, detailed information from the Dutch bishops about the situation around the sexual abuse of minors. In the last months, fruitful cooperation has come into being between the chairmen of the Bishops’ Conference, the KNR (Conference of Dutch religious) and KLOKK, the major umbrella organisation for victims of sexual abuse. They jointly established a final date of 1 July 2014 for the reporting of claims of sexual abuse concerning deceased perpetrator and cases of sexual abuse that fall under the statute of limitations. Said chairmen also presented a joint report to Secretary Opstelten on 5 November of this year, the so-called base-measurement, in which the implementations of the recommendations of the Deetman Commission of 2011 were investigated. The report includes a number of solid pieces of advice to improve the approach to claims of sexual abuse. The Bishops’ Conference, the KNR, KLOKK, and the management and overview foundation for sexual abuse in the Roman Catholic Church in the Netherlands have enthusiastically begun implementing this advice. The base-measurement was translated into English and sent to the Congregation for the Doctrine of the Faith.

The Dutch bishops and the KNR coupled the announcement of the final date with a call to all to supply supportive evidence for claims of sexual abuse where possible. We also called all to – contrary what sadly sometimes occurs elsewhere – not oppose victims in any way when they make a claim, or blame them for it, but support hem as much as possible. They suffered enough under the sexual abuse. We called all to help the Church clean her slate in the interest of the victims. The Pope encouraged us to continue on this road. At the Congregation of the Doctrine of the Faith we were also told that we chose a “good direction”.

The way in which Pope Francis replied to the Dutch bishops’ policies was heartwarming for them. He was visibly moved by the difficulties we face. His biggest fear was that we would become discouraged because of the problems we are struggling with, and that we would succumb to feelings of sorrow. He impressed upon us not lose hope, hope in the promises of Christ: “This hope never disappoints.” The message which he repeatedly drew our attention too was, “Do not look back, try not to keep what you once had, but look ahead.” A word that he continuously repeated was, “avanti, avanti, sempre avanti.” Keep going forward than do not look back at the past. In the past the Church may have had great buildings and structures, but we live in the present. In the present, you must take your responsibility.

As Dutch bishops we feel very much confirmed and encouraged by the Pope and his coworkers to go “avanti”, that is to say, forward on the path we are on. What we take with us from this very successful ad limina visit is that we should not Always look back nostalgically to a rich past, but that we must go “avanti”, forward, with our task to proclaim Christ and His Gospel. We must now take our responsibility and take the necessary measures, even if they are not always popular, to make sure that there are enough means and opportunities to also in the future proclaim the faith in Dutch society. If we don’t do anything now and maintain everything, we take away from our children the means to share the Gospel and celebrate the faith.

For the bishops it was also a special experience to be together for an entire week in Rome. In addition to unity with the world Church, the ad limina visit has also strengthened our mutual unity. Many concrete questions from the bishops have been answered by workers in the Roman Curia. We will get to work with the advice we received, in courage and enthusiasm.

The ad limina visit was closed with a celebration of the Eucharist at St. Mary Major. Here, at the end of the celebration, we answered Pope Francis’ call to us in the address he gave us in writing at Monday’s audience, to dedicate our Church province to Mary. This we did, and we confirmed it by praying the Hail Mary together. We asked Mary to pray for us to God to make our beautiful ad limina visit fruitful for the proclamation of the Catholic faith in the Netherlands.”

hoogenboomBishop Theodorus Hoogenboom, auxiliary bishop of Utrecht:

“What is the homework that Pope Francis gave the Dutch bishops during the ad limina visit?” I was asked in the preliminary conversation before a radio interview… My answer was that an ad limina visit, since its establishment in the 16th century, is first and foremost a pilgrimage of the bishops to the graves of the Apostles Peter and Paul. And that is how I look back on it as well: the ad limina visit was a precious week in which we, the Dutch bishops, prayed in the four great basilicas (St. Peter’s, St. John Lateran, St. Mary Major, St. Paul-Outside-the-Walls), in the Church of the Frisians and in the Santa Maria dell’Anima (where Pope Adrian VI, from Utrecht, lies buried). The fact that, on 2 December, we could first celebrate Holy Mass at the tomb of Saint Peter in the catacombs and shortly afterwards meet the personal successor of this Apostle on the see of Peter, Pope Francis, was for me without doubt the high point of our ad limina visit.

In the Gospel of Luke, Jesus calls the Apostle Peter to strengthen his brothers, the other Apostles, in their faith. And that is exactly what Pope Francis did towards us as Dutch bishops. Aware of the situation in which the Dutch Roman Catholic Church finds herself, the Pope directed words of hope and encouragement to the bishops and all Roman Catholics in our country. In the ‘group talk’ with the Pope I could ask him, referring to Jesus who washed the feet of his disciples at the Last Supper (John 13), how he sees the relation between liturgy, especially the Eucharist, and diakonia. Pope Francis’ answer was that the worship of God and the service to the neighbour, especially the neighbour in need, are inextricably entwined. He also mentioned practical examples from the Archdiocese of Buenos Aires where he was archbishop. We can mirror the practical examples from our archdiocese to that; for example the food collection for the Food bank during the Chrism Mass in Apeldoorn.

That we could start the ad limina visit with a fraternal meeting with Pope Francis, despite original plans,  is to me a gift from God’s providence. During our visits to the Congregations and Pontifical Councils we reported on the developments in the Dutch Church province since the last ad limina visit in 2004. But on those occasions we also looked ahead, and time and again we heard words which referred to the joy of the Gospel, to Christian joy and the trust in God about which Pope Francis had earlier spoken with us so warmly and inspirational. A joyful message which I continue to carry with me in my life and works as auxiliary bishop of Utrecht. It was not about getting homework assigned and which you reluctantly start, but about confirmation and encouragement in performing a joyful duty for life.”

woortsBishop Herman Woorts, auxiliary bishop of Utrecht:

We continue encouraged, with hope and joy, amid the concerns and responsibilities. The Pope and the Curia, people with their inspiration, it has all come much nearer for me. I am grateful for having experienced this and also grateful that we are part of that one world Church, led by the Pope, above all of the Holy Spirit, accompanied by Mary, Peter and Paul and all those other saints and blesseds. It has strengthened me, not least the daily Masses and prayer and sympathy of many at home. That does good.

What will also stay with me: when we left the room after the conversation with the Pope, I spoke with him about the contact with rabbis and Jewish organisations. He squeezed my arm and indicated: continue with that. He was happy about it.”

Cardinal Eijk sanctions a priest for excessive liturgical creativity, so why is the cardinal the bad guy?

eijk

Cardinal Eijk is the media’s bad guy again. He sanctioned a priest for ‘forgetting’ a few words at Mass. Well, as it often is when secular media try to report on Church business, reality is a bit different.

It is true that the priest, a Dominican who assists at a parish northwest of Utrecht, has been forbidden to publicly offer Mass for a year. It is also true that he forgot some words. And then some more.

A Mass in which the Kyrie, Gloria, all three prescribed readings, the preface and the entire Eucharistic Prayer were either skipped or replaced is, quite frankly, not a Mass. The bread and wine do not become the Body and Blood of Jesus Christ, the faithful do not partake of Communion with God and Church, and the priest flouted his oath and duty. A previous “misstep”, as the Archdiocese calls it, in the same parish, prompted the cardinal to re-emphasise the liturgical rules in force in the Church.

Is this reason for the sanctions as described above? That can be debated, of course, but the fact is that this is exactly why Cardinal Eijk wanted to focus more and how the liturgy is celebrated in his archdiocese. It is also fact that the liturgy of the Church is not just a collection of rules for their own sake.

In the words of the archdiocese’s own explanation of events (which is altogether more reliable than the reports of secular media):

“[Replacing or skipping the Eucharistic Prayer’] is most serious, since this invalidates the celebration of the Eucharist. It means that faithful came to the celebration, to receive the Body of Christ, in vain. The Eucharist (which refers to the Last Supper of Jesus Christ) is the most important sacrament, in which the faithful celebrate their unity with God and each other. All the more painful in this context is the fact that, on Maundy Thursday, the Catholic Church celebrates the institution of the sacrament of the Holy Eucharist and the institution of the priesthood. Cardinal Eijk thinks that faithful should be able to rely on valid Masses being offered in the churches of the archdiocese. Not without reason the Vatican instruction Redemptionis Sacramentum states that the complete omission of the Eucharistic prayer is “objectively to be  considered among grave matters […] that puts at risk the validity and  dignity of the Most Holy Eucharist”.

Priests have considerable freedom in the pastoral care they perform for the faithful under their care, in the way they teach and proclaim the faith. They do not, however, have the freedom to change or ignore what God, through His Church, instituted. The sacrament of the Eucharist is the single most precious treasure we have been given: it is Christ Himself. By changing what He wants to give us every single day, we place ourselves above Him. True, we are very important, also to the Lord. But we are not Him.

The priesthood is the channel through which Gods grace, in the sacraments, comes to His people. The channel can not change what it is given to safeguard and pass on.

So, yes, Cardinal Eijk is very correct in taking steps to correct this abuse. No one with a basic understanding of Catholic theology and understanding of the sacraments has any excuse not to realise that. Sadly, none of these people work at newspapers and television stations.

Photo credit: afp

At WYD@Home, Bishop van den Hende on the living Lord

van den hendeIn 2011 Bishop Hans van den Hende, bishop of Rotterdam, gave one of the catechesis classes during the World Youth Days in Madrid. His talk then was met with a standing ovation. This year, although he joined pilgrims for the pre-WYD program in Suriname, he returned home before the start of the World Youth Days proper in Rio. But, as the WYD@Home program took place within the bounds of his diocese, in Delft, Msgr. van den Hende did offer catechesis there.

Here follows my translation of the text, which may be found in Dutch here.

1. Topic of the Catechesis

In unity with Pope Francis and with the youth in Rio we here in Delft also have catechesis. We follow the catechesis program as given in Rio. Catechesis means: putting the contents of our faith into words, explaining and communicating them.

The catechesis here in Delft and in Rio is closely tied into the theme of WYD 2012. Every WYD has its own theme, chosen by the Pope, including this year’s WYD in Rio. The previous Pope, Pope Benedictus XVI, gave the WYD in Rio the following theme: “Go and make disciples of all nations”.

The words of the theme are words from the Bible. They come from the New Testament, from the Gospel of Matthew: “Go, therefore, make disciples of all nations” (Matt. 28:19).

2. The Gospel = the Good News of Jesus Christ

In the Gospels the person of Jesus Christ takes centre stage [1].In the first chapter the Gospel of Matthew explains that God’s salvation history from the Old Testament is linked to the person of Jesus Christ (the so-called genealogy). Jesus is the fulfillment of God’s promise, He is the Messiah (the Anointed One, the Christ). In that way Jesus is at the heart of the Gospel of Matthew.

That is also the case in the other three Gospels. The Gospels tell us who Jesus is: the incarnated Son of God. The Gospel also proclaims the message that Jesus promotes. The Catechism of the Catholic Church states: “The Gospels are the heart of all the Scriptures “because they are our principal source for the life and teaching of the Incarnate Word, our Saviour”.” [2]

As an illustration, three quotes from the Gospels of Mark, Luke and John. These clearly show the intent of the Gospels:

  • The Gospel of Mark’s opening sentence is “The beginning of the gospel about Jesus Christ, the Son of God” [3].
  • The introduction of the Gospel of Luke states: “I […] have decided to write an ordered account for you, […] so that your Excellency may learn how well founded the teaching is that you have received” [4].
  • Near the end of the Gospel of John we read: “There were many other signs that Jesus worked in the sight of the disciples, but they are not recorded in this book. These are recorded so that you may believe that Jesus is the Christ, the Son of God, and that believing this you may have life through his name” [5].

So the Gospel proclaims to us that Jesus is the Son of God, that the message of Jesus is the Good News of God’s Love, that Jesus gave His life on the cross; He died for us.That the Word of Jesus is trustworthy, that Jesus has risen from the dead; that He lives. In short, the Gospel encourages us to follow Jesus: believe in Him, have trust in Him, build your life on Him: He lives!

3. Jesus lives

To start with, we’ll look at the final part of the Gospel. When Jesus died on the cross, it seemed as if everything was over, had come to a dead end. The Gospel tells us that the dead Jesus was buried [6]. The disciples and other friends of Jesus were truly in mourning. The heavy stone that they had placed before the entrance to Jesus’ grave weighed also, in a sense, heavily upon their hearts.

But the Gospel does not end with the death and burial of Jesus. On the contrary, the Gospel proclaims that Jesus lives. When the disciples visit the grave, it is empty. The Gospel tells us: Jesus is no longer in the grave, He has risen [7].

That is the Good News of Easter: Jesus lives! The Gospels also relate that Jesus visited his disciples several times after His resurrection, that He appeared to them: for example to Mary Magdalen [8], to the Apostles in their home [9], on the shore of the lake [10], on the road [11], and on the mountain (Matt. 28:16-20).

On the mountain Jesus ultimately gave his disciples the special assignment: “Go and make disciples of all nations”. These are the words that are the them of WYD 2013.

Jesus, the Risen Lord, asks his disciples to communicate the Good News to others and to baptise them. In the book Acts we read that the Apostles remain loyal to the assignment to go and make disciples of all nations, which they received from Jesus. The Apostle Pater, for example, holds a speech and proclaims the crucified and risen Jesus Christ to his audience. And Peter subsequently baptises about three thousand people who join them [12].

Jesus lives. He stays with us. In Matthew 28:20b, Jesus promises: “And look, I am with you always; yes, to the end of time”. That is why we – centuries later – stand when the Gospel is read during the celebration of the Eucharist. We have the good habit to stand at the Gospel because we believe that Jesus himself, the living Lord, is speaking in the words of the Gospel [13]. We are called to be listeners to Jesus’ words and also proclaimers and executors of them. As disciples of the Lord we listen to the Word of God to act according to them [14].

van den hende4. To be a disciple of Jesus: learning from Jesus

Jesus is true teacher. That is also the opinion of the rich young man in the Gospel, who asks Jesus: “Good master, what must I do to inherit eternal life?” [15]. Jesus Christ is a good teacher in the words he speaks and the actions he performs in His life amid the people: what Jesus asks of us, He also does himself.

A) In the first place the words Jesus speaks. We may learn from the words of Jesus. In the first place Jesus makes use of the expressive language of parables. The Gospels tells us: “He told them many things in parables” [16], and: In all this Jesus spoke to the crowds in parables; indeed, he would never speak to them except in parables” [17].

When we are a little bit familiar with the texts of the Gospels, we all know a few parables, for example: of the sower who sows on different kinds of soil: rocky soil, shallow soil, soil with weeds and thistles, good fertile soil [18]. The Catechisms states that parable are mirrors for man: “will he be hard soil or good earth for the word?” [19]

In the Gospel we can also read that Jesus speaks His words as a teacher in conversations with people, for example with the scribe Nicodemus. The Pharisee Nicodemus comes to Jesus at night to converse with Him and he says to Jesus, “Rabbi, we know that you have come from God as a teacher; for no one could perform the signs that you do unless God were with him” [20]. Another example is Jesus’ conversation with Mary, the sister of the deceased Lazarus. Jesus tells her, “I am the resurrection. Anyone who believes in me, even though that person dies, will live, and whoever lives and believes in me will never die. Do you believe this?” [21] As disciples of the Lord we can do no else but start listening attentively to Jesus’ words in the Gospel [22].

B) We can also learn from the things that Jesus does in the Gospel, of the actions that Jesus performs. As disciples we may carefully read and see the acts of the Lord, learn from them and imitate them.

  1. Jesus is faithful in praying to His Father. The Catechisms tells us: “When Jesus prays he is already teaching us how to pray” [23]. In the Gospels we read that when Jesus prays to His Father, the disciples at one point asks Jesus, “Lord, teach us to pray” [24].
  2. Jesus also performed acts of love and charity and so encourages His disciples to truly love their neighbours. Jesus says, “in so far as you did this to one of the least of these brothers of mine, you did it to me” [25]. And in the Gospel of John, Jesus says, “This is my commandment: love one another, as I have loved you” [26].
  3. Very impressive is the footwashing that Jesus performs at the Last Supper. The washing of feet was, at that time, the work of a servant, but Jesus does it himself and says, “If I, then, the Lord and Master, have washed your feet, you must wash each other’s feet. I have given you an example so that you may copy what I have done to you” [27].
  4. Jesus is a true teacher when it comes to forgiveness and mercy. In the home of the Pharisee Jesus expressly forgives a women who is known to be a sinner, but who is penitent [28]. To an adulterous woman who is about to be stoned for her sin, Jesus says, “Go away, and from this moment sin no more” [29]. And to the taks collector Zacchaeus in Jericho, Jesus says, “I am to stay at your house today” [30]. In the end, when He is dying on the cross after taunts and torture, Jesus prays, “Father, forgive them; they do not know what they are doing” [31]. That is why the Catechism of the Catholic Church states, “The Gospel is the revelation in Jesus Christ of God’s mercy to sinners” [32].

Do we, as disciples, really want to listen to Jesus’ words, keep them in our hearts, and put them into practice? That is only possible if we really want to learn from Jesus, from His words and His actions. As a disciple of Jesus you let yourself be touched by His words and actions. It is necessary to let yourself be formed in your life by Jesus [33]. Because Jesus rose from the dead and lives, He can now be our teacher, shepherd and friend, in the community of the Church.

5. Trusting in Jesus: believing in Jesus

Jesus Christ, the living Lord, asks us, as His disciples, to really trust in Him. This means:

  • Believing that Jesus lives (Jesus is not just someone from the past, He is also close to us now);
  • Believing that Jesus loves you and is interested in you, that He calls you with your talents;
  • Being willing to entrust your life to the Lord by being honest to yourself and to God, asking and receiving forgiveness for your sins (Sacrament of Confession), laying your fears at His feet (Jesus also knew fear [34]);
  • Offering your talents to Him: the willingness to be an instrument of God;
  • Believing that Jesus has given you the Church to learn, to celebrate, to serve and live in faith and love in the community of faith.

It is important to realise that the word of God, the Gospel, is also the word of the Church. Jesus has entrusted His Good News to us, His Church: to write down, to life from, to communicate [35].

6. Following Jesus: building your life upon Christ

As a disciple of Jesus you are invited to build your life upon Jesus. To be able to do and grow in that the following points or of vital importance:

  • Your life with Jesus needs a continuous conversation with Christ in prayer, alone in your inner room [36] and in the community of the Church;
  • Your relationship with Jesus, the living Lord, has consequences for how you relate to people around you (concerning honesty, neighbourly love, forgiveness, pure intentions, etc);
  • Every day requires conversion (if necessary forgiveness of sins in the Sacrament of Penance and Reconciliation: confession);
  • Your life in faith is never without difficulties (it is necessary to be willing to give something for it, the sign of the cross means victory but also presupposes suffering and sacrifice [37]);
  • Life in faith can never exist by our own strength alone: it is a gift from God, of God’s mercy: it is therefore necessary to keep celebrating the sacraments, to ask and receive the comfort and wisdom of the Holy Spirit, to accept and experience the support of your guardian angel [38];
  • Your life in faith needs good examples: look towards the saints as friends of God. They are our intercessors, which means that they pray with you to God.

In short: your path as a disciple of Jesus is a lifelong journey with Jesus Christ in the power of the Holy Spirit, in the community of the Church, from day to day, with ups and downs.

7. In closing (through Him and with Him and in Him)

The first word of the theme of the WYD is “go”. That means getting up towards your neighbour to confess your faith in Jesus. You can only do so if you’ve first come to Jesus, meaning:

  • Consciously aligning your heart with the Lord and letting Him touch you
  • Actively uniting your life to the Lord and His Church
  • Choosing to place your life in the light of the Gospel

Only when you’ve come to Jesus yourself, only then you can leave from Jesus and go in His name to win others for the Lord, to make others into disciples of Christ.

8. Questions to discuss

  • Do you believe that Jesus lives? What does that mean for you personally?
  • What would you like to learn from Jesus?
  • What do you think is the most important thing to tell others about Jesus?

+ J. van den Hende
Bishop of Rotterdam

Photo credit: P. van Mulken

Questions and answers, No. 2

Like last week, there is a new set of questions to be answered. People came here in the past week to find answers, and I hope they found at least some indication of them, but if not: here is some more direct and detailed information. I will try my best to give useful and truthful answers, but in the case of some of today’s question it is really better to consult a priest, theologian or Church historian.

1. Is Roman Catholicism legal in the Netherlands?

Simple answer: yes. There is no prohibition on being Catholic or speaking and writing about being Catholic in the Netherlands. Article 6 of the Dutch Constitution protects every citizen to freely confess their faith within the limits of the law.

The Catholic Church is fully established in the Netherlands, with full diplomatic relations between the Netherlands and the Holy See, a resident Papal Nuncio and a bishops’ conference.

2. Explain why the Eucharistic liturgy is meant to be the source and summit of our spiritual lives.

eucharistThis is one of those questions I referred to above. I will try to offer a basic explanation, but you are really best served with someone who is more knowledgeable about this.

The Eucharistic liturgy is the whole of rituals, words, gestures and actions we use to celebrate the Eucharist. That liturgy is a unity and reflects the content of what we celebrate: the Eucharist. And is that Eucharist that is the source and summit of the Christian life. By source we mean that everything we do as Christians has its origins in the Eucharist, and by summit we mean that that Eucharist is also the highest goal that we can achieve. Nothing exceeds or transcends it.

The Eucharist is Christ on the Cross, God who sacrificed Himself for us. The Eucharist is then a supreme act of love. For Himself, God need not have died, but He did so out of love for us. We needed it. He did not.

That sacrifice, that divine love, is the engine that drives our Christian life. Our love for God and our neighbours, our desire to be loved, flows from the divine love.

If we do not give the Eucharist, the Holy Mass, an important place in our Christian life, we take away the driving force, the nourishment for our Christian actions and words, our life. Christ gave Himself for us, now we need to accept Him in our hearts, and that is what the Eucharist does for us, and what we do in the Eucharist.

3. Who initiated transubstantiation in the Catholic Church?

betrayal-last-supperJesus Christ did. At the Last Supper, He gave bread and wine as His Body and Blood to His followers. And these followers were well aware of what Jesus had said about those things earlier:

“I am the bread of life. Your fathers ate manna in the desert and they are dead; but this is the bread which comes down from heaven, so that a person may eat it and not die. I am the living bread which has come down from heaven. Anyone who eats this bread will live for ever; and the bread that I shall give is my flesh, for the life of the world” (Joh 6:48-51).

When Jesus then said, at the Last Supper, “This is my body” and ‘This is my blood”, the Apostles would have remembered the above passage. Although they had no way of understanding how, they would also have no doubt that Christ was serious: He is the living bread, and the bread He now brings is, as He says, His body.

But since when does the Church refer to this mystery as ‘transubstantiation’? A quick glance at Wikipedia shows us that the term appeared in the Middle Ages, and at the Fourth Lateran Council of 1215 the Church first used it in writing. But although they didn’t use the word ‘transubstantiation’, the fact of bread and wine becoming the body and blood of Christ had already been accepted by the earliest Church Fathers, such as St Ignatius of Antioch and St. Justin Martyr (both in the first half of the second century).

The answer to the question would then be: Christ initiated it, and the Church recognised the mysterious transubstantiation virtually from the very start.

4. Can I have an altar just for saints?

altar_myhomeWell, depending on what you mean by ‘altar’, you either can or can not. If you are referring to the surface upon which the sacrifice of the Mass takes place, I don’t think you can. Such an altar is always for Christ, although it can feature images or statues of saints, of course.

However, if you are talking about a small ‘prayer table’ in your home, you most definitely can, although I would personally recommend that you also include Christ. A set place in the house where you can go and light a candle and pray is definitely a good thing, and such a place can include statues or images of saints to help us pray. Certainly when you have a special devotion to a certain saint, you may want to give that saint pride of place, and frequently ask him or her to intercede for your intentions with the Lord.

As long as there is no danger of your prayer table (ie. not an altar upon which the Eucharistic sacrifice takes place) becoming a site for idolatry, you may certainly use images of saints to help you focus on Christ and your relationship with Him.

Catholic pretense? Protestant leader takes what is not his

bas plaisierIn a series of Tweets yesterday, the former secretary of the Protestant Church in the Netherlands (the de facto head of that church community), announced that he was “done with the pretense of the Catholic Church. I see her as a church among churches and freely take part in the Eucharist”.

Dr. Bas Plaisier, who today works as a teacher at a Lutheran seminary in Hong Kong, was the scriba of the Protestant Church in the Netherlands until 2008.

In his statement on Twitter, which was met with both praise and criticism, Dr. Plaisier presumably means to say that he attends Holy Mass (which he is of course very welcome to do) and also receives Communion. He supports this action by saying that many Catholics agree with him and that what matters is who you invite. “And in that respect teachings or church do not matter”.

The Catholic Church invites, to use Dr. Plaisier’s words, those to Communion who are not only in a state of grace, but who also live according to and agree with the faith of the Church. Part of that faith is the consecration: the bread and wine truly becoming the Body and Blood of Our Lord Jesus Christ. Protestant churches generally do not share that faith and can therefore not receive Communion. For, in addition to building community in Christ, Communion is also a confession of our faith. By receiving the Body and Blood of Christ we basically express our faith in God, and our intention of following all His teachings that come to us via His Church.

In the Protestant Church of Dr. Plaisier, the Last Supper does share similarities with the Eucharist in that is a communal meal. But in the Protestant service, bread and wine remain bread and wine. That is something that Protestant agree with. Leftover bread can be fed to the ducks and leftover wine may be poured down the sink. That is unheard of in the Catholic Church, as any leftover bread and wine are the physical Lord and must therefore be treated with due reverence.

With his statements, Dr. Plaisier does a great disservice to ecumenism. He basically tells the Protestant Churches’ main partner in ecumenism, at least in the Netherlands, that her teachings and faith don’t matter to him. His own opinion and feeling becomes decisive. Dr. Plaisier is a Protestant, and very obviously does not believe in the transsubstation. But is that reason to take the most precious treasure of the Church, Our Lord Himself, and receive Him without agreeing with what He teaches us? That is tantamount to saying, “Lord, that’s all nice what you are saying, but I know better than you, and will simply do what I think is best.”

The Catholic Church is very emphatically not a church among churches. The Protestant church communities are not a church in the way that the Catholic Church is, and the faith the express and share differs in important ways from the faith that has been preserved through the ages in the Catholic Church. We can’t water that faith down by saying that important things, such as the Eucharist, do not really matter, that what matters is that people feel welcome. Of course people should feel welcome, and we should do our best to make them feel welcome. But does that mean that we should bend every which way to do so, to even ignore or change our very identity to make things easier?

People, Protestant or otherwise, are very welcome to come to a Catholic Church, to attend Mass, to pray with Catholics. They are not free to take Catholic teachings and faith and change them to suit their perceived needs. That is deeply insulting for the host (both human and divine) and makes the human person, not God, the decisive factor in such matters. And when it comes to God, we do not decide. He does.

Photo credit: Gerard van Rhoon